Voorwaarde
Kerstfeest 1998, opnieuw dagen, die er ons aan dienen te herinneren, dat de Heere God de wereld liefheeft, zo liefheeft, in die mate en op die wijze liefheeft, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat eenieder, die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe. Bij deze kerntekst, bij deze diepste achtergrond van het kerstgebeuren, staat al het andere, waaraan doorgaans rond de kerstdagen de meeste zorg besteed wordt, in de schaduw.
De Heere God heeft beloofd en aangetoond, dat Hij met Zijn wereld ernst maakt, met u en met mij. Als Maarten Luther in de Heilige Schrift het woord 'wereld' tegenkwam, vulde hij daar meer dan eens zijn eigen naam voor in. Gelijk zich een vader ontfermt over zijn kinderen, ontfermt Zich de Heere over degenen, die Hem vrezen. Die vreze des Heeren is een uitermate belangrijke aangelegenheid. Die vreze des Heeren, die ook het beginsel der wijsheid is, die in de Bijbel tal van keren wordt aangewezen en aanbevolen, die vreze des Heeren is niet hetzelfde als angst voor de Heere God, maar die vreze is hetzelfde als ontzag voor Hem! Eerbied voor Hem, ootmoed, devotie, afhankelijkheidsbesef en aanhankelijkheidsgevoel.
En is die vreze des Heeren in onze jaren wel aanwezig bij mensen van deze tijd? Nóg aanwezig? Of slechts sterk verminderd, aangenomen dat die vreze des Heeren er eerst geweest is! Heeft die vreze des Heeren, dat ontzag voor Hem, niet
in vele gevallen plaatsgemaakt voor een negeren des Heeren, voor een schouderophalen aangaande Hem en Zijn dienst? En hoevelen, wie zal zeggen ook onder ons, moeten deze vragen niet met toestemming beantwoorden? ! Hoevelen, ook onder ons, moeten niet zeggen, ik ben het zo kwijt! De vraag is echter: hóé zeggen die velen dat? Zeggen zij dat 'ik ben het zo kwijt, ik ben Hem zo kwijt', zeggen zij dat met een bezorgde zucht, of zeggen zij dat min of meer opgelucht? Dat maakt een groot verschil. Een verschil dat alles te maken heeft met het onderscheid tussen de vreze des Heeren en de vrees voor de Heere; het ontzag voor Hem én de angst voor Hem.
En wanneer is die vreze werkelijk gaaf, echt 100 procent? Blijkt en blijft die vreze niet net als de liefde onder de maat? En dat als gevolg van onze menselijke, onze zondige aard? Schrijft de apostel Paulus niet meer dan eens over het 'ten dele', over het altijd weer onvolkomene? Wie zich in de verschillende kerkelijke formulieren verdiept, ontdekt al spoedig, dat de mens zich die zondigheid bewust moet zijn of bewust moet worden. Enkele voorbeelden: De Heidelbergse Catechismus in haar eerste zondagsafdeling schrijft erover. Waarom? Wanneer wij ons in de kerstdagen en daarna waarachtig over de komst van de Zaligmaker in deze wereld willen verblijden, dan zullen we ons er eerst terdege van bewust moeten worden, dat er in deze wereld, met name in ons eigen hart, iets, en echt niet zo weinig, zalig te maken valt!! Is die bewustwording er niet, hoe zal de mens dan bij de kribbe van Bethlehem kunnen buigen? Dan blijft het alles uiterlijk vertoon. Nogmaals, de kerkelijke formulieren hebben dat goed begrepen en onder woorden gebracht, voor vele eeuwen! Het doopformulier begint ermee: ten eerste moeten wij weten, dat wij met onze kinderen in zonden ontvangen en geboren zijn...
Denk ook aan het 'zelfonderzoek' in het Heilig Avondmaalsformulier: ten eerste bedenke een iegelijk bij zichzelve zijn zonden en vervloeking...
En zelfs het huwelijksformulier verbloemt de zaken niet, maar vangt aan met de woorden: Overmits de gehuwden gewoonlijk velerhande tegenspoed en kruis vanwege de zonde overkomt... En we horen in allerlei talen uit allerlei landen op allerlei instrumenten het Stille nacht... Niet zelden wordt de tekst niet eens meer gezongen; Mendelssohn componeerde toch zijn 'Liederen zonder woorden'!
Moeten de kerstliederen in een soort sfeermuziek ontaarden? Wat moet men ook aan met de regel 'Aan een wereld, VERLOREN IN SCHULD wordt Godes belofte zo heerlijk vervuld'?
De herders in Efrata's velden vreesden met grote vreze. Zij gingen heen en kregen te zien het WOORD, dat geschied is, en dat hun bekendgemaakt is, door de Heere verkondigd bij monde van de hemelse engelen. Hun haastige spoed was hier juist en goed. Na het waarachtige vrezen kwam het Gode lof en ere zingen en het alom bekendmaken!
Haar zal de zon opgaan, hém zal de zon des heils hoog aan de kimme staan, zij zullen met blijdschap des harten kerstfeest vieren, die bij het licht van Gods zondaarsliefde zichzelf als verlorenen hebben leren ontdekken.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 december 1998
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 december 1998
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's