De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbespreking

6 minuten leestijd

Dr. J. M. van 't Kruis: De Geest als missionaire beweging. Een onderzoek naar de functie en toereikendheid van de gereformeerde theologie in de huidige missiologische discussie (Mission nr. 22), 292 blz., ƒ 49, 50, Boekencentrum, Zoetermeer 1997.

In het begin van dit jaar promoveerde dr. J. M. van 't Kruis op een missiologische studie, getiteld De Geest als missionaire beweging (Een onderzoek naar de functie en toereikendheid van gereformeerde theologie in de huidige missiologische discussie). Dit verdient allereerst een welgemeende felicitatie.

De problematiek die in deze studie aan de ore wordt gesteld is een spannende. In zijn Inleiding wijst Van 't Kruis erop dat in de huidige missiologische discussies over religieuze pluraliteit en culturele contextualiteit de centrale betekenis van Jezus Christus steeds meer onder druk komt te staan. In plaats van de christocentrische engte zoekt men (bv. John Hick) de theocentrische breedte waarin een rechtmatige plaats is voor alle religies. De stelling van de auteur is dat de gereformeerde traditie (die voor de auteur stem gegeven heeft aan het geheim van de Naam!) mogelijkheden biedt om zowel recht te doen aan de centrale en onvervangbare rol van de Christusverkondiging, als aan de werkelijkheid van andere godsdiensten en culturen.

In het eerste hoofdstuk probeert Van 't Kruis greep te krijgen op de vragen waar het om gaat. Via een rondgang langs verschillende missiologische concepten komt hij tot de formulering van zijn punten: dé werkelijkheid bestaat niet, er bestaan slechts gedifferentieerde contexten; de overtuiging dat het evangelie universele geldingskracht heeft, c.q. relevantie voor elke context, impliceert de particulariteit ervan, c.q. een veelheid van gestalten; de christusbelijdenis als supra-culturele categorie, waarbij bovendien christocentrisme en westers-centrisch denken vaak twee handen op één buik zijn (geweest), werkt niet bevrijdend maar onderdrukkend en wordt ervaren als een ontkenning van de mondialisering maakt dat de waarheid onderdeel is geworden van de intercontextuele communicatie; behalve dat de context bepalend is voor de gestalte van het evangelie, doet het evangelie in een dynamisch proces iets met de context; de wijze waarop het Koninkrijk Gods zich in de geschiedenis realiseert moet niet alleen christologisch worden doordacht, maar sinds de Hemelvaart vooral ook pneumatologisch, omdat de pneumatologie verwoordt hoe wij ons de actuele relatie tussen Christus en de geschiedenis moeten denken.

Vanuit de gereformeerde theologie met haar trinitarische aanpak en haar specifieke aandacht voor de Geest gaat de auteur op zoek naar antwoorden. Van 't Kruis focust hierbij op twee (voor hem belangrijke) vertegenwoordigers van de gereformeerde traditie: A. A. van Ruler en J. Moltmann. De belangrijkste redenen dat hij niet teruggrijpt op Calvijn zijn, dat Van Ruler en Moltmann beiden getheologiseerd hebben na de Verlichting, in missionair perspectief en met een pneumatologisch accent.

Van Ruler ziet de verzoening door Christus als Gods noodmaatregel ter verlossing van de schepping. De geest werkt dit in deze bedeling uit in rechtvaardiging en heiliging. Dit leidt tot een osmose (vermenging) van Rijk Gods en werkelijkheid, van openbaring en heidendom. Van 't Kruis waardeert deze opvatting omdat hiermee de wederzijdse relatie geïmpliceerd is tussen tekst en context: de context transponeert de tekst en de tekst transformeert de context. Bezwaar tekent hij aan tegen het intermezzo-karakter van christologie en pneumatologie, waardoor niet het kruis maar de osmose (in haar eschatologische ontwikkeling) de ultieme gestalte wordt van de openbaring. Factisch mag dat waar zijn, theologisch is het te kort.

