Uit de pers
Uit je dak gaan
In een dagblad las ik vlak voor het carnavalsweekend een verhaal waar de journalist boven had gezet: 'Helemaal uit je dak gaan' lijkt bijna wekelijkse routine. Hij bedoelde ermee aan te geven dat eerder carnaval vooral in het zuiden van ons land een jaarlijks hoogtepunt was om eens een paar dagen helemaal uit je dak te gaan. Maar het lijkt nu bijna een wekelijkse routine geworden te zijn voor een almaar groeiende groep mensen. Hij noemde: stappen op het Rembrandtplein, een vrijgezellenpartij, een schaatswedstrijd in Thialf, Koninginnedag. Even schijnt dan alles te mogen: zuipen, schreeuwen, elk decorum afleggen. Hij signaleerde dat de eerder zo sobere Nederlandse cultuur in rap tempo is 'gecarnavaliseerd' (de Volkskrant, 13 februari 1999). Er wordt door velen aan stress geleden, zegt men, en je moet elke dag aan een heleboel normen voldoen. Kennelijk moet er daarom ook steeds stevig ontspannen worden. Veel Nederlanders leiden vijf dagen een heel geordend en strak gepland leven. Vandaar de groeiende behoefte om eens uit de band te springen. Geld en tijd vormen geen gebrek. De welvaart creëert een nieuwe wereld waarin de oude deugden als soberheid en discipline van minder belang lijken te zijn geworden. We kennen intussen de diepe schaduwen die een en ander veroorzaakt: geweld, overlast, dronkenschap met de nodige doden. In het tijdschrift in de Waagschaal (6 februari 1999) reageert dr. A. A. Spijkerboer in de rubriek Commentaar onder het opschrift De gewelddadigheid en wij. We nemen zijn hele bijdrage hier over.
Op de televisie zag ik het naar mijn schatting ongeveer vijftien jaar oude broertje van een van de in Gorinchem vermoorde meisjes. Hij zei dat meer politie en zwaardere straffen niet zouden helpen; de mensen moesten zelf beter worden. Hij voegde daaraan toe dat hij ook de Turkse gemeenschap in Nederland niets kwalijk nam. Heel sympathiek allemaal, vooral dat laatste.
Maar op de dag waarop er voor zijn zusje en een ander meisje in Gorinchem een stille tocht gehouden werd, werd er in Arnhem al weer gericht geschoten op een portier van een muziekcafé. De portier overkwam niets: hij stond achter kogelvrij glas (hetgeen wel iets zegt over de sfeer in en rondom muziekcafés en dergelijke).
De goede woorden van die aardige jongen hebben dus nog niet veel effect gehad. Er wordt natuurlijk wel gepraat. In ons land heeft het idee post gevat dat een probleem opgelost kan worden door er massaal over te gaan praten (om geen ander woord te gebruiken). Zo wordt er dan nu gediscussieerd over "zinloos geweld". Wat zou dat toch wezen? Je hebt mensen die er een "kick" van krijgen om een ander te schoppen, of met een mes te steken, of met een pistool te beschieten. Ze houden er een lustgevoel aan over en voor hen is dat geweld dus zinvol.
Wat is er aan al die gewelddadigheid te doen? Ik zou het niet weten. Maar hebben we die ook niet een beetje in de hand gewerkt? Jarenlang is ons voorgehouden dat we onze ware gevoelens moesten kennen – hetgeen een wijze raad is – maar ons is ook voorgehouden dat we onze ware gevoelens moeten uiten. De veronderstelling was blijkbaar dat we ds onschuldige lammeren geboren worden en na onze geboorte bedorven zijn door (a) onze ouders, (b) het onderwijs, (c) de staat en (d) de kerk. Het is leuk bedacht, maar het is een illusie. Een mens is vanaf zijn geboorte helemaal niet zo gezellig, en hij mag zich gelukkig prijzen als de genoemde instellingen hem een beetje helpen om mens te worden. Maar als hij blijft denken dat hij van nature goed is en dat hij zich moet uiten, en als hij dan ook nog eens te horen krijgt dat hij voor zichzelf op moet komen, dan werkt dat de gewelddadigheid in de samenleving wel in de hand.
