De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Het Lam Gods (2)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het Lam Gods (2)

9 minuten leestijd

Plaatsbekledend sterven

Naar mijn mening ligt hier in de overigens boeiende uitleg van Ridderbos toch een zekere tegenstrijdigheid. Wie de uitspraak van Johannes de Doper verklaart vanuit het dagelijks offer in de tempel, kan er naar mijn mening niet omheen deze woorden te zien als heenwijzing naar het sterven van Jezus voor de zonde van de wereld. Het offeren van lammeren in de tempeldienst betekent toch hun dood.

Zo heeft Johannes de Doper Jezus herkend als het unieke Godslam, als de Messias, die tegen de gangbare verwachtingen in zijn leven aflegt en verzoening met God tot stand brengt door zijn sterven. Dat is het unieke van Jezus als de Messias van Israël: Hij is de lijdende en stervende Messias, die in deze weg plaatsbekledend heil verwerft.

En wanneer deze Messias het lam van God genoemd wordt, klinken daarin allerlei motieven uit wet en profeten mee. We worden herinnerd aan het woord van Abraham tot Izaak dat God zelf voorziet in het lam ten brandoffer (Gen. 22 : 8), aan het paaslam van Exodus 12, aan de zondebok, die bestemd is om de schulden weg te dragen (vgl. Lev. 16), aan het dagelijks offer in de tempel, en vooral aan Jesaja 53, waar de profeet van Gods onschuldige Knecht getuigt, dat hij, gewillig als een lam, dat ter slachting wordt geleid, zijn leven stelt als schuldoffer voor de velen (Jes. 53 : 7, 10, 11). Was het sterven van Jezus voor vele joden een bewijs, dat Jezus onmogelijk de Messias kon zijn, het woord van de Doper zoals dat door de evangelist Johannes wordt overgeleverd, getuigt daartegenover, dat Jezus' sterven volgens Gods bestemming een zoendood is en niet tégen, maar vóór zijn messianiteit spreekt (Witkamp). In aansluiting aan Van Houwelingen in zijn commentaar op Johannes 1 wijs ik op drie aspecten in het woord van de Doper:

1. De goddelijke actie: het is geen lam van mensen, maar van God. God zelf neemt het initiatief tot verzoening en redding.

2. De overdracht van schuld: Alle menselijk falen en tekort wordt hier samengevat in het ene woord 'zonde', een complex van schuld. Deze last wordt op het lam Christus gelegd en door Hem weggedragen.

3. De universele betekenis: Christus draagt als het lam de zonde van joden en heidenen, van de gehele wereld (vgl. Joh. 4 : 42; 1 Joh. 2:2).

Heerlijkheid

We kunnen dus tot de conclusie komen, dat het woord van Johannes de Doper in harmonie is met de oerchristelijke prediking zoals we die ook elders in het Nieuwe Testament vinden: Heil en verzoening door het plaatsbekledend sterven van Jezus. Het zou me te ver voeren dit verder uit te werken.

Ik wijs wel op iets anders. Samenstemming in het lied dat onze verlossing meldt, betekent geen eenvormigheid. In het koor van stemmen dat getuigt van de verzoe­ning door Jezus' dood, vormt de vierde evangelist een eigen stem. Heel de prediking van Johannes, met name de woorden over Zijn lijden en sterven, wordt gedragen door de notie van verhoging en verheerlijking. Dat blijkt ook uit de reacties van de eerste leerlingen in Johannes 1. Jezus, het lam van God, wordt beleden als de Koning van Israël, als de Zoon van God, op wie de engelen opklimmen en neerdalen (1 : 52). De belijdenis van de eerste leerlingen getuigt van de heerlijkheid van God in het vlees.

