De Drie-eenheid in het Nieuwe Testament
De leer van Gods Drie-eenheid (4)
Inleiding
In het vorige artikel ging het over de Drie-eenheid in het Oude Testament. Daarin zijn de fundamentele noties besproken van het feit dat onze God zich als de God van Israël openbaart als Vader, Zoon en Heilige Geest. Nu willen we samen nagaan hoe hierover in het Nieuwe Testament geschreven wordt. Allereerst stellen we heel eerlijk vast dat we niet kunnen spreken van een weldoordachte leer van de Drie-eenheid in het Nieuwe Testament. Dat is pas later gebeurd, toen de christelijke kerk diep doordachte formules heeft geschapen om deze, leer te verantwoorden tegenover de dwaalleer. In het Nieuwe Testament vinden we die formules (bv. één wezen, drie personen) nog niet. Maar dat wil niet zeggen dat we de Drie-eenheid in het Nieuwe Testament niet aantreffen. Integendeel, het Nieuwe Testament is ondenkbaar zonder de gedachte dat God Drieenig is. Het Nieuwe Testament is één groot getuigenis van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Dat vinden we maar niet in enkele teksten. Nee, die teksten waarin heel expliciet de Drie-eenheid aan de orde komt, is een grondlijn in heel het Nieuwe Testament. Als het van enkele teksten af hing, bv. 1 Joh. 5 : 7, zouden critici kunnen zeggen – die tekst is niet oorspronkelijk. Daarmee zou dan de gedachte van de Drie-eenheid behoorlijk worden aangetast. Dat kan nooit het geval zijn als we ontdekken dat heel het Nieuwe Testament openbaring is van de Drie-enige God.
God is één
Het is allereerst belangrijk dat we zien dat er in de geschriften van het Nieuwe Testament de nadruk opgelegd wordt dat God één is, zoals ook Israël dat beleden heeft en belijdt in het Oude Testament. Kerntekst hiervoor is de geloofsbelijdenis in Deuteronomium 6 : 4 'Hoor, Israël, de Heere onze God, is een enig Heere. Er is geen andere God dan de Heere. In het Nieuwe Testament ligt dat precies zo. Rondom de christelijke gemeente wemelt het van heidenen, die geloven in het bestaan van meerdere goden, afgoden. Nee zegt Paulus in 1 Cor. 8 : 4. Er is geen andere God dan één. Ook de Heere Jezus belijdt in het hogepriesterlijk gebed in Joh. 17 dat zijn Vader de enige waarachtige God is. (vers 3). De God en vader van de Heere Jezus is dezelfde God als de God van Israël. Als het dan ook gaat over het geloof in God de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, dan gaat het nooit over drie 'Goden', zoals Lapide van het christelijk geloof gezegd heeft. Nee, dan gaat het over een Drie-heid in de ene God van hemel en aarde.
God is de Drie-enige
God is dus één. Maar tegelijk lezen we in het Nieuwe Testament van een meervoud, een Drie-heid in de ene God. God is de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Iemand noemt dat drie zijns-wijzen van God. Niet alleen drie manieren waarop God zich openbaart aan ons, maar ook drie wijzen waarop Hij in Zichzelf bestaat. God is Vader, namelijk van zijn Zoon. God is Zoon, namelijk de eniggeborene van de Vader. Jezus heeft zichzelf gezien als de Zoon van God, de mensgeworden Zoon van God. Als den Heijer en Kuitert beweren dat Jezus zichzelf niet heeft gezien als de Zoon van God, maar alleen als profeet van Israël, dan snijden ze precies het hart uit de wijze waarop Jezus zichzelf heeft gezien.
En ook het hart van de wijze waarop de schrijvers van het Nieuwe Testament over Jezus denken. Cruciaal is de belijdenis van Petrus in Mattheüs 16 over Jezus: 'Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God.' (vers 16) Later in het proces van Jezus door het sanhedrin is dit Zoon van God zijn de reden waarom Hij ter dood veroordeeld wordt (Matth. 27 : 63-64). Jezus belijdt in deze voorbeelden zelf dat Hij de Zoon van God is. De enige mogelijkheid om aan dit zelfgetuigenis van Jezus te ontkomen is te zeggen dat deze (en andere) teksten later ingevoegd zijn en niet historisch zijn. Maar zo gaan we niet met de geschriften van het Nieuwe Testament om. Wie eenmaal gaat snijden blijft snijden. Dan houd je niets meer over. Ook niet meer het getuigenis van de evangelist Johannes over Jezus. 'In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God en het Woord was God' (1 : 1). God is ook Geest. De Geest wordt in het Nieuwe Testament daarom heel vaak de Geest van God genoemd. Zoals bijvoorbeeld in 1 Cor. 3, waar Paulus tegen de gemeente van Corifnthe zegt dat de Geest van God in haar woont, (vers 16). In het trieste verhaal van Ananias en Saffira in Hand. 5 zegt Petrus in vers 3 tegen Ananias dat Hij de Heilige Geest gelogen heeft en in vers 4 dat Hij tegen God gelogen heeft. De Geest is de Geest van de Vader, maar ook van de Zoon. De Zoon zendt de Geest aan zijn gemeente (Hand. 2 : 33 ), vooral als Trooster (Joh. 16 : 7).