Verder denk ik ook aan de politie. De politie is jarenlang in een kwaad daglicht gesteld en verdacht gemaakt. Een agent die een klap uitdeelde was immers al "een fascist". Het merkwaardige is dat de politie zich dat aangetrokken heeft. Ik heb op huisbezoek wel met agenten gesproken die me vertelden dat ze eigenlijk opgeleid waren om maatschappelijk werk te doen: burenruzies bijleggen, en dergelijke. Nog onlangs zag ik een folder van de politie waarin werd uitgelegd dat ze ook "vredestaken" op zich had genomen. Maar de politie is er niet om maatschappelijk werk te doen of om vredestaken uit te voeren. Ze is er om de misdaad binnen de perken te houden, dronken chauffeurs achter het stuur vandaan te halen, fietsers die zonder licht rijden te bekeuren, enzovoort. Als de politie zich niet scherp bewust is van haar taak dan werkt dat de gewelddadigheid ook in de hand.
Maar we zijn voorlopig nog niet van die gewelddadigheid af. Vroeger kon je aan longontsteking sterven, nu kun je door een dronken automobilist doodgereden worden, een mes tussen je ribben krijgen, of een kogel door je hoofd. Het is niet anders. Het verschil met vroeger is dat de dood je nu door mensen aangedaan wordt. Er zou dus eigenlijk wèl wat aan te doen zijn.
Vanuit de kerk bekeken: onze samenleving Hjdt onder een volstrekt geperverteerd, want extreem individualistisch vrijheidsbegrip. Wij kunnen weten dat je vrij bent voor de ander. Nee, ik heb het niet over "vrijheid in verantwoordelijkheid" en dergelijke dingen, want dat zou alles meteen weer bederven. Nee, wie bijvoorbeeld de Brief aan de Galaten leest wordt vrij, zo vrij als een vogel in de lucht, maar, zegt de apostel: gebruik die vrijheid nu niet om de wereld van het vlees in te duiken en dient elkaar door de liefde.
Verder vanuit de kerk bekeken: hoe is het eigenlijk met onze voorbede, voor de overheid? Paulus bindt ons die wel op het hart. Wanneer ik dienst heb bid ik ook altijd wel voor de koningin, de ministers, de kamerleden, de rechters en – niet te vergeten: voor de burgemeester Burgemeesters, zoals die van Gorinchem en Arnhem, hebben het niet gemakkelijk.
Ik bid de laatste tijd of God al deze mensen door zijn Geest wil bewaren voor iedere vorm van machtsmisbruik en of hij hun wijsheid wil geven om het recht en de vrede te dienen.'
Remco Campert schreef eens dat Nederland het land is waar elk onderwerp zo lang wordt uitgediept en van alle kanten belicht tot het iedereen verveelt en je er vervolgens nooit meer iets over hoort. De dingen worden doodgepraat, om zo te zeggen. Hij zei het in een ludiek verband. Maar je kunt het in veel gevallen ook in alle ernst beamen. Ook dat is oer-Hollands. U kent vast wel de grap die richting kerkelijke vergaderingen eeuwenlang werd geuit: Ze dronken een glas, ze deden een plas en alles bleef zoals het was.
Zinloos geweld
In het tijdschrift Kontekstueel (februari 1999, 13e jrg. nr. 3) verzorgt prof. dr. M. J. G. van der Velden dit keer de Kroniek. Hij zet in bij de term 'fin de siècle' (=einde van de eeuw). Honderd jaar geleden, zo schrijft hij, kwam deze term uit Frankrijk overwaaien hierheen. Hier vertolkte de term een complex aan gevoelens. Enerzijds van weemoed en sentiment omdat een eeuw, een tijdperk ten einde liep. Anderzijds gaf het mensen het gevoel: de tijd is als een afgeleefde dame, probeer er nog maar uit te halen wat er in zit. Straks is het voorbij en kan er niets meer. Dat besef is thans niet in die mate aanwezig, aldus prof. Van der Velden. Wel constateert hij angstgevoelens rond het computerprobleem. Hebben we de technische ontwikkelingen nog wel allemaal in de hand? Toch een fin-de-siècle-stemming, aldus prof. Van der Velden?
