Informatie voor jongeren verviervoudigd
Jongerenculturen in de Gereformeerde Gezindte
Dagblad Trouw bracht een volle pagina over de zogeheten refocafé's. Bij het lezen van die aanduiding moet ik altijd denken aan het bezoek, dat ik ooit bracht aan Holland Michigan, waar zich de plaatsen bevinden met een Hollandse naam (Friesland, Noordeloos), dit vanwege de immigratiegolf van afgescheidenen in de vorige eeuw onder leiding van ds. A. C. van Raalte (1846). Men kan daar nu op ramen en uithangborden aanduidingen vinden als 'Van Raalte-dancing' of 'Van Raalte-café'. Onder de nazaten van hen, die om des geloofs wil emigreerden vanuit ons land, heeft ook de secularisatie toegeslagen. Om nog een ander voorbeeld te noemen: de Schotse plaats Ettrick, waar ooit Thomas Boston zijn boek over de 'viervoudige staat' schreef en waar een opschrift 'Boston memorial place' de gevel siert, is nu eveneens een dancing gevestigd.
Devaluatie
Refocafé's dus. Toegegeven, er zijn vandaag ook theologencafé's. Maar in de refocafé's wordt meer dan koffie en chocolademelk geschonken. 'Met een kater naar de kerk' luidt de titel van het Trouwverhaal. En de eerste zin van het artikel luidt: 'Reformatorische jongeren zijn de braafheid voorbij'. Het bijgevoegde plaatje spreekt een eigen taal.
Op zich bevatte het verhaal niet zo veel nieuws. Eerder gaf het Reformatorisch Dagblad soortgelijke informatie over gelegenheden, waar 'refojongeren' in groten getale heentrekken en waar ze als gelijkgezinden onder elkaar zijn. De gelijkgezindheid wordt onderstreept door kledingvoorschriften voor met name de dames. In Trouw wordt dit aspect benadrukt met daarbij de opmerking, dat met de komst van de 'refozuil' ook in deze een eigen cultuur tevoorschijn is gekomen. Maar verder valt van refo-gezindheid – om maar even in het spraakgebruik te blijven – weinig te ontwaren. Voor zover onze informatie strekt, vindt er weinig vorming van jongeren met betrekking tot het reformatorisch gedachtegoed plaats. De vraag is dan ook of het terecht is om van refocafé te spreken. Men kan toch niet overal het etiket reformatorisch, al is het ook in turbotaai, opplakken?!
Dat doet zo langzamerhand denken aan de vroegere vermaarde christelijke geitenfokvereniging, die echt bestaan heeft. Ooit schreef ene ds. F. A. den Boeft (geref. predikant onderhoudende art. 31 KO te Helpman) in het Sallands Volksblad, dat 'voortgaande Reformatie' zich ook moest uitstrekken 'over de terreinen van politiek, maatschappij en onderwijs'. 'Zelfs de geitenfokvereniging valt hieronder, want een geit wordt door God geschapen en het fokken van geiten valt onder Zijn ordening.'
Niet zonder glimlach leest men zulk een ontboezeming. Zulk een principiële overweging valt toch echter moeilijk te bedenken bij het refocafé. Door de ontwikkeling van de reformatorische zuil, en de daarmee in zwang geraakte aanduiding 'refo' vindt dan ook een niet geringe devaluatie van het reformatorisch erfgoed plaats.
Jongerencultuur
Intussen ontwikkelt zich kennelijk binnen de Gereformeerde Gezindte een heel eigen jongerencultuur. Onderzoeken hebben reeds eerder uitgewezen, dat jongeren uit deze gezindte, ondanks vorming van de nieuwe reformatorische zuil, niet buiten de windvang van de tijd terecht komen. Er komen dan ook, in betrekkelijk korte tijd nadat de zuil is ontstaan, zorgelijke geluiden met name ook uit de kring van de (in totaal zeven) reformatorische middelbare scholengemeenschappen. Directeur A. J. Vogel van het Calvijn College in Goes zegt: 'De zaterdagavondbesteding van een deel van onze jeugd baart me zorgen'. Hij is ervan overtuigd, dat een deel van de bezoekers van het refocafé na twaalven nog 'het reguliere horecawezen' ingaan. Voor een belangrijk deel wijt hij de ontwikkelingen in levenssstijl (en daarmee soms ook gepaard gaand laakbaar gedrag) aan de informatiecultuur. Letterlijk zegt hij: 'Vergeleken met 25 jaar geleden komt er zeker vier maal zoveel informatie op de jeugd af. De agressieve reclame op de bushokjes, de hoeveelheid folders die ook mijn kinderen verspreiden. In ons onderwijs maken we gebruik van video. In principe alleen met documentair materiaal. Neem nu de val van de Berlijnse muur, dat wil je laten zien. Bovendien: wij voeden de jongeren op voor morgen en overmorgen, niet voor vandaag'.
Als ik de heer Vogel goed begrijp wil hij zeggen, dat de jongeren door de grote hoeveelheid informatie impliciet aan groter gevaren bloot staan dan vroeger. Ook zijn school draagt aan die informatie bij. De invloed van die informatie valt niet te ontkennen. Er is sprake van emancipatie van de gereformeerde gezindte in het algemeen. Daarover is sociologisch onderzoek gedaan. Maar door de eigen instituten voor onderwijs is er ook een specifieke emancipatie van de jongeren binnen die gezindte. Zij weten ook de wegen te vinden om verder geïnformeerd te worden dan de scholen informeren, ook als het gaat om zaken, die verre van de christelijke levensstijl liggen.
De media zijn binnen ieders bereik, is het niet thuis dan wel elders.
