De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

12 minuten leestijd

Minst gelezen bestseller

Zo noemde prof. Anne van der Meiden onlangs de Bijbel op een toerustingsdag van Kerk in Uitvoering georganiseerd door de Evangelische Alliantie. Druk verkocht, maar weinig gelezen. Het eerste is met cijfers aan te tonen. Het tweede is nooit helemaal na te meten, maar wel te constateren vanuit een afnemende bijbelkennis. In elk geval is de Bijbel in 1998 in het nieuws geweest. Het Jaar van de Bijbel ging van start in september. Dat gaf en geeft de nodige publiciteit en dat is nooit weg. Maar daarnaast was er ook de presentatie van Werk in uitvoering, een bundeling van de eerste deeluitgaven van de Nieuwe Bijbelvertaling (NBV). Het gaat hier om de bijbelboeken Ester, Prediker, Jona, Handelingen en het apocriefe boek Judith. Zelf lezen we aan tafel de vertaling van het boek Ester. Een aansprekende en duidelijke weergave van deze altijd weer boeiende geschiedenis zo vol hemelse humor. De reacties op deze nieuwe vertaling kwamen van alle kanten op gang. Uiteraard in het te verwachten patroon van fel afwijzend tot juichend instemmend. Binnen korte tijd was Werk in uitvoering al uitverkocht en was een nieuwe oplage nodig. Binnen de kerken blijft de zaak van de vertaling van de Bijbel begrijpelijk velen bezighouden.

In Woord en Dienst van 21 november 1998 stond een gesprek van Constantijn Geluk te lezen met dr. S. J. Noorda. Hij is voorzitter van de begeleidingscommissie van de NBV. Uit dit gesprek lichten we het hier volgende fragment:

"De Bijbel moet steeds opnieuw vertaald worden. Het is niet mogelijk om de bijbelse vertaling op een bepaald moment in de geschiedenis te bevriezen. Je kunt niet zeggen: 'De Bijbel is een keer in het Latijn vertaald, anderhalf millennium geleden, en nu hebben we hem'. Of: 'De Bijbel is ooit in het Nederlands vertaald en daar kunnen we mee verder'. Want de taal die toen gekozen is, zegt ons nu alleen nog iets antiquarisch. Zelfs een vertaling die tachtig jaar geleden gemaakt is, doet nu buitengewoon ouderwets en gedateerd aan. Die vertalers gebruikten Nederlands dat wij zo niet meer spreken en dat zeker jongere generaties van vandaag als buitengewoon vreemd en ouderwets voorkomt."

"Er zijn mensen die dat niet erg vinden. Voor iemand als Maarten 't Hart is de Bijbel in 1637 bevroren; het is als een antiek ladenkastje dat je steeds weer oppoetst en waarvan je zegt: 'Och, wat is het toch een aardig kastje!' Maar het is voor hem niet iets dat bij het dagelijks leven hoort. Het roept hoogstens nostalgie op. Maar als je niet wilt dat dit boek op de stoffige zolder belandt, maar voor nieuwe generaties beschikbaar blijft, moet je het in een taal vatten die zich daarvoor leent."

Er is ook een groep mensen voor wie liet vasthouden aan de Statenvertaling geen antiquarische, maar een geestelijke zaak is.
Begrijpt u die mensen?

"Ja, ik begrijp ze heel goed. Net zo goed als ik mensen begrijp die eigenlijk vinden dat je alleen maar kunt vertalen voor je eigen geloofsgemeenschap. Ik bestrijd het goed recht van hun opvattingen ook helemaal niet. Alleen de opdracht die wij ons met deze vertaling gesteld hebben, is dat wij niet een of twee geloofsgemeenschappen maar de gehele breedte van de sprekers van het Nederlands willen bereiken.

