De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Tevreden met het Lam

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Tevreden met het Lam

Ds. J. Kommers:Afrika heeft mij geleerd:Zó staat het in de Bijbel, zo is het

9 minuten leestijd

Mede vanwege invloeden vanuit de reformatorische zuil en de evangelische beweging wordt in deze tijd de vraag naar de waarde van het verbond in hervormd-gereformeerde gemeenten opnieuw geformuleerd. Kan ik mijn kind ook opdragen in plaats van laten dopen? Hoe kijken we naar degemeente en hoe spreken we haar aan? In vier vraaggesprekken vanuit de gemeentepraktijk gaan we in op het functioneren van het verbond in prediking en pastoraat, waarna een evaluerende afronding met ds. K. Exalto zal plaatshebben. Vandaag deel 4: in gesprek met ds. J. Kommers, sinds 1996 predikant in IJsselstein, daarvoor in Neerlangbroek, Oost-Afrika en Papendrecht. 

Ds. J. Kommers: Afrika heeft mij geleerd: Zó staat het in de Bijbel, zo is het

Toen kand. J. Kommers in Neerlangbroek tot predikant bevestigd werd, zei zijn oma: 'Zet de deur maar wagenwijd open, er wil toch niemand in.' 22 jaar later typeert die spanning nog steeds zijn prediking. 'Het gaat in de evangelieverkondiging om het geloof als werk van de Heilige Geest. Wie vraagt om de Geest, ontvangt de Geest, heeft God gezegd. Het Evangelie overwint de weerstand in ons hart.'

Wie via de N-210 van Nieuwegein naar Schoonhoven rijdt, passeert al snel IJsselstein. Aan de ene kant domineert de oude kerk, gelegen in het centrum van het oude stadje. Aan de andere kant toont een wijk in aanbouw dat IJsselstein groeikern is. Ds. J. Kommers, ook na zijn dienst voor de Hervormde Kerk in Oost-Afrika man van de zending, heeft beide op het oog. Prediking en catechese geeft hij de hoogste prioriteit. 'Je probeert de gemeente vast te pinnen op het Woord.' Tegelijk vertaalt zijn bewogenheid zich ook in een verlangen naar meer openheid naar de wereld. 'IJsselstein krijgt 10.000 nieuwe inwoners. Is het een te groot woord als ik zeg dat de liefde van Christus ons moet dringen, omdat er mensen naast ons leven die verloren   gaan? '

Wie zeven jaar op een "ander continent woont, weet dat de vraag naar de waarde van het verbond in de Nederlandse kerkgeschiedenis meer dan gemiddeld aan de orde is. 'In Afrika zijn we geen discussies over het verbond en de verkiezing tegengekomen. Mensen hoorden daar het Woord, vaak voor het eerst. Dat verrast! We hebben gezien dat mensen tot geloof gekomen zijn, het Woord van God gingen koesteren. Dan zijn de heel subjectieve vragen die bij velen van ons leven niet aan de orde: Is het wel voor mij? Is het wel echt? Maar: Dit is voor mij!' Ds. Kommers waardeert het positief als de vraag naar het persoonlijke heil de mensen bezighoudt. 'Een van de meest aangrijpende dingen die ik in onze gemeenten tegenkom, vind ik het feit dat die vraag mensen tot in het bejaardencentrum bijblijft. Ze zijn vaak nooit verder gekomen, hebben de Heere niet op Zijn Woord geloofd. Men laat eigen gedachten prevaleren boven hetgeen God zegt.'