Deze notie van 'heerlijkheid' (vgl. 1 : 14) en 'verheeriijking' (vgl. 12 : 23; 13 : 32; 17 : Ivv) kleurt om zo te zeggen het Johanneïsch getuigenis aangaande het sterven van Jezus. Dat is het waarheidselement in de uitleg van Du Plessis en anderen, die in het beeld van het 'lam' een machtstitel zien. Jezus is het lam van God in zijn vernedering, maar ook in de Hem door God verleende volmacht om zijn leven af te leggen (10 : 17, 18) en de zonde der wereld weg te nemen. Het kruislijden staat dan ook voor Johannes in het teken van de verhoging (12 : 32 : 19 : 19, 20).

Het Lam, dat geslacht is

In dit verband kom ik terug op de wijze waarop in de Openbaring van Johannes over Christus als het lam wordt gesproken. In de nieuwtestamentische wetenschap is het nog altijd een punt van discussie of de schrijver van het vierde Evangelie en die van het boek Openbaring een en dezelfde is. Is de profeet Johannes (Openb. 1:1) dezelfde als de apostel Johannes? Of moeten we denken aan een overigens niet verder bekende ouderling Johannes als schrijver van de Openbaring? Ik laat deze vragen hier rusten, omdat ze voor ons onderwerp niet van belang zijn. Vooreerst is het gezag van een bijbelboek niet afhankelijk van de vraag, welk mens precies de schrijver is geweest. Stel dat het Evangelie en de Openbaring verschillende auteurs-hebben, dan behoort het spreken over Christus als het Godslam toch tot de gemeenschappelijke nieuwtestamentische prediking. En bovendien is er veel voor te zeggen zowel het Evangelie en de Brieven van Johannes alsook de Openbaring te plaatsen in een gemeenschap die in het onderzoek wordt aangeduid als de 'Johanneïsche kring'.

Wie de gegevens uit het laatste bijbelboek inzake ons onderwerp onderzoekt, ontdekt naast de eenheid in de prediking ook het eigen accent dat in de Openbaring doorklinkt. De Openbaring is geschreven aan een gemeente die in de schaduw van de vervolging leeft en geconfronteerd-wordt met de keizercultus. In deze situatie van strijd en vervolging wordt getuigd van de overwinning van het Lam. Ik wees in de inleiding er al op, dat het laatste bijbelboek een ander woord gebruikt dan in Johannes 1 : 29, namelijk een woord, dat ook een ram kan aanduiden.

Christus als het lam wordt in Openbaring 5 getekend in Zijn kracht en Zijn vernedering. De zeven horens zijn een symbool van kracht (vgl. 1 Sam. 2 : 1 en Dan. 7 : 8). Tegelijk ziet Johannes dit lam 'staande als geslacht', dat wil zeggen: met het litteken aan de keel van de snede, waarmee schapen werden geslacht. Baarlink {Het Evangelie van de verzoening, blz. 126) wijst erop, dat we hier te maken hebben met een opmerkelijk woordgebruik. Voor de offerdieren in de cultus worden doorgaans andere woorden gebruikt. Het hier gebezigde woord komt in het Oude Testament zelden voor. Een mogelijke parallel met Openbaring 5 : 6 zou kunnen zijn Jeremia 11 : 19, waar de profeet klaagt: Ikzelf was als een argeloos lam, dat ter slachting geleid wordt' (vgl. ook Jes. 53 : 7).

Openbaring spreekt dus over een ram, die zijn kracht vertoont en tegelijk over een lam als offerdier. Christus treedt in Openbaring 5 naar voren als het Lam, dat overwonnen heeft en met kracht en macht optreedt als de Leeuw uit de stam van Juda, de Davidische koning. En anderzijds bevat Openbaring 5 : 6 de herinnering aan de slachting, de dood van dit lam, het sterven aan het kruis als de weg tot de heerlijkheid.

