De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Het Lam Gods (1)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het Lam Gods (1)

10 minuten leestijd

'Lam Gods, dat de zonde der wereld wegneemt, ontferm U over ons'. Het zijn woorden, die dankzij liturgie en kerkmuziek voor velen een bekende klank hebben. Het Agnus Dei als gebed tot Christus heeft vanaf de zevende eeuw een plaats in de avondmaalsliturgie van de Romeinse mis. Luther bracht in deze misliturgie beslissende wijzigingen aan, maar behield het Agnus Dei. We komen dit motief ook tegen in verschillende kerkliederen, onder meer in het lied 'O Lamm Gottes unschuldig', dat door Bachs Matthaus-Passion zeer bekend geworden is.

De woorden wijzen terug naar het bekende woord van Johannes de Doper (Joh. 1 : 29, 36). ook in Handehngen 8 : 32 en 1 Petrus 1 : 19 wordt Jezus het lam genoemd. Daarnaast wijs ik op het laatste bijbelboek, het boek Openbaring, waar de verhoogde Christus niet minder dan 28 keer wordt aangeduid met de benaming 'het lam'. Opvallend is dat hier een ander Grieks woord (amion) gebruikt wordt dan in Johannes 1, namelijk een woord dat de aanduiding is voor een jong schaap, onafhankelijk van zijn geslacht, zodat het dus ook een ram kan aanduiden. Wat dat voor de verklaring van de teksten uit Openbaring ook betekent, in elk geval zullen we de verschillende betekenisnuances in het woordgebruik in het Nieuwe Testament niet mogen verwaarlozen.

Wie zich verdiept in het nieuwtestamentisch onderzoek naar de betekenis van de aanduiding 'lam' of 'lam Gods' voor Jezus, ontdekt dat juist deze betekenis omstreden is, met name als het gaat over de achtergronden van het woordgebruik. De wegen van de exegeten gaan op dit punt, zoals we zullen zien, uiteen.

In deze artikelen wil ik met name op de vraag naar de achtergrond van deze vergelijking ingaan. Mijn uitgangspunt kies ik in het hierboven genoemde woord van Johannes de Doper, maar daarnaast wil ik ook aandacht schenken aan de betekenis die de uitdrukking heeft in het boek Openbaring.

De context van Johannes 1:29

Een enkel woord over het verband, waarin Johannes spreekt over Jezus als het lam van God. In Johannes 1 : 19-28 wordt Johannes door de officiële vertegenwoordigers van de Joden de vraag gesteld: ie bent u? Het antwoord van de Doper bepaalt ons bij zijn levenstaak. Hij is door God geroepen om te getuigen van het Licht, de komende en gekomen Messias van Israël (vgl. 1 : 6-7). Wie hij zelf ook mag zijn, vergeleken met Hem, die na hem komt, is zelfs de slavenrol voor hem nog teveel eer. Zijn taak en plaats is van zichzelf af te wijzen en naar de Komende heen te wijzen met zijn prediking en zijn waterdoop.

In de verzen 29-34 beschrijft de evangelist hoe Johannes als reactie op de verschijning van Jezus zelf Jezus aanwijst als het lam van God. Dit getuigenis bereikt een hoogtepunt in de verzen 32-34. Jezus, deMessias van Israël, is de Drager van de Geest en tegelijk de Gever van de Geest. Tot Hem komen de eerste leerlingen, die, langs velerlei wegen gezocht en gevonden. Hem volgen gaan en Hem belijden als de vervulling van de aan Israël geschonken belofte. In de verzen 35-52 staat in kiem de gemeente voor ons die Jezus belijdt als de Messias van Israël en de Zoon van God. We kunnen uit het verband dus de conclusie trekken dat de aanduiding 'lam' slechts een van de vele aanduidingen is voor Jezus en wat ook de achtergrond van deze vergelijking mag zijn, we zullen de betekenis ervan niet mogen losmaken uit het geheel van uitspraken waarin de heerlijkheid van Christus betuigd wordt.

