De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Bavinck blijft boeien (5)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Bavinck blijft boeien (5)

7 minuten leestijd

Gereformeerd en bevindelijk

Terecht waarschuwt Bavinck voor het gevaar dat de bevinding een voorwaarde wordt voor het geloof. Toch schrijft hij daarmee de bevinding niet af. Hij waarschuwt tegelijk voor het andere gevaar, namelijk dat het geloof verwordt tot een verstandelijk aannemen van de waarheid. Dode orthodoxie is altijd een voorloper van de vrijzinnigheid. Hij heeft in de Gereformeerde Kerken van zijn dagen bepaalde ontwikkelingen geconstateerd, waarvan wij, zo'n driekwart eeuw later nog kunnen leren. Laten we eerst eens naar hem luisteren en daarna evalueren.

Piëtisme

'Piëtisme en methodisme waren, evenals zoovele andere pogingen tot reformatie des levens in Protestantsche kerken, tegenover de doode orthodoxie in hun recht. Zij bedoelden oorspronkelijk niets anders, dan de slapende Christenheid wakker te schudden, wilden geen verandering aanbrengen in de belijdenis der Reformatie maar deze alleen toepassen in het leven.' In De zekerheid des geloofs zegt hij: 'Daar spreekt uit deze richting eene hoogschatting en behartiging van het ééne noodige, welke ons in de drukte van het hedendaagsche leven al te zeer ontbreekt. Terwijl de Christenen in vroeger dagen om zichzelven de wereld vergaten, loopen wij gevaar in de wereld onszelven te verliezen.' Uit deze woorden spreekt een bezorgdheid voor de ontwikkeling binnen de Gereformeerde Kerken. Hoewel Bavinck alle wereldmijding afwijst, heeft hij toch het gevaar gezien van oppervlakkigheid in de enorme nadruk die er gelegd werd in het Calvinistische Reveil van Kuyper op de christelijke cultuur. Aan deze zorg heeft Bavinck meermalen uiting gegeven. Kenmerkend is wat hij schrijft over de preken van de Erskines 'er is een belangrijk element in, dat ons heden ten dage veelzins ontbreekt. Het treffendst komt dat uit, als wij preeken als van de Erskines vergelijken met de stichtelijke lectuur, die tegenwoordig, vooral in de christelijke verhalen en romans, op de markt wordt gebracht. De geestelijke zielekennis wordt erin gemist. Het is alsof wij niet meer weten, wat zonde en genade, wat schuld en vergeving, wat wedergeboorte en bekeering is. In theorie kennen wij ze wel, maar wij kennen ze niet meer in de ontzaglijke realiteit van het leven. (...) We voelen bij het lezen der oude schrijvers, dat ons een stuk uit het leven wordt aangeboden; het is de realiteit zelve die ons te aanschouwen wordt gegeven. (...) En het is het minste deel van ons volk niet, dat in die stichtelijke lectuur van vroeger dagen nog altijd zich de ziel verkwikt.'

Op het Gereformeerd Studenten Congres van 1918 maakte Bavinck een opmerking in dezelfde richting: 'Wat zijn wij vooruitgegaan! Wat hebben wij wetenschappelijk en cultureel op de oudere generatie van afgescheidenen veel voor! Maar één ding nadden deze mensen op ons voor: die wisten nog wat zonde en genade was. En lopen wij wel eens niet het gevaar, dat wij, bij al onze toegenomen kennis en cultureel inzicht, dat ene gaan vergeten? '

Heimwee

Uit deze citaten blijkt dat Bavinck zijn bevindelijk-gereformeerde afkomst nooit verloochend heeft. De tonen van de Afscheiding klinken in zijn woorden door. Het is soms alsof Bavinck toch een zeker heimwee heeft naar de sfeer van de gezelschappen en de oude schrijvers alsof hij zich toch nog meer thuis voelt bij het 'innige Christendom', dan bij de Kuyperiaanse kerstening van cultuur en maatschappij. 'Wij zijn er heden ten dage op uit, om de gansche wereld te bekeeren, om alle levensterreinen, gelijk het heet, voor Christus te veroveren; maar wij laten menigmaal na, te vragen, of wij zelven in waarheid tot God bekeerd en in leven en sterven het eigendom van Christus zijn. En toch, op die vraag komt het wel degelijk aan; zij mag niet, onder het brandmerk van piëtistische of methodistische bekrompenheid, uit ons persoonlijk of kerkelijk leven gebannen worden.' Ging achter het Kuyperiaanse denken niet te veel een positieve verwachting van de wedergeboren christen schuil. Het isolement is geen waarborg gebleken voor de invloed van de moderne theologie en levensstijl. De wereld heeft de kerk meer beïnvloed dan andersom. Bavinck heeft dit ingezien de diepste oorzaak gezocht in het gebrek aan authentiek geestelijk leven. Je kunt alles gereformeerd noemen en je inbeelden dat je een boodschap hebt voor heel de wereld, maar wanneer je niet meer uit die boodschap leeft in afhankelijkheid van de Heere, zal die boodschap geen kracht hebben. De persoonlijke geloofsrelatie met Christus is nodig om staande te blijven en de wereld werkelijk te beïnvloeden.