De verhoogde en verheerlijkte Christus is Dezelfde als de voor ons Gekruisigde. Ik wijs op de lofzang in 5 : 12: Het lam dat geslacht is, is waardig te ontvangen de macht en de rijkdom, de wijsheid en de sterkte, de eer en de heerlijkheid en de lof. Deze lofzang vindt haar grond niet alleen in de regering van Christus als overwinnaar over de machten, maar ook in zijn verzoenend en verlossend lijden. Als het lam, dat geslacht is, heeft Christus de gemeente vrijgekocht voor God met zijn bloed. De verzoenende offerdaad betekent tegelijk de bevrijding uit de slavernij van de zondemacht (vgl. 1 : 5, 6; 5 : 9, 10; 14 : 4v). De woorden herinneren aan het gebeuren van de uittocht en de bevrijding uit Egypte. Kruis en opstanding zijn voor Gods gemeente een nieuwe exodus. Bevrijd uit de schuld en de macht van de zonde zijn zij die door Christus met God verzoend zijn, met Hem opgestaan tot een nieuw leven als koningen en priesters voor God. Zo delen zij in de overwinning van Christus (vgl. 7 : 14; 22 : 14).

In de handen van Christus als het overwinnende lam ligt het boek van de geschiedenis. De geschiedenis loopt door de crises en de gerichten heen uit op de komst van Gods koninkrijk, het nieuwe Jeruzalem, de bruiloft van het Lam (Op. 19:9).

De aanbidding van het Lam

In Openbaring 7 vinden we het aangrijpende visioen van de grote schare die niemand tellen kan, staande voor de troon van God en het Lam en delend in de heerlijkheid van het eeuwige leven. We lezen dan dat het Lam de verlosten zal weiden en zal voeren naar de waterbronnen van het leven. Het lam dat geslacht is, is tegelijk de koninklijke herder.

Het is dit visioen, dat de gebroeders Van Eyck inspireerde tot het beroemde altaarstuk Het Lam Gods in de Sint-Baafskathedraal in Gent. In het hart van dit aangrijpende kunstwerk staat in een paradijselijke tuin een altaar met een lam, symbool van Christus, omringd door groepen mensen die van alle kanten aankomen om het Lam te prijzen: aartsvaders en profeten, apostelen, kerkleiders, belijders, gelovigen uit alle landen en volken één in de aanbidding van het Lam.

De bekende kunsthistoricus Frits van der Meer vertelt in een opstel over dit kunstwerk, dat hij tijdens een bezoek aan de kapel in gesprek raakte met een invalide jongen die, gezeten in zijn rolstoel, te midden van de vele bezoekers vooraan in de kapel oog in oog stond met dit schilderij. Bij het verlaten van de kerk raakte Van der Meer met de jongen in gesprek. 'Wat dacht jij wel, toen je dit zag voor de eerste keer? ' vroeg hij. De jongen antwoordde: 'Wat ik dacht? Ik dacht: wat moet het echte paradijs zijn als de hemel van Van Eyck al zo is? Want monsieur Van Eyck heeft toch alleen maar het hof van Bourgondië gekend.' Je kunt over kunstwerken diepzinnige beschouwingen ten beste geven, over kleur en vorm, over de oorsprong van de opzet enz. Maar, zo schrijft Van der Meer, die jongen heeft in dat ene zinnetje meer over de betekenis van dit altaarstuk gezegd dan alle geleerden met hun diepzinnige discussies bij elkaar. Een opmerking die te denken geeft. Het is goed en nodig je te verdiepen in de vragen rondom de uitleg en de vertolking van de bijbelwoorden over het Lam Gods, dat de zonde der wereld wegdraagt en in wiens handen het boek van de geschiedenis ligt. Maar het laatste woord is aan de lofzang, het lied dat de roep om ontferming en de toon van de aanbidding in zich verenigt. Zoals Willem Barnard het vertolkt:

Lam van God, Gij hebt gedragen alle schuld tot elke prijs, geef in onze levensdagen peis en vree, kyrieleis. Gloria in excelsis Deo.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 december 1998

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Het Lam Gods (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 december 1998

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's