Niet door kracht of geweld
Impressie van de eerste buitengewone ledenvergadering in de GB-geschiedenis
De Gereformeerde Bond was terug in Barneveld, zaterdag 19 december. In de plaats waar in 1987 honderden ambtsdragers hun bezwaren tegen kerkelijke eenwording met de Gereformeerde Kerken stem gaven, werd voor het eerst in de historie een buitengewone ledenvergadering belegd, nadat ruim vijftig leden hiertoe een verzoek hadden ingediend. Opnieuw, nog steeds, bepaalde Samen op Weg de agenda.
Slechts wie een vooraf aangevraagde en toegestuurde toegangskaart bij zich had, werd toegelaten tot de kerkzaal van de Goede Herderkerk, waar de vergadering plaatsvond. Het mag als typerend gezien worden voor het bijzondere karakter van deze bijeenkomst, waar het hoofdbestuur graag met de leden van de vereniging in gesprek wilde komen, niet met ieder die zich bij het proces van kerkfusie betrokken weet. Zelfs trouwe bezoekers van de jaarvergadering of vaste deelnemers aan de predikantencontio bleken dezer dagen niet automatisch lid van de Gereformeerde Bond, laat staan degenen die wekelijks de Waarheidsvriend in hun krantenbak vinden.
Waarom ráákt de boodschap van de psalmen altijd weer tijdens massale samenkomsten rondom Samen op Weg? Als ik m'n ogen dicht doe, hoor ik het nóg: Putten, 1992: 'Herdenk de trouw aan ons voorheen betoond; Denk aan Uw volk, door U van ouds verkregen' (Psalm 74), Amersfoort, 1996: 'Ik roem in God; ik prijs 't onfeilbaar woord' (Psalm 56). En dan Barneveld, Advent 1998, waar wordt begonnen met de Lofzang van Zacharias:
'God had hun, tot hun troost gemeld,
Hoe Zijn gena ons redden zou
Van onzer haaf ren wreed geweld:
Nu blijkt Zijn onverwrikb're trouw;
Nu toont Hij Zijn barmhartigheid,
Van ouds den vaad'ren toegezeid;
En dat Hij wil gedenken
Aan 't heilverbond, aan dien gestaafden eed.
Dien Hij weleer aan Abram deed,
Aan Zijn verbond, dat van geen wank'len weet'.
De voorzitter, ds. G. D. Kamphuis, leest Zacharia 4 en spreekt een openingswoord naar aanleiding van vers 6: 'Niet door kracht, noch door geweld, maar door Mijn Geest zal het geschieden, zegt de Heere der heirscharen.' In de Waarheidsvriend van vorige week stond deze meditatieve toespraak afgedrukt, evenals de enkele lijnen die ds. Kamphuis aan het begin van de vergadering trok, waarin hij het bestuursbeleid toelichtte. Als centrale gedachte hierin mag geformuleerd worden dat het bestuur altijd uitgesproken heeft in de kerk te willen staan slechts op grond van de gereformeerde belijdenis, op geen enkele wijze de pluraliteit erkent en zich aangesproken weet door het genadeverbond Gods.
De algemeen secretaris van de Geref. Bond, dr. ir. J. van der Graaf, wiens toespraak eveneens vorige week is afgedrukt, geeft een nadere toelichting bij de recent gedane voorstellen, voortkomend uit de motie van ds. De Visser en oud. Van Heijst. Hij gaf namens het hoofdbestuur rekenschap van de gesprekken die met het Comité tot behoud van de Hervormde Kerk plaatsvonden. In zijn toespraak stond hij stil bij de gebrokenheid van het lichaam van Christus, bij het liefhebben van de kerk in haar zonden, naar een uitspraak van ds. W. L. Tukker.
Teleurstelling
Initiatiefnemer G. Zetzema uit Putten geeft vervolgens aan waarom hij om een buitengewone ledenvergadering verzocht. 'Het bestuur van een vereniging moet zowel leiding geven als de statuten uitvoeren.' Zetzema stelt dat in Putten '92 het standpunt van de leden is verwoord: We kunnen niet weg, we kunnen niet mee. 'Dat gaf commotie, want als de bond niet meegaat, hebben we geen geld.' De omslag volgt in 1995, wanneer de synode besluit onomkeerbaar verder te gaan op weg naar een verenigde kerk. De heer Zetzema rekende erop dat Amersfoort '96 een herhaling van Putten zou zijn. 'In drie toespraken werd de stand van zaken belicht. Groen werd aangehaald. Van der Graaf vroeg zich af of het adagium van Putten wel deugdelijk was.'
