Uit de pers
C. S. Lewis herdacht (1898-1963)
29 november was het honderd jaar geleden dat Clive Staples Lewis in Belfast werd geboren. Er is veel aandacht aan dit feit, maar meer nog aan de betekenis van Lewis' werk besteed. Een 'Nationale Lewis Dag' op 28 november inclusief een symposium met een aantal coryfeeën die ieder mochten en konden zeggen van welk belang ze nog altijd Lewis' persoon en werk achten. De Evangelische Omroep bracht de film Shadowlands uit over het leven van Lewis. In het Nederlands Dagblad van 21 november schreef Koos van Noppen uitvoerig over C. S. Lewis en bood onder andere deze korte biografische schets van hem:
'Voor wie C. S. Lewis toch een onbekende mocht zijn, stappen we hier met zevenmijlslaarzen door zijn biografie. Hij wordt geboren in Belfast (1898) als zoon van een advocaat. Zijn moeder overlijdt aan kanker, als hij nog jong is; zijn drie jaar oudere broer, Warren, wordt zijn kameraad voor het leven. Na een traditioneel-anglicaanse opvoeding zegt hij op middelbareschoolleeftijd het geloof vaarwel en wordt atheïst. Al vroeg blijkt hij zeer getalenteerd. Hij leest meer en heeft meer gelezen dan zijn privéleraar Kirkpatrick ooit bij een jongen van zijn leeftijd heeft gezien. De ambitie om een groot dichter te worden (in 1919 verschijnt zijn eerste bundel) laat hij tijdig varen.
Na een studie in Oxford (klassieke talen, literatuur, filosofie, later ook Engels) wordt Lewis in 1925 benoemd als docent Engelse taal-en letterkunde. Na een lange zoektocht wordt hij in 1931 christen.
In 1938 verschijnt het eerste deel van een science-fictiontrilogie. Zijn grote doorbraak als schrijver van populair-theologisch, apologetisch werk komt in het eerste oorlogsjaar. Op verzoek van een uitgever schrijft hij The Problem of Pain (vertaald als: Gods megafoon). Een jaar later begint hij met radiotoespraken voor de BBC en verschijnt zijn bekendste werk The Screwtape Letters {Brieven uit de het). Vanaf dat moment ontwikkelt hij zich als een zeer productief en veelzijdig auteur
In 1954 wordt hij benoemd als hoogleraar in Cambridge. Twee jaar later trouwt hij met de Amerikaanse schrijfster Joy Gresham, een voormalig communiste van joodse komaf, die mede door Lewis' werk tot het christendom is bekeerd. Aanvankelijk trouwen ze slechts voor de wet, om haar een haar twee zoons aan een verblijfsvergunning te helpen; een jaar later - bekend is dat ze aan kanker lijdt - vindt de kerkelijke huwelijksvoltrekking plaats. Lewis vraagt een oudstudent voor haar te bidden en haar de handen op te leggen. Enkele maanden later blijkt ze grotendeels genezen. Na een gelukkig huwelijk overlijdt ze in 1960. Lewis overleeft haar drie jaar Hij overlijdt op dezelfde dag als John F. Kennedy en Aldous Huxley, 22 november 1963.'
Over zijn bekering tot het christelijk geloof vertelt het fragment dat hier volgt en dat gelicht wordt uit een fictief gesprek dat Koos van Noppen in hetzelfde dagblad vermeldt, samengesteld uit citaten uit Lewis' boeken en brieven.