Zo zouden we nog veel meer voorbeelden kunnen noemen van de drie zijnswijzen van de ene God. Het is een gouden lijn die door heel het Nieuwe Testament heen loopt. Er is dus een beweging in God, een voortdurende betrokkenheid tussen Vader, Zoon en Geest. Het is de beweging van de liefde. Vader, Zoon en Heilige Geest zijn op een liefdevolle wijze op elkaar betrokken. Dat is een ondoorgrondelijk geheimenis in God.
De Drie-enige en wij
Waarom is het nu zo belangrijk dat we geloven in de Drie-enige God? Het antwoord luidt: omdat God Zichzelf zo aan ons openbaart, maar ook: omdat ons hele bestaan daarvan afhangt. De liefde die de Vader, de Zoon en de Heilige Geest met elkaar verbindt, treedt naar buiten in de schepping van alle dingen. De schepping zou er nooit gekomen zijn als God geen Drie-enige God zou zijn. Dus ook ik zou er nooit geweest zijn als God niet mij vanuit de liefde (zijn Drie-eenheid) in het aanzijn had geroepen. God is als Vader de Schepper van hemel en aarde, van alles wat zich beweegt en leeft. Voor deze Vader buigt Paulus zijn knieën. Uit Hem wordt alle geslacht in de hemel en op de aarde genoemd (Ef. 3 : 15).
God is als Zoon de Scheppingsmiddelaar. 'Door Hem zijn alle dingen gemaakt en zonder Hem is geen gemaakt dat gemaakt is, zegt de evangelist Johannes' (1 : 3). Paulus vertolkt het in Kol. 1 zo 'Want door Hem zijn alle dingen geschapen, die in de hemelen en die op de aarde zijn, die zienlijk en onzienlijk zijn' (vers 16).
God is als de Geest de bron van alle leven. Zijn adem draagt alles wat er leeft. Heel in het bijzonder geldt dat wel van Jezus, van wie we belijden dat Hij ontvangen is uit de Heilige Geest. Dan is de Geest de bron van leven zonder dat er zelfs enig menselijk medewerken aan te pas komt. (Luk. 1 : 35)
De Drie-enige en onze verlossing
Niet alleen de schepping is een liefdesdaad van God, de Drie-enige, maar ook en nog veel heerlijker de herschepping. Wij hebben de scheppingsdaad, waardoor wij er zijn, helaas niet beantwoord met wederliefde. Integendeel, wij zijn in zonde gevallen en hebben de liefdesband met God doorgesneden. Daarmee hebben we ons in de ellende gestort dat we God kwijt zijn. De vraag is hoe we daar ooit van verlost worden. Alleen als de Drie-enige dat doet. Het is de blijde boodschap die door heel het Nieuwe Testament heen trilt dat de Vader, de Zoon en de Heilige Geest als de Drie-enige God verloren mensen wil redden. De liefde die in de Drie-eenheid tot uiting komt, gaat pas helemaal blijken wanneer God zijn heilsplan voor mensen tot uitvoer brengt Het Nieuwe Testament is helemaal vol van dit wonder. God wordt bezongen als de Vader die zijn Zoon geeft aan een wereld verloren in zonden en schuld. 'Alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe'. (Joh. 3 : 16) De Zoon is de Gezondene, die het verlossingsplan ten uitvoer gaat brengen. Op schitterende wijze is dit aan de dag getreden in de doop van Jezus in de Jordaan (Matth. 3 : 13 t/m 17). Als Johannes Hem doopt dan klinkt er een stem uit de hemelen die zegt: 'Deze is Mijn Zoon, Mijn Geliefde, in Wie Ik Mijn welbehagen heb.' Deze Zoon wordt gedoopt door Johannes. En de Geest van God daalt op Hem neer, in de gedaante van een duif. De Stem van de Vader, de Dopeling Jezus Christus en de Geest als een duif vormen een heilige Drie-eenheid. De Zoon wordt gezalfd met de Geest om het verlossingsplan van de Vader tot uitvoer te brengen In het Nieuwe Testament tekent zich een lijn af, waarbij het liefdesplan van de Drie-enige op de volgende wijze wordt ingevuld. Het is God de Vader die van eeuwigheid af in zijn welbehagen mensen verkiest, die door zijn Zoon het voorwerp van zijn reddende liefde zijn (verg. Ef. 1-3 t/m 14). Het is God de Zoon die deze mensen van het welbehagen met God verzoent door zijn verzoening aan het kruishout en zijn opstanding uit de dood. Het is God de Heilige Geest die het volbrachte werk van Jezus Christus toepast aan mensen. Die het geloof in Hem in hun harten werkt, die hun leven vernieuwt. Die eenmaal alle dingen nieuw zal maken wanneer het Koninkrijk van God volmaakt zal komen. Ik heb het gevoel dat deze liefdesdaden van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest om mensen te verlossen in verkiezing, verzoening en toepassing, de kern vormen van de openbaring van God. Daar gaat het om in telkens andere bewoordingen in de geschriften van het Nieuwe Testament. Daarom vormt de opdracht om mensen te dopen in naam van de Drie-enige God het hart van het zendingsbevel in Matth. 28 : 19: 'Gaat dan heen, onderwijst al de volken, hen dopende in de Naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest, lerende hen onderhouden alles, wat Ik u geboden heb. Wanneer mensen tot geloof komen worden zij gedoopt. Die doop is een teken en zegel van het delen in het heil van de Drie-enige God – de verzoening door Jezus Christus, de vernieuwing en verzegeling door de Heilige Geest en de eeuwige verkiezing door de Vader.
