De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

In gebroken gestalte  op weg naar eenwording?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

In gebroken gestalte op weg naar eenwording?

18 minuten leestijd

Het jaar 1998 was een rampjaar voor de kerk. Dat betoogden althans twee communicatiedeskundigen, t.w. prof. dr. Anne van der Meiden en dr. O. Scholten (N. D., 11 december). Ze bedoelden het vooral negatieve beeld, dat de kerk in het voorbije jaar naar buiten toe had opgeroepen. Daartoe wezen ze op de zogeheten pedofilieaffaire in het begin van het jaar, toen het moderamen van de gereformeerde synode aftrad; op de commotie rondom de huwelijkssluiting van prins Maurits en Marilène van den Broek; en op de kwestie van de naamgeving binnen de zich verenigende kerken. Het ging hier om zaken, die breed in de publiciteit waren en waar ook de seculiere media zich sterk mee bezig hielden. Wat de laatste twee zaken betreft was er onder het volk alleen maar onbegrip: waar maakt men zich in de kerk druk om? Een slokje wijn. Een simpele naam. Het woord 'hilarisch' werd zelfs gebruikt.

Intussen leveren organisatie-en communicatiedeskundigen hun eigen bijdragen ten aanzien van het beeld van de kerk, dat naar buiten wordt gebracht. Met de regelmaat van de klok presenteren ook sociologen hun onderzoeken. Ze meten breed uit hoe het er getalsmatig in de kerk ten aanzien van allerlei zaken voorstaat. Niet best dus!

De kerk: lichaam van Christus. De kerk: ten prooi aan deskundigen van allerlei slag en snit en van de media, die op hun beurt de analyses van de deskundigen weer breed uitmeten. Alleen al de termen, die worden gebruikt! We kijken er niet meer van op als over kerkfusie of federatie wordt gesproken. Genoemde communicatiedeskundigen deden er nog een schepje bovenop en kwamen zelfs te spreken van de kerk als holding.

Ambt

Wat de kerk naar haar wezen is. Lichaam van Christus, vermag nauwelijks meer door te dringen onder het volk. We moeten zelfs vragen of de kerk nog leeft in het gelóóf van de mensen binnen de kerk. Maar ook: waar is de kerk zelf, in haar getuigenis naar buiten? We geloven, dat ook vandaag nog de kerk leeft. De zegen, die er vandaag is in gemeenten, met een opwekking soms onder de prediking, komt in sociologisch onderzoek niet aan de oppervlakte. Terzijde van de heirbaan, waarlangs de grote kerkelijke karavaan voorttrekt, is er echter gelukkig sprake van vroege of spade regen.

Maar de kerk is toch ook méér dan de gemeente, méér ook dan een 'Vergadering van gelovigen'. Ze is ook 'gemeenten-samen, gerepresenteerd in de ambtelijke vergaderingen. Ze is wat haar inrichting betreft, naar gereformeerd belijden, presbyteriaal-synodaal. Klinkt nog vanuit de ambtelijke vergaderingen de profetische en priesterlijke stem van de kerk in de vragen en noden van deze tijd? Die stem wordt gesmoord in het organisatorische rumoer en in de interne crisis, die de kerken doormaken. In Harare - om ook het wereldwijde aspect van de kerken hier even te noemen - was het al niet anders. 'De oecumene zit op een zandbank en 332 kerken waren niet in staat of van zins haar vlot te trekken', meldde het dagblad Trouw. 'Veel gepraat over vorm moest het gebrek aan' inhoud maskeren. De echte wereld ligt van deze assemblee niet wakker'. Geldt dat inderdaad ook niet van de kerk in ons land? Geldt dit met name niet in het rumoer rondom Samen op Weg?