'"Het christendom is voor een verstokte atheïst iets ontzettends." Die uitspraak uit het gesprek blijft rondzingen. Ze lijkt zo weggelopen uit Surprised by Joy, zijn bekeringsgeschiedenis. "Een jonge atheïst kan' werkelijk niet zorgvuldig genoeg over zijn geloof waken. Aan alle kanten dreigt gevaar", heet het daar. Zonder enig gevoel van verhes, maar met een groot gevoel van opluchting zegde hij op dertienjarige leeftijd het geloof vaarwel. Een paar jaar later komt een proces op gang waarbij hij zeer geleidelijk, onder meer door het werk van George MacDonald en G. K. Chesterton en door de gesprekken met zijn vrienden J. R. R. Tolkien en H. V. D. Dyson, het christendom weer op het spoor komt. Het zou het even nauwgezette als meeslepende getuigenis geen recht doen, als de ontwikkeling hier in een paar zinnen werd samengevat. Hij verhaalt in het slotstuk zijn bekering in termen uit het schaakspel ("Mijn Tegenspeler begon Zijn laatste serie zetten"). In de zomer van 1929 moet hij het opgeven. Schaakmat. Hij noemt zichzelf "wellicht de neerslachtigste en onwilligste bekeerling van Engeland. Ik zag toen niet wat nu wel het eerst in het oog springt: de nederigheid van God, die bekeerlingen zelfs op deze voorwaarden wil accepteren. De Verloren Zoon liep tenminste op zijn eigen voeten terug naar huis. Maar wie kan de lof bezingen van een Liefde die de poorten opent voor een verlorene die trappend, vechtend en boos wordt binnengehaald, naar alle kanten om zich heen kijkend of er nog ontsnapping mogelijk is? "
Het heeft daarna nog een jaar of tien geduurd voordat hij zich ontpopte als auteur van populair-theologische boeken, die slechts een deel vormen van zijn zeer omvangrijke en veelzijdige oeuvre: dichtbundels, sciencefiction verhalen, sprookjes, literatuurwetenschappelijke werken en een onafzienbare hoeveelheid brieven. Maar sinds het overlijden van zijn vrouw, nu drie jaar geleden, lijkt zijn schrijversader verstopt.'
Over zijn bekering tot het christendom wordt in allerlei artikelen tamelijk uitvoerig geschreven. Daar ligt voor ons ook een belangrijke kant aan leven en werk van Lewis. Wij constateren om ons heen eerder een tegenovergestelde beweging: mensen laten het christelijk geloof los. Hoe ging dat bij Lewis? In Opbouw van 27 november vertelt P. J. van Kampen over De mens Clive Staples Lewis daar onder andere dit over:
'Na de oorlog belandde Lewis in het Oxfordse academisch circuit om er feitelijk nooit meer uit weg te gaan. Engelse Literatuur werd zijn leeropdracht. Hij was in die tijd bepaald geen christen, al had hij, zoals zeer velen in die tijd, zijn jonge jaren doorgebracht in de Church of England. Hij achtte zich atheïst, maar dan wel een met sterk "geestelijke interesse"... Jarenlang werd hij geboeid door de Mythologie van Kelten en Germanen; de "Noordsheid" van laatstgenoemde verhalen had hij in z'n botten! Meestal waren dat verhalen vol strijd en geweldpleging, trouw en kameraadschap in de strijd, maar ook van verraad, ondergang en dood, wat een mens niet per se vrolijkt stemt. Lotsbestemming en fatalisme lagen in die tijd dicht bij zijn beleving. In zijn autobiografie Verrast door Vreugde spreekt hij echter over een onweerstaanbare hunkering naar een andere werkelijkheid, waarin alles anders zou zijn.
Deze "joy", zoals hij dat noemt, trok hem erg in de richting van "de hemel" zo men wil. Hij hield echter ook een sterk platonische trek in zijn denken. "It's all in Plato", zegt professor Kirke aan het einde van de Namia-serie, als het hele gezel; schap dat we in de zeven kinderboeken hebben leren kennen en liefhebben, door de poort terechtgekomen zijn in het Nieuwe Namia, een Namia dat "nog meer zichzelf is" dan 't oude Namia ooit kon zijn. Ik denk dat Lewis Professor Kirke een beetje naar zichzelf gemodelleerd heeft.
