De geboren Koning der Joden
Wie een reis naar Israël maakt, zal ook graag een bezoek brengen aan Nazareth. Natuurlijk willen we weten waar de Heere Jezus is opgegroeid. In Nazareth heeft Hij als kleuter gespeeld met Zijn vriendjes. Hier heeft Hij Zijn vader Jozef geholpen in de timmerwerkplaats. Hier bezocht Hij als jongen elke sabbat de synagoge. Een van de belangrijkste trekpleisters in Nazareth is ongetwijfeld de kerk van Maria Boodschap. De huidige kerk die christelijke toeristen zo graag bezichtigen, is nog tamelijk jong. Hij is in deze eeuw gebouwd. Het voorgaande bouwwerk werd in 1730 opgericht door de franciscanen op de overblijfselen van een kruisvaarderskerk. De kerk van Maria Boodschap is neergezet op de plek waar volgens de overlevering de engel aan Maria verscheen om haar de geboorte van Christus om haar de geboorte van Christus aan te kondigen (Luk. 1 : 26-32). Wat meteen in het oog springt in de huidige kerk is de diversiteit aan stijlen en kunstuitingen. Tal van landen hebben schenkingen gedaan om de bouw mogelijk te maken. Zo is één van de bronzen deuren uit Nederland afkomstig. Wat nu zo opmerkelijk is? Ieder land heeft op eigen wijze de Persoon van Jezus afgebeeld. Toen ik met een groep uit Nederland de kerk van Maria Boodschap bezocht, merkte een deelneemster op: ls je hier rond kijkt, vraag je je af Wie Jezus nu eigenlijk was. Een Chinees, een Rus, een Nederlander? Zoek het maar uit!
Niet los verkrijgbaar
Ik denk dat deze opmerking veelzeggend is voor de wijze, waarop wij door de eeuwen heen naar het Kind van Bethlehem hebben gekeken. We zien Hem door een waas van kunstlicht en engelenhaar en maken zo onze eigen voorstelling van Hem. Daarbij is één gevaar niet denkbeeldig. Vergeten we intussen niet o zo vaak dat hij een joodse jongen is? Dat het vlees dat de eeuwige Zoon van God heeft aangenomen joods vlees is? Of dat belangrijk is om te weten? Jazeker, want wie Jezus ontjoodst, raakt automatisch ook het zicht op Israël kwijt. We maken de Zaligmaker los van Zijn wortels, van het volk waaruit Hij wat Zijn menszijn betreft is voortgekomen. We halen een streep door de geschiedenis van Israël, die de baarmoeder van de Heiland der wereld is geweest. We vergeten dat het heil uit de Joden is, zoals Johannes nadrukkelijk schrijft in zijn Evangelie (Joh. 4 : 22 ). Het is goed om daar in deze dagen, nu wij ons opnieuw opmaken om het Kerstfeest te vieren nog eens met klem op te wijzen. Jezus is geen Chinees, geen Rus, geen Nederlander, maar een Jood. En als we denken dat wij Hem van Zijn volk mogen losmaken, vergissen we ons. Het Kind van Bethlehem is niet los verkrijgbaar. Wie Hem wil volgen, krijgt ook te maken met het joodse volk. Wie Hem liefheeft, zal ook van Israël gaan houden. De geloofsverbondenheid met Jezus houdt per definitie tevens in een zich verbonden weten met het volk waaruit Hij is voortgekomen. Beleven wij het ook zo? Heeft Israël een plaats in onze gebeden op onze kerstfeesten? Blijkt onze liefde voor het joodse volk uit onze kerstpreken en kerstliederen?