Intussen hebben we als hervormde gereformeerden deel aan de nood, de schuld en de crisis, waarin de kerken zich bevinden. We zijn hier vandaag niet bijeen uit luxe. Hoewel we hier niet in een ambtelijke vergadering bijeen zijn, vertegenwoordigen we toch een deel van de kerk, dat de kerk wil (her)oriënteren op de bronnen: de Schrift en de belijdenis van de kerk. Daarin blijken we zelf, onze gemeenschappelijke belijdenis ten spijt, niet meer gezamenlijk te kunnen optrekken. We maken zelf de crisis en daarmee de schuld ook meerder. Is er van ons een ander beeld naar buiten gekomen dan het beeld, dat de kerk in haar geheel biedt? Daarom is er alle reden om hier vandaag in een toon van ootmoed en afhankelijkheid te spreken.

Verantwoording

We zijn vandaag geroepen om rekenschap te geven van de weg, die we als hervormde gereformeerden gaan in de kerkelijke ontwikkelingen, alsook van het beleid, dat het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond in deze voert; en in concreto van de voorstellen die door het hoofdbestuur zijn gedaan ten aanzien van de invulling van het synodebesluit inzake de motie Van Heijst/De Visser. Van het gevoerde beleid inzake Samen op Weg als zodanig heeft het hoofdbestuur van jaar tot jaar rekenschap gegeven op de reguliere jaarvergaderingen. Vandaag moet het, gegeven het verzoek van de aanvragers voor deze vergadering, dan ook vooral gaan over de recente voorstellen.

Opnieuw dringt zo het Samen op Wegproces ons tot bezinning. De Hervormde Kerk - daartoe beperk ik me, want daartoe behoren we nog steeds - is in grote nood. De kwestie van de naamgeving voor de verenigde kerk mag voor de wereld niet meer duidelijk te maken zijn, ze vormt momenteel wel het culminatiepunt van de diepe verdeeldheid in de Hervormde Kerk over het Samen op Weg-proces. Voorafgaand aan het beraad tijdens de triosynode over de naam zei ds. B. J. van Vreeswijk dan ook niet zonder reden tot de gereformeerden en de lutheranen: 'Wij, hervormden, kozen voor u, maar niet tegen delen van onszelf'. Daarmee is duidelijk gemaakt, dat we als hervormde gereformeerden ons bevinden in het hart van de crisis, waarin de kerk als geheel zich bevindt.

De intentie van de woorden van de hervormde synodepreses werd duidelijk toen de hervormde synode in maart 11. het besluit nam, dat bezwaarden zelf invulling zouden mogen geven aan een voor hen begaanbare weg binnen de ontwikkeling naar een verenigde kerk. Dat besluit werd breed onder ons met dankbaarheid, in hooggestemde bewoordingen zelfs, ontvangen.

Gepoogd werd daarmee een dreigende scheuring, met name in hervormd gereformeerde gelederen, te voorkomen.

In de toelichting op het synodebesluit werd wel duidelijk gemaakt, dat het voorstellen dienden te zijn binnen het kader van de (nog te aanvaarden) kerkorde. We moeten ons daarbij realiseren, dat, wanneer de naam V(erenigde) P(rotestantse) K(erk) in N(ederland) zou zijn aanvaard, de kerkorde tijdens die vergadering zou zijn aangenomen. Het grondslagartikel was reeds, met slechts twee stemmen tegen, aanvaard.

Invulling 

Zo zijn we als hervormd gereformeerden ook samen - ik bedoel hier in concreto het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond en het Comité tot Behoud van de Nederlandse Hervormde Kerk, waarbinnen ook het Gekrookte Riet een plaats had - op weg gegaan om invulling te geven aan een besluit, dat door de synode van onze eigen Nederlandse Hervormde Kerk was genomen.