"De meest weerbarstige bekeerling in heel Engeland"
Koos Lewis bewust voor zijn eigen versie van "atheïsme", voelde hij zich aangetrokken tot Platonisme en "Noordsheid", hij kwam tot overgave aan Jezus Christus. "^
In Verrast door Vreugde spreekt hij over de tijd "dat God mij insloot". Hij merkt over de tijd voor zijn bekering dit op: "Een jonge atheïst kan werkelijk niet zorgvuldig genoeg over zijn geloof waken. Aan alle kanten dreigt gevaar Je moet de wil des Vaders niet doen, zelfs niet proberen te doen, tenzij je bereid bent "van de leer te weten". Al mijn daden, verlangens en gedachten dienden in hanrionie te worden gebracht met universele Geest. Ik onderzocht mijzelf voor het eerst met een serieus praktische bedoeling. En daar trof ik ontstellende dingen aan: een dierentuin vol begeerten, een gekkenhuis vol ambities, een kleuterklas vol angsten, een harem vol gekoesterde haatgevoelens. Mijn naam was Legioen."
Maar dan komt hij tot bekering. "ledere stap die ik genomen had, van het Absolute naar 'Geest', en van 'Geest' naar 'God' was een stap geweest in de richting van het concretere, van grotere klem, van krachtiger dwang. Bij iedere stap had je minder kans om nog baas in eigen ziel te zijn. Geloof in de Incarnatie was een volgende stap in diezelfde richting. God komt hierdoor naderbij, of op een nieuwe manier nabij. (...) Ik weet heel goed wanneer, maar nauwelijks hoe, de laatste stap genomen werd. Op een zonnige morgen reed ik met iemand mee naar Whipsnade, de diergaarde. Toen we vertrokken, geloofde ik niet dat Jezus de Zoon van God is, en toen we bij Whipsnade arriveerden geloofde ik het."
In dezelfde uitgave van Opbouw vertelt ds. J. Mudde onder het opschrift Uit liefde voor Lewis wat hem boeit in Lewis en in zijn werk:
'Wat mij persoonlijk misschien wel het meest in Lewis aanspreekt, is zijn vermogen.om de blijdschap die hij - als vrucht van de christelijke hoop - in zich omdraagt op de lezer over te brengen. Veel andere moderne schrijvers slagen er moeiteloos in om je te laten gruwen van de menselijke perversie, haat en wreedheid. Het hoogtepunt van hun werk is niet zelden de coïtus van man en vrouw en zo prikkelen zij de menselijke emoties door een al dan niet subtiele overdaad aan geweld en seks in hun werk te verwerken en... laten de lezer vervolgens onrein en ontluisterd aan z'n lot over Lewis doet iets wat slechts weinigen kunnen: hij weet in zijn verhalen het goede, het zuivere en het schone - het voor het gevoel van velen vervelende en saaie - zo te tekenen dat ze een diepe aantrekkingskracht op je uitoefenen.
Hij doet je vrijwel fysiek voelen dat er een verzadiging van vreugde gereed ligt, waarvan alle aardse vreugde niet meer - maar ook niet minder! - dan een voorsmaak is. De menselijke hunkering naar warmte en licht - het lentegevoel - weet hij optimaal te benutten, al is het alleen al door een tijd van diepe duisternis te typeren als een tijd van "almost spring, but always winter". Buiten de Bijbel zijn er geen andere boeken die zo mijn hoop hebben gevoed, als de boeken van C. S. Lewis.
Kom ik nu te spreken over enkele passages die mij nog meer dan andere raken en geraakt hebben. Ik weet wel, dat is een riskante onderneming. Immers, eenmaal uit de context van hun verhaal gehaald is het zeer twijfelachtig of van zulke passages dezelfde zeggingskracht uitgaat als binnen die verhalende context. Daarbij komt, het zijn ook persoonlijke keuzes, en het is maar de vraag of anderen ze ook zo zouden maken. Toch zit in de keuzes ook iets bovenpersoonlijks. Dat heb ik gemerkt tijdens het pastoraat. Meer dan eens namelijk heb ik ervaren, dat het werk van Lewis kan vertroosten en bemoedigen.
zoals ook schriftgedeelten, psalmen en gezangen dat kunnen.
