De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De Eniggeboren Zoon van God

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Eniggeboren Zoon van God

8 minuten leestijd

Is Jezus van hemelse komaf, de Eniggeborene van de Vader? Of hebben ze Hem achteraf in de lucht gestoken? Vandaag aan de dag lijkt dit steeds meer de vraag te worden. Nou-ja, vandaag aan de dag... Die vraag was in Jezus' dagen ook al aan de orde van de dag. Het was toen blijkbaar al net zo ongelooflijk als nu. En opvallend genoeg waren het juist de theologen die de meeste moeite hadden met die aanspraak van Jezus. Ze konden er niks mee. Erger nog, toen Jezus onder ede . een onomwonden antwoord gaf op een uitdrukkelijke vraag hieromtrent, scheurde de voorzitter van de raad, Kajafas, zijn klederen en sprak vol afschuw: ziet nu hebt ge Zijn Godslastering gehoord! (Matth. 26 : 65).

Daar is Kuitert maar een kleine jongen bij. Met een luchtig lachje hoorde ik hem zeggen, dat het hem best is als je het voor zoete koek slikt dat Jezus God uit God is - hij wil niemand zijn geloof ontnemen (!) - als we met elkaar maar beseffen dat het aangekoekte theologie is.

Hoezo aangekoekt, vraag ik dan. Alsof, vergeef me de beeldspraak, de evangelisten een stel koekenbakkers geweest zijn! In alle ernst nu. Is het echt voorstelbaar dat de evangelisten en apostelen Jezus van Nazareth op eigen houtje tot Zoon van God getheologiseerd hebben, terwijl dit elke Israëliet als godslasterlijk in de oren klonk? Me dunkt, dat zou toch wel het laatste geweest zijn! Nee, de enige reden, dat zij hiervan vrijmoedig én zwart op wit getuigenis geven, kan alleen gelegen zijn in het feit.dat het hen onmiskenbaar en on-ontkoombaar was geopenbaard. Zeker het is en blijft een ongelooflijk verhaal: Jezus, Gods Eniggeborene. Zij zijn zich er dan ook stuk voor stuk terdege van bewust, dat niemand dit zomaar slikt voor zoete koek... Ja, ze beseffen maar al te goed dat het voor een redelijk denkend mens nauwelijks te verteren is... Zij weten heel wel dat zij iets belijden wat eigenlijk niet kan...

Dat merk je steeds als je erop let hoe zij over dit geheimenis schrijven. Heus, het ongerijmde ervan is echt geen ontdekking van de Verlichting. Eerder is het omgekeerd: de arrogantie van de Verlichting leidt tot de onnozele gedachte dat mensen vroeger minder dachten, zodat je ze het ongerijmde gemakkelijker kon laten geloven.

Een paar voorbeelden illustreren bovenstaande duidelijk, namelijk dat het bezwaar tegen deze belijdenis ook toen ten volle werd gevoeld, maar dat de waarheid ervan naar beste kunnen werd volgehouden. Eenvoudigweg omdat zij niet anders konden.

Voordat Lukas verhaalt van die wondere ontvangenis en geboorte van de Zoon van God, stek hij met nadruk dat hij nauwkeurig onderzoek heeft gedaan naar de feiten (1 : 1-3). En hoe nauwgezet dat is geweest blijkt wel hieruit, dat hij exact de tijd aangeeft van de aankondiging van Jezus' geboorte: En in de zesde maand... (1 : 26). Lukas wil laten weten dat het echt iets meer is dan een mooi verhaal. Je moet wel durven dat er dan na 20 eeuwen alsnog van te maken, zoals ds. Nico ter Linden doet. Alsof Lukas, een erudiete arts, zijn lezers maar wat wijsgemaakt zou hebben! Is dit niet onderhand de omgekeerde wereld?

Paulus, eigenhandig bekeerd door de Verhoogde aan Gods Rechterhand wordt voortdurend geconfronteerd met de wijsheid van schriftgeleerden en onderzoekers. Keer op keer stellen deze lieden vast dat zij Paulus' verhaal aangaande Jezus, als de kracht Gods (1 Kor. 1 : 17 ev.), niet meemaken. De één spreekt van een ergernis (een onoverkomelijk struikelblok), de ander noemt het ronduit dwaasheid. Paulus begrijpt dat maar al te goed van binnenuit - had hij zelf vroeger ook niet zo gedacht? - maar houdt het, van Hogerhand geleerd, toch staande dat hef ongelooflijke waar is geworden. Hij doet dat diep doordacht door in 1 Kor; 2 : 9 te verwijzen naar Jes. 64. Die profetie zet in met dat aangrijpende adventsgebed: och dat Gij de hemelen scheurde, dat Gij nederkwaam... En vervolgt dan met te spreken over het ongedachte: toen Gij vreselijke dingen deed, die wij niet verwachtten; Gij kwaamt neer... Ja van ouds heeft men het niet gehoord, - noch met oren vernomen, en geen oog heeft het gezien, behalve Gij o God! Duidelijk laat Paulus zijn tegenstanders zodoende weten, dat zijn getuigenis geen product is van theologische mythevorming. Nee, hier is de vervulling van de Schriften in het geding!