We zijn (als hoofdbestuur) de gesprekken aangegaan in het besef, dat we als hervormd gereformeerden ten volle verantwoordelijkheid dragen voor het geheel der kerk en als zodanig ook binnen de ambtelijke vergaderingen. Ds. G. D. Kamphuis heeft daar in zijn inleiding reeds opgewezen. Daarmee strookt de eerder door ons gedane uitspraak, dat we, ook in de ontwikkeling naar een verenigde kerk, hoezeer we deze ook in alle toonaarden onder kritiek hebben gesteld, ons geroepen weten op onze post te blijven om ons in te zetten voor 'het recht der hervormde gezindheid, dat is de gereformeerde belijdenis'. Al gaat de Hervormde Kerk een weg, waarvan we vanaf het begin hebben gezegd, dat we er op worden 'meegenomen' en dat we die diep betreuren, we kunnen ons niet losmaken van de kerk, zo min als van het volk. Het gaat daarbij niet alleen om de belijdenis maar ook om het zicht op het verbond. De gereformeerde belijdenis - nu, maar ook straks nog steeds verwoord in de grondslag van de kerk - zal ons ijkpunt zijn. In het Verbond ligt onze pleitgrond bij de God van het Verbond voor een ontrouw volk, voor een ontrouwe kerk ook. Tenzij we de kerk tot valse kerk zou-den moeten verklaren. Dat komt ons niet over de lippen, zolang er de 'oude papieren' liggen, hoe verstoft ook in de kerkelijke praktijk. Zoals ook vandaag in de Hervormde Kerk, zullen we de kerk op haar wezenlijke fundament aanspreken.

Pluraal

Kan dat nog? Die kerk zal toch principieel pluraal zijn? Hier stuiten we op het feit, dat de kerk in de uitwerking van de grondslag een pluraal karakter heeft. De eerlijkheid gebiedt echter te zeggen, dat dit plurale karakter niet zonder meer te herleiden is tot de grondslag als zodanig. Wanneer die grondslag nochtans tot pluraliteit leidt, wordt dat met name bepaald door de aanduiding 'gemeenschap met de belijdenis van het voorgeslacht', een aanduiding, die echter vandaag ook het grondslagartikel van de Hervormde Kerkorde kenmerkt. Onder de 'gemeenschap met de belijdenis van het voorgeslacht' vallen de gereformeerde en oud-christelijke belijdenissen; met daarbij als toegevoegde belijdenis wel de (onveranderde) Augsburgse Confessie. De veelbesproken Konkordie van Leuenberg valt in de definitieve versie buiten de 'gemeenschap'. De betekenis van Augsburg in de grondslag is onder ons nauwelijks doordacht. Van deze confessie zei ds. L. H. Oosten overigens in het R. D., dat hij ermee leven en sterven kon.

In de nadere uitwerking, in grondslagartikelen en ordinanties, blijkt echter wel het plurale karakter. Dat blijkt uit de ambivalentie ten aanzien van de ambten, de sacramenten en het huwelijk. Zou vandaag de hervormde kerkorde van 1951 moeten worden vastgesteld, dan diene men er rekening mee te houden, dat dit ambivalente karakter op deze punten ook daarin aan het licht zou komen. We zijn als Hervormde Kerk ook verschoven ten opzichte van de hoge uitgangspunten, die (nochtans) de Kerkorde van 1951 kenmerkten, hoe kritisch deze toen ook al werden beoordeeld in hervonnd gereformeerde kring.

Gegeven dit alles acht het hoofdbestuur een Unie van Gemeenten rondom een gereformeerd convenant een mogelijkheid om de grondrechten van gemeenten, o.a. ten aanzien van ambt, sacrament en huwelijk, vast te leggen; méér dan nu (reeds) mogelijk is, nu in de ordinanties wordt gesteld, dat gemeenten zich verbonden zullen en mogen weten met verschillende tradities. De voorstellen van het hoofdbestuur beogen kerkordelijk vastgelegde garanties, dat gemeenten het recht hebben zich aangaande 'leer en leven' te baseren op de gereformeerde belijdenis

Grondstructuur

Ten aanzien van deze zaken waren we het in het gezamenlijk overleg in onze kring in grote lijnen eens. Maar uiteindelijk ging het erom of we een eigen kerk (binnen of buiten de verenigde kerk) voortzetten of dat we in het geheel van de kerk onze plaats zullen innemen naar Schrift en belijdenis. We willen in dit alles ook staan voor een kerk met een gereformeerde grondstructuur, die door de ambten wordt geregeerd en geleid. De presbyteriaal-synodale grondstructuur van de kerk heeft in deze oude gereformeerde papieren. In deze structuur is met name de plaats van de classis als grondvergadering van de kerk verankerd. Vandaar dat in het voorstel van het hoofdbestuur is gepleit voor de eigen keuze van hervormde classes om als zodanig voort te bestaan of zich te verenigen. Het gaat hier dus niet om een nieuw te creëren type classis van hervormd gereformeerde, laat staan Gereformeerde Bondssignatuur. Het gaat om de thans vigerende hervormde classes.

