Gemeenteopbouw rondom het Woord (3)
De term gemeenteopbouw is zo langzamerhand niet meer weg te denken. In betrekkelijk korte tijd is deze gemeengoed geworden in het kerkelijk jargon. Een groot aantal boeken en artikelen verscheen over dit onderwerp. Aan de meeste theologische faculteiten en hogescholen is het een afzonderlijke vak binnen de praktische theologie geworden. Dat er nog altijd aarzelingen leven bij de uitdrukking gemeenteopbouw is evenzeer duidelijk. Bij nogal wat ambtsdragers leeft de verdenking van ongeestelijk activisme. Er wordt naar hun gevoel te weinig rekening gehouden met wat de Psalmist ons voorhoudt: Zo de Heere het huis niet bouwt, tevergeefs arbeiden zijn bouwlieden daaraan' (Ps. 127 : 1). Het risico dat hier gesignaleerd v^ordt, is bepaald niet denkbeeldig. Daarom is het goed om naast de term gemeenteopbouw ook de uitdrukking gemeentegroei in gedachten te houden. Bij bouwen kunnen we nog menen dat wij het zelf moeten doen. Bij groei beseffen we dat het laatste geheim niet in onze handen rust, maar in de hand van God de Heilige Geest. Al moeten we er meteen aan toevoegen dat daarmee onze inbreng en inspanning niet overbodig worden. De Geest bedient zich immers van middelen. Ik wil nu een viertal basisprincipes uiteenzetten die bij alle»inzet voor gemeenteopbouw van fundamenteel belang zijn.
Basisprincipe 1: Wat niet groeit, is niet gezond
Wat gezond is, groeit. Dat geldt voor alle leven en dat gaat ook op voor het lichaam van Christus. Als het gewicht van een baby niet van week tot week toeneemt, maken we ons zorgen en laten we de dokter komen. We willen dat ons kind onderzocht wordt en dat er alles aan gedaan wordt om de groei te bevorderen. Met het geestelijk leven gaat het vaak anders, zo valt te vrezen. We maken ons doorgaans niet ongerust als er geen vordering is. We liggen er ook niet van wakker dat in de gemeente geen enkele groei te bespeuren valt. Toch is dat zorgelijk genoeg. Zelfs stilstand betekent hier achteruitgang.-De Heere God wil dat we zullen opwassen, toenemen, groeien. Telkens weer komen we dat tegen in de brieven van Paulus. Wat mijzelf betreft, mijn ogen zijn daarvoor met name geopend door het lezen van het prachtige boek van ds. J. Overduin, Worden als een man. Met grote kracht pleit deze begaafde en bewogen predikant daarin voor geestelijke groei. We mogen in dit opzicht geen kinderen blijven, maar hebben te staan naar geestelijke rijpheid en volwassenheid. Trouwens, al veel eerder in onze reformatorische traditie komen we oproepen in dezelfde richting tegen. Voor Calvijn was geestelijke groei absolute voorwaarde om te kunnen volharden in het geloof. En de bekende oudvader Brakel nam in de Redelijke Godsdienst een afzonderlijk hoofdstuk op met als titel 'Van den Geestelyken Wasdom' (dl. 1, cap. XLVII). In de inleiding schrijft Vader Brakel: 'Zodra een gelovige wederom geboren is, neemt hij al geen genoegen meer met zijn kleinheid in genade en wil terstond groeien, ja, hij zou wel terstond de volmaaktheid willen hebben. Dit is een gelovige zo eigen dat hij geen ware gelovige is, als hij deze "smertelijke" begeerte niet heeft'. Geestelijke groei raakt niet alleen het persoonlijke leven met God; het gaat evenzeer de gemeente als geheel aan. Ook het lichaam van Christus dient er op uit te zijn om toe te nemen in vitaliteit en aantrekkelijkheid, waardoor zij er des te meer zal zijn voor God en voor de naaste. Hebben wij de moed om de vraag of er groei is onder ogen te zien? Zijn we bereid onszelf bij het licht van het Woord te onderzoeken en de diagnose ter harte te nemen? Durven we het aan om groeistoornissen te laten benoemen, stagnaties en belemmeringen te laten aanwijzen, kortom eventuele ziekteverschijnselen te erkennen en de medicijnen die ons worden aangeraden en aangereikt ook te benutten? Om het groeiproces wat concreter te maken noern ik een drietal kernwoorden. Het gaat om drie G's te weten genade, gemeenschap, getuigenis.
