De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Gemeenteopbouw rondom het Woord (1)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Gemeenteopbouw rondom het Woord (1)

9 minuten leestijd

Enige tijd geleden stond in deze kolommen een inzichtgevend artikel over gemeenteopbouw van de hand van de eindredacteur. Fundamentele bijbelse grondlijnen kwamen daarin aan de orde. Daarbij aansluitend wil ik in een aantal artikelen iets aanreiken over de praktijk van gemeenteopbouw. Bij voorbaat zij aangetekend dat het een wat persoonlijk getint verhaal wordt, gebaseerd op ervaringen die ik zelf heb opgedaan in de beide laatste gemeenten die ik mocht dienen. Onvermijdelijk brengt dat een zekere beperking met zich mee. Er is van mijn kant dan ook geen enkele pretentie aan te geven hoe het moet, wel wil ik iets doorgeven van hoe het kan, in de hoop dat ik anderen er enigszins mee van dienst kan zijn. Het voordeel van een verhaal uit de praktijk is wellicht dat gemeenteopbouw daardoor concreter wordt. Het gaat niet om abstracte theorie, maar om het verslag van het zoeken naar een begaanbare weg in een tweetal doorsnee gemeenten van .hervormd-gereformeerde signatuur, namelijk Woerden-Centrum en Waddinxveen-Zuid.

Ontwikkeling

Laat ik eerst in het kort vertellen hoe ik ertoe gekomen ben me weloverwogen met gemeenteopbouw bezig te houden. Tijdens de eerste jaren van mijn predikantschap lag dit thema eerlijk gezegd nog tamelijk ver buiten mijn gezichtsveld. In de loop van de tijd zijn mijn ogen steeds meer open gegaan voor de noodzaak er van. Misschien heeft het te maken met het feit dat ik ben opgegroeid met het principe en de praktijk van de ecclesia audiens, de horende gemeente, waarbij de ambten actief zijn maar de gemeenteleden min of meer volstaan met het komen onder het Woord. Het gevleugelde gezegde van Kohlbrugge is dan richtinggevend voor de bearbeiding van de gemeente: Werp het Woord er maar in en dan gebeurt het wel. Nu moeten we dat laatste zeker vasthouden. De verkondiging is en blijft het kloppend hart van alle gemeente-zijn en gemeente-werk. De prediking is de beste en belangrijkste vorm van gemeenteopbouw. De kerkdienst is nog altijd de kraamkamer van de Heilige Geest, waar het wonder van de nieuwe geboorte, de wedergeboorte mag plaatsvinden.. Onder geen beding mag deze centrale gedachte worden losgelaten.

• Context

Dat neemt" echter niet weg, dat daarnaast en daaromheen ook andere aspecten van gemeente-zijn gehonoreerd dienen te worden. De 'horigheid' van de gemeente mag niet leiden tot onvruchtbare passiviteit of consumptisme. Het beleid van de kerkenraad dient gericht te zijn op participatie van jongeren en ouderen. Geestelijk leiderschap maakt de gemeente niet monddood, maar juist mondig en actief. Ik stip drie factoren aan die mij er toe gebracht ïiebben om bewuster met de vragen van gemeenteopbouw om te gaan. In de eerste plaats noem ik de verlegenheid die de kerkelijke ontwikkelingen van de afgelopen decennia met zich meebrengen. De kille windvlaag van secularisatie en kerkverlating gaat aan onze gemeenten niet voorbij. Onderzoeken wijzen uit dat niet alleen de kerkelijkheid, maar ook de kerksheid afneemt. Velen gaan heen zonder groeten, maar ook onder hen die bij de kerk willen blijven behoren, is een slijtageslag gaande. De huisgodsdienst staat op een bedroevend laag peil in veel gezinnen. De persoonlijke omgang met de Bijbel als het levende Woord van God verschraalt. Het gebed lijdt aan bloedarmoede en wezenlijke elementen uit de geloofsleer worden als minder relevant beschouwd. Men is minder trouw in de kerkgang. De tendens om te 'shoppen', om overal heen te vliegen waar het gras groener is, neemt per jaar toe.

