Gemeenteopbouw rondom het Woord (2)
Hoe en waar beginnen we met gemeenteopbouw? Het is niet verstandig om Lukraak aan de slag te gaan. Bovendien is het nog minder aan te bevelen om achter het zoveelste model voor gemeenteopbouw dat zich aandient aan te hollen. Wat dat betreft is er de laatste tijd aanbod te kust en te keur: het Willow Creek-concept, de natuurlijke gemeente-ontwikkeling van Christian A. Schwarz, de charismatische gemeentevernieuwing, evangelische ideeën over gemeenteopbouw... Zoek het maar uit. Voor kopiëren van welk model ook ben ik zeer beducht. Te vaak wordt over het hoofd gezien dat ieder ontwerp zijn eigen specifieke context en achtergrond heeft. Willow Creek bijvoorbeeld laat zich niet zomaar verkassen naar de Nederlandse situatie. Daarvoor bestaan er teveel verschillen in religieus en cultureel opzicht tussen de Lage Landen en de States. Het is mij allemaal net even te Amerikaans. Bovendien heeft deze methode naar mijn smaak een veel te hoog marketingen psychologie-gehalte. Dat neemt echter niet weg dat wij van Willow Creek en andere concepten kunnen leren. Waarom zouden we geen waardevolle, bijbels-verantwoorde elementen overnemen van wat ons door anderen wordt aangereikt. Maar laten we in de eerste plaats uitgaan van de eigen kaders. Vanuit de Schrift en onze reformatorische traditie mogen we biddend een weg zoeken tot vernieuwing en opbouw van de gemeente in onze eigen tijd en onze eigen context. Voor mijzelf ben ik bij deze zoektocht erg geholpen door een vijftal kernwoorden, die ik gemakshalve aanduid als de vijf B's: bezinning, beleid, beschrijving, bemensing, begeleiding.
Bezinning
Net als van alle belangrijke zaken in het leven geldt ook van gemeenteopbouw het adagium 'Bezint eer gij begint'. In deze bezinning richten we ons in de eerste plaats op de Schrift. De Schrift is voor alle vormen van gemeenteopbouw de bron en de norm. Door het Woord van God mogen we ons laten inspireren en instrueren. Hier vinden we de lijnen uitgezet van wat gemeente-zijn naar Gods bedoeling is. Tegelijkertijd vinden we hier de grenzen van ons bezig-zijn. Niet alles wat zich aandient of wat wij zelf bedenken in het kader van gemeenteopbouw is verantwoord. Steeds weer hebben we onze ideeën en initiatieven te ijken aan het getuigenis van de Schrift. Daarnaast houdt bezinning ook in dat we onszelf de spiegel durven voorhouden. Strookt ons bezig-zijn met datgene wat de Schrift ons aanreikt? Hoe geven we in onze tijd en in onze situatie invulling aan onze roeping tot gemeenteopbouw? Wie is waarmee bezig en wat zijn ieders ervaringen? Wordt de beschikbare tijd van medewerkers ook efficiënt gebruikt of zijn we wellicht teveel bezig met verspilling van tijd en energie? Is er sprake van overbelasting van sommigen, terwijl anderen ledig aan de markt staan? Zijn er soms witte vlekken of braakliggende terreinen waar we niet aan toekomen? Overigens spreekt bezinning in kerkenraadsverband over gemeenteopbouw niet vanzelf. Soms moeten er hobbels genomen worden alvorens deze zaken bespreekbaar zijn. Niet zelden is er een zekere onderhuidse afweer. De (meestal niet uitgesproken) vrees voor iedere verandering of vernieuwing kan remmend werken. Men negeert dan de problemen of schrijft ze simpelweg toe aan de geesteloze tijd waarin we leven. Daaraan valt immers toch niets te veranderen. We kunnen alleen bidden en wachten tot God Zelf daarin een wending ten goede zal geven. In andere gemeenten komt men aan een
In andere gemeenten komt men aan een fundamentele bezinning niet toe door tijdgebrek. De kerkenraadsagenda is overvol en iedereen is druk met commissies en vergaderingen. De vrees kan ook leven dat er door het bezig-zijn met gemeenteopbouw nog meer werk op de ambtsdragers afkomt, terwijl zij hun handen al meer dan vol hebben aan het bestaande. Hopelijk dringt het besef steeds meer doordat het gaat om een noodzakelijke diepte-investering. In de praktijk zal blijken, dat tijd die hieraan besteed wordt geen verlies maar winst oplevert.