a. Groeien in genade
'Wast op in de genade', zo luidt het apostolische vermaan in 2 Petrus 3:18. Verlangen wij daar ook werkelijk naar? Om de Heere God beter te leren kennen en zijn genade deelachtig te zijn? Om te groeien in gemeenschap met Hem en in toewijding aan Jezus Christus? Om steeds voller te beleven de rijkdom en troost van de vergeving der zonden? Om toe te nemen in de zekerheid en de vreugde van het geloof. Om door genade verder te komen in aanbidding en lofprijzing, in gehoorzaamheid en heiligmaking? Dat gaat niet vanzelf. Een intensieve omgang met het Woord is daarvoor onmisbaar. Persoonlijk, maar ook samen als gezin of als groep binnen de gemeente. Het lezen van de Bijbel dient meer te zijn dan een dagelijks ritueel. Iemand zei het zo: Je kunt de Bijbel lezen als een vlinder of als een bij. Een vlinder fladdert van de ene bloem naar de ander, maar een bij graaft zich helemaal in de bloemkelk om er voedsel uit te puren. Het levende geloof groeit, doordat het zich steeds meer leert vasthechten aan Gods beloften, die in Christus Jezus ja en amen zijn. Voor geestelijke groei is het gebed al even wezenlijk. Hoeveel tijd brengen we door in gebed? Is ons bidden werkelijk een spreken met God, een uitstorten van onze ziel, zoals de Psalmen daar vol van zijn? Wat de ademhaling voor een lichaam is, is bidden voor de gemeente van Christus. Door middel van het gebed weet de rank zich verbonden met de Wijnstok en mag zij alles ontvangen wat nodig is. We kunnen in het kader van gemeenteopbouw wel te weinig, maar nooit te veel van het gebed verwachten. Het gebed is de hefboom die hemelse krachten losmaakt. Met name in de voorbede mogen we de zaak van onze gemeente bepleiten bij Hem die gezegd heeft: Doe uw mond wijd open en' Ik zal hem vervullen' (Ps. 81 : 11). Als derde element bij het groeien in genade noem ik de sacramenten. Veel te weinig wordt in de regel beseft dat de sacramenten gegeven zijn tot voeding en onderhouding van het geestelijke leven. Waar automatismen schering en inslag zijn rondom het heilig avondmaal, wordt de kracht van dit 'groeimiddel'-ondermijnd. Vanzelfsprekendheid in het aangaan bevestigt slechts onze oppervlakkigheid. Vanzelfsprekendheid in het afblijven is al even dikwijls een teken van geesteloosheid. We doen er goed aan het bekende woord van Calvijn nog eens op ons af te laten komen: Ook is het avondmaal een middel, dat God ons schenkt om aan onze zwakheid tegemoet te komen, om ons geloof te versterken, onze liefde te vermeerderen en ons te heiligen. Wij moeten het des te meer gebruik ken, naarmate ons tekort ons drukt. Wanneer wij als verontschuldiging om ons aan het Avondmaal te onttrekken, aanvoeren, dat ons geloof nog zo zwak is en ons leven zo onvolkomen, dan doen we als een zieke, die geen medicijn wil innemen, juist omdat hij ziek is'. Juist met het oog op de geestelijke groei dringt Calvijn er op aan dat 'alle christenen' het avondmaal niet slechts zo nu en dan, maar 'dikwijls' gebruiken, zodat zij 'dikwijls' het lijden van Christus herdenken en door die herdenking hun geloof zouden ondersteunen en versterken en elkander zouden aansporen om Gods lof te belijden en te zingen en zijn goedheid te verkondigen en daardoor de onderlinge liefde voeden en daarvan ook onderling getuigenis afleggen, opdat zij de band der liefde zouden zien in de eenheid van het lichaam van Christus (Inst. IV, XXIII, 44). De kracht van de viering van het sacrament schuilt in de regelmaat. Dan werkt het wat uit. Dan kan de groei niet uitblijven.