Veel jongeren voelen zich in de kerk niet meer thuis vanwege het feit dat ze een stukje warmte en spontaniteit missen. Ze. zouden graag een ander geestelijk klimaat ervaren. Ze haken af of zoeken hun heil in evangelische kringen. Anderen zijn er nog wel, maar hun innerlijke betrokkenheid is minimaal. We doen er niet verstandig aan voor zulke zaken onze ogen te sluiten. Beter is ons af te vragen wat God van ons vraagt en bij het licht van het Woord naar wegen te zoeken voor vernieuwing en de verbreding van de gemeente.

De Schrift

Dat brengt me bij het tweede. Mede onder invloed van de kerkelijke situatie zijn mijn ogen geopend voor Schriftgegevens waar ik voorheen eigenlijk amper bij stil stond. Dat is op zichzelf zo vreemd niet want tekst en context hangen altijd met elkaar samen. De Heilige Geest laat op bepaalde momenten in de geschiedenis dingen oplichten waar we vroeger minder erg in hadden. Met name mijn visie op de gemeente heeft een onmiskenbare ontwikkeling ondergaan. Naast het gegeven dat de kerk een instituut is - met een liturgische vormgeving, ambten en sacramenten - is er meer aandacht gekomen voor de kerk als gemeenschap. De gemeente is niet alleen een orgaan, maar ook een organisme. Paulus gebruikt keer op keer het prachtige beeld van de gemeente als lichaam van Christus (Rom. 12; 1 Kor. 12; Ef. 4). Een veelzeggende karakterisering. Net als ieder lichaam heeft ook de gemeente twee handen. De ene hand is uitgestoken naar Boven, naar de Ander. De andere hand strekt zij uit naar de naaste, de ander in de gemeente en daarbuiten. Er is de verbinding van de leden met het Hoofd Christus, maar er is evenzeer de band tussen leden onderling. In deze dubbele verbondenheid, aan Christus en aan elkaar, mag de gemeente er zijn en steeds meer groeien, toegroeien naar geestelijke volwassenheid (Ef. 4). De leden kunnen niet zonder de gemeenschap met hun Heere en Heiland, maar zij hebben ook elkaar nodig om op te wassen. Bij de verticale lijn - de hand van de gemeente naar Boven - plaats ik het kernwoord vieren. In de liturgie, thuis en ; in de eredienst mag de gemeenschap met Christus worden beleefd en verdiept. Bij de horizontale lijn - de hand van de gemeente naar de naaste - noteer ik het woord dienen. Levend uit de genade van Christus zal de gemeente een dienende gemeenschap zijn, met oog en hart voor elkaar en voor de ander om ons heen. Beseffend dat we daarvoor niet in de wieg gelegd zijn, voeg ik een derde kernwoord toe: leren. Het gaat erom dat we leerlingen van de Heilige Geest zijn en blijven zodat we zullen groeien in de omgang met de Ander en met de ander. Een vierende, dienende en lerende gemeenschap, dat is in enkele houtskooUijnen het beeld van de gemeente zoals het Nieuwe Testament ons deze tekent. j