Ds. H. J. Lam heeft er in een fundamenteel artikel in de Waarheidsvriend (d.d. 3 december) op gewezen, dat het Convent van Wezel (1568) aan de classes die grondrechten ook toekende, waarbij hij met name ook noemde het toezicht op doop, avondmaal, huwelijkszaken en tucht. Het zijn immers de classes, waarin alle gemeenten van de kerk vertegenwoordigd zijn. In de presbyteriaal-synodale structuur van de kerk komt in de classis juist ook het presbyteriale karakter van de kerk tot uitdrukking. 'De ouderling zit op de leer' zei prof. dr. A. A. van Ruler. Dat relativeert de plaats van de synode, het accentueert de plaats van de classis.

Genegeerd

We willen er hier daarom nog eens aan herinneren, dat enkele jaren geleden de synode het grondrecht van de classis heeft genegeerd, toen een zeer groot aantal classes hebben gepleit voor federatie. Dat advies van vele classes is niet in behandeling genomen. We weten best dat federatie altijd iets voorlopig heeft. Maar voorlopig zou veel onheil voorkomen zijn wanneer dat advies ernstig was genomen. We hebben daarvoor ook steeds gepleit.

Toen we' ons echter hebben gezet aan de invulling van het synodebesluit was federatie niet meer het uitgangspunt. Dat heeft in de maandenlange besprekingen onder ons ook geen rol meer gespeeld. Toen het synodebesluit tot invulling van de motie Van Heijst/De Visser genomen werd, was federatie niet (meer) aan de orde. Dan hadden we het synodebesluit in maart reeds moeten afwijzen. De besluiten om onomkeerbaar de weg naar vereniging te gaan waren (opnieuw) genomen.

Het verenigingsbesluit laat nog enkele jaren op zich wachten. Daarin zullen de ambtelijke vergaderingen nog moeten beslissen. Wat de hervormde synode betreft met tweederde meerderheid. Dan zal blijken of het draagvlak voor vereniging inderdaad aanwezig zal zijn of dat toch federatie een (voorlopig) eindpunt is.

Verschillen

Helaas hebben wij moeten constateren, dat wij in hervormd gereformeerde kiing niet samen tot een eensluidend voorstel hebben kunnen komen. Het kan niet onze bedoeling zijn hier de voorstellen nog eens toe te lichten. De hoofdlijn is al aangegeven. Laat ons echter helder zijn ten aanzien van het punt, waar de wegen uiteindelijk uiteen gingen; waarop ze overigens telkens uiteen gingen.

Zoals gezegd diende invulling van het synodebesluit plaats te vinden binnen het kader van de kerkorde voor de verenigde kerk. In de beraadslagingen onder ons ging het er uiteindelijk om of onze plaats, wanneer uiteindelijk het verenigingsbesluit toch genomen zal worden, binnen de verenigde kerk zal zijn of erbuiten. Het best is dat te illustreren aan de kwestie van de synode, die wordt voorgestaan tot het Comité tot Behoud van de Nederlandse Hervormde Kerk. In de toelichting op het synodebesluit is in maart ook verwezen naar de lutheranen, die eigen vormen van kerkelijk leven mogen behouden in de verenigde kerk en daarvoor ook een synode hebben. Waarom dan ook geen hervormde synode?