"Jezus weende"
Zo komt er in Het neefje van de tovenaar een jongetje voor, Digory geheten, wiens moeder zo ziek is, dat ze zal gaan sterven. Gaande het verhaal komt het tot een ontmoeting tussen Asian - de Leeuw - en deze jongen. Een voor Digory uiterst pijnlijke ontmoeting, omdat hij er heel direct oorzaak van is, dat kort na de schepping van Narnia het kwaad {evil) in die wereld is gekomen. Als Digory na deze confrontatie met Asian - uiteindelijk ook met zichzelf! - durft te vragen of Asian zijn moeder wil genezen, kijkt hij in het gezicht van de Leeuw. Wat hij dan ziet overdondert hem. "Want het goudbruine gelaat was neergebogen naast het zijne en (wonder boven wonder) grote glimmende tranen stonden in de ogen van de Leeuw. Het waren zulke grote, heldere tranen vergeleken met die van Digory zelf, dat het op dat ogenblik voelde alsof de Leeuw echt meer verdriet om zijn moeder had dan hijzelf." Kunt u begrijpen dat dit me ontroert? Je komt hier in aanraking met een Goddelijk verdriet, dat dieper gaat dan het onze. Een gedachte, die aanknoopt bij momenten uit de evangeliën waarin we Jezus wenende, of met erbarming bewogen zien. Bijbelwoorden die al sprekend genoeg zijn, maar die door hun heel eigen verhaalcontext extra tot je spreken. En wat kun je daarmee getroost worden en troosten als je zelf of anderen een diep van God verlaten gevoel hebben, of het idee dat de ellende hier God koud laat.'
Wel het meest bekend onder een breed publiek is Lewis geworden door zijn geschrift Brieven uit de hel. In De Reformatie van 28 november schrijft Niek Bakker daarover het volgende:
'Mijn eerste kennismaking met de schrijver was door het lezen van Screwtape Letters (Brieven uit de hel - of van Schroefstrik). Het was voor mij en voor miljoenen lezers met mij een openbaring zoiets onder ogen te krijgen. In Screwtape letters geeft een ervaren duivel instructies aan zijn minder ervaren neef. Op bijzonder scherpzinnige wijze weet de schrijver de listen en lagen van het duivelgebroed, de geheime overleggingen in het hart van de mens en het verband tussen die twee uit de doeken te doen. Hoe geraffineerd, hoe subtiel gaat deze vijand te werk. Wat beschikt hij over veel mogelijkheden om ons op weg naar de hel te helpen. "De duivel is een hoogmoedige geest, die het niet kan verdragen dat men de draak met hem steekt", zei Thomas More. Lewis laat hem meer aan het woord als een listige slang. Heel zakelijk worden instructies gegeven. Maar die zijn zo geraffineerd dat wij ons nog vaker dan tien keer zullen bedenken gering te denken over de vindingrijkheid van Schroefstrik en zijn trawanten.'
In het Centraal Weekblad van 27 november ten slotte schrijft ds. Pieter Boomsma wat hij het belang van C. S. Lewis acht te zijn. Boomsma noemt vier terreinen waarop Lewis ons 'van dienst kan zijn in de soms chaotische situatie van het geloven in deze dagen... Die terreinen zijn: de Bijbel, God, de theologen en onze fantasie'. Ds. Boomsma vermeldt hoe Lewis reageerde op de opvattingen van Rudolf Bultmann. Hij noemt de theologen van dit ogenblik niet bij name die in dezelfde Hjn uiterst kritisch over het Nieuwe Testament oordelen, maar duidelijk is dat hij Kuitert en Den Heyer op het oog heeft.
'Een van de belangrijkste critici van het Nieuwe Testament, Rudolf Bultmann, wordt door Lewis als volgt "aangepakt": "Welk vreemd proces heeft deze geleerde Duitser ondergaan om zichzelf blind te maken voor wat iedereen behalve hij ziet? " In zijn streven de ballast van de traditie kwijt te raken en zo meer zicht te krijgen óp wie Jezus werkelijk was, beweerde Bultmann: "De persoonlijkheid van Jezus is van geen belang in de verkondiging van Paulus of van Johannes... De traditie van de vroege Kerk heeft dan ook niet eens onbewust een beeld van zijn persoonlijkheid bewaard. EUce poging om er een te reconstrueren blijft een spel van subjectieve verbeelding". Anders gezegd: wat je over 'Jezus zegt, bedenk je zelf.
