Globaal bekeken
In een wijkbericht in één van de kerkbladen troffen we het volgende gedicht van Huib Fenijn over De verloren zoon:
De vader heeft hem niet vervloekt,
toen hij zijn erfdeel op kwam eisen
en reeds passage had geboekt
om naar het vreemde land te reizen.
Maar elke nacht stond voor het raam,
als havenlicht, een lamp te branden,
en daag'lijks noemde hij zijn naam,
geknield en met gevouwen handen.
God laat zijn kinderen niet los,
die op de wilde wegen zwerven
en zelfs het strobed van een os
en 't draf der zwijnen moeten derven.
De deur staat open dag en nacht,
voor paria's en lichtekooien,
die alles hebben doorgebracht
en om een brok genade schooien.
Want Christus wacht met groot geduld
om 't blanke feestgewaad te geven
aan allen, die verlost van schuld,
slechts uit genade willen leven.
Enige tijd geleden verscheen een bundel 'In de schaduw van Uw Kruis', waarin vertaalde gedichten van de IJslandse dichter Halligrimur (1614-1674) waren opgenomen. De heer J. H. Klein te Rijswijk, die de gedichten In onze taal her-dichtte, heeft ook nog andere gedichten van Halligrimur herdicht. Bij het begin van de lijdenstijd plaatsen we het volgende gedicht n.a.v. Markus 14 : 32-42; getiteld 'Christus' doodsstrijd in de Hof':
Rusteloos'loopt Jezus heen en weer.
Hij vindt geen steun, geen rustpunt meer,
geen vriend, geen God die bij Hem is,
geen plekje waar Hij veilig is.
Zó vindt de zondaar rust noch duur
In het onblusbaar, eeuwig vuur.
De Heiland, die mijn onrust draagt,
wordt door mijn schulden opgejaagd.
Zijn tranen vloeien als een wel:
Hij dooft de vlammen van de hel.
Hier wordt Gods hete toorn geblust.
Hier komt mijn hart voorgoed tot rust.
Toen de eerste mens in opstand kwam,
trof God de aarde met de ban.
Hier kruipt Gods liefste mens, gewond,
als smekeling over de grond
en drenkt de bodem met zijn bloed.
Nu komt het met de aarde goed.
Wanneer ik steun van mensen mis,
ontdek ik dat God bij mij is
en mij te hulp schiet als een vriend,
ja door zijn engelen mij dient.
Wanneer ik kniel, beangst, verward,
drukt God mij aan zijn Vaderhart.
U loof ik met een dankbaar hart,
Christus die zonde voor mij werd.
Mijn Heer, om uw verzoenend werk
prijs ik U met uw ganse kerk.
Uw angst, uw diepste eenzaamheid
brengt ons de vrede – wereldwijd.
Een lezer zond ons naar aanleiding van het eindejaarsoverzicht van ondergetekende in het eerste nummer van dit jaar het volgende gedicht van E. Yskes-Kooger uit haar bundel 'De gouden horizon':
Wat zal de wereld mooi zijn op die dag
als Jezus weer zal komen op de wolken,
als al wat leeft, de natiën, de volken
zich voor Hem zullen buigen, vol ontzag.
Wat zal de wereld mooi zijn op die dag
als God Zijn tent zal opslaan bij de mensen,
als volken, niet gescheiden meer door grenzen,
zich zullen scharen onder Christus' vlag.
Wat zal de wereld mooi zijn op die dag
als heel de schepping zal gezuiverd wezen,
als d'aarde zal vernieuwd zijn en genezen
van al ons kwaad, van heel ons wangedrag.
Wat zal de wereld mooi zijn op die dag
als God herstellen zal wat wij verknoeiden,
als rusten zullen al de zwaar vermoeiden,
als tranen zijn verdwenen door een lach.
Wat zal de wereld mooi zijn op die dag
als God Zijn volk met heerlijkheid zal kronen,
en in het nieuw Jeruzalem doen wonen.
Wat zal de wereld mooi zijn op die dag!
v. d. G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 februari 1999
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 februari 1999
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's