De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Een Chinese in Drenthe

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een Chinese in Drenthe

8 minuten leestijd

Na een bezoek aan het Noorden des lands belandde ik dezer dagen voor een snelle lunch in een Chinees restaurant in een dorp in Drenthe. Dat lijkt op het eerste gezicht geen nieuws voor een bijdrage in deze kolommen. Toch wil ik graag een ervaring aldaar met de lezers delen.

Het was nog vroeg en er waren verder geen gasten. De vrouw, die bediende, onderhield zich met een dochtertje van pakweg tien jaar, dat kennelijk met Mar huiswerk bezig was. Toen ze een gesprek aanknoopte bleek ze maar zeer gebrekkig Nederlands te spreken, zeg chinacadabra. De dochter echter bleek ge-schoold. Ze sprak het Nederlands vloeiend en tolkte een beetje bij het gesprek. De vrouw vroeg of ik ver van huis was en vervolgens welk werk ik deed. Hoe maakt men dat een Chinese duidelijk? Ik vertelde, zo goed en kwaad als dat ging, dat ik bezig ben in dienst van de kerk en dat ik daarvoor ook ^p stap was die dag. De kerk? 'Ik geloof in ^3zus', was haar directe reactie. En toen kwam spontaan en met overtuiging haar verhaal los. In haar dorp in (^\ma was ze als kind opgegroeid met enkele andere christenen^die in het geheim bijeen kwamen in een huisgemeente. Elk& zondag zeven personen. Geen voorganger; een paar mensen, zómaar bijeen rondom de Bijbel. Maar nu was er sinds enkele jaren in haar dorp een kerk, waar 's zondags enkele honderden mensen samenkwamen, met een dominee. In elk dorp in China was er nu een kerk. Alles in haar vroegere omgeving was 'boeddha'. Maar daar bloeide nu overal de kerk op.

Hoe diep gaat zo'n gesprek? Zo diep als de taalbarrière het toelaat. Maar directer kon het naar mijn waarneming niet. 'Ik geloof in Jezus.' Toen ze vroeg naar mijn werk antwoordde ik niet, dat ik 'in dienst van Jezus' was. Ik kwam om zo te zeggen niet verder dan 'de kerk'; hoewel dat wel voldoende bleek om haar de naam van Jezus te ontlokken. Een verrassende en ook beschamende ervaring. Zijn wij ook zo vlot met het uitspreken van die naam tegenover de eerste de beste, die we ontmoeten? Ze bleek wat de kerk betreft nu gedesoriënteerd te zijn. Ze kon het allemaal, vanwege de taalbarrière en misschien ook wel vanwege de (kerkelijke) cultuurbarrière, hier toch niet begrijpen.

Doorgeven

Die voorbijgaande ontmoeting in Drenthe bleef me bezighouden. Toen ik het verhaal ergens vertelde kwam er óók een ander verhaal. Een Chinees vrachtschip, met een 120-koppige bemanning, lag in 1997 gemeerd aan een kade ergens in Nederland. Een Chinese voorganger alhier bracht daar Bijbels heen om mee te nemen naar China. Hij moest al spoedig exemplaren bijleveren, omdat de bemanning de exemplaren voor zichzelf had genomen. Een jaar later bleken, zo vernam de voorganger, zeven bemanningsleden tot geloof te zijn gekomen. Twee van hen volgden een opleiding aan een Bijbelschool in China om zich toe te rusten voor het werk van evangelist of van voorganger in één van de dorpen. Bijbelhonger in China!

Ik moest terugdenken aan het artikel, dat prof. dr. H. Jonker een aantal jaren geleden in deze kolommen schreef (De Waarheidsvriend 20 juli 1989) over de ontmoeting met een Chinese ober, die predikantevangelist bleek te zijn in een Utrechtse en in een Amsterdamse Chinese gemeente. De gesprekken waren 'kort maar krachtig', schreef hij. 'Ik ben niet zo geleerd - zei de ober - het gaat mij om de verzoening door Jezus Christus, om geloof, bekering en wedergeboorte.' Daar gaat het mij ook om, zei Jonker.

Van 'moderne theologie' moest de predikant-evangelist niet veel hebben. Jonker ging daarna een dienst bij hern meemaken. 'Ik heb genoten van de dienst. 'Wat een gemeenschap', schreef hij. Een dienst zonder veel 'wetenschappelijke poeha'. Toen hij wegging kreeg hij een Chinees-Hollandse Bijbel mee.

Stormachtig

De laatste jaren horen we veelvuldig van stormachtige groei van de kerk in China en in andere landen in Zuidoost-Azië. Kennelijk hebben we de getuigen ervan ook vlak bij ons en onder ons, in Chinese restaurants en anderssoortige zaken. Vanuit een land, waar 'alles boeddha' is, wordt de naam van Jezus uitgesproken. Met overtuiging. Geen anoniem christendom. 'Al etende' peinsde Jonker verder over de ontmoeting met de Chinese predikantevangelist. Het verging mij niet anders.