Heiland der wereld, Koning van Israël
Nu meldt het Evangelie ons niet alleen dat Jezus Christus uit de Joden geboren is. Hij kwam ook terwille van het joodse volk. Zeker, Zijn komst betekent heil voor de volkerenwereld. Door Zijn verlossingswerk worden de grenzen van Israël doorbroken. Het woord dat we lezen bij Jesaja gaat in het Kerstkind in vervulling: 'Het is te gering, dat Gij Mij een Knecht zoudt zijn, om op te richten de stammen van Jakob, en om terug te brengen de bewaarden in Israël; Ik heb U ook gegeven tot een Licht der heidenen, om Mijn heil te zijn tot aan het einde der aarde' (Jes. 49 : 6). Kerstfeest heeft betekenis voor Israël èn de volken. Het Kind van Bethlehem is zowel de Heiland der wereld als de Koning van Israël. Is het u weleens opgevallen hoe vaak de evangelisten ons op dat laatste wijzen? Bij de aankondiging door de engel werd het al gezegd: God, de Heere, zal Hem de troon van Zijn vader David geven' (Luk. 1 : 32). En ook in het geslachtsregister van Jezus wordt alle nadruk gelegd op Zijn koninklijke komaf. Mattheüs, die zijn boek met name schrijft voor zijn joodse volksgenoten valt wat dat betreft met de deur in huis: het boek van het geslacht (eigenlijk staat er: de wording, de genesis) van Jezus Christus, de Zoon van David, de zoon van Abraham (Matth. 1:1). Zelfs aan het onmetelijke firmament was het af te lezen dat er een vorstelijke geboorte had plaatsgevonden in het joodse land. Vandaar de vraag van de magiërs: aar is de geboren Koning der Joden? Wij hebben Zijn ster gezien in het Oosten en wij zijn gekomen om Hem te aanbidden (Matth. 2 : 2). Jaren later zal Pilatus het met zoveel woorden neerschrijven op het zogeheten titulus, het schildje dat boven Jezus' kruis werd bevestigd: Deze is Jezus, de Koning der Joden. Ondanks alle verzet van de joodse leidslieden had de Romeinse stadhouder er stug aan vastgehouden. En wij mogen geloven dat niet alleen Pilatus hierin de hand heeft gehad. De Hand van God Zelf heeft meegeschreven. In drie talen was het te lezen: het Grieks, het Hebreeuws, het Latijn. Zo kon heel de wereld meelezen en weten dat Jezus Koning is vanaf het Kruis. En wat vroegen de discipelen na de opstanding ook weer aan hun Meester? 'Wanneer zult Gij aan Israël het Koninkrijk oprichten? '(Hand. 1 : 6). Sommige uitleggers vinden dat maar een domme vraag. Alsof het Koning zijn van Jezus na Goede Vrijdag nog iets met het joodse volk te maken zou hebben. Maar is die vraag wel zo dwaas? Heeft Jezus Zijn jongeren in de veertig dagen tussen Pasen en Hemelvaart niet elke dag onderwezen in de dingen van het Koninkrijk Gods? Zou de brandende vraag van de discipelen niet alles met dat onderwijs te maken hebben? Bovendien: Jezus verwijt hun niets. Hij kapittelt hen niet omdat ze het Koninkijk met Israël in verband brengen. Hij corrigeert hen wel op een ander .punt, namelijk het moment en de wijze waarop het zal gebeuren. Dat komt hen niet toe te weten. Dat heeft de Vader in Zijn eigen raad besloten.
Is dat, is dat mijn Koning?
U hebt gelijk, als je vandaag naar het joodse volk kijkt, merk je er niet veel van. Israël is een seculiere staat waarin tal van dingen gebeuren, die haaks staan op het Koninkrijk van God. De meeste Joden willen Jezus niet erkennen als Koning. Ze verwachten het nog altijd van hun eigen vrome inspanningen, van hun trouw aan de Thora. Onbegrijpelijk? Ja, enerzijds wel. Het is niet minder dan een mysterie, dat juist Israël, het volk dat de Verlosser de eeuwen door verwacht heeft, Jezus niet kan en wil aanvaarden. Het heeft alles te maken met de bedekking op hun ogen waar Paulus over spreekt (2 Kor. 3 : 14). Anderzijds, wie zichzelf kent, weet wat er voor nodig is om Jezus werkelijk als Koning te belijden. Welk natuurlijk mens ziet iets in Hem? Een Koning die Knecht werd. Een hulpeloos Kind. Geboren, niet in een stal, maar in een grot. Geen wieg met kant en kralen voor Hem, maar een ruige, ruwe voerbak. Eerder een kermiskind dan een koningskind. Een Heerser die de weg van vernedering en verguizing wilde gaan, die als een Lam ter slachting geleid werd ter verzoening van de zonde. Is dat, is dat mijn Koning, is dat der vaad'ren wens? Wat moet er veel worden weggeruimd eer we voor Hem capituleren en Hem ons leven toevertrouwen. Wie zich dat realiseert, bedenkt zich wel duizend keer éér hij zich boven Israël verheft. En eens komt de grote ommekeer. De dag nadert dat heel het joodse volk Hem te voet zal vallen en het in verwondering zal belijden: Mijn Koning en mijn God (Rom. 11 : 25, 26). De hele wereld zal ervan opkijken. De kranten en de journaals zullen er vol van zijn. Net als wanneer iemand die gisteren begraven is en vandaag weer levend door de straat loopt, zo opzienbarend zal het zijn als Israël het Koningschap van Jezus zal erkennen.