Ook Petrus heeft van doen met tegenstanders die het ongelooflijke afdoen als een kunstig verzonnen verhaal (zijn dat niet letterlijk de woorden van Ter Linden? ). Zonder omhaal van woorden getuigt hij dan van openbaring en ervaring die niet voor tweeërlei uitleg vatbaar is: want wij hebben geen kunstig verdichte fabelen nagevolgd (...), maar wij zijn aanschouwers geweest van Zijn majesteit. Want Hij heeft van God de Vader eer en heerlijkheid ontvangen, als zodanige stem van de hemel tot Hem geschiedde: deze is Mijn geliefde Zoon, in Dewelke Ik al Mijn welbehagen heb. En deze stem hebben wij gehoord... (2 Petrus 1 : 16-18).

Jezus, de Eniggeborene van de Vader! Van meet af aan is deze waarheid bestreden als een leugen.

Johannes schroomt niet deze leugen, die o zo (theo)logisch ingepakt wordt, te ontmaskeren als werk van de boze (1 Joh. 1 : 22). Die op deze wijze alsnog roet in het eten tracht te gooien. En het heil dat de Vader in de Zoon bereidde te niet wil doen. Want juist de boze weet als geen ander - en Johannes onderkent het (2 : 23!) - dat ieder die de Zoon loochent, ook de Vader niet heeft. Alle theologie van Kuitert ten spijt, die juist van het tegendeel - dat helemaal zo nieuw niet is als het lijkt, maar gewoon een oude dwaling blijkt - overtuigd is.

Jezus de Eniggeborene van de Vader!

Het is geen vrome fantasie. Het is vervulde profetie. Lees maar na wat Micha, gedreven door de Geest, over Hem heeft geschreven: en gij Bethlehem Efratha! Zijt gij klein om te wezen onder de duizenden van Juda? Uit u zal mij voortkomen, Die een Heerser zal zijn in Israël, en Wiens uitgangen zijn van de dagen van ouds, van de dagen der eeuwigheid. En Hij zal staan en zal weiden in de kracht des HEEREN, in de hoogheid van de Naam des HEEREN Zijns Gods; en zij zullen wonen, want nu zal Hij groot zijn tot aan de einden der aarde (5 : 1-3).

Jezus, Eniggeborene van de Vader zo, en zo alleen is Hij ons tot heil geworden. Om dat nog wat nader uit de doeken te doen, neem ik even de toevlucht tot de catechismus (zondag 13). Die op zo'n onnavolgbaar mooie wijze het Zoonschap van Jezus en het kindschap van ons met elkaar verbonden heeft. Dankzij de Eniggeborene, zo wordt daar verklaard, zijn er de aangenomenen...

Hoe dat zit?

Wel, dat is hoog en gaat diep. De Eniggeborene van de Vader wilde Eerstgeborene worden onder vele broeders (Rom. 8 : 29). Oudste Broeder!

Wat betekent dat ook al weer eerstgeborene, oudste te zijn? Zeker je had recht op de grootste zegen. Maar dat niet alleen. Je had ook de plicht je zo nodig in te zetten voor de hele familie, borg te staan voor broeders en zusters die in de zorg zaten. Je zou maar eerstgeborene wezen in een aan lager wal geraakt gezin! Nee, dat verkiest geen mens. Wel dat is het waartoe de Vader Zijn Eniggeborene verkoor en wat Deze verkoos toen Hij ons vlees en bloed aannam. Eerstgeborene wilde Hij wezen onder verlorenen. Om in hun plaats het Kind van de rekening te worden. Ja van dat Borgwerk is de schrijver van de brief aan de Hebreeën vol: overmits de kinderen vlees en bloed deelachtig waren, werd Hij dat ook, opdat Hij door de dood te niet zou doen degene die het geweld des doods had, de duivel. En verlossen zou al degenen, die met vrees voor de dood al hun leven aan de dienstbaarheid onderworpen waren. Waarom Hij in alles de broeders gelijk moest worden opdat Hij een barmhartig en getrouw Hogepriester zou zijn in de dingen die bij God te doen waren om de zonden des volks te verzoenen (2 : 14-17). Hulp en heil, ja dat is het, wat deze oudste Broeder ons aanbracht. Je raakt er zomaar niet over uitgedacht.

Eén ding staat vast. Het is een geschreven en genadig recht dat men zich op de oudste beroepen mag. Laat dat niet lopen. Het is de enige mogelijkheid er bovenop te komen. Met dat ik mij op Hem beroep treedt Hij voor mij in bij de Vader en staat erop dat Zijn verdiende loon op mijn naam wordt gezet, Zijn Vader mijn Vader is en ik Hem gelijk word: een kind, eeuwig bemind!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 december 1998

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

De Eniggeboren Zoon van God

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 december 1998

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's