Lewis vraagt zich af: "Welk bewijs hebben wij dat hij een persoonlijkheid zou herkennen als die er is? Want Bultmann staat tegenover de hele wereld. Als er ook iets is dat alle gelovigen en zelfs vele ongelovigen gemeenschappelijk hebben, dan is dat het besef dat zij in de Evangeliën een persoonlijkheid hebben ontmoet. (...) Deze mensen vragen van mij te geloven dat zij tussen de regels van oude teksten kunnen lezen, maar het blijkt dat zij duidelijk niet in staat zijn de regels zelf te lezen". Lewis zou waarschijnlijk hetzelfde zeggen over menig theoloog in deze tijd die ons wil doen geloven dat wij mensen van de 20ste eeuw het beter weten dan de schrijvers van de bijbel.
Zijn belangstelling voor de bijbel werd sterk bevorderd door een ervaring die hij beschrijft in zijn biografie Verrast door vreugde. "Begin 1926 zat de meest door de wol geverfde atheïst die ik ooit gekend heb in mijn kamer aan de andere kant van de haard en zei dat de bewijzen voor de historische echtheid van de evangeliën werkelijk verrassend goed waren." (...)
Theologen
Zoals blijkt uit zijn houding tegenover Bultmann, had Lewis grote moeite met de opstelling van theologen die niet of minder orthodox waren. Dergelijke theologen waren naar zijn mening nogal eens als mensen "die zo druk waren met het bestuderen van varensporen, dat zij de olifant die tussen de varens stond niet opmerken". Waarmee hij wilde zeggen dat zij zich bezighielden met zaken die het zicht op Hem om Wie het ging, bepaald niet bevorderden.
Wanneer ik dan mensen hoor zeggen dat zij in de war raken bij wat zij soms horen over of lezen van sommige theologen, dan wens ik hen van harte toe dat zij eens iets lezen van de heldere en relativerende kritiek die Lewis uit. Theologen zijn in zijn ogen te vaak mensen die in een heel eigen jargon of met een heel eigen theologische manier van denken bezig zijn met zaken die de kern niet raken. Niet dat het christelijk geloof volgens hem eenvoudig is, zeker niet. "Het is niet gemakkelijk, het is niet iets dat iemand verzonnen zou hebben", schrijft Lewis. En over wat Jezus leerde: "Naar mijn mening is de enige die zoiets zeggen kan óf God óf een volledig gestoorde, die lijdt aan het soort waanbeelden dat de hele geest van de mens verstoort".
De vraag die Lewis bezighoudt ten aanzien van theologen die de bijbeltekst kritisch benaderen is: "Waar halen zij hun wijsheid vandaan? Vanuit welke keuzen, met welke vooroordelen lezen zij de bijbel? Hebben zij verstand van literaire teksten? "
Uiteraard valt niet elke theoloog onder zijn kritiek. Lewis weert zich tegen hen die God monddood maken en menen het evangelie verstandelijk aannemelijk te kunnen maken. Tegen hen die meer en luider spreken over hun eigen gedachten en ideeën, dan dat zij zoeken te verstaan wat de Here God te zeggen heeft.'
'Ds. Boomsma noemt Lewis 'een inspirerende helper op de weg van het geloven, in de wirwar van mogelijkheden, ideeën. en ideologieën. Het is daarom dat Lewis, ook 35 jaar na zijn dood, nog volop in de belangstelling staat'. Tenslotte: toen ik deze 'persschouw' over Lewis al bijna gereed had, maakte iemand mij attent op een special van het maandblad Reveil van november 1998 helemaal gewijd aan 'C. S. Lewis 100 jaar'. Reveil is ook de organisator geweest van de Nationale Lewis Dag op 28 november. Adres van Reveil: Postbus 241, 7640 AE Wierden, tel. 0546-577475.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 december 1998
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 december 1998
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's