De heer Zetzema meent dat de woorden van Groen niet te vergelijken zijn met onze situatie. 'Er heerste teleurstelling dat de bond besloten had mee te gaan naar de VPKN. Zonder de leden te raadplegen werd een andere weg ingeslagen. Hier gaat bij mij het licht uit.' Tegen de aanwezige leden zegt hij: 'U en ik hebben dit beleid nimmer afgekeurd en zijn daarom mede schuldig. Daarom stel ik nu de vraag: Wilt u hervormd blijven? Laten we zorg hebben om onze moeder, nu ze er is, laten we uitspreken: We blijven hervormd.'
In een door vijf GB-leden ondertekende motie wordt gesteld dat het beleid van het hoofdbestuur in strijd is met artikel 4 van de statuten. In deze door de heer Zetzema ingediende motie werd het bestuur de opdracht gegeven zich aan de statuten te houden en niet verder te gaan dan federatie.
Gesprek met de leden
Onder leiding van ds. J. Harteman wordt vervolgens het gesprek met de leden gevoerd. De discussieleider zegt vooraf te hopen op een goede ontmoeting, een opbouwend gesprek, waarbij ieder volop ruimte krijgt zich uit te spreken in een sfeer van vertrouwen. Als eerste staat synodepreses ds. B. J. van Vreeswijk (Veenendaal) achter de microfoon, 'als lid van de GB, al is dat best wat moeilijk.' Hij beaamt allereerst dat het adagium van Putten breed omhelsd is, maar vraagt zich af waar dat bij de voortgang van het proces toe leidde. Als er een scheuring dreigt, moet er een concrete vertaling plaatsvinden. Hij zegt het beleid van het hoofdbestuur krachtig te willen ondersteunen. Aan het adres van de indieners van de motie vraagt hij welke belijdenisgeschriften naar hun mening op gespannen voet staan met de in de grondslag van de Hervormde Kerk genoemde belijdenisgeschriften, omdat hij slechts de Augsburgse Confessie kan noemen. Hij zegt tot slot dat de motie afscheiding bepleit, noemt dit onhervormd en vraagt: Verstaan we wat dit in de kerkelijke praktijk betekent?
Ds. C. van Duijn (Amsterdam) sluit hierbij aan en zegt dat de ambtsdragersvergadering in Amersfoort hem diep getroffen heeft.
Ds. J. van het Goor (Stolwijk) zegt allereerst zich niet tegenover het hoofdbestuur op te stellen. 'Maar mijn kerkenraad kan tot op heden niet weg en niet mee, en in die zin staan we wel tegenover het hoofdbestuur. Laat de synode daarom onze nood en verlegenheid voelen!' Ds. Van het Goor vraagt zich af of we met fusie geen brug te ver zijn en moeten aandringen op federatie. Hij zet de onomkeerbaarheid van het proces tegenover de onopgeefbaarheid van onze bezwaren en vraagt zich af of het geen Woord-breuk is als we erkennen wat leugen is.
De heer Zetzema krijgt gelegenheid de vragen van ds. Van Vreeswijk te beantwoorden. Hij zegt dat het vooral gaat om het formuleren van beleid zonder het raadplegen van de leden. 'Wij willen niet afscheiden, maar gewoon hervormd blijven. Hoe denken de leden daarover?'
Augsburg
Aangaande 'Augsburg' geeft ds. C. J. P. van der Bas (Woudenberg) een toelichting. Hij citeert een artikel van ds. P. de Vries in het Reformatorisch Dagblad, waarin gezegd wordt dat Melanchton in de Augsburgse Confessie in 1530 zo dicht mogelijk bij de roomse keizer wilde aansluiten. 'In dit belijdenisgeschrift wordt gezwegen over de verhouding Schrift en kerk. Volgens 'Augsburg' is de doop noodzakelijk tot de zaligheid, terwijl wat het avondmaal betreft de leer van de transsubstantiatie niet wordt afgewezen.' Ds. Van der Bas stelt dat 'Augsburg' ruimte geeft om in liturgisch opzicht terug te keren naar de voorreformatorische situatie, 'een tendens die dr. Immink in het nieuwe Dienstboek heeft aangewezen.'
Van der Graaf antwoordt dat hervormd-gereformeerden zich in hun kritiek op de kerkorde jarenlang richtten op Leuenberg. 'Dat Luther en Calvijn over het avondmaal verschilden, is duidelijk. Het gaat echter om diepere dingen, om gemeenschap op grond van de gereformeerde belijdenis.'
De heer A. Rietman (Kampen) vindt de tegenstelling tussen scheiden of blijven een bedenkelijke redenering. 'Het gaat om wel of niet meegaan.'
De heer J. de Krey (Loosduinen) wil 'als wat oudere man de motie afraden, want die brengt zo'n scherpte in.' Hij pleit voor een samenvattend manifest waarop alle bezwaren als een eenparige mening naar de synode toe geformuleerd worden.