De lutherse synode echter, zo valt te lezen op de toelichting bij de ordinanties, is geen meerdere ambtelijke vergadering. Ze wordt ook niet gekozen uit classes of kerkenraden maar uit de leden. Ze wordt omschreven als een (ambtelijk) orgaan. Ze is gesubordineerd, ondergeschikt aan de generale synode van de verenigde kerk. Toen dat in onze besprekingen duidelijk werd, gingen de wegen uiteen en was verwijzing naar de lutherse synode niet meer gewenst. Daarbij gaat het om de vraag of de verenigde kerk, als daartoe in de (nabije) toekomst het besluit wordt genomen, in haar ambtelijke vergaderingen zal worden erkend of niet. Dan gaat het uiteindelijk toch - het hoge woord moet er uit - om scheiden of blijven. Welke weg het hoofdbestuur hier gaat is genoegzaam aangegeven. Wij willen ons niet afsnoeren van het geheel van de kerk, ook niet zoals zij zich vertoont in haar ambtelijke vergaderingen.

Nog hangende de besprekingen kwam het Gekrookte Riet met een geheel eigen voorstel, waarin wordt gepleit voor een eigensoortige vorm van federatie. Eerst moet een zelf te kiezen of te vormen Hervormde Kerk worden gecreëerd. Die zal dan federatief aan de verenigde kerk worden gekoppeld. Dat voorstel gaat veel verder dan federatie van de kerken en van de ambtelijke vergaderingen, zoals we die nu kennen. Een kerk buiten de verenigde kerk dus. De voorstellen van het Comité tot Behoud van de Hervormde Kerk zouden naar het oordeel van ds. Tj. de Jong met die gedachte stroken. Hier gingen onze wegen fundamenteel uiteen.

Constructie

Broeders en zusters, ik zou met deze korte toelichting kunnen afsluiten. Dat zou echter te mager zijn. Ik wil nog even de draad opnemen van het begin van dit verhaal. Want ook wat ik tot heden toelichtte betreft een constructie; een constructie vanwege de gebrokenheid van de kerk, vanwege 'de hardigheid des harten', een constructie zelfs met een hoog consensus-gehalte. En nu besef ik ook woorden te gebruiken, die verre zijn van waar het in de kerk om gaat.

De kerk verkeert in een diepe crisis. In een diep gebroken gestalte is met name de Hervormde Kerk op weg naar vereniging met andere kerken. Daardoor dreigen nu nieuwe breuken te worden geslagen. De gevolgen van de crisis in de kerk zijn alom zichtbaar, zowel daar, waar gemeenten al ver Samen op Weg waren of zijn, alsook in eigen kring, waar hier en daar ook de haarscheuren (of erger) zichtbaar worden of het proces van Samen op Weg zich doorvertaalt in een nieuwe polarisatie. Dat breekt ons het hart. God beware Zijn gemeente vandaag voor scheuring.

Dat is de oprechte bede van velen. Hoe kan een zo gebroken kerk de rechte weg naar eenheid gaan? Het zou de kerk zelf tot diepe bezinning moeten brengen. Is niet een adempauze nodig om tot een heroriëntatie te komen? Maar ook, helpt een constructie van welke aard dan ook ons door de kerkelijke crisis, die ook een geestelijke crisis is, heen?

Geestelijk

Moeten we geestelijk daarom ook niet het net aan de andere zijde uitwerpen? We mogen elkaar vandaag ook bevragen hoe de kerk onder ons leeft; of en hóé we vandaag ook nog de kerk geloven. U permittere mij een persoonlijke ontboezeming. In deze dagen heb ik vaak moeten denken aan een woord van ds. W. L. Tukker, wiens liefde tot de kerk spreekwoordelijk was. Hij praktiseerde die liefde toen de Hervormde Kerk eerder door diepten ging.

Hij zei de kerk lief te hebben, 'ook in haar zonde'. Let wel: hij zei niet de kerk èn haar zonde lief te hebben. De kerk in haar zonde. Ik kon dat woord nooit zo maar nazeggen. De laatste tijd leer ik het verstaan. De kerk lief hebben, haar afdwaling, haar zondige toestand, haar vervallenheid ten spijt, en dan te beleven zelf mee deel te hebben aan haar schuld. We zijn geen haar beter broeders dan de kerk op haar slechtst.