Ook jongeren zijn in hoge mate mobiel. Ook zij maken deel uit van het moderne vacantie of uitgaansleven.
Veel jongeren zijn in de gelegenheid heel wat geld uit te geven.
En tenslotte: de hele moderne informatiecultuur (o.a. internet) ligt open voor de jongeren. Dat alles valt niet in te dammen met een eigen zuil. Zo echter vermengen zich leefsferen.
Breder
De brede informatiestroom, die de jongeren bereikt, raakt niet alleen 'de wereld'. Ze raakt ook het godsdienstige leven. Veel meer dan vroeger zijn jongeren geïnformeerd of hebben ze de mogelijkheid geïnformeerd te worden over andere vormen van godsdienstige beleving dan die van de eigen kring. Niet alle jongeren gaan naar het refocafé. Velen zoeken ook vormen van gemeenschap, die een religieus stempel dragen. Praiseavonden zijn daar een voorbeeld van. De massale belangstelling voor EO-jongerendagen spreekt boekdelen. Elk jaar komen daar vijf duizend jongeren meer. Dit jaar wordt zelfs uitgeweken naar de Amsterdamse Arena. De kring van jeugdige bezoekers van deze dagen is uitermate divers. Maar duidelijk is, dat daar ook duizenden jongeren komen uit de reformatorische kerken of groeperingen. Zo'n dag is er maar één keer per jaar. Het zou interessant zijn ook eens te enquêteren hoe de besteding van de zaterdagavonden is van deze jongeren. Wordt op de zaterdagen naar zelfde religieuze vormen gezocht?
Dezelfde vraag geldt voor jongeren, die de druk bezochte Reformatorische Bezinningsavonden (SRB) bezoeken. Ook deze bijeenkomsten vinden immers lang niet alle zaterdagen plaats? Hoewel jongeren grote afstanden overbruggen, van het ene deel van het land naar het andere. Laatstgenoemde avonden leken in eerste instantie vooral een functie te hebben voor jongeren uit gemeenten of kerken, waar geen regulier jongerenwerk is of zelfs zijn mag. Terwijl het loutere bestaan ervan weer een aanzuigende werking heeft op jongeren uit gemeenten, waar wel regulier jongerenwerk is.
Fungeren die grote samenkomsten ook niet vooral als plekken van ontmoeting? Maar dan ontstaan zo intussen toch verschillende vormen van (uiteengroeiende) jongerenculturen binnen de. Gereformeerde Gezindte. Zo heeft echter het reguliere kerkelijke jongerenwerk wel de hete adem in de nek vanuit trekpleisters voor jongeren uit andere kringen dan de eigene.
Vorming
De vrijetijdsbesteding, met name de zaterdagavondbesteding mag in positieve zin een zorg zijn voor kerkenraden en gemeenten. In de rubriek 'Globaal bekeken' is een stukje uit het blad Opbouw overgenomen over de hervormde gemeente van Bruchem. Daarin wordt gezegd, dat een groot deel van de jongeren op de zaterdagavonden niet naar de refo-café's trekt maar wordt aangetrokken door het plaatselijk verenigingswerk. Ook daar zal de jeugd wel een gemiddelde zijn van de doorsneegemeente; zoals trouwens de jaren door niet alle jongeren de verenigingen bezochten en de jaren door ook jongeren lossloegen uit de vertrouwde kaders. Maar nochtans wordt op het belang van verenigingswerk gewezen.
In de Gezinsgids gaf ds. P. de Vries (Elspeet) aandacht aan de persoon en het werk van wijlen (de Rotterdamse) ds. D(aan) C. Overduin. Deze moest – zei hij – weinig van (christelijke) organisatie hebben. Ds. De Vries toont daarvoor begrip. Bedoeld werd dan organisatie, zoals die nu plaats vinden binnen de reformatorische zuil. En inderdaad, van organisatie op zich valt geen herleving te verwachten. Daarvoor is meer nodig. Met het badwater werd en wordt in soortgelijke kringen dan echter ook wel het kind van een goede kerkelijke (jeugd)vereniging weggeworpen.
Vandaag mag echter wel de vraag worden gesteld of er ook voor jongeren nog (voldoende) oefenplaatsen zijn, waar ze worden gevormd in kennis van de Schriften en ook van de gereformeerde traditie. Als dat vandaag eigentijdse vormen moet hebben, in combinatie met gezonde ontspanning, moet het daar niet op vast zitten. Wat ons echter bezig mag houden is de vraag of bij verviervoudiging van informatie, die jongeren vandaag hebben in vergelijking met vijf en twintig jaar geleden, er ook een vergelijkbare informatiestroom op hen af komt, die hen vormt en stempelt inzake echte kennis van de gereformeerde, dat is de reformatorische leer; en die hen leert als gereformeerde mensen in deze moderne wereld te staan.
Toekomst
We leiden jongeren op voor morgen, zei terecht de rector in Goes. Dat geldt ook binnen de kerk. In de kerk moeten we het naar de toekomst toe hebben van de overdracht van het ene geslacht op het andere. Vanuit de invloedssferen, waaraan de jongere generatie vandaag bloot staat, worden elementen aangedragen, die naar onze overtuiging tot deze vorming niet bijdragen. Heeft elke gemeente dan nog wel oefenplaatsen voor jongeren als het gaat om de overdracht van de gereformeerde traditie, met alle kennis en bevinding, die daarbij horen? Zulks valt toch niet (alleen) aan landelijke organen uit te besteden? En jongeren van nu zijn (hopelijk) kerkenraadsleden van morgen.
J. van der Graaf
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 februari 1999
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 februari 1999
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's