De Augsburgse Confessie (1)
De verwarring rond de (onveranderde) Augsburgse Confessie is opmerkelijk groot. Zoals bekend krijgt dit lutherse belijdenisgeschrift, kortweg de Augustana genoemd, naast de ons bekende confessies een plaats in het grondslagartikel van de verenigde kerk. Ze wordt heel verschillend beoordeeld. Sterk uiteenlopende inschattingen zijn onder ons in omloop. Is het een belijdenis van zuiver reformatorisch gehalte, waarmee je kunt leven en sterven, zoals een onverdacht hervormd-gereformeerd predikant heeft gesteld? Of is het een geschrift dat weliswaar een meer lutherse dan calvijnse geest ademt, maar waarmee toch ook wel nazaten van Calvijn kunnen leven, zoals anderen van mening zijn? Of is het een bedenkelijk compromis, waarin kernen van het reformatorisch belijden worden versluierd of verzwegen en waarin de deur naar Rome zó wijd open staat dat een gereformeerd mens er noch mee leven noch mee sterven kan, zoals weer een andere categorie te goeder trouw beweert?
Met deze vragen in het achterhoofd ben ik de Augustana weer eens met extra aandacht gaan lezen. Daarvan wil ik verslag doen, zonder me al te veel in diverse actuele discussies te mengen. Ik doe dat in de hoop dat mijn leesverslag u zal helpen om tot een eerlijke en evenwichtige evaluatie te komen. Die evaluatie laat ik dus over aan uzelf als lezers van ons blad. Voor een zelfstandige beoordeling dient u overigens de tekst van de Augustana ook zelf ter hand te nemen. Want ik schreef nu wel dat mijn beschouwingen (alleen) een leesverslag willen bieden, maar wel heb ik uiteraard geprobeerd om begrijpend te lezen en de vrucht daarvan verduidelijkend en interpreterend door te geven. En hoe onbevooroordeeld een interpretatie ook bedoeld mag zijn, ze behoudt onvermijdelijk iets subjectiefs. Vandaar mijn advies tot eigen actieve deelname. Meer dan een handreiking daarbij wil deze reeks van zes artikelen niet zijn.
Voordat we naar de inhoud van de Augustana gaan luisteren, is enige achtergrondinformatie onmisbaar over de ontstaansgeschiedenis. Ik ontleen deze informatie voornamelijk aan de fraaie biografie van W. J. Kooiman over Melanchthon.
Ontstaan
De Augustana dateert van voorjaar 1530. Onder invloed van vooral Luthers optreden en geschriften had de Duitse Reformatie inmiddels breed om zich heen gegrepen. Dat hierdoor de eenheid van de heilige roomse kerk en daarmee ook staatkundig de eenheid van het rijk werd verscheurd, was voor Karel V onverdraaglijk. In de hoedanigheid van keizer over het Duitse Rijk deed hij een poging om de eenheid te herstellen – mede met het oog op de dreiging van de opdringende Turken – door een Rijksdag bijeen te roepen voor overleg met kerkelijke en politieke hoogwaardigheidsbekleders, waaronder ook de protestantse vorsten.
Onwelwillend klonk de keizerlijke oproep niet. ledere groep moch zijn eigen opinie over de hangende kwesties van kerk en geloof naar voren brengen. Karel beloofde er 'met liefde en goedgezindheid naar te luisteren', om na rijp beraad aan beide zijden het kwaad te zuiveren en 'zo door aller samenwerking één ware religie te aanvaarden en vast te houden, opdat wij onder de ene Christus in één gemeenschap, kerk en enigheid mogen leven'. Luther reageerde sceptisch. Maar Melanchthon, zijn vriend en medewerker, was hoopvol gestemd. Beiden maakten ze deel uit van het theologische gevolg waarmee keurvorst Johan van Sachsen (opvolger van Frederik de Wijze en groot vriend van Luther) zich omringde. Luther kon helaas niet mee naar Augsburg zelf, waar de Rijksdag zou worden gehouden. Als gebannene mocht hij de grens van Sachsen niet over. Hij bleef daarom op de Coburg, een van de zuidelijkste keurvorstelijke vestingen, zo dicht mogelijk bij Augsburg. Per koerier werd hij natuurlijk voortdurend op de hoogte gehouden. Maar persoonlijk aan de ontmoeting deelnemen kon hij ditmaal niet. Philippus Melanchthon nam de taak op zich om een geschrift samen te stellen waarin de reformatorische positie beknopt tot uitdrukking werd gebracht. Hij deed dit overigens met gebruikmaking van door Luther opgestelde artikelen.