'Het viel me trouwens op dat in allerlei beschouwingen over de verwachtingen voor het jaar 1999 een zekere terughoudendheid is vast te stellen. Nieuwjaarstoespraken waarschuwden voor teveel optimisme, ook al lijkt alles naar wens te gaan. Als voorbeeld noem ik het bedrijfsleven. Men is voorzichtig geworden in zijn verwachtingen. Hoewel het in veel bedrijven uitstekend lijkt te gaan, de consumptie hoog is, de werkgelegenheid toeneemt en de lonen stijgen, wordt nadrukkelijk gesproken over wat er allemaal zou kunnen gebeuren. Dat zal niet zonder reden zijn. We hebben kunnen zien in de gang van de effectenbeurs hoe vaak kleine oorzaken grote gevolgen hebben. Ook hier is dan trouwens de vraag of ons huidig economisch systeem, dat ruimte laat voor zulke crashes, wel beantwoordt aan de fundamentele menselijke vragen naar veiligheid en rust. De las in mijn krant dat de koersen op de effectenbeurzen in de wereld sterk gedaald zijn omdat in Brazilië de directeur van de nationale bank is afgetreden. Als iemand die niet in het hart van de financiële wereld verkeert, vraag je je af van wie en van welke factoren nu eigenlijk onze welvaart afhankelijk is. Behoort het ook tot de fin-de-siècle-stemming dat bewust of onbewust velen denken: laten we zoveel mogelijk proberen te genieten, verre reizen maken, zolang het nog kan.
Mij is opgevallen dat in de laatste jaren in beschouwingen over en analyses van de hedendaagse cultuur nogal eens wordt gesproken over een waas van zwaarmoedigheid die over het leven ligt. Sommige deskundigen noemen zelfs de depressiviteit in haar vele vormen en gradaties volksziekte nummer één. Heeft het gevoel aan het einde van een tijdperk te staan onze samenleving ons toch in zijn greep? Dan wordt het natuurlijk wel verdrongen, toegedekt door de nodige prikkels. De vakantiebeurs trok een recordaantal bezoekers. Verre reizen, avontuurlijke, spannende programma's blijken de voorkeur te hebben.
De voorzichtigheid van vele toekomstverwachters is bepaald verantwoord. Maar wel komt toch bij velen de vraag op: hoe lang kan de politiek, de economie, de cultuur op deze manier nog doorgaan. Moet het niet een keer vastlopen, zoals het bijvoorbeeld in 1929 vastliep. Wie, zoals ik, in de jaren dertig als kind de gevolgen van de beurskrach van 1929 nog heeft meegemaakt, beseft bij allerlei hedendaagse gebeurtenissen hoe op het eerste gezicht kleine gebeurtenissen grote gevolgen kunnen hebben, uitlopend in het opkomen van stromingen als het nationaal-socialisme en de Tweede Wereldoorlog. Er ligt achter de gevoelens die zo hier en daar te bespeuren zijn een diepe culturele vraag.'
Op de VN-bevolkingsconferentie, onlangs in Den Haag gehouden, kwam ook aan de orde de uitputting van de natuurlijke hulpbronnen, met name door de rijkste landen ter wereld. De rijkste 20 procent op aarde consumeert 86 procent van alle goederen en produceert 83 procent van de CO2-uitstoot. Een kind dat nu in Nederland wordt geboren, zal in zijn leven vele tientallen keer zoveel verbruiken en vervuilen als een leeftijdgenootje in Bangladesh.
Een verontrustende kant van de ontwikkelingen, aldus Van der Velden, is het verschijnsel dat 'zinloos geweld' wordt genoemd.
'Er klinkt in onze dagen een nieuw woord: "uitgaansgeweld". Er kan geen weekend voorbijgaan of er zijn berichten dat dit heeft plaatsgevonden. Ik zag een reportage over het Rembrandtplein, een centrale plaats in het Amsterdamse uitgaansleven. Die reportage liet de uitgebreide veiligheidsmaatregelen zien: er was veel politie op de been, ook bereden politie, en je zag de zorgvuldige controles en fouilleringen voordat mensen een gelegenheid binnen mochten.