Moltmann plaatst Christus, als de lijdende God, in het midden van de geschiedenis. Het gevolg en gevaar bij Moltmann zijn echter dat het kruis van Christus het formele principe van de wereldgeschiedenis dreigt te worden. Terecht wijst Van 't Kruis erop dat op deze manier de geschiedenis zich oplost in de triniteit, eigenlijk alleen iets is wat zich afspeelt tussen Vader, Zoon en Heilige Geest, en zich afspeelt over de hoofden van mensen heen. Als de werkelijkheid zo in Christus opgaat krijgt het heil een massief karakter. Van 't Kruis verwoordt dat mooi: 'Het karretje dat bij Van Ruler het Woord de wereld ronddraagt, is bij Moltmann de bulldozer geworden, die de maatschappelijke structuren, die het onrecht in stand houden, omver haalt' (p. 191). Tegelijk waardeert Van 't Kruis de principieel kritische functie die er van het kruis van Christus uitgaat op de werkelijkheid.

De beslissende kritiek van Van 't Kruis is dat zowel Van Ruler als Moltmann Christus en de Geest zo op elkaar betrekken, dat er geen ruimte meer is voor een eigen plaats en werk van de Geest. De Geest was ook al werkzaam vóór de incarnatie. Via de Cappadociërs en A. van de Beek pleit Van 't Kruis voor 'een wijze van trinitarisch denken, waarin gedifferentieerder wordt gedacht' (p. 207): Vader, Zoon en Geest gaan van elkaar uit (zonder enige vorm van subordinantie) en gaan - al zijn ze één in wezen - niet in elkaar op. Hiermee legt Van 't Kruis de basis voor zijn visie, dat de unieke betekenis van Christus en de kosmische werkzaamheid van de Geest in de wereld(godsdiensten) elkaar niet uitsluiten maar aanvullen.

De wijze waarop de auteur deze visie zoekt uit te werken in een contextuele gereformeerde missiologie, is boeiend. Er zitten momenten in die onze volle aandacht verdienen: ik denk aan de reële wijze waarop Christus en de geschiedenis op elkaar betrokken worden en waarbij de auteur aandacht vraagt voor het voorlopige en veelkleurige ervan. Dit geeft een goed evenwicht tussen de contextualisatie van het evangelie en het eschatologisch perspectief ervan. Af en toe wordt het betoog ook verwarrend. Dit verwarrende zit hem vooral in het feit dat hij op (te) veel vragen tegelijk antwoord probeert te geven. Bovendien vraag ik mij af of Van 't Kruis zijn eigen theologische grenzen niet ongemerkt overschrijdt in zijn positieve waardering van de werking van de Geest in wereldgodsdiensten en in zijn theologische duiding van de gemarginaliseerden als de 'agents of mission' bij uitstek. Komt de unieke betekenis van Christus uiteindelijk toch niet in de knel door de reikwijdte van de werkzaamheid van de Geest, met name in de gedachte van zending als 'beweging van buiten naar binnen'?

Het onderzoek naar de functie en toereikendheid van de gereformeerde theologie in de huidige missiologische discussie lijkt toch wat te veel uit te lopen op een osmose-gedachte. De gereformeerde stem (en dan niet in haar klassieke maar in een bepaalde 20e-eeuwse gestalte!) heeft daarin weliswaar een belangrijke inbreng, zowel als het gaat om de betekenis van Christus als om de onopgeefbare verkiezing van de kerk tot luisterende getuige (vgl. p. 246 e.v.), maar daarbij klinken ook andere geluiden die het gereformeerde spreken (m.n. over de Geest!) verzwakken of zelfs tegenspreken. Onderwijl betekent dit wel dat de studie van Van 't Kruis tot nader gesprek uitlokt, zowel in oecumenische als in gereformeerde kring. En dat lijkt mij een verdienste!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 december 1998

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 december 1998

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's