Namen noemen (1)
Onder de bovenstaande titel beginnen we hier een nieuwe rubriek in de Waarheidsvriend. Volgens dezelfde opzet als de vorige serie over Bijbelse begrippen, 'Woorden van Leven' genoemd, willen we proberen met zekere regelmaat in één kolom het voorkomen en de betekenis van een Bijbelse naam toe te lichten.
'What's in a name?' (wat zit er in een naam) is een beroemd citaat van Shakespeare. Het wil zeggen, dat een naam er eigenlijk niet echt toe doet. Hoe je iets of iemand ook noemt, het wezen blijft eender, dat verandert niet met een naam. Zal een roos soms minder geuren als zij een andere naam zou dragen? Inderdaad, een naam is voor ons vaak niet meer dan een simpel onderscheidingsmerk, handig om mensen en dingen uit elkaar te houden, maar meer ook niet.
Het zal duidelijk worden dat in de Bijbel een naam heel wat meer is dan een etiket, dat opgeplakt wordt. De NAAM van God openbaart Zijn heilig en heerlijk wezen. De naam van een mens heeft doorgaans te maken met het geheimenis van zijn persoonlijkheid. De naam geeft aan wat iemand is, en wat er van hem of haar verwacht mag worden. Zoals zijn naam is, zo is hij ook echt, dat werd bijvoorbeeld – in negatieve zin – van Nabal gezegd, die David geen recht deed. 'Dwaas' betekent die naam. En positief was Noach's naam: de gerustheid van Gods troost.
De naamgeving heeft in de Bijbel dus duidelijk iets dynamisch, dat wil zeggen, dat er iets van het leven en de geschiedenis van de benoemde in doorklinkt. Dat kan overigens op verschillende manieren. Soms krijgt een kind een naam die door de omstandigheden van de geboorte is ingegeven: bijvoorbeeld Mozes (uit het water getogen) of Izaak (zo genoemd vanwege het lachen rond zijn geboorte). Er kan ook verlangen en verwachting van de ouders – positief of negatief – in meeklinken. Denk maar aan Eva die vol verwachting bij de eerste geboorte van een mensenkind 'Kaïn' (ik heb een man van de HEERE ontvangen) riep, terwijl zijn broer, die kennelijk minder indrukwekkend overkwam minnetjes '(H)Abel' (lucht, ijdelheid) werd genoemd. Ook kan soms een diep ingrijpende verandering in het leven van Godswege bekrachtigd worden door een verandering van naam. Denk maar aan de verandering van Abram naar Abraham, en de bevordering van Jacob tot Israël.
De naam is tevens een kostbaar bezit, dat men niet zomaar laat aantasten. 'De naam is uitgelezener dan grote rijkdom', zegt de Spreukendichter. Daar moet men zuinig op zijn. Het wordt als een gericht ervaren als de naam van de aarde wordt uitgewist. Het is daarentegen een bijzondere troost te mogen weten dat de naam bij God bekend is. Hij laat in Zijn genade de persoonlijkheid van Zijn kinderen niet verloren gaan. Ze krijgen immers om Christus' wil een 'nieuwe naam' (Openb 2 : 17).
Bij de naam behoren onlosmakelijk de werkwoorden 'kennen', en 'noemen'. Naamgeving als benoeming, is een vorm van macht uitoefenen over (zie Genesis 1). Het hebreeuwse werkwoord betekent ook 'roepen'. Dit roepen is gericht op de relatie. Het gaat bij de naam (aan)roepen ten diepste om het kennen, de gemeenschap met de geroepene. Zo roept God de mens, die op zijn beurt Gods Naam leert noemen en roemen, tot zekere zaligheid!
M. A. van den Berg
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 maart 1999
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 maart 1999
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's