De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Actuele verkenning

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Actuele verkenning

Godsbesef: meer dan niks (1)

8 minuten leestijd

Bijgaand treffen de lezers de eerste aflevering van het referaat van dr. P. J. Visser op de predikantenconferentie van de Gereformeerde Bond op donderdag 7 januari ll. Er zullen nog 2 afleveringen volgen.Red.

Het Godsbesef voorbij?
Even leek het erop alsof het voorgoed gedaan zou zijn met het Godsbesef in onze westerse wereld. Alsof de westerse mens verworden zou tot een volslagen a-religieus wezen. Meer dan eens werd me dan ook gezegd dat het een wat achterhaald onderwerp was, waar ik me een aantal jaren mee bezighield: de bestudering van de missionaire theologie van Johan H. Bavinck, die zich juist uitvoerig heeft bezonnen op de betekenis van het religieuze besef, en die zowel theologisch als psychologisch naspeurde wat er gaande is tussen God en mens en omgekeerd. Dat is over, zei mei. Een gepasseerd station. De post-christelijke samenleving heeft gewoonweg geen antenne meer voor .God!

Ingrijpende ontwikkeling
Nu wil ik allerminst mijn ogen sluiten voor de ingrijpende ontwikkelingen die zich sinds de Verlichting hebben voorgedaan en zich na de Tweede Wereldoorlog hebben geïntensiveerd. En ik wil de onmiskenbare gevolgen daarvan, die wij allerwegen kunnen waarnemen, allerminst over het hoofd zien.
De natuurwetenschappelijke benadering van de werkelijkheid, waardoor het bestaan overzichtelijk en beheersbaar werd zonder dat je God daar direct bij nodig had, heeft grote invloed gehad op ons denken en beleven. En de hiermee samenhangende teloorgang van het christelijk geloof, van algemeen aanvaard fundamenteel uitgangspunt tot een zijdelingse privé-aangelegenheid, heeft diepe sporen getrokken.
Een a-religieus materialisme, waarin mensen geen enkel zicht meer hebben op God en Hem voor hun gevoel nergens meer ontmoeten, heeft gaandeweg meer en meer terrein gewonnen. Het stadium van een algemeen Godsbesef lijkt voorbij.
Bonhoeffer waagde de veronderstelling dat het 'religieus-a priori', waar men 19 eeuwen lang vanuit kon gaan in de theologie, in de 20e eeuw zoek aan het raken was!
Opvallend genoeg, had ook Bavinck daar oog voor, al had hij er tegelijk intense moeite mee. Hij schreef: 'Het altaar is vervangen door de spiegel, waarin men alleen nog zichzelf ziet'. Hij typeerde dat als 'door en door tragisch'.
Wat Bonhoeffer en Bavinck in de 40'er en 50'er jaren schreven is in de daarop volgende decennia al meer werkelijkheid geworden. Juist ook op die terreinen, die voorheen bij uitstek religieus geladen waren, zoals geboorte, ziekte en dood, is de beleving veel zakelijker en nuchterder geworden. M.a.w. zelfs op de beslissende momenten in een mensenleven doet God niet of nauwelijks meer ter zake…

Onuitroeibaar verschijnsel
Niettemin was het heel opvallend, dat juist in de week waarop mijn studie verscheen, het thema van de boekenweek werd ingeluid: Mijn God! En leg je je oor te luisteren in onze postmoderne wereld dan lijkt het op zijn minst weer 'in' te zijn hoe dan ook een religieuze tint te geven aan je leven. Overal duikt het besef weer op dat er meer moet zijn dan niks. Of dat evenveel om het lijf heeft als het in vervlogen eeuwen had, staat nog te bezien.
Eén ding is echter wel gelijk duidelijk: ieder mag vandaag zélf zeggen wat hij erin ziet, ermee wil en wat niet. Meer dan ooit gaat het in het Godsbesef letterlijk om 'mijn God' en meer niet.
Als je dit hoort en ziet, dat het Godsbesef uiteindelijk minder onuitroeibaar is als zich liet aanzien, lijkt het erop dat Bavinck toch actueler is dan hij aanvankelijk leek te zijn. En dat hij in ieder geval gelijk had, toen hij schreef dat het besef van een Hogere Macht de mens blijft achtervolgen of hij nu wil of niet. En dat het zo dwaas niet was, toen hij veronderstelde dat in de leegte van het materialisme heimwee kan ontstaan naar verloren religieuze waarden. Ja dat het heel reëel was, dat hij ermee rekende dat uit de onbegrepen diepten van het menselijk hart verdrongen religieuze beseffen ineens omhoog kunnen wellen.
Je zou dat profetisch kunnen noemen. Maar ook psychologisch was er natuurlijk veel voor te zeggen: alles wat een mens verdringt dient zich na verloop van tijd weer aan. En theologisch had hij gegronde reden om dit vol te houden: ondanks het hardnekkige en hartgrondige 'nee' van de mens houdt hij immers niet op schepsel van God te zijn, met wie God zich op de één of andere wijze blijft inlaten. 'Omdat wij in Hem leven en bewegen', en om Wie de mens, ook de 20e-eeuwse, dus uiteindelijk niet heen kan… of hij nu wil of niet.