Prediking

Zoekend naar een oorzaak, noemt ds. Kommers de prediking. 'Met schroom zeg ik hierover iets, want ook mijn preken moeten de toets van het Woord doorstaan. Ik denk soms dat veel preken geen echte verkondiging zijn, maar dat men een mededeling van zaken doet. Verkondiging is niet "zo moet het" maar "zo is het"! Prediking is verkondiging uit volmacht. De hoorders kunnen er dan niet onderuit en weten: Hier ontving ik het Woord des levens. Ik heb in mijn jeugd zelf onder een prediking gezeten waarin het beloftekarakter van het heil sterk naar voren kwam. Mijn ouders spraken met ons over de waarde van het gebed en het omgaan met de Schrift. Niet alsof er voor bijna niemand genade zou zijn. Het is zoveel ruimer en heerlijker. Ik zit nu zelf ook graag in de kerk, wil dan onbevangen luisteren, maar vind dat de aanbieding van het Evangelie vaak toegedekt wordt door voorwaarden. Let eens op hoe vaak het woordje "als" gebruikt wordt. Het is dan geen wonder dat de mensen in hun eigen vragen blijven zitten. Het is allemaal zo beschrijvend en benauwend - ik zeg het met heel veel schroom - , zo toedekkend, dat ik wel eens denk: "Gelooft de prediker het zelf wel? " Dit alles grijpt me erg aan. Als ik preken beluister, komt de gedachte soms boven: Hoe meer genade hoe liever.'

'De totale verdorvenheid van ons mensen en de heerlijkheid van de genade dienen de gemeente voor ogen gesteld worden, ' zegt ds. Kommers. 'Het gaat om zoveel meer dan om een verhaal met een moraal. Soms wordt het geestelijk leven zo beschreven dat het plaatjes kijken lijkt. Je wordt niet aangesproken. Wanneer men het loopje maar gehoord heeft... Het verrassende - dit zegt de Heere nu tot óns - is er dan uit.'

Bang voor de gemeente

'Afrika heeft mij geleerd: Zó staat het in de Bijbel, zó is het. zó is het voor ons geschreven. Geloven wij dat de Heere nu tot ons spreekt of is het alleen maar een verhaal van 2000 jaar geleden? Heeft de boodschap een relatie met mijn werkelijkheid, met mijn zondige bestaan voor God? Ga je naar de kerk in het besef dat de Heere spreekt, dan gebeuren er dingen.'

Het heeft de preken van de IJsselsteinse predikant veranderd. 'In Neerlangbroek wilde ik in één preek alles tegen de gemeente zeggen, maar dat hoeft gelukkig niet. Ik vind het nu moeilijk losse teksten te bepreken. In Papendrecht preekte ik hele stukken uit de Bijbel achter elkaar door. "Lees mee, gemeente, kijk wat er staat". Vorig jaar heb ik hier de Galatenbrief doorgepreekt, stukje voor stukje, 21 keer: zó spreekt de Heere. Als preekvorm voor deze "lectio continua", dit doorlopende lezen van een bijbelgedeelte in de kerk, kies ik graag de homilie, om zo de kennis van de Bijbel in de gemeente te vergroten, de mensen van zichzelf af te wijzen en hen op Christus te werpen. Vol overtuiging spreek ik de gemeente aan als "gemeente Gods", in welke plaats ik ook preek. Nee, vroeger deed ik dat niet. Ik denk omdat ik bang was voor de gemeente. Veel collega's zullen dat waarschijnlijk ook hebben. Als je echter eerlijk luistert naar de Bijbel, naar wat Paulus zegt, kun je niet anders. Denkt de gemeente dan dat we allemaal behouden zijn? Laat dan horen in de verkondiging dat de twee zijden van het Evangelie - zonde en genade - gelden. Paulus geeft tegen de Korinthiërs hoog op van de genade die hun bewezen is (1 Korinthe 1 : 4-8), maar spreekt in hoofdstuk 5: Ik heb gehoord wat er onder u leeft!" In mijn eerste gemeente had ik hier nog niet zo over nagedacht. Mensen uit de Gereformeerde Bond spraken de gemeente niet aan zoals Paulus deed. We zijn in die zin bang voor de gemeente, bang om ergens niet meer gevraagd of beroepen te worden. Ook bang voor oppervlakkigheid? Nee, het maakt ons niet oppervlakkig, want de Schrift corrigeert je wel. We staan dicht bij de reformatoren als we weten dat in de Woordverkondiging het heil wordt uitgedeeld.'

