Om een kerk die een boodschap heeft aan de wereld*
Dr. K. Blei, voormalig secretaris-generaal van de Nederlandse Hervormde Kerk, deed onlangs een interessant geschrift het licht zien over de plaats en taak van de kerk in de moderne samenleving. Het gaat om een nadere ontvouwing van de tien stellingen die hij poneerde in een bijzondere vergadering van de hervormde synode ter gelegenheid van zijn afscheid in juni 1997. Blei is er diep van doordrongen dat de plaats van de kerk vergeleken met vroeger bescheidener is geworden. De onkerkelijkheid neemt immers nog steeds toe, van 43% in 1991 tot, als de trends zich doorzetten, niet meer dan 25% in 2020. De meeste Nederlanders zien de kerk als een wel nuttige, maar niet noodzakelijke instelling. Uitspraken van de kerken over maatschappelijke items worden over het algemeen welwillend ontvangen zolang als de kerken maar niet teveel uit de pas van de culturele ontwikkelingen en eigentijdse opvattingen lopen. Kerken mogen dus kanttekeningen plaatsen in de marge, maar het wordt hen niet in dank afgenomen wanneer ze al te nadrukkelijk tegen de stroom oproeien. Politici spreken nogal eens uit dat kerken makkelijk praten hebben met hun uitspraken over armoede, milieu, asielbeleid enzovoorts.
Twee kerkordes vergeleken
Blei vergelijkt de huidige hervormde kerkorde uit 1951 met het ontwerp kerkorde voor de beoogde Samen op Weg-kerk. In de hervormde kerk is het missionair elan opmerkelijk, de gedrevenheid om heel de samenleving Gods beloften en geboden voor te houden. Theologen als A. A. van Ruler en K. H. Miskotte benadrukten dat de kerk alleen kan belijden voorzover ze met haar getuigenis uitgaat in de wereld, of zoals Van Ruler formuleerde: de kerk is het karretje om het Woord van het koninkrijk de wereld in te rijden. De kerkorde van 1951 is een 'apostolaatsdocument', met de apostolaatsgedachte als kern. Het gaat om het koninkrijk van God en dat is meer dan de kerk. De kerk is middel in Gods hand met het oog op het koninkrijk. In de kerkorde gaat dan ook het apostolaat aan het belijden vooraf. De kerk 'arbeidt… aan de kerstening van de samenleving' en zij 'blijft strijden voor het reformatorisch karakter van staat en volk'. Dat zijn bekende formuleringen die typerend kunnen worden geacht voor de kerkorde van 1951. Het nieuwe ontwerp kerkorde is echter een 'gemeenteopbouw-stuk'. Het is volgens Blei veel meer een binnenkerkelijk stuk, waar wel apostolaire of missionaire noties in zitten, maar waarin het kerk-zijn niet langer door het apostolaat gestempeld is. Het eigen kerk-zijn staat voorop en het kerk-zijn-voor-de-wereld komt op de tweede plaats. De in 1951 zo bewust gekozen volgorde 'eerst apostolaat dan belijden' is nu losgelaten. Het lijkt nu meer te gaan om een overlevingsstrategie voor de kerk.
Kleinschaligheid en fusie-drijven
Daarbij is behalve de bescheiden toon ook de nadruk op kleinschaligheid opmerkelijk. Het gaat vooral om de plaatselijke gemeente, de landelijke kerk is niet meer dan een service-instituut met het oog op die plaatselijke gemeente. Hiermee dreigt de bovenplaatselijke samenhang weg te vallen en verbrokkelt het kerk-zijn. Er is geen samenbindend ideaal meer. De vraag moet worden gesteld in de huidige hervormde kerk of men nog wel lid is van dezelfde kerk of dat ieder in werkelijkheid zijn eigen 'hervormde kerk' heeft. Dat betekent dus de hotelkerk in optima forma. Deze ontwikkeling ziet Blei zich voortzetten en versterken in de voortgang van het Samen op Weg-proces. Er is wel officieel gekozen voor kerkvereniging, maar om aan bezwaarden tegemoet te komen worden er steeds meer 'federatieve elementen' ingevoerd. De echte kerkvereniging komt daardoor op de tocht te staan. De steeds grotere ruimte voor verscheidenheid dreigt het zicht op de gemeenschap, het samen-kerk-zijn te verduisteren. Zo blijft er niet veel meer over dan een gezamenlijke voorgevel waarachter een federatieve werkelijkheid schuilgaat. Blei vraagt wat er eigenlijk gewonnen is met zo'n nieuwe hotelkerk. Het lijkt wel, zo constateert hij, of die organisatorische vereniging van kerken een doel in zichzelf is geworden. Maar wat heeft de totstandkoming van de toekomstige verenigde kerk voor zin als die kerk niet meer gedragen wordt door een gezamenlijk beleefde roeping en zending? Blei ziet alleen licht aan de einder wanneer er een nieuw besef komt dat de kerk opgenomen is in Gods grote bedoeling met de wereld. Alleen dan worden de interne kerkelijke verhoudingen gesaneerd, dan zal er sprake zijn van een 'verzoende verscheidenheid'. Het zijn opmerkelijke woorden uit de mond van een warm voorstander van het verenigingsproces van de kerken. Woorden die door de beleidsmakers uiterst serieus dienen te worden genomen. De vraag ligt op tafel: 'Waar zijn wij mee bezig wanneer we koste wat kost die organisatorische fusie willen doordrukken, terwijl we tegelijkertijd steeds meer federatie in de fusie stoppen?' Mijn pleidooi is altijd geweest: ga niet verder dan federatie! Laat fuseren wat fuseren wil, maar laat die gemeenten die niet verder willen gaan dan federatie, – juist omdat ze geen inhoudelijke verbondenheid kunnen ervaren met bepaalde delen van de betreffende kerken –, de vrijheid om hun kerkelijk leven voort te zetten in de oorspronkelijke verbanden. Deze optie wordt nu als achterhaald beschouwd. Ik vind het opmerkelijk dat nu dr. Blei, komend van een heel andere kant, eveneens grote vraagtekens zet bij het louter organisatorische fusie-drijven.