Beleid
Op basis van bezinning is het mogelijk concrete afspraken te maken over toekomstig beleid. We benoemen de stappen die we willen zetten om te komen tot ons doel. Welk doel? Het hoogste doel is dat de gemeente echt een stralende bruidsgemeente zal zijn, die haar Bruidegom hartelijk liefheeft, wervend in de wereld staat en zijn wederkomst met groot verlangen tegemoet leeft. We beseffen allemaal dat dit einddoel ver weg ligt. Alles wat hier en nu gerealiseerd wordt, is stukwerk, gebrekkig en onvolkomen. Pas op de jongste dag, als de zonde, de duivel en de wereld haar niet langer parten spelen, zal de gemeente werkelijk zijn zoals God haar bedoelt. Wij kunnen niet meer doen dan bescheiden tussen-doelen formuleren en nastreven; tussen-doelen die staan in het perspectief van het grote einddoel. De vragen die we ons stellen bij het formuleren van beleid zijn onder andere: Waar willen we met onze gemeente naartoe? Wat voor consequenties heeft dat voor het jeugdwerk, het evangelisatiewerk, het pastoraat etc? Waar kunnen we bij aansluiten? Welke veranderingsprocessen moeten in gang worden gezet? Welke prioriteiten stellen we en welk tijdpad zetten we daarvoor uit? Vooral dat laatste vraagt zorgvuldige afweging. Niet alles wat bijbels-gezien verantwoord of zelfs geboden is kan ook a la minute worden gerealiseerd. Naast het principiële is er ook altijd de pastorale kant van de zaak. Wat is wijs? Waar is de gemeente op dit moment aan toe en wat kan beter op een later moment? In alle gevallen is het beter niet te veel ineens te willen en nadrukkelijk te doseren en te faseren. Soms is het verstandig om 'proefpoldertjes' te kiezen. Ambtsdragers die een nieuwe benadering zien zitten mogen daarmee beginnen, terwijl de anderen de tijd krijgen om zich nader te oriënteren. Zo kunnen we van elkaar leren en naar dingen toegroeien. Een standaard-model valt nooit te geven. De ene gemeente is de andere niet. Daar moet rekening mee worden gehouden. Er is verschil tussen een stadsgemeente en een gemeente op het platteland. In een geseculariseerde omgeving is een andere benadering nodig dan in streken waarin de volkskerk nog min of meer intact is. Ook is er onderscheid tussen een gevestigde gemeente en een gemeente in een nieuwbouwwijk. Dat laatste heb ik zelf sterk ervaren. In Woerden-Centrum stapte ik in een reeds lang bestaande situatie. In de loop van de tijd heeft zo'n gemeente een eigen structuur gevonden. Er is een bepaalde manier van werken gegroeid waar je niet omheen kunt en omheen mag. Velen hebben in zo'n patroon hun plekje en hun ritme gevonden. De neiging om op dat spoor door te willen gaan is dan groot en alle voorstellen tot verandering kunnen bedreigend overkomen. Waarom zouden we? We doen het toch al jaren zo, waarom moet het nu ineens allemaal anders? Over zulke gevoelens en gedachten mag je niet heen walsen. Vooral als nieuwkomend predikant moet je oppassen niet met klompen door de porseleinkast te lopen. Voor je er erg in hebt, roep je vervreemding op, doe je mensen onnodig pijn en misken je de inzet en bewogenheid van trouwe werkers. Heel anders is wat dit betreft de situatie in een nieuwbouwwijk zoals ik die in Waddinxveen-Zuid aantrof. Nog maar enkele jaren was de gemeente