Doopdienst

'Je kunt er niet omheen dat, wanneer je het Woord uitlegt, je het tekstgedeelte laat oplichten en probeert het in onze werkelijkheid neer te leggen: dit vraagt de Heere van ons. Waarbij je bidt of de Geest ons laat zien hoe we voor God zijn in al onze zonden en schuld, onze verlorenheid en vijandschap tegen Hem. Dat is niet oppervlakkig, dan kun je niet meer om Zijn Woord heen. Het geldt immers: zo ik niet geloof, dan ben, dan blijf ik verloren.

Zondag is hier een doopdienst. De gemeente zou dit als een hoogtepunt moeten beleven. Wat ik wil laten uitkomen? "Gemeente, zo is God voor ons en onze kinderen. Je moet wel heel dwaas zijn om de Heere niet op Zijn Woord te geloven als Hij zo diep neerkomt". Ik kom niet zo veel mensen tegen die zeggen: "Ik ben toch gedoopt? " Wel zeggen ze: "De doop betekent toch niet dat we zalig zijn? " En dat is ook zo, maar: Geloven wij wat de Heere toezegt of wachten we op wat er nog moet gebeuren? Moet in ons leven dan overgedaan worden wat al geschied is? Ken je die uitdrukking van Kohlbrugge: "In de verkondiging komt Gods stem tot ons: Zijt ge met Mijn Lam tevreden, zo ben Ik met u tevreden". Is het offer van Christus genoeg? Ik kom mensen tegen die onder de klem van het Evangelie uit willen, ook op een vrome manier. Ik draai de vraag liever om: Waarom zou het niet voor u zijn, als het Evangelie voor zondaren is? Ik ontmoet ouderen, maar ook jongeren, belijdeniscatechisanten, die beginnen met de vraag naar de verkiezing. Laten we echter maar beginnen waar het Woord begint en waar God in ons leven begint. Veel ouderen leven hier onder een zekere gelatenheid: Je moet verkoren zijn. Het lijkt haast een soort doemdenken. Mijn voorgangers hebben beslist zo niet gepreekt.

Door middel van de prediking moet de Heilige Geest door dit denken heenbreken. Prediking en catechese vormen daarom mijn hoofdtaak. Ik ben niet iemand voor veel recepties. De prediking is de manier om de gemeente als totaal te bereiken, ook in de uitleg van de catechismus. Je probeert de gemeente vast te pinnen op het Woord.'

Nieuwbouw

Van ds. Kommers mag die verankering in het Woord gepaard gaan met een zicht op degenen die buiten zijn. 'In IJsselstein worden 4000 nieuwe huizen gebouwd. Nodig is dat de gemeente visie op deze ontwikkeling heeft. Is het een te groot woord, als ik zeg dat de liefde van Christus ons moet dringen, omdat er mensen naast ons leven die verloren gaan? Aangrijpend! De gemeente mag niet stil blijven staan bij een mooie, oude kerk en een goede organist, hoe fijn ik dit ook vind. Door IJsselstein lopen duizenden mensen die Christus niet kennen. Ik zit helemaal vol van deze dingen.

We leven in het laatste der dagen. Daarom probeer ik de gemeente in de verkondiging voor te houden wat het betekent in 1998 gemeente van Christus te zijn, levend in deze maatschappij. Het eerste is dan de vraag of er een persoonlijke relatie met Christus is; dat gaat voorop. Daarnaast hoop ik ook dat men - misschien is het een te groot woord - het pelgrimschap beleeft. Zoveel kerkelijke drukte houdt ons op de weg naar Kanaan op, terwijl duizenden Christus niet kennen. Beleven we in de omgang met God dat we op weg zijn naar een betere toekomst? Waar het Woord doorwerkt in het leven van mensen, is er de rust in het offer van Christus. Wie daarmee bezig is onder de mensen, mag vrucht zien op zijn werk. Wij wandelen door het geloof, dat is: aan de hand van de Heilige Geest. Dan begrijp je soms niet hoe alles gaat, maar wie de Heere alles in handen heeft gegeven, die verstaat het.' 

Over twee weken een afsluitende evaluatie van deze serie met ds. K. Exalto.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 december 1998

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Tevreden met het Lam

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 december 1998

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's