Boekbespreking
Willem J. Ouweneel, Nachtboek van de ziel, uitg. Medema/Buijten & Schipperheijn, 262 pag., ƒ 37,50.
In 1990 liet ds. H. J. Hegger zijn verslag lezen van de geschiedenis van 47 jaar zelfontlediging in zijn publicatie Oog in oog met jezelf (uitg. Boekencentrum). Al die jaren, zo vertelt ds. Hegger, deed hij elke dag drie uur aan zelfanalyse. Ouweneel liet vorig jaar een soortgelijke publicatie het licht zien. Zelfanalyse via droomanalyse. Niet alleen als een behoefte om zichzelf in het hart te laten kijken. Maar vooral bedoeld als een uitdaging aan de lezer om ook zelf op onderzoek uit te gaan. Ouweneel deed er wel korter over dan Hegger: de eerste droom is er in de nacht van 14 op 15 mei 1995 en de laatste op 23 oktober van hetzelfde jaar. Hij zegt er zelf van dat de droomanalyse hem bijzonder heeft geholpen in zijn levensontplooiing toen hij bezig was omhoog te klauteren uit zijn 'midlifecrisis'. Die persoonlijke crisis ging gepaard met een diepgaande crisis in de 'Broederbeweging' (Vergadering der Gelovigen). Ouweneel hoort al jarenlang tot één van de vooraanstaande leiders in deze beweging in Europees verband. Hoorde hij eerst vele jaren tot de meer gesloten tak van deze beweging. Sinds 1990 is er een diepe tweespalt gegroeid tussen vernieuwingsgezinde en meer traditionalistische stromingen. Ouweneel hoort intussen tot de eerstgenoemde stroming. Zijn dromen hebben hem geholpen in deze spanningen inzicht te krijgen in zijn eigen positie. Verder is hij in de hier bedoelde jaren ook tot een diepgaande bevrijding van zichzelf gekomen.
Het boek bestaat grotendeels uit de weergave van dromen en aansluitend de uitleg ervan. Wie zelf is opgevoed bij de volkswijsheid dat 'dromen bedrog zijn', moet eerst wel even wennen bij het lezen van zo'n boek. Op catechisatie leer je jongeren dat God slechts in de tijd dat de Bijbel ontstond gebruik maakte van dromen om Zijn wil door te geven. Nu is dat niet meer nodig want wij hebben de Bijbel intussen die Gods wil duidelijk bevat. Ouweneel wil met behulp van Jungs droomanalyse beweren dat God nog wel degelijk signalen aan een mens afgeeft via dromen. Je moet er wel voor gaan zitten of beter: voor gaan liggen. Ik heb het ook eens geprobeerd na lezing van dit boek en de adviezen van Ouweneel opgevolgd, maar het heeft mij niets opgeleverd. Ik droom me soms suf, maar ik kan er helemaal niets mee. Ook al wil Ouweneel serieus doen vóórkomen dat zijn weergave van de dromen zo objectief mogelijk gehouden is. Als buitenstaander stuit je toch wel op vragen: krijg je zo niet al te makkelijk gelijk in een trieste broedertwist? Wat is het nut van de energie die je steekt in zo'n boek om te laten zien hoe je uit je eigen midlifecrisis omhoog klautert? Als mijnheer X of mevrouw Z een manuscript met dezelfde inhoud had geleverd bij Medema, zou het dan ook gepubliceerd zijn? Ik bedoel: is de naamsbekendheid van de auteur toch niet een voorname factor bij het uitgeven van dit verslag? Op zich heb ik er wel respect voor dat Ouweneel zo zijn nek durft uitsteken en met zichzelf voor de dag komt. De geïnteresseerd geraakte lezer schaffe dit boek aan. Hij zal er genoeg in vinden wat boeit.
J. Maasland
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 februari 1999
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 februari 1999
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's