Scheiding voorkomen
Na een pauze spreekt voorzitter ds. Kamphuis de vergadering allereerst toe. 'Hoe je het ook formuleert, op het moment dat er een schisma komt, is er sprake van afscheiding, binnen gezinnen en gemeenten. Dat willen we voorkomen, om samen kerk te zijn. Evenwel zijn vanmorgen onze bezwaren opnieuw vertolkt. Hiermee is een groot spanningsveld genoemd.'
Ds. Kamphuis stelt dat het inhoudelijk de vraag is of 'Amersfoort' een breuk met 'Putten' betekende. 'We laten toch de Nederlandse Hervormde Kerk niet los? Daarbij is er een spanning tussen het geestelijk en juridisch voortbestaan van de kerk.' Wat betreft artikel 4 van de statuten refereert hij eraan dat niet de Gereformeerde Bond beslist over het voortbestaan van de Hervormde Kerk, maar dat het omgekeerde liet geval is. Namens het hoofdbestuur ontraadt hij de motie van harte. Hij verzoekt de indieners de motie terug te nemen, 'mede omdat u ons op elke jaarvergadering decharge verleende. U brengt de discussie onder ons onder een ontzaglijke spanning. Iets anders is dat wij bereid zijn de bezwaren nóg een keer te vertolken, zoals de heer De Krey voorstelde.'
Bestuurslid ds. R. H. Kieskamp stelt, dat als de motie aangenomen wordt, 'we de kerk der Reformatie laten gaan, in plaats van te komen tot oprichting uit haar diepe verval.' De heer Zetzema zegt het jammer te vinden dat direct na de schorsing de motie ontraden werd. 'Geef eerst de leden het woord.' Wat vervolgens opnieuw gebeurt.
Ds. A. W. van der Plas (Waddinxveen) ondersteunt het beleid van het hoofdbestuur van harte. Hij meent dat federatie een gepasseerd station is en wil vooral kijken naar de positie van de eigen gemeenten: 'Zien we de verscheurdheid, de uitstroom naar evangelische groepen? Onze eerste roeping is niet elkaar te bestrijden, maar in de gemeenten te staan voor de belijdenis van het Woord van God.'
Federatie
Ds. P. H. van Trigt (Wapenveld) begrijpt dat het hoofdbestuur wilde reageren binnen de motie-De Visser/Van Heijst. 'Maar kunnen we daarnaast niet via de classis pleiten voor federatie? Kan het hoofdbestuur de classes hierin niet adviseren?' Ds. Kamphuis: 'De afgelopen maanden is de federatie-optie niet aan de orde geweest, maar uw voorstel willen we graag onderstrepen.'
Ds. G. Herwig (Noordwijk) verwoordt zijn begrip voor de tijdsdruk, maar vindt achteraf gezien de procedure wat ongelukkig. 'Waarom geen ledenvergadering na de bekendmaking van de voorstellen in de Waarheidsvriend? Is de noodkreet die uit de vraag om deze vergadering klinkt, gehoord?' Hij vraagt zich af of er ondanks de nadruk op de classis als grondvlak van de kerk wel naar de classis geluisterd wordt. 'In een groot bolwerk vlakbij mijn woonplaats lijkt me het gewone kerkvolk niet op de hoogte te zijn. Bent u er niet van overtuigd dat als zij wakker worden, de schade veel groter is dan u voorziet?' Ds. Herwig zou blanco over de motie stemmen, maar wil het signaal erachter graag gehonoreerd zien.
De heer J. van Asselt (Woudenberg) vraagt de indieners hun motie in te trekken. 'Of verdaagt u hem, opdat we ons over twee jaar nog eens kunnen beraden.' Hij zou de verontrusting uit willen werken in een manifest.
De heer J. Geurts (Ermelo) vraagt waar hij onderdak moet vinden, als zijn moeder hem niet meer erkent. Hij wil dat het hoofdbestuur zijn werk niet naziet, maar overdoet. Ds. Kamphuis antwoordt dat het 'gebed voor de zieke moeder' blijvende opdracht is.
Ds. C. Blenk (Delft) vraagt de heef Zetzema of hij de boodschap uit Zacharia 4 uit de toespraak van ds. Kamphuis en de passage over de gebrokenheid van het lichaam van Christus uit de toespraak van Van der Graaf gehoord heeft. 'Verstaat u de taal die vanmorgen gesproken is?' De heer Zetzema: 'Ja, ik heb zeer goed geluisterd.'