Uitgaansgeweld! Wat een dubbele bodem schuilt er in deze uitdrukking. Wat bezielt mensen dat het zover gekomen is! Uitgaan associeer ik met ontspanning, met plezier. En wie zal mensen, ook jongeren, dit misgunnen. Maar moet dat gepaard gaan met angstgevoelens? Ik hoorde jongeren uitspreken dat uitgaan, zeker in het weekend voor hen gepaard gaat met angstgevoelens. Een jong meisje liet op de televisie het mes zien dat ze altijd bij zich draagt als ze uitgaat. Ik vraag me af of deze spanning tegelijk tot de prikkels behoort die de jeugd onbewust zoekt? Het geweld kan verbonden worden met het vaak overmatige drankgebruik dat er kennelijk bij hoort.'
U hebt het misschien ook wel gelezen dat loslippige Kamerleden de koningin citeerden toen ze zei dat haar zonen niet meer in Amsterdam durfden uitgaan. Ze kozen voor Londen of voor Brussel. Hoe heeft een en ander zo ver kunnen komen?
'Ik vraag me af of bij het fin-de-siècle-gevoel ook behoren de vele stemmen die klinken als een duidelijk afscheid van de jaren zestig en zeventig toen alles moest kunnen en mogen. Alom horen en lezen we pleidooien voor meer gezag in de samenleving, voor beëindiging van de politiek van gedogen, voor hogere waardering van het gezin, waarin de belangen van de kinderen centraal moeten staan en niet de belangen en wensen van de ouders. Eén van de exponenten van dit type visies is de Rotterdamse socioloog prof. Anton Zijderveld. In Trouw stond een uitgebreid interview met hem naar aanleiding van een boek van zijn hand dat in de Verenigde Staten zal verschijnen. Hij noemt de huidige manier van leven in West-Europa een "staccato-cultuur". Kenmerkend daarvoor zijn de woorden "leuk" en "spannend": als je een boek hebt geschreven zeggen de mensen tegenwoordig dat ze het een leuk boek vinden. Vraag je dan of ze het ook een goed boek vinden, dan kijken ze je glazig aan. Zijderveld noemt dat "doorgeschoten moderniteit". De vraag naar waarheid is volstrekt ouderwets. Zijderveld roept op tot herwaardering van de beproefde dragers van onze cultuur en hij bedoelt daarmee onder meer het gezin, de kerk, de staat, de school en de gezondheidszorg. Hij pleit daarom voor een culturele milieubeweging: zoals de milieubeweging die we al kennen waakt over de natuur zo moet de culturele milieubeweging waken over de cultuurdragers. In de oproep van Zijderveld zit duidelijk een restauratieve tendens. Hij ontkent dat trouwens niet, maar hij bestrijdt het verwijt van conservatisme.'
We geven ter afsluiting riog een fragment van het slot van wat prof. Van der Velden schrijft:
'We kunnen natuurlijk de onheilsgevoelens wat relativeren. Er zit iets willekeurigs in onze jaartelling. Er zijn volken waar een andere jaartelling geldt. De gang van de geschiedenis wordt niet bepaald door de datum 1 januari 2000. Zo zou je kunnen stellen dat in veel opzichten de negentiende eeuw eindigde bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in 1914.
Toch heeft dat fin-de-siècle-gevoel te maken met de beleving van de tijd en die kun je niet afdoen met een paar rationele relativerende opmerkingen. God heeft zijn eigen tijd en daarin gaat Hij zijn ongekende gang. Waaraan mensen behoefte hebben – of ze het weten willen of niet – is de verkondiging van het evangelie van de verzoening, van het Koninkrijk, dat boven alle werkelijkheid uitgaat en tegelijk voluit op de feitelijke werkelijkheid van nu betrokken is.'
Hoe boeiend om juist nu te leven. Juist vanuit het Koninkrijk is er immers verwachting voor mens en wereld. Als burgers van dat Rijk weten we ons geroepen daar ruchtbaarheid aan te geven, bescheiden doch beslist.
J. Maasland
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 februari 1999
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 februari 1999
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's