geïnstitueerd. Als eerste predikant mocht ik daar in zekere zin pionierswerk doen. Een geweldige uitdaging. Alles even pril en nieuw. Geen vastgeroeste gewoonten of ingesleten tradities, maar een grote mate van openheid en verlangen naar groei. Geen eigen kerkgebouw, maar diensten in de aula van een school. Gemeenteleden die uit alle gaten en hoeken van Nederland komen, zowel geografisch als kerkelijk. Vele nieuwe bewoners in de wijk die zich aan de rand of allang buiten het erf van de kerk ophouden. Een kersverse kerkenraad die zich voor de taak gesteld ziet leiding en structuur te geven aan een jonge, zeer gemêleerde gemeente in het Groene Hart van Nederland. In de regel is het in zo'n nieuwe wijk gemakkelijker om een eigen aanpak te realiseren dan in een gevestigde gemeente. ledere situatie vraagt om een eigen werkwijze. Hoewel er toch ook sprake kan zijn van gemeenschappelijke uitgangspunten. Gelijksoortige benaderingen zijn zeker niet uitgesloten. Veel van de ideeën die ik in de historische kaasstad mocht opdoen, waren later zonder meer bruikbaar voor de situatie in de gloednieuwe wijkgemeente aan de Gouwe.
Beschrijving
Het is sterk aan te raden om geformuleerd beleid meteen vast te leggen. Dat kan onder meer door middel van een beleidsplan. Zo'n plan kan door de kerkenraad - na adviezen van de commissies van bijstand - worden vastgesteld en vervolgens besproken worden op een gemeenteavond. Door een goede beschrijving van het beleid wordt het des te gemakkelijker de gemeente te informeren en te motiveren. En dat laatste is weer absolute voorwaarde willen de voorgenomen plannen ook werkelijk landen in de gemeente. Een andere manier van beschrijving is het samenstellen van een werkdocument, dat ik gemakshalve maar een wijkmap of gemeentemap noem. Hierin wordt allereerst het beleidsplan opgenomen, inclusief de principiële, bijbels-theologische onderbouwing en uitgangspunten van wat ons voor ogen staat. Vervolgens kunnen hierin ook alle verantwoordelijkheden, taken en werksoorten worden beschreven. Wat mag in onze gemeente worden verwacht van de predikant, de ouderlingen, diakenen en ouderling-kerkvoogden? Wat is de taak van bezoekbroeders en bezoekdames? Wie is aanspreekbaar voor hand-en spandiensten, voor het kerkblad etc. In het verlengde hiervan krijgen ook de namen adressen en telefoonnummers van allen die in de gemeente een taak hebben een plaats. Zo'n wijk-of gemeentemap biedt vele voordelen. Er ontstaat een onmisbaar naslagwerk voor ieder die bij de gemeenteopbouw betrokken is. Iedereen kan ook weten wat van hem of haar verwacht mag worden. Het wordt gemakkelijker elkaar aan te spreken op verantwoordelijkheden. Nieuwkomers krijgen sneller inzicht en overzicht betreffende het gemeentewerk. Voorkomen wordt dat het roer ineens omgegooid wordt wanneer er een Farao opstaat die Jozef niet meer gekend heeft. Belangrijk in dit verband is natuurlijk wel het actualiseren van de wijk-of gemeentemap. Ook in de kerk zijn er in de regel veel mutaties. Wil zo'n document werkelijk van waarde blijven, dan dienen veranderingen en aanvullingen snel en nauwgezet te worden ingevoerd. Dankzij de hulp van de computer hoeft dat in de meeste situaties echter een niet al te groot probleem te zijn.