b. Groeien in gemeenschap
Behalve de groei in gemeenschap met God en met Christus is er het toenemen van de onderlinge band. Verlangen we daar ook naar? Is de liefde binnen onze gemeente een blij makende en bemoedigende realiteit, de band der volmaaktheid, zoals Paulus dat noemt? Is dat wat anderen aan ons merken, wat de gemeente aantrekkelijk maakt, net als bij de eerste christengemeente het geval was? 'Zie toch, hoe lief ze elkaar hebben'. Kan dat ook van ons gezegd worden? Of bestaat onze gemeente uit los zand? Ieder komt voor zichzelf naar de kerk zonder zich om de ander te bekommeren. 'Waar liefde woont, gebiedt de Heere zijn zegen. Daar woont Hij zelf, daar wordt zijn heil verkregen' (Ps. 134). Uit het boek van de Handelingen kunnen we leren dat de liefde niet volstaat met mooie woorden, maar handen en voeten krijgt in liefdedaden. Oog voor elkaar hebben betekent ook omzien naar elkaar. Blij zijn met de blijden en mee wenen met de wenenden (Rom. 12 : 15). Helpen waar geholpen kan worden en delen waar de broeder of zuster in de klem komt. Juist in een tijd van grof materialisme en grenzeloos individualisme komt het erop aan dat de gemeente van Christus ernst maakt met het 'gij geheel anders'. Wie Jezus Christus leert navolgen, beseft dat hij niet langer voor zichzelf leeft en dat alles wat hij bezit 'geleend goed' is, waar hij als een goede rentmeester mee om heeft te gaan. We bidden erom te mogen groeien in bewogenheid en barmhartigheid tegenover de broeder en zuster in de gemeente. Om toe te nemen in dienstbetoon. Hoeveel eenzaamheid en ontwrichting is er niet? Hoeveel jongeren en ouderen lopen er ook in de christelijke gemeente niet rond die innerlijk verwond zijn, die hunkeren naar hulp en heling? Een levende gemeente is per definitie ook een diaconale gemeente en zij zal dat steeds meer willen worden.
c. Groeien in getuigenis
Een van de dingen die mij in Willow Creek aanspreken, is de sterke gerichtheid op degenen die 'buiten' zijn. 'Kerk voor de onkerkelijken', is daar het parool. Zonder alle praktische consequenties die men aan dit uitgangspunt verbindt voor onze rekening te willen nemen, wordt ons wel een spiegel voor gehouden. Hoe open is onze gemeente voor de buitenkerkelijken? Zijn er wellicht onnodige barrières in ons gemeente-zijn, belemmeringen die alles te maken hebben met onze tradities (met een kleine 't') en weinig of niets met de Traditie (met een hoofdletter). In hoeverre is ons bezig-zijn gericht op groei in de breedte? Weten we wat er gaande is in onze hedendaagse cultuur en spreken we een taal die voor onkerkelijken verstaanbaar is? Of zijn we als christenen in een soort reservaat terechtgekomen, waarin we alleen elkaar nog maar begrijpen? We kunnen niet volstaan met een verwijzing naar onze zendings-en evangelisatiecommissies. Hoe belangrijk die ook zijn, daarmee is de eigen verantwoordelijkheid van de gemeenteleden niet afgedaan. Commissies dienen er vooral voor om de hele gemeente missionair bewust te maken. Een gezonde gemeente doet niet aan zending en evangelisatie, maar weet zich zelf gezonden om een leesbare brief van Christus te zijn. Die twee hangen samen. Een gemeente die niet gezond is, zal ook geen gestalte kunnen geven aan haar gezonden zijn. De aantrekkelijkheid van de gemeente staat en valt met de kwaliteit van de gemeente. Hoe meer we als jongeren en ouderen mogen leven uit het grote geheim van de genade, des te meer werfkracht zal er van ons uitgaan. Het komt daarbij niet alleen aan op onze woorden maar evenzeer op onze levensstijl, onze 'way of life'. Wandelt met wijsheid bij hen die buiten zijn, zo spoort Paulus de gemeente van Kolosse aan (Kol. 4 : 4-6). Een slordige levenswandel stoot af. Maar een leven in de vreze des Heeren maakt anderen opmerkzaam. Mankeert het daar niet al te vaak aan? Niet zonder reden bad iemand: Geef dat niet de woorden breken op de daden van Uw Kerk'. In onze verzakelijkte samenleving hunkeren mensen naar een stuk persoonlijke aandacht. Ieder leeft voor zichzelf en zoekt zijn eigen belangen. Laten christenen open en liefdevol omgaan met hun collega's en buren. Door het opbouwen van een stuk vriendschap geeft God soms verrassende mogelijkheden om getuigenis af te leggen van de hoop die in ons is. Groei in missionaire bewogenheid en werfkracht dient naar mijn overtuiging hoog op het prioriteitenlijstje van onze gemeenten te staan. Laat er in de prediking meer aandacht aan gegeven worden. Laat er meer over gesproken worden op kringen en catechisaties. Bovenal: aat dit aspect een zaak van voortdurend gebed zijn in eredienst en huisgodsdienst, in de kerkenraadskamers en in de binnenkamers.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 december 1998
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 december 1998
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's