Messiaanse titel

Maar wat is de betekenis van deze uitdrukking? Moeten we denken aan een uitspraak die primair slaat op de vernedering van Jezus, zijn lijden en sterven of heeft de uitdrukking vooral betrekking op zijn macht? Deze laatste uitleg is onder meer verdedigd door de Zuid-Afrikaanse nieuwtestamenticus P. J. du Plessis, die in de bundel De knechtsgestalte van Christus (Kampen 1978) op grond van een uitvoerig onderzoek naar de structuur van de perikoop tot de conclusie komt dat de woorden betrekking hebben op de macht en de heerlijkheid van Christus. Deze komen tot uitdrukking in het wegnemen van de zonde, dat in vers 33 nader wordt omschreven als dopen met de Heilige Geest. De aianduiding 'lam' houdt volgens Du Plessis niet de gedachte aan het lijden in en moet niet uitgelegd worden in de zin van de vernedering van Christus, maar geeft aan dat Jezus in een bijzonder wezensverband met de Vader staat als de eniggeboren Zoon van God. Jezus vertoont de bijzondere eenheid met en de liefde van de Vader in zijn heerlijkheid. De uitdrukking in Johannes 1 : 29 moet dus opgevat worden als een koninklijke hoogheidstitel, waarmee Johannes, wijzend op Jezus tot uitdrukking brengt: Zie hier, de Messias en de heilstijd'.

Ook de bekende Engelse geleerde C. H. Dodd, die een beroemd boek schreef over de interpretatie van het vierde Evangelie, beschouwt 'lam' als een traditionele Messiaanse titel, in feite gelijk aan 'koning van Israël'. Dodd is van mening dat we bij 'lam van God, moeten denken aan een machtstitel, zoals we die ook in de Openbaring van Johannes vinden, o.a. in Openbaring 14 : 1-5 waar het lam strijd voert tegen Gods vijanden.

Dodd beroept zich voor deze uitleg op enkele plaatsen in geschriften uit de tijd tussen het Oude en het Nieuwe Testament, waarin het volk van God als een kudde gezien wordt en zijn leiders als gehoornde schapen of rammen (1 Henoch 89 : 46 en Test. 12 Patriarchen Test. van Jozef 19 : 8). Nu is het zeer de vraag of de aangevoerde teksten uit 1 Henoch en het Testament van Jozef de daaraan toegekende bewijslast kunnen dragen. Laatstgenoemde tekst wordt doorgaans beschouwd als een christelijke toevoeging en de tekst uit 1 Henoch is niet specifiek Messiaans. Dat neemt niet weg dat de Messiaanse interpretatie ook sterke papieren heeft. In de oudtestamentisch - joodse verwachtingen aangaande de Messiaanse tijd is de gedachte dat de Messias zal bevrijden van de zonde en aan de macht van de zonde een einde zal maken een veel voorkomend gegeven. En in het geheel van Johannes 1 : 29-52 komen we een opeenstapeling van Messiaanse titels tegen: e Christus, de Koning van Israël, de Zoon Gods.

Al legt de hier genoemde uitleg zoals we nog zullen zien, de vinger bij een tjelangrijk gezichtspunt, toch blijft de vraag dan wel staan, waarom Johannes in 1 : 29 nadrukkelijk spreekt over een 'lam', en niet over 'koning' of 'zoon'. Mijns inziens kunnen we het aspect van lijden en vernedering niet buiten beschouwing laten. Terecht wijzen Witkamp {Jezus van Nazareth in de gemeente van Johannis, Kampen 1986, 71vv) en anderen er op, dat het woord van Johannes de Doper ook door de evangelist is overgeleverd om antwoord te geven op de vraag: at is dit voor een Messias en op welke wijze brengt Hij het heil? Het is naar mijn mening niet te ontkennen dat met de aanduiding 'lam' het vierde evangelie een relatie legt met de dood van Jezus. Maar ook dan wordt er ter verklaring van de uitdrukking naar verschillende achtergronden gewezen.

Jesaja 53

In het bijzonder wordt dan verwezen naar Jesaja 53. Volgens de bekende geleerde J. Jeremias zou het Griekse woord voor 'lam' teruggaan op een Aramees woord dat zowel 'lam' als 'knecht' betekent. Johannes zou dan ook met dit beeld zinspelen op het vierde lied aangaande de Knecht des Heeren, die als een lam ter slachting werd geleid (Jes. 53 : 7). Anderen hebben op deze verklaring een variant aangebracht in die zin, dat zij van oordeel zijn dat de woorden lam/knecht van God teruggaan op Jesaja 42 : 1, waar de Knecht Gods uitverkorene wordt genoemd, zoals ook in een aantal handschriften van Johannes 1 : 34. De Messiaanse uitleg van Jesaja 53 is oud, al blijft het een moeilijk te beantwoorden vraag in hoeverre de synagoge aan een lijdende Messias heeft gedacht. In ieder geval komen we in de nieuwtestamentische prediking verschillende malen een verwijzing tegen naar Jesaja 53 om de heilsbetekenis van Jezus' sterven voor onze zonden aan te geven. Een bezwaar tegen de verklaring van Jeremias is wel, dat de dubbele betekenis van het Aramese woord weinig voor de hand liggend is. Bovendien kan men met Ridderbos vragen waarom een vertaler de bekende uitdrukking 'knecht van de HEERE' ZOU weergeven door het veel minder bekende 'lam van God'.