De heer W. Berkhof (Nijkerk) raadt de vergadering af een motie aan te nemen die een definitief uiteengaan van de gereformeerde belijders in de Hervormde Kerk beoogt. 'Dan kan er een motie uit de vergadering komen die de synode in kennis stelt van wat hier aan de orde is.'
Hoge woorden
De algemeen secretaris vraagt de vergadering of ze onderkent dat de synode in maart de nood in hervormd-gereformeerde kring gepeild heeft. 'Zeggen we nu niet samen, inclusief het hoofdbestuur, dat we, ondanks de hoge woorden die toen breed onder ons gesproken zijn, er niet uitgekomen zijn vanwege een verschil in visie op de kerk? Na het aannemen van de motie-De Visser/Van Heijst is de polarisatie onder ons toegenomen, reden om ons diep te verootmoedigen.'
De heer J. Jonker (Zwolle) zegt blij te zijn met deze bijeenkomst, omdat de afstand tussen hoofdbestuur en leden te groot is, 'al word ik hier niet bemoedigd.' Hij zegt de motie niet te kunnen onderschrijven en pleit voor een actieve opstelling van de leden in hun eigen gemeente.
Ds. P. van der Kraan (Bleskensgraaf) spreekt 'als innerlijk verscheurd mens'. Hij vraagt allereerst of de federatie-optie echt niet meer aan de orde kan komen. Hij is bang dat 'als nu gekozen wordt voor de kerk, dit een keuze tegen onze eigen mensen is.' Voor ds. Van der Kraan is de motie-Zetzema te zwart-wit ingekleurd, maar hij wil 'de waarheidselementen eruit overnemen.' De predikant uit Bleskensgraaf doet het voorstel met het oog op de gemeenten nog eens uiteen te zetten dat het gaat om de kerk. 'Peil de reacties, laat men antwoorden.'
De heer G. Roos (De Meern) spreekt over de Gereformeerde Kerken als een failliete kerk, zowel financieel als geestelijk.
Ds. C. M. Visser (Boven-Hardinxveld) had verwacht dat deze dag over de kerk gesproken zou worden. 'Als de voorstellen zo blijven, zal ik niet mee mogen en kunnen. Ik hoop dat u dit signaal meeneemt, want uw voorstellen brengen een broeder in gewetensnood.'
De heer C. Houweling (Putten) betuigt zijn instemming met het beleid van het hoofdbestuur. 'Laten we ook beseffen dat we een beperkte invloed hebben.' Van der Graaf erkent die opmerking, maar voegt toe dat de macht van het getal nimmer een rol mag spelen.
Mr. J. P. de Man (Sprang-Capelle) stelt zich van harte achter het beleid. Hij vraagt zich af wat de motie-indieners onder federatie verstaan.
Dr. L. G. Zwanenburg (Ede) heeft als belangrijkste opmerking: Houd in gedachtenis dat Jezus Christus is opgestaan uit de doden. Als aanhangsel daarbij zegt hij dat rond de bonden altijd gewaarschuwd is tegen partijschappen. 'Wij zijn echter kerk leden.' Hij wijst op de statutenwijziging in 1909 met de bedoeling de tendensen tot afscheiding in te dammen.
Appèl
De vele stemmen uit de vergadering gehoord hebbende, vraagt ds. Kamphuis of de heer Zetzema zijn motie wil intrekken. Als reactie op het gestelde door de heer De Krey en ds. Van der Kraan zegt hij toe uit deze vergadering een samenvatting van de bezwaren als appèl te sturen naar synode en kerkenraden. Het verzoek om kerkenraden te laten reageren, wil hij eerst in bestuursverband verder doordenken.
De heer Zetzema reageert met de opmerking dat hij het betreurt dat de leden vandaag geen gelegenheid kregen te spreken. 'Sommige leden zijn niet aan het woord geweest.'
Na schorsing van de vergadering voor overleg met de mede-ondertekenaars deelt hij mee de motie niet terug te nemen, maar deze ook niet in stemming te willen geven. 'We hopen dat u blijft communiceren met de leden.' Als blijkt dat een motie in stemming gegeven moet worden of van tafel moet gaan, trekt hij deze alsnog in.
Ds. J. den Boer (Wouterswoude) doet het verzoek het hoofdbestuur Psalm 134 : 3 toe te zingen, 'omdat onze enige verwachting bij de Heere vandaan moet komen.'
De vergadering wordt beëindigd door ds. R. H. Kieskamp, die kort stilstaat bij Romeinen 8 : 16. 'Wanneer kunnen we getuigen dat we kinderen Gods zijn? Als we terechtkomen bij de Naam Jezus, in deze wereld gekomen. Zo Hij voor ons is, wie zal tegen ons zijn? '
P. J. Vergunst, Apeldoorn
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 januari 1999
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 januari 1999
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's