Enkele weken geleden vierden we in onze gemeente het heilig avondmaal. De tekst voor de prediking was het instellingswoord van Christus uit 1 Kor. 11 : 24: en toen Hij gedankt had brak Hij het (brood) en zeide: neemt, eet, dat is Mijn lichaam dat voor u gebroken wordt.' Vanuit die tekst mogen we ook zien op de kerk in haar gebroken gestalte. Nog vóórdat het Lichaam van Christus, wat de kerk toch is, zich zo geschonden en gehavend, en bloedend uit duizend wonden, aan de wereld vertoonde, werd Zijn Lichaam verbroken; verbroken tot een volkomen Verzoening voor al onze zonden, ook voor onze kerkelijke zonden. Met dit zicht op Hem kan men de kerk liefhebben, zelfs in haar ongestalte, zelfs op wegen waar ze dolende is, niet allereerst, hoewel ook, in een verenigingsproces, maar vooral in haar verzaken van de heilige leer van haar Meester. Nooit eerder heb ik de kerk zo lief gehad als op die zondag! Dan kan men geen deel hebben aan nieuwe scheuring van het Lichaam van Christus. Dan kan men slechts deernis hebben met het gruis van Sion. Alle theoretische discussie over wat afscheiding is verbleekt bij het dieper worden van de wonden van Zijn gescheurde Lichaam.

Al te veel wordt dunkt me ook onder ons gehoord dat wij de kerk, of die al of niet hervormd zal heten, zullen voortzetten. Wij zullen toch niets? Houdt Christus Zijne Kerk in stand, laat dan de hel vrij woeden. Hij heeft tot heden Zijn gang niet ingehouden in het midden van de kandelaren, ook al zijn die voor het oog verre van goud. Hoop op God. Of hebben we de Hoop opgegeven?

Ik herhaal wat ik ooit van ds. G. Boer zei: 'De bond mag sterven, maar de kerk zal leven'. Met name in de gemeenten! Zo mogen we toch ook vandaag over deze vergadering heenzien? ! We geloven de kerk: de ene katholieke, christelijke kerk zelfs.

Katharsis

Ik sluit af met wat in de dertiger jaren J. Huizinga schreef in zijn boek 'In de schaduwen van morgen — een diagnose van het geestelijk lijden van onze tijd'. Hij zag de grote crisis over Europa aankomen. Het laatste hoofdstuk van dat boek heet 'Katharsis', reiniging. De geestelijke habitus van de mens moet veranderen, zegt hij. De mens heeft, in de zich aandienende crisis, 'inwendige loutering' nodig, 'overgave aan het hoogste wat te denken valt'. Innerlijke loutering, die de overmoed breekt. Huizinga, zelf vrijdenker, spreekt dan diegenen gelukkig voor wie die loutering is gegeven met de naam van Hem, die sprak 'Ik ben de Weg, en de Waarheid en het Leven'. Met zulk een heimwee bezag een agnost in de dertiger jaren het wezenlijke van de kerk: innerlijk gelouterd.

Ik moet aan dit woord vaak denken. Vandaag is de crisis onder het volk niet minder dan in de dertiger jaren. Aangrijpend nihilisme! Leest de wereld die innerlijke reiniging vandaag nog af aan de kerk? Of heeft de kerk zelf juist die innerlijke loutering het meest en allereerst nodig? De kerk heeft haar kleed bezoedeld, in haar diepe gebrokenheid, die diepe verdeeldheid inhoudt, op weg naar wat vereniging moet heten.

De kerk heeft ook haar kleed verontreinigd in het onderlinge verkeer tussen ambtsdragers, tussen leden van het Lichaam van Christus. Er trad en treedt geestelijke vervuiling op. Naarmate men meer betrokken is in het 'kerkelijk bedrijf rondom Samen op Weg beleeft men dat te bewuster. Wie zou durven zeggen in de huidige crisis schone handen te hebben gehouden? Wat we nodig hebben is Verzoening. Verzoening aangebracht door een Lam, dat bloedt.

Toespraak buitengewone ledenvergadering van de Gereformeerde Bond op zaterdag 19 december 1998 te Barneveld.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 december 1998

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

In gebroken gestalte  op weg naar eenwording?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 december 1998

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's