Ook in de gemeente
Bij dit alles is het zaak te beseffen, dat er weliswaar een wezenlijk onderscheid is tussen de wereld en de gemeente, maar als het gaat over Godsbesef de wereld en de gemeente allerminst te scheiden zijn. Dit lijkt me ook nogal logisch: in de gemeente hebben we immers te maken met ongeveer dezelfde mensen als in de wereld erom heen. Het enige verschil is dat ze een Bijbel hebben…
Nu kun je natuurlijk zeggen dat dit net alles uitmaakt. En dat is ook zo. Maar je kunt met evenveel recht zeggen, helaas, dat dit in heel wat gevallen nauwelijks iets uitmaakt. Ik denk aan die oude man die mij trots vertelde al 48 keer de Bijbel te hebben doorgelezen. Maar bij dieper doorvragen bleek hij van de boodschap nauwelijks iets te hebben begrepen. En dat is geen uitzondering. Ieder die zijn ogen en oren open heeft in de gemeente staat meer dan eens versteld. Hoe mensen jaar en dag de Bijbel op tafel hebben, van jongs af onder de verkondiging van het Evangelie zitten en toch niet veel meer hebben dan een vaag Godsbesef. Een Godsbesef dat een eigenaardige mengeling is van elementen, die enerzijds hun oorsprong hebben in persoonlijke ervaringen en overgeleverde verhalen en die anderzijds afkomstig zijn uit de bijbel. Het hart van het Evangelie – het geheim van de genade, het wedergeboren zijn tot een levende hoop, het leven door het geloof en in de liefde – is hen echter onbekend. De God en Vader van onze Heere Jezus Christus wordt door de één 'onze lieve Heer' genoemd en door de ander aangeduid als 'het Opperwezen'. Maar het is allemaal even vaag wie Hij nu werkelijk is, wat Hij met ons wil en wat wij met Hem kunnen hebben. Een vaagheid die haaks staat op de klaarheid van het Evangelie.
Nee, dat is niet nieuw. In de Bijbel zelf zien we al dat mensen van Gods openbaring op eigen houtje een potje kunnen maken! Er op hun eigen wijze mee op de loop gaan. Zó, dat zij ermee uit de voeten kunnen. Wat dacht je van het reli-winkeltje uit Richteren 17, heel serieus opgezet door Micha en zijn moeder en beheerd door een Leviet uit Bethlehem die zij als een Godsgeschenk belevlen. Sprekend is dat deze Micha aan het begin van het hoofdstuk nog Michajehu (Wie is als God) heet, maar aan het eind slechts Micha (Wie is). En wat te denken van de Farizeistische Godsbeleving die in Jezus' dagen de overhand had. God was van de Nabije veranderd in de Onzegbare. De thora, gegeven door de genadige Vader aan begenadigde kinderen als weg ten leven bij de Sinaï, was verworden tot een harde wet waarmee knechten de gunst van Hogerhand moesten verwerven. En deze voorstelling van zaken was zo hardnekkig dat Jezus het veld moest ruimen, blind als men was voor de openbaring van Gods liefde, die in Hem geschiedde.

Parallelle ontwikkeling
Het is bij dit alles van belang op te merken, dat ook gemeenteleden hoe langer en meer moderne mensen geworden zijn, die hele stukken van het leven even materialistisch beleven als hun ongelovige buren. De beleving van God doortrekt bij lange na niet meer het hele bestaan. Veeleer houden velen er een reli-laatje op na, dat zij naar believen opentrekken en dichtdoen.
Bovendien – ja dat is in toenemende mate het geval – zijn zij als postmoderne mensen steeds minder bereid zich te laten gezeggen en te corrigeren door het Woord van Hogerhand. Zij vinden het hun goed recht te geloven volgens eigen beleving en gevoel. Wat voor hen waarde heeft, wat voor hen functioneel is, wat zij zien zitten van God, dat is het. En aan woorden en zaken waar zij niet direct iets mee kunnen – zoals de rechtvaardiging van de goddeloze en het opstandingsleven uit Christus – hebben zij geen boodschap. Een Godsbesef dus – ook in de gemeente! – helemaal gesneden op eigen maat en naar eigen snit. Een invulling van het geloven voorzover zij het kunnen meemaken. Het is een verschijnsel dat zich in alle richtingen voordoet, op allerlei wijze.
In de gemeente zien we derhalve ontwikkelingen, die weliswaar niet geheel gelijk zijn aan die in de wereld om ons heen, maar daar wel mee parallel lopen: een vermaterialisering van het levensgevoel ten koste van het geloof én een niet los kunnen komen van God, met dien verstande dat je Hem belijden mag zoals jij hem beleeft.

Noodzakelijke luxe
Uit dit alles wordt op voorhand al duidelijk dat het Godsbesef vandaag niet meer is wat het gisteren was. Dat het zonder meer aan waarde heeft ingeboet zowel in de wereld als in de gemeente. Het is niet meer fundament onder het bestaan. Het is meer iets geworden van een luxe. Een luxe die je overigens ook weer moeilijk missen kunt omdat een mens meer is dan zijn werk, sport, huis, en lichaam. Ook nog zoiets heeft als emotie, gevoel, beleving… een ziel.
Het huidige Godsbesef is enigszins te vergelijken met wat vandaag aan de dag voor menigeen een auto is. Een luxe weliswaar, maar je kunt toch moeilijk zonder. Welk model je neemt en welke uitvoering? Wel dat is aan jou, net wat jou wat lijkt, en wat jij ervoor over hebt…

P. J. Visser, Den Haag

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 januari 1999

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Actuele verkenning

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 januari 1999

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's