In ons klassiek-Gereformeerde doopformulier wordt het heil van de Drie-enige God zo prachtig uitgelegd. Ik citeer:
Als wij gedoopt worden in de Naam van de Vader, zo betuigt en verzegelt ons God de Vader, dat Hij met ons een eeuwig verbond der genade opricht, ons tot zijn kinderen en erfgenamen aanneemt en daarom van alle goed ons verzorgen en alle kwaad van ons weren of ten onze beste keren wil.
Als wij in de Naam van de Zoon gedoopt worden, zo verzegelt ons de Zoon, dat Hij ons wast in zijn bloed van al onze zonden, ons in de gemeenschap van zijn dood en zijn wederopstanding inlijvende, alzo dat wij van al onze zonden bevrijd en rechtvaardig voor God gerekend worden.
Als wij in de Naam van de Heilige Geest gedoopt worden, zo verzekert ons de Heilige Geest door dit Heilig Sacrament, dat Hij bij ons wonen wil en ons tot lidmaten van Christus heiligen wil en ons toe-eigent hetgeen wij in Christus hebben, namelijk de afwassing van onze zonden en de dagelijkse vernieuwing van ons leven, totdat wij eindelijk onder de gemeente der uitverkorenen in het eeuwige leven onbevlekt zullen gesteld worden.' In de doop als ingang in de christelijke gemeente wordt dus het heil, de redding van de Drie-enige God afgebeeld en uitgezongen. En telkens weer wordt dit lied herhaald als we de zegen van de Drie-enige God ontvangen. Daarbij worden de woorden van Paulus gebruikt in 2 Cor. 13 : 13 'De genade van de Heere Jezus Christus en de liefde van God en de gemeenschap van de Heilige Geest zij met u allen. Amen.' Genade, liefde en gemeenschap als expressie van de Drie-enige God gaan met ons mee, telkens als wij deze zegen over ons leven ontvangen. In de doop als ingang van de kerk en bij de zegen als uitgang van de kerk is de Drie-enige God present. Zo wordt het hele leven van de gelovige omgeven door de nabijheid van de Drie-enige God. Immanuël: God met ons. Onvoorstelbaar!
Aanbidding
De Drie-enige is voor mijn gevoel in het Nieuwe Testament tastbaar aanwezig geworden in deze overdenking. God zelf is ondenkbaar als Hij niet de Drie-enige is. De schepping, ook van mijn eigen leven, is ondenkbaar als Hij niet de Drie-enige is. En tenslotte, de redding van zonde en dood is ondenkbaar als Hij niet de Drieenige is. In de belijdenis van de Drie-eenheid hoor ik het loflied van de goddelijke liefde. De Drie-enige kennen is delen in zijn liefde. Dat drijft me uit om die liefde ook aan anderen te verspreiden. De zegening van de Drie-enige aan het eind van de kerkdienst, betekent onder andere wegzending om als een gezegende in de wereld te leven. Andere mensen mogen het zien en er hopelijk van opzien dat de bron van mijn leven is het wonder van de nabijheid van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.
'O Vader, dat uw liefde ons blijk;
O Zoon, maak ons uw beeld gelijk;
O Geest, zend uwe troost ons neer.
Drie-enig God, U zij al d' eer!'
W. Verboom, Waddinxveen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 januari 1999
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 januari 1999
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's