Welke weg wijst Blei?
Uiteraard wil Blei niet de federatieve kant op. Het is hem te doen om echte kerkvereniging vanuit een gezamenlijke gedrevenheid. Hij zoekt naar een nieuw ideaal, een levendig roepingsbesef dat de verscheidenheid overstijgt en de richtingen weer samenbindt tot elkaar aanvullende modaliteiten. Wil Blei terug naar Van Rulers visie op theocratie en apostolaat? Neen, de theocratische inzet past volgens hem niet meer in deze tijd. Het mag niet meer gaan om een centrale plaats van de kerk in de samenleving (ecclesiocratie), een restauratie van het gekerstende verleden. Het kan evenmin te doen zijn om een nadrukkelijk bijbels spreken van de kerk aan het adres van overheid en het volk. Blei voelt zich meer thuis bij de gedachten van De Kruijf in diens boek Waakzaam en nuchter. Het gaat er dan om dat de kerk zich in het democratisch bestel samen met anderen inzet voor humaniteit en gerechtigheid, voor vrijheid en recht. Zo kan bijvoorbeeld actie ten bate van asielzoekers en andere verschoppelingen een kerkbrede bevlogenheid opleveren. Daarbij moeten de kerken dan niet in de openbare discussie te koop lopen met hun specifieke christelijke boodschap, maar samen met andersdenkenden en anders gelovenden de menselijkheid hoog in het vaandel voeren. Zo zouden de kerken bijvoorbeeld ten aanzien van de 24-uurseconomie niet met argumenten moeten aankomen die aan de Bijbel zijn ontleend, maar met algemeen inzichtelijke overwegingen. Slechts in uitzonderingssituaties zou een direct en onomwonden beroep op het evangelie nodig zijn (de zogenaamde 'status confessionis'). We moeten volgens Blei niet terugverlangen naar de tijd van de volkskerk en we zullen de secularisatie als een heilzame uitdaging moeten leren waarderen. Ik vind dit aan het eind van Bleis boek een teleurstellende oogst. De positie van Blei wordt evenals die van De Kruijf door een ongefundeerd optimisme gekenmerkt. Wanneer dit het is wat de kerk moet samenbinden, dan heb ik er al heel weinig fiducie in. Prof. dr. W. H. Velema heeft er onlangs in het Reformatorisch Dagblad terecht op gewezen dat 'anoniem belijden' een tegenspraak in zichzelf is. Hij schrijft: 'Belijden is volgens het Nieuwe Testament meespreken met God en Zijn Woord; dan kunnen en mogen we de naam van onze Heiland, Meester en Koning niet ongenoemd laten'. In de maatschappelijke discussie zullen ook christenen van algemene argumenten gebruik willen en mogen maken. Bescheidenheid is daarbij een passende houding. Maar niet ten koste van de vrijmoedigheid waarmee de kerk de diepste achtergrond en bron van haar positiekeuze aangeeft. Is dat het niet wat de kerken verlamt en wat het eenheidsstreven binnen SoW-verband zo hachelijk en ongeloofwaardig maakt: de diepe verdeeldheid over de kern van missionaire bewogenheid om Gods heilzame wet en het unieke evangelie van Jezus Christus in de wereld bekend te maken?
Dr. Blei houdt al met al een boeiend betoog in dit boek. Zijn diagnose spreekt mij meer aan dan de door hem voorgestelde therapie.
J. Hoek, Veenendaal
* N.a.v. Karel Blei, Een sprekende kerk in een mondige wereld, uitgeverij Kok, Kampen 1998, 173 blz., ƒ 27,50.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 februari 1999
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 februari 1999
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's