Het Pascha-lam

In een andere richting gaan uitleggers die in het woord van de Doper een verwijzing zien naar het Pascha. Jezus zou in het woord van Johannes 1 worden aangewezen als het ware Paaslam. Het vierde

evangelie staat daarin niet alleen. Paulus spreekt in 1 Korinthiërs 5 : 7 over Christus als ons Pascha-lam, terwijl ook in 1 Petrus 1 : 19 de heilsbetekenis van Jezus' sterven wordt uitgedrukt in woorden die verwijzen naar het bloed van het paaslam, dat voor Israël verlossing betekende.

Bovendien is er terecht op gewezen, dat de evangelist Johannes Jezus' weg en werk gedurig weer in verbinding brengt met het Paasfeest (2 : 13; 6 : 4; 11 : 55; 12 : 1; 13 : 1). In Johannes 19 : 14 wordt op het beslissende moment van het proces voor Pilatus gesproken over Jezus' koningschap en de evangelist tekent daarbij dan aan: Het was voorbereiding voor het Pascha, ongeveer het zesde uur', dat wil zeggen het tijdstip waarop in de tempel de paaslammeren geslacht werden. De koning der Joden wordt, zo wil de evangelist zeggen, als het paaslam geslacht.

Maar zo wordt door anderen daartegen opgemerkt, er is in het Oude Testament geen aanwijzing dat het paaslam de zonde draagt. Het paaslam in Exodus 12 komt immers niet ter sprake binnen het kader van de offerwetgeving. Iaat staan als offer ter verzoening van de schuld. Het is de vraag of deze tegenwerping zoveel ge­ wicht in de schaal legt. De woorden uit Exodus 12 over het slachten van het Pascha worden in later tijd wel degelijk uitgelegd in de zin van een offer. Een rabbijnse overlevering zegt: 'Ik zal mij over u ontfermen, door het bloed van het Pascha en het bloed van de besnijdenis en Ik zal u vergeving schenken'. Pascha-offer en zondoffer worden in sommige rabbijnse tradities in één adem genoemd.

Offerdienst

Nog weer een andere richting is door Ridderbos gewezen in zijn commentaar op Johannes 1 : 29. Ridderbos zoekt de achtergrond niet specifiek in allerlei zoendoodmotieven, zoals Jesaja 53 of het ritueel van het Pascha - hij noemt dit 'overinterpretatie' - maar wijst op de tempeldienst als zodanig. Daar lag voor een Israëliet de zetel van de dienst der verzoening en dat niet alleen op hoogtepunten van de eredienst, maar veeleer in het voortgaande, dagelijkse morgen-en avondoffer van een éénjarig lam, het Tamid offer. Als zoon van een priester is Johannes de Doper ongetwijfeld van huis uit vertrouwd geweest met de offerdienst en de offerwetgeving van Israël en dus met de gedachte dat de gemeen­ schap tussen de HEERE en zijn volk rustte in het offer. Wijst Johannes Jezus aan als het lam van God, dan ligt, aldus Ridderbos, in deze zeer opvallende absolute kwalificatie veeleer opgesloten, dat in de plaats en als vervulling van het voortdurende, nimmer aflatende ('tamid') offerlam in de tempeldienst God zelf nu eens en voorgoed in het eigenlijke, ware, ('eschatologische') Lam voorziet (vgl. Gen. 22 : 8), dat de zonde der wereld wegneemt.

Ridderbos voegt er dan aan toe, dat dat niet betekent dat de Doper daarmee expliciet op de dood van Jezus gewezen zou hebben, als de weg waarin Deze plaatsbekledend de zonde der wereld zou wegnemen. 'Al wat hier in één grootse alomvattende uitspraak gezegd wordt is, dat voor de tot nu toe door het lam gesymboliseerde verzoening en inwonende gemeenschap tussen God en zijn volk, van nu af Jezus intreedt en instaat en dat voor de verzoening van de gehele wereld'. Jezus is, schrijft Ridderbos, het Lam, zoals Hij ook de tempel is (2 : 19) en de feesten en de sabbat in Hem hun vervulling vinden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 december 1998

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Het Lam Gods (1)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 december 1998

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's