Melanchthon
Zoals vaak het geval was met Melanchthon, bleek ook nu zijn hoopvolle stemming gemengd met vrees. De datum van de ontmoeting zag hij met zorg tegemoet. Niet zozeer vanwege de keizer – in wie hij nog wel vertrouwen had – maar vanwege al de geduchte tegenstanders uit het roomse bolwerk. Op de Coburg, waar het lutherse gezelschap een week lang verbleef alvorens naar Augsburg af te reizen, zat Philippus van vroeg tot laat aan zijn rapport te schaven. Het moest een apologie, een verdedigingsgeschrift worden, waarin duidelijk werd dat de wijzigingen die op gezag van de hervormingsgezinde keurvorst in kerkelijk en theologisch opzicht waren doorgevoerd, op de Schrift waren gebaseerd.
Melanchthon was zich bewust dat het thans aankwam op formuleringen die helder en eerlijk waren, maar die nodeloze misverstanden vermeden. Hij gunde zich nauwelijks tijd om te eten. Toen hij tijdens de maaltijd weer eens zat te werken, nam Luther hem de pen uit zijn hand: 'Philippus, je kunt God niet alleen dienen met werken, maar ook met rust te nemen'. Een tijdje later, als Melanchthon al in Augsburg zijn intrek heeft genomen, stuurt Luther hem een brief in dezelfde geest: 'Jij moest in de ban gedaan worden, als je jezelf niet wat meer ontziet. Je werkt jezelf dood en dan beweer je later natuurlijk nog dat dit in dienst van God is gebeurd. Bedenk wel, dat God ook door nietsdoen wordt gediend, ja, dat Hij als het erop aankomt door geen ding zozeer wordt gediend als door nietsdoen'. Achter deze typische Luther-woorden schuilt een diep geheim. Het is het geheim van de loutere genade, die een mens niet ten deel valt door te werken, maar door het ontvangende, in zekere zin passieve geloof. Deze grondnotie van de Reformatie zal juist in de Augustana helder opklinken.
Beschuldiging
Melanchthon was aan nietsdoen echter nog lang niet toe. Dat was ook wel begrijpelijk. Doctor Joh. Eck, een vinnig en scherpzinnig (rooms) theoloog uit Ingolstadt, had maar liefst 404 'ketterijen' bijeengezocht uit reformatorische publicaties. Het verwarrende euvel hierbij was dat hij alle dissidenten over één kam schoor: lutheranen, zwinglianen, dopers, geestdrijvers. Zo'n voorstelling van zaken zou de keizer pertinent op het verkeerde been zetten. Geen wonder dat Philippus al zijn best deed, om in zijn apologie aan te tonen hoe ver het reformatorische gevoelen was verwijderd van met name de doperse (revolutionaire, dus staatsgevaarlijk geachte) 'linkervleugel' van de Reformatie. Daarenboven wilde hij grote nadruk leggen op de continuïteit van de Reformatie met de Vroege Kerk. Zijn opzet was natuurlijk om de aanklacht te ontzenuwen, dat de reformatorische beweging was ingegeven door eigenzinnige nieuwlichterij. Melanchthon was (mét alle reformatoren) van het tegendeel overtuigd: wat de Reformatie beoogt is niets anders dan de uitzuivering van ingeslopen dwalingen en terugkeer tot de oorsprong van de christelijke kerk. Ze is geen schisma, maar de gezuiverde voortzetting van de heilige, katholieke (algemene) kerk.