Bemensing
Een moeilijkheid kan zijn het vinden van mensen voor de diverse taken die uitgevoerd moeten worden. Het is vaak al lastig om ambtsdragers te vinden. Hoe krijgen we de vacatures opgevuld als er nog weer nieuwe activiteiten komen? Eén ding is van het allergrootste belang. Het gaat erom dat de juiste mensen op de juiste plaatsen terechtkomen. In dit opzicht kunnen we niet zorgvuldig genoeg zijn. Al te vaak blijkt achteraf dat sommigen toch niet geschikt zijn voor het stukje werk waarvoor ze gevraagd zijn. Terwijl men soms wel bijzondere gaven heeft voor andere taken. We moeten waken voor te gemakkelijke benoemingen, voor een te snel afgaan op vage informatie, zonder echt op de hoogte te zijn van iemands kwaliteiten. Juist hier blijkt van hoe groot belang het is dat kerkenraden hun gemeenteleden goed kennen. In de regel is werving via het kerkblad minder wenselijk. Gemeenteleden reageren niet gemakkelijk op een algemene oproep. Het is bovendien de vraag bf het een verstandige aanpak is. Beter lijkt me een gerichte, persoonlijke benadering. In een gesprek kan de inhoud en omvang van een bepaalde taak worden aangegeven en krijgen mensen de kans hun vragen te stellen en een goede afweging te maken. In het algemeen mag van ieder belijdend lid van de gemeente verwacht worden dat hij of zij bereid is een deel van de beschikbare tijd te besteden in dienst van Gods Koninkrijk. Dat beloofde men toch op de dag van de openbare geloofsbelijdenis? 'Wilt gij naar de u geschonken gaven medewerken aan de opbouw van de gemeente van Christus? ' Wie op deze vraag ooit ja gezegd heeft, is daarop ook aanspreekbaar. Een manier om de drempel te verlagen kan zijn het op 'stage' sturen van belijdeniscatechisanten. Laat de kerkenraad een lijst van stageplaatsen aanleveren: de zondagsschool, het evangelisatiewerk, het jeugdwerk enz. ledere belijdeniscatechisant kan dan een keuze maken en gedurende enkele weken meelopen en meedoen in een betreffende werksoort binnen de gemeente. Op deze wijze komt het participeren in gemeenteopbouw dichterbij en krijgen de aanstaande lidmaten de kans om te ontdekken waar hun gaven liggen.
Begeleiding
De laatste van de vijf B's betreft de begeleiding. Een proces binnen de gemeente op gang brengen is één, maar continuering daarvan is minstens zo moeilijk. Nieuwe werkvormen vragen introductie, maar ook bewaking. De kerk bestaat uit vrijwilligers en niet uit beroepskrachten. Daarom is het nodig elkaar voortdurend te helpen, te bemoedigen, te stimuleren en zo nodig ook te corrigeren.
Erg nuttig kan het in dit opzicht zijn om een ervaren ambtsdrager tot mentor te maken van een pas benoemde. Hetzelfde kan gebeuren met andere werksoorten. Iemand die al jaren bezig is in het evangelisatiewerk kan een nieuwe medewerker onder zijn hoede nemen om hem of haar gedurende een bepaalde tijd te begeleiden en te ondersteunen. Zo kunnen fouten worden voorkomen, de kwaliteit van het werk worden verbeterd en krijgen de werkers niet het gevoel maar op hun eentje te moe ten voorttobben.
Het verdient aanbeveling om van tijd tot tijd om te zien en te evalueren. Beantwoordt de praktijk aan onze verwachtingen? Is er aanleiding dingen anders aan te pakken en afspraken bij te stellen? Zo wordt voorkomen dat een structuur een harnas wordt en blijven we voortdurend in beweging met het oog op de Zaak.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 december 1998
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 december 1998
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's