Men moet uit vluchtige ontmoetingen als deze geen al té primaire gevolgtrekkingen maken. Bij bredere en diepere kennismaking zal men ook daar wel ontdekken, dat niet alles goud is wat blinkt en dat ook daar het christen-zijn zich buiten het paradijs voltrekt en het verder ook gewoon menselijk toegaat, met alle feilen vandien. Maar hoe kunnen we hier, in de diep invretende secularisatie en ontkerstening, niet verlangen naar een opwekking onder het volk en een verlevendiging van de kerken! Daar is - naar oor-en ooggetuigen ook vertellen - nog sprake van de eerste liefde en van groei van gemeenten. Huisgemeenten groeien uit tot kerken. En er is grote honger naar het Woord.

Beschamend

Bij het vernemen van zulke berichten mag er bij ons wel beschaamdheid zijn. Hoe wordt de kerk in ons 'christelijke westen' niet ontwricht door 'moderne theologie'. waardoor het ene nodige op de achtergrond raakt en mensen niet meer tot 'geloof in Jezus' komen!

Tegenover de groei van de kerk in China leven we hier in een situatie van aangrijpende ontkerkelijking. Zeker, ook hier komen door het evangelisatiewerk mensen tot bekering. Maar moet niet worden gezegd, dat of de missionaire aandrang vaak ontbreekt of dat het missionaire werk afstuit op de hardheid van de secularisatie in een na-christelijke situatie? Hoe komt het toch, dat de naam van Jezus bij ons niet meer zo spontaan wordt uitgesproken en anderzijds ook niet zo direct meer 'landt' bij mensen?

Het meest hield me na dit gesprek bezig de grote verdeeldheid onder ons , zowel binnen de kerken als tussen de kerken. Te onzent zijn we druk bezig kerkelijke posities veilig te stellen en zelfs ook kerkeüjke bruggen op te halen. De kerkelijke situatie is - dat realiseer ik me best - historisch zo gegroeid, maar dan ook vergroeid. Wanneer, zoals in China, huisgemeenten zich ontwikkelen tot gemeenten, zal er nog niet direct van een geordend kerkelijk le.ven sprake zijn. Naarmate de tijd voortschrijdt zal daaraan zeker ook behoefte zijn. Met als gevolg, dat ook daar wel kerkelijke onenigheid zal optreden. Maar is er in zulke situaties niet sprake van eerste liefde, die ook kenmerkend was voor de eerste christengemeenten?

Toen de kerk zich ging institutionaliseren waren er ook al spoedig concilies nodig om de bijbelse leer vast te stellen, ter afgrenzing tegen de al spoedig opkomende dwaalleer. En zelfs de apostelen moesten zich al keren tegen de dwaalleer, die in de gemeente binnensloop. Men denke aan de brieven van Paulus aan de Galaten en de gemeente van Corinthe. Maar zouden de apostelen het in die jaren hebben voorzien, dat het Lichaam van Christus zo verscheurd zou worden als het in onze dagen is?

Nood

In rechtzinnig Nederland, waar de rechte leer dus hoog in het vaandel staat, wordt vaak geklaagd over de nood der tijden. En van tijd tot tijd wordt daarbij gezegd, dat die nood der tijden de kerken wel eens dichter bij elkaar zal kunnen brengen. Voorlopig is het echter nog steeds de diepste nood, dat de splijtzwam nog telkens wéér toeslaat. Er dienen zich steeds weer nieuwe scheuringen of scheidingen aan. En, nog dieper: de nood daarvan wordt soms eerder gevoed dan gevoeld. Dat mo: gen we onszelf ook in de Gereformeerde Gezindte voorhouden, niet in het minst ook in hervormd gereformeerde kring. De verwarring is daarom vandaag groot, aangrijpend zelfs. De verdeeldheid staat intussen de missionaire roeping en zeker de missionaire uitstraling van de kerk in de weg.

De kandelaar kan worden weggenomen.

Moeten we daar naar bijbels getuigenis ook in dit land er niet rekening mee houden? Dan kan de kandelaar ook worden verplaatst. Nederland was ooit een bevoorrecht land als het ging de aanraking met het Evangelie. Zijn we de voorrechten niet aan het verspelen? Zijn vandaag landen als China aan de beurt in Gods plan met deze wereld? Terwijl we druk zijn aan de kerk, spreken anderen, uit andere culturen, eenvoudigweg over hun 'geloof in Jezus'.

We kunnen in onze situatie kennelijk niet meer terug naar de eenvoud van het eerste uur. Maar is het vandaag niet zó ingewikkeld geworden, dat het eenvoudig getuigenis naar buiten niet meer.door kan komen?

Genood

Op de bruiloft te Kana was ooit ook Jezus genood. Hij deed er zijn wonderen. Water werd wijn. Is Jezus nog welkom in onze kerkelijke vergaderingen en ontmoetingen? Anders gezegd: kan Hij er nog binnenkomen? Kan Hij nog wonderen verrichten? De vraag geldt voor de ambtelijke vergaderingen en voor andere kerkelijke bijeenkomsten. Zou Hij, wanneer Hij er echt zou verschijnen, de tafels van de wisselaren niet moeten omkeren?

Misschien vindt menigeen vandaag de vraagstelling te simpel. Ze werd ingegeven door de ontmoeting met een Chinese vrouw, die in Jezus geloofde en niet schroomde dat te zeggen. Meer heeft een mens niet nodig.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 december 1998

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Een Chinese in Drenthe

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 december 1998

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's