Luthers beoordeling
Hoe kwam Phlippus' pennenvrucht bij Luther over? Als men zijn reactie op zich laat inwerken, kan men niet anders zeggen dan: positief. Toen het stuk in eerste aanleg gereed was – begin mei – zond Melanchthon hem een afschrift, voorzien van het nadrukkelijke verzoek van de keurvorst om eventuele kritiek. Maar Luther schreef: 'Ik heb de apologie van magister Philippus doorgelezen en ik ben er zeer mee ingenomen en zou niet weten wat ik erin zou moeten verbeteren of veranderen'. En dan volgt een veelbesproken passage, die tot misverstand aanleiding kan geven: 'Dat (verbeteren) zou me ook niet passen, want ik kan niet zo zachtjes en voorzichtig lopen als Philippus (so sanft und leise nicht treten)'. Bedoelde Luther hiermee dat hij het met Melanchthons omzichtige manier van formuleren oneens was? Het verband van de tekst geeft hiertoe geen enkele aanleiding. Veeleer denk ik (met Kooiman) dat Luther hier wilde zeggen: het is maar goed dat ikzelf dit stuk niet op moest stellen, want dan zou ik met klompen op mijn doel zijn afgestevend, terwijl Philippus het op kousenvoeten doet! De situatie vergde nu eenmaal behoedzaamheid.
Rijksdag
Op 25 juni was het zover. In het bisschoppelijk paleis werd tijdens een extra zitting van de Rijksdag Melanchthons confessie door de Sachsische kanselier in Duitse vertaling voorgelezen. Twee uur duurde het. Van de door de keizer toegezegde liefde en goedgezindheid bleek maar weinig. Vermoeid en verveeld hoorde hij het allemaal aan. De helft begreep hij er niet van – Duits was niet zijn sterkste kant! Maar een aanzienlijk deel van de aanwezigen, ook van de roomse theologen, was diep onder de indruk. Niet omdat de Augustana Rome in het gevlei kwam, maar veeleer omdat er zich onder hen mannen bevonden die weliswaar de rooms-katholieke kerk niet hadden verlaten, maar toch gevoelig bleken voor Melanchthons argumentatie. Maar het betekende allerminst dat het roomse kamp als zodanig overstag ging. Integendeel. In minder dan twee weken zagen Eck en zijn medwerkers kans om een bestrijding van deze lutherse confessie op te stellen van maar liefst 351 pagina's (een stuk dat overigens op bevel van de keizer werd teruggebracht tot 31 pagina's)! Een klare indicatie dat de Augustana, hoe omzichtig hier en daar ook qua formulering, toch qua kern en inhoud ondubbelzinnig afstand nam van de inzichten die in de heerstende kerk gangbaar waren.
Nogmaals Luther
Toen Luther de definitieve versie van de confessie ontving, reageerde hij enthousiast. 'Ik verheug mij – schreef hij – dat ik dit uur heb mogen beleven, waarin de naam van Christus met zo'n heerlijke confessie werd beleden door zulke vooraanstaande belijders in zulk een hoge vergadering.' Hij citeerde in dit verband Psalm 119: 'Ook zal ik voor koningen spreken van Uw getuigenissen, en mij niet schamen', het woord dat later als motto aan de Augustana werd meegegeven. Toch besloop Luther, toen zijn aanvankelijke begeestering wat was bekoeld, een gevoel van onbehagen. Niet omdat het zuivere Evangelie zou zijn verzwegen, maar omdat naar zijn (nader) inzicht toch te veel tegemoet gekomen was aan het verlangen om tot een vergelijk te komen. Hij was bang dat Melanchthon zijn apologie zou gebruiken om in de nu volgende onderhandelingen al te toegeeflijk te zijn. Zelf beschouwde hij de confessie in het geheel niet als een poging om tot compromissen te komen. Dat moest Melanchthon vooral ook niet doen, vond Luther. Je kunt wel ergernis willen vermijden, maar nooit ten koste van de Evangeliewaarheid. Wie Christus wil belijden, heeft juist ergernis te verwachten!
A. de Reuver, Delft
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 januari 1999
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 januari 1999
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's