Realiteit

Zijn Bavincks woorden geen waarschuwing voor ons? Weten wij nog wat zonde en genade is in de ontzaglijke realiteit des levens? Als we alleen de woorden hebben om door te geven, zullen de jongeren zoeken naar iets anders. Een lege vorm zonder bevindelijke kennis van Christus, is niets meer dan dode rechtzinnigheid. Hoe bevindelijk zijn we eigenlijk nog? Hoe authentiek, existentieel, of welk modern woord je dan ook wilt gebruiken. Hebben we de boodschap die we brengen doorleefd tot op de bodem van ons hart of zijn we bezig vertrouwde klanken uit te stoten in de prediking? Het zijn vragen die ons moeten aansporen tot een grondige zelfanalyse. We moeten terug naar de levende geloofsverbinding aan de levende Heiland, de Zaligmaker van zondaren. Het komt ook voor ons aan op de vraag of wij zelf écht tot God bekeerd zijn en zo in leven en sterven het eigendom van Christus. Die vraag is niet bekrompen, maar van levensbelang ook om in de postmoderne cultuur een helder geluid te laten horen. De wereld heeft christenen nodig die geloven wat ze zeggen. Dat moet te merken zijn aan de ernst waarmee wij leven uit het In deze serie artikelen staat de theologie van Herman Bavinck (1854-1921) centraal.

Juist hij heeft gewaarschuwd tegen de ontwikkeling in zijn kerken, waardoor de bevindelijke waarde van het geloofsleven in diskrediet werd gebracht. Een gereformeerde les voor bevindelijke hervormden.

woord van God, aan de toon die we aanslaan als we spreken uit het woord van God, aan de liefde die er is tot onze Koning en tot elkaar. Een heilig leven is het beste evangelisatiemiddel.

Geen scheiding

Bavincks waardering voor het Piëtisme neemt toch niet weg, 'dat de beteekenis van de Christelijke religie niet tot de redding en zaligheid van enkele zielen beperkt mag worden.' De zekerheid van het geloof is niet het eindpunt, maar het beginpunt van de heilsweg. Een christen is iemand 'die niet naar het geloof streeft, maar uit het geloof leeft; die niet werkt, om te gelooven, maar gelooft om te werken.' Het religieuze leven is het centrum van waaruit al zijn denken en handelen uitgaat. In de gemeenschap met God sterkt hij zich voor de arbeid. 'Maar dat verborgen leven der gemeenschap met God is toch het gansche leven niet. (...) Het geestelijke leven sluit het huiselijk en burgerlijk, het maatschappelijk en staatkundig, het leven voor kunst en wetenschap niet uit.' Bavinck wil niets weten van een scheiding tussen geestelijk en natuurlijk, religieus en werelds. In het kruis zijn hemel en aarde met elkander verzoend. Daarom loopt naar Gods raad de historie uit op de redding der gemeente als nieuwe mensheid, op de verlossing der wereld, op de nieuwe hemel en de nieuwe aarde. Wereldmijding is onnodig en onmogelijk. Het is goed om te leven voor Gods aangezicht. Het is goed om in dat leven te dienen, onze taak in Gods plan te volvoeren. We staan midden in de wereld en mogen in vrijheid gebruik maken en genieten van de schepping. De aarde is van de Heere en haar volheid. Maar juist als we dat beseffen kunnen we niet opgaan in de wereld, juist dan zullen we inzien dat de wereld zonder God en Christus leeg is. Dan wordt alles relatief, gerelateerd aan het Koninkrijk Gods.

Bavinck besluit De zekerheid des geloofs met de woorden: 'Priester in 's Heeren tempel, is de geloovige dies koning over de gansche aarde. Omdat hij Christen is, is hij mensch in vollen, waarachtigen zin. (...) Hij doet goede werken eer hij eraan denkt en draagt vruchten voordat hij het weet. Hij is een bloem gelijk, die onbewust haar lieflijken geur rondom zich verspreidt. Hij is in één woord een mensch Gods, tot alle goed werk volmaaktelijk toegerust. En wijl het leven hem Christus is, is straks het sterven gewin'.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 december 1998

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Bavinck blijft boeien (5)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 december 1998

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's