Dan spreek je niet alleen over gebruik door gelovigen, maar ook over openbaar gebruik. Voor die mensen kun je niet met een antieke vertaling komen. Want zij hebben geen geloofsverbinding met die oude tekst. De manier waarin men in het orthodoxe calvinisme met die teksten omgaat, is een heel bijzondere. Toch kun je die moeilijk van andere lezers verwachten. Vertalen is voor gelovigen altijd een breuk met een waardevolle traditie. Als ik de Statenvertaling lees - of de oude psalmberijming zing - heb ik daar nog heel nostalgische gevoelens bij, omdat ik ze op de lagere school heb geleerd. 'Zelfs vindt de mus een huis, o Heer', zegt mijn kinderen niks, maar mij zegt dat mijn leven lang wat. Je moet echter de wijsheid kunnen opbrengen om dat niet maatgevend te maken voor het verdere nageslacht. En wie een oude vertaling zijn leven lang wil blijven lezen, mag dat natuurlijk. Er worden echt geen Bijbels verbrand.'"

Het hechten aan de Statenvertaling is uiteraard méér dan nostalgie. Het is vooral zorg om de inhoud van de Schriften. Vertalen is ook vertolken. Daar komt de vertaler zelf in mee. In Koers van 13 november 1998 heeft Constantijn Geluk ook een gesprek met dr. A. Noordegraaf over de zaak van de bijbelvertaling. Veelzeggend staat er boven dit interview Vertalen om niet te verdwalen. Noordegraaf erkent de monumentaliteit van de Statenvertaling, maar waarschuwt ervoor deze vertaling tot een onfeilbaar document te verheffen. De  SV is niet een vertaling van alle tijden. De drempel om via deze vertaling tot de inhoud van de Bijbel te komen lijkt al hoger te worden, ook voor veel kerkmensen. Maar hoe zit het dan met de geestelijke habitus van de vertaler?

'Er wordt nog weleens gezegd dat alle Statenvertalers geïnspireerde gelovigen waren en dat God daarom Zijn Zegen aan het vertaalproces heeft verbonden. Bij de totstandkoming van de Nieuwe Bijbelvertaling zijn ook enkele niet-kerkelijke taalkundigen en vrijzinnige supervisoren betrokken. Is dat belemmerend voor Gods zegen en dus nadelig voor het geestelijk gehalte van deze vertaling?

"Ik wil niets afdoen van de vroomheid van de Statenvertalers, maar ik vind zo'n argument nogal gevaarlijk. Wie geeft ons het recht te oordelen over het innerlijk, het geestelijk leven en de gemoedsgesteldheid van anderen? Het is nogal een boude zaak om betrokken vertalers en neerlandici zo af te schilderen. Bovendien moet je niet uitsluiten dat iemand die niet direct tot de kerkelijke kring behoort, op goede gronden adequaat over het vertalen zou kunnen oordelen. De vertalers zijn overigens allemaal kerkelijk betrokken en vatten hun taak zeer consciëntieus op.

Dat blijkt ook wel uit de voorzichtigheid waarniee men te werk gaat. Er is geen sprake van dat deze mensen met opzet proberen hun ideeën ingang te laten vinden. Dat zijn van die indianenverhalen, die gretig hun weg vinden, graag geloofd worden en een eigen leven gaan leiden. Maar als je daarbij niet oppast, ga je de Statenvertaling haast verheerlijken en canoniseren. Ik vraag me af of dat wel gereformeerd is. Wij hebben toch geen boekenreligie, waarbij de Bijbel op dezelfde manier wordt gebruikt als bijvoor-' beeld de moslims de Koran gebruiken? Daarnaast moet je niet vergeten dat men in onze kringen ook moeite heeft om Gods Woord te lezen zoals het er staat. Er is dikwijls sprake van dogmatische vooringenomenheid. Een buitenstaander kan daar soms heel treffend op wijzen."

Adoratie

"Je moet oppassen om aan een vertaling openbaringskwaliteit toe te kennen, " vervolgt Noordegraaf. "In de gereformeerde gezindte heeft men de neiging om aan bepaalde verworvenheden een haast heilshistorische waarde toe te kennen. Dat zie je ook in de adoratie van de Statenvertaling. Maar als je toch het Sola Scriptura-pnncipe belijdt, lijkt me dat een beetje hachelijk."