De reformatorische traditie

Tot mijn grote verrassing - en dat was het derde duwtje in de rug - ontdekte ik dat deze bijbelse lijn ten aanzien van de gemeente ook gezien en gehonoreerd is door de reformatie. Met name de Straatsburgse reformator Martin Bucer heeft daaraan invulling gegeven. Uitgangspunt in het denken over de kerk was voor hem de paulinische typering van de gemeente. Zij is geen verzameling losse individuen, maar het lichaam van Christus. De kerk is voor Bu-j eer allereerst en allermeest een 'gemeen-i schap, door de Geest en het Woord van | Christus uit deze wereld in Hem vergaderd en verenigd op zo'n manier dat ze samen één lichaam zijn en tevens leden van elkaar. Ieder van deze leden heeft zijn eigen ambt en taak tot opbouw van heel het lichaam en al zijn leden' {Over de ware zielzorg. Kampen 1991, p. 22). Wat deze reformator voor ogen staat, is een gemeente waarin Christus heerschappij voert en de gemeenteleden naar elkaar omzien, elkaar ] vermanen en bemoedigen, iets voor elkaar | willen betekenen, niet alleen in geestelijk, ! maar ook in materieel opzicht. Hij pleit voor onderling pastoraat, maar ook-voor een diaconale bewogenheid bij allen, op-\ dat het de gelovigen 'noch aan lichamelijke, noch aan geestelijke goederen iets ontbreke, maar zij steeds meer worden geleid en bevorderd tot volkomen zaligheid naar lichaam en ziel'. Zowel de theologische bezinning als de praktische inspanning van Bucer stonden in het teken van gemeenteopbouw. Pastoraat en catechese, missionaire en diaconale activiteiten stonden in dit kader. Alles heeft Bucer eraan ten koste gelegd dat de gemeente van Christus zou groeien in liefde tot Christus en in liefde tot elkaar en zo een wervende en winnende gemeente zou zijn.

Afhankelijkheid

Van twee zaken ben ik me bij alle reflectie en activiteiten rond gemeenteopbouw steeds meer bewust geworden. Het is een bezig-zijn tussen afhankelijkheid en verantwoordelijkheid. Die twee verhouden zich als de twee brandpunten van de ene ellips. Ze zijn eenvoudig niet los te denken van elkaar. De apostel Paulus brengt

dat helder op noemer in de brief aan de Korinthiërs. Enerzijds typeert hij de gemeente als Gods bouwwerk (1 Kor. 3 : 9). Dat mogen we nooit over het hoofd zien. Wie meent dat gemeenteopbouw het resultaat van eigen kwaliteiten en capaciteiten is, vergist zich. Dan worden we liampachtige doe-het-zelvers. Al onze inspanning wordt vreugdeloos en onze activiteiten zullen vruchteloos blijken. Teleurstelling en desillusie wachten ons. Maar gelukkig hangt het niet van ons af. De gemeente is Gods eigen zaak en Gods eigen werk. Hij zelf staat ervoor in, dat het gebouw van de kerk naar zijn gemaakt bestek tot in eeuwigheid zal rijzen. Ten diepste is en blijft de gemeente zoals Maarten Luther haar typeerde: reatura verbi, schepping van het goddelijke Woord. Dat besef bewaart voor overspannen activisme. Het maakt ons als het goed is klein, afhankelijk. We weten ons aangewezen op de zegen van onze God. Daarom is het gebed zo onmisbaar. Van alle activiteiten ten behoeve van gemeenteopbouw is het gebed veruit het belangrijkste. De grote beslissingen in het Koninkrijk van God vallen niet in de eerste plaats in kerkenraadskamers of commissievergaderingen, maar in de binnenkamer.

en verantwoordelijkheid

Daar is echter niet alles mee gezegd. Want Paulus laat het niet bij de belijdenis dat de gemeente Gods bouwwerk is. In een en hetzelfde vers wijst hij er ook op dat de gemeenteleden Gods arbeiders zijn. Dat wordt er in één adem aan toegevoegd. Goedbeschouwd is dat iets om ons geweldig over te verwonderen. God had ook alles in eigen hand kunnen houden. Legioenen engelen staan hem ter beschikking die het opbouwwerk van de gemeente net zo goed, liever gezegd: veel beter dan wij mensen zouden kunnen doen. Maar God heeft het anders gewild. Het heeft Hem behaagd om mensen in te schakelen. Om zijn handen te zijn. Om in zijn dienst mee te werken aan de opbouw van de gemeente. Dat brengt een hoge roeping met zich mee. Van hobbyisme of liefhebberij is hier geen sprake. Het gaat om een verantwoordelijkheid die God zelf ons op de schouders heeft gelegd en waaraan geen kerkenraad, geen levend christen zich mag onttrekken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 december 1998

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Gemeenteopbouw rondom het Woord (1)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 december 1998

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's