Een aards vrederijk?
Wanneer het gaat plaatsvinden? En hoe het allemaal gebeuren zal? Vragen te over! Sommigen menen dat het zal gaan om een geestelijke heerschappij van Christus over het joodse volk. Na hun bekering zal Hij vanuit de hemel over hen regeren door Zijn Woord en Geest. Anderen denken eerder aan een concreet, aards koningschap. Men brengt de bekering van de Joden in verband met het duizendjarig rijk, waarover in Openbaring 20 wordt gesproken. Gedurende dit vrederijk zal Christus letterlijk vanuit Jeruzalem regeren over het oude bondsvolk. Daar zal nog wel heel wat aan vooraf gaan. Israël komt nog op lelijke wijze in de knel. Jeruzalem wordt een lastige steen waaraan de verenigde naties zich gaan vertillen. De volken zullen zich tegen Israël keren en pas als de nood op het hoogst is, komt de verlossing. Dan zullen de voeten van Jezus op de Olijfberg staan. Met koninklijke macht en majesteit trekt Hij de heilige stad binnen. De Gouden Poort, eeuwen geleden door de moslims dichtgemetseld, zal dan eindelijk weer opengaan om de Koning van Israël door te laten. Jezus zal plaatsnemen op de troon van David en Zijn benarde volk ontzetten. Eindelijk zullen hun ogen ervoor open gaan dat Hij de beloofde Vredevorst is. Ze zullen zien in Wie zij gestoken, hebben en over Hem weeklagen als over een eniggeborene (Zach. 12-14). Een heerlijke tijd breekt aan, waarin Israël tot grote zegen zal zijn voor de volken. Onder het heilrijke bewind van Koning Jezus zal de aarde een bloeitijd als nooit te voren mee maken. De satan gebonden. Geen oorlog en geen narigheid. Enkel sjaloom.
Niet te veel willen weten
Of het zo inderdaad zal gaan? Zou de engel dat bedoeld hebben bij de aankondiging van het Kerstkind? Ik moet toegeven: fascinerend is zo'n toekomstbeeld wel. Heel vaak moet ik denken aan wat ik ds. C. den Boer ooit hoorde zeggen: Als de chiliasten gelijk krijgen, als hun verwachtingen blijken uit te komen, zal ik hen straks als eerste feliciteren. Alleen: ontbreekt de bijbelse basis niet voor zo'n gedetailleerd scenario van wat ons allemaal te wachten staat? Is het allemaal niet te speculatief? Alleen door een combinatie van teksten is het mogelijk een dergelijke blauwdruk van de eindtijd te ontwerpen. Willen we ten diepste niet te veel weten? De Bijbel is toch geen puzzelboek! Laat het ons genoeg zijn dat God nog heel wat voor Israël in petto heeft. Want al 'weten we niet precies hoe en wat, het dat staat vast. De tijd breekt aan dat het Kind van Bethlehem Zijn Koningschap over Israël zal openbaren. Machtig perspectief! Wat mij betreft voldoende om met verwachting te leven. Meer dan voldoende om elkaar op het Kerstfeest mee te bemoedigen. En om het met Simeon uit volle borst mee te zingen:
Een licht, zo groot zo schoon.
Gedaald van 's hemels troon,
Straalt volk bij volk in d'ogen;
Terwijl 't het blind gezicht
Van 't heidendom verlicht,
En Isrel zal verhogen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 december 1998
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 december 1998
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's