"Natuurlijk spelen er rond de ontvangst van een nieuwe vertaling allerlei spirituele en emotionele elementen mee. Die hebben ook hun goed recht. Maar je moet wel oppassen dat je ze niet gaat verabsoluteren. Dan worden het basisprincipes en maatstaven om anderen mee te beoordelen. Ik heb bijvoorbeeld geen enkele moeite met een comité ter behoud van de Statenvertaling, zolang het zich erop richt dat deze vertaling als monument bewaard blijft en op de plaatsen waar hij geliefd is, gebruikt kan blijven worden. Maar ik heb er wel moeite mee wanneer deze mensen zich met een mix van terechte en onterechte argumenten en verdachtmakingen de eigen vertaling verabsoluteren en iedere andere vertaling slechts bekritiseren. Dan staat het resultaat van elke nieuwe vertaling bij voorbaat vast; zelfs als deze vertaalkundig beter zou zijn dan de Statenvertaling.'"

In het oordeel dat men velt over de zaak van de bijbelvertaling speelt bewust of onbewust toch ook vaak mee hoe missionair de instelling is. Is de Bijbel vooral bestemd voor intern gebruik? Of is het een instrument ons door God in handen gegeven om de wereld in aanraking te brengen met Zijn heilswil? We stemmen geheel in met wat dr. Noordegraaf daarover onder andere zegt in dit citaat:

'"Daarbij moet je bedenken dat ook juist in de kringen waar men de Statenvertaling zo graag wil bewaren. Het Boek veel ingang heeft gevonden. Maar dat is niet eens een echte vertaling. Zo'n parafrase heeft zeker een functie, maar vind ik vaak wel erg vlak en plat. Het Boek kan niet tippen aan de Nieuwe Bijbelvertaling. Daaruit blijkt hoe emotioneel - en niet principieel - die discussie is."

"Ik vind het pijnlijk dat er in de kritiek op de NBV weinig aandacht wordt geschonken aan het missionaire aspect van een nieuwe bijbelvertaling. We houden ons vooral bezig met onze bezwaren, maar staan veel minder uitgebreid stil bij degenen die buiten staan."

Belemmering

Wat is de rol van een nieuwe bijbelvertaling in het missionair gemeentezijn ?

"Je bent pas een missionaire gemeente wanneer je uit Gods Woord leeft en het Evangelie gestalte geeft. Dat hangt niet direct af van een bijbelvertaling. Maar wanneer mensen de taal van de Bijbel niet meer begrijpen - en die signalen worden steeds sterker - moet je je als kerk toch afvragen of het niet verstandig is om een nieuwe vertaling met vreugde te begroeten. Ik vind niets erger dan wanneer kerken onderling steggelen en discussiëren over van alles en nog wat, terwijl de bijbelkennis onder ons volk in grote mate wegzinkt. Je zou eens een aantal randkerkelijke mensen een oude en een nieuwe vertaling in handen moeten geven en vragen: Versta je wat je leest? Dan zal er ook bij de NBV heel wat uitleg nodig zijn. Maar die spitst zich dan toe op de boodschap en niet op de vertaling als zodanig. Natuurlijk kan alleen de Geest het Woord aan mensen bekendmaken. Maar wanneer je op het punt van de taalkundige verstaanbaarheid tekortschiet, zou je de Geest weleens kunnen belemmeren."'

Lettend op de reacties op de NBV binnen delen van de gereformeerde gezindte (afwijzend, kritisch, aarzelend), zou je nu al concluderen: het zal straks, als de NBV geheel gereed is, wel weer niets worden. In De Wekker van 27 november 1998 schrijft prof. dr. H. G. L. Peels, hoogleraar Oude Testament aan de Theologische universiteit van de Christelijke Gereformeerde Kerken in Apeldoorn een instructief artikel over de zaak van de NBV onder het opschrift De Bijbel in het nieuws. Hij onderstreept met talloze feiten de urgentie van een nieuwe vertaling van de Bijbel.

Naast de realiteit dat de vertalingen van 1637 en van 1951 aan taalkundige slijtage lijden, zijn er ook talloze andere argumenten om te pleiten voor een geheel nieuwe vertaling. Prof. Peels noemt het feit dat er de laatste decennia veel studie is gemaakt van het verschijnsel bij bel vertalen. Er is zelfs een vertaalwetenschap ontstaan, gestimuleerd door het zendingswerk en de groei van jonge kerken. Daarnaast is er ook de geweldig toegenomen kennis van de grondtalen en culturen.
Prof. Peels: 'Waar de Statenvertalers soms met hun handen in het haar zaten (en dat ook rustig toegaven, zoals Bogerman dat deed ten aanzien van het boek Job), omdat ze de betekenis van de woorden echt niet wisten, ligt dat vandaag na twee eeuwen archeologie en bijbelwetenschap vaak anders.' Maar hoe moet het verder als de laatste weken bleek dat er de nodige kritiek losbrandde op het vertaalresultaat?
Prof. Peels: 'De geschiedenis biedt diverse voorbeelden van commotie, troebelen, ruzie en herrie bij de introductie van nieuwe bijbelvertalingen. Er zijn zelfs mensen voor op de brandstapel gebracht. Het punt is dat bij de beoordeling van een nieuwe bijbelvertaling niet alleen logische en rationele argumenten een rol spelen, maar zeker ook emotionele (en zelfs kerkpolitieke) overwegingen. En dat kan heel diep zitten. Men is immers gehecht aan de eigen oude en vertrouwde vertaling. Dat is de vertaling waarmee men is opgegroeid, waaruit men heeft horen preken, waaruit men allerlei teksten in het geheugen heeft opgeslagen, woorden die men liefheeft en koestert, waarmee men tot God gebeden en gezongen heeft. Daarom is het zaak rondom een nieuwe bijbelvertahng met wijsheid en tact op te treden.

Standpunten kunnen immers maar al te snel radicahseren, zoals ook de geschiedenis van onze eigen kerken heeft laten zien. Soms kan een sfeer ontstaan waarin het vreemde vuur hoog oplaait: de ene vertaling wordt opgehemeld, de andere afgekraakt; ketterij-jagers vinden wat ze zoeken, enz. Direct al bij de presentatie van Werk in uitvoering brandde de discussie los. Een bekend figuur als Nico ter Linden had zijn oordeel zonder pardon klaar: 't Is niks. Het was wellicht niet eenieder duidelijk dat voor Ter Linden alleen die vertaling acceptabel is, die past bij zijn eigen, op de principia van de zogenaamde Amsterdamse school geënte, theologische visie. Weer een ander schreef de NBV acuut af omdat de NBV-vertalers niet allemaal orthodoxe christenen zijn. Zo zal het nog wel even doorgaan, met allerlei kort-door-de-bocht-gaande oordelen.

Als het stof weer is gaan liggen, zullen hopelijk meer evenwichtige reacties loskomen. Dan zal de NBV gewogen worden met het oog op het werkelijke eindresultaat, en niet op basis van de vermeende of ontbrekende rechtzinnigheid bij de NBV-vertalers. Men moet in de beoordeling ook geen appels met peren gaan vergelijken. Deze nieuwe vertaling verdient een faire behandeling, die het resultaat waardeert of kritiseert binnen het kader van de gekozen vertaalstrategie. Niet een enkele, tekst, maar het geheel dient men te bezien. Plus-en minpunten kunnen dan op tafel komen. Daar zal het vertaalteam alleen maar blij mee zijn. Maar niet alleen commentaar is nodig - nog veel meer en ook eerder, naar mijn persoonlijke mening, de voorbede voor hen die dit werk hebben ondernomen. Van hoe groot belang is immers de vertolking van Gods Woord, gericht op een nieuwe generatie, in een nieuwe eeuw.'

Met dat laatste stemmen we van harte in. Wat is het ons waard dat de inhoud van de Schriften bekend blijft onder de generaties van nu en van straks? Er zal de komende jaren ook onder ons een moeilijke, maar heldere, afweging en besluitvorming voorbereid moeten worden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 december 1998

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 december 1998

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's