De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbespreking

8 minuten leestijd

Dr. Pieter K. Baaij, De God antwoordende mens', uitg. Groen (Heerenveen)/uitgeversgroep Jongbloed, 1998, paperback, 761 blz., ISBN 90-5030-968-2 (W), ƒ 79,–.
Dr. Pieter K. Baaij (Schoten-België), de auteur van het boek 'De God antwoordende mens' heeft zich, na meer dan 25 jaar als leidinggevende in het bedrijfsleven werkzaam geweest te zijn, na 1983 geheel gewijd aan een theologiestudie (Brussel) met bijzondere belangstelling voor Paulus. In 1992 verscheen zijn dissertatie over 'Paulus over Paulus' (Rom. 7). Nu ligt daar opnieuw een lijvig boekwerk onder bovengenoemde titel van zijn hand op mijn bureau. De wil hem en zijn vrouw die hem bij de voorbereiding van deze publicatie vaardig terzijde heeft gestaan, van harte feliciteren. En in deze felicitatie betrek ik ook graag de uitgever die grote zorg besteedde aan de uitvoering.
'De God antwoordende mens' is een exegetische studie over Rom. 3 : 21-8 : 39. Volgens Baaij is dit gedeelte van de brief aan de Romeinen de afgebakende 'grote perikoop' van de brief, waarin Paulus ons aanwijst, wie de enige 'echte mens' is, nl. de God antwoordende mens.
Wie het exegetisch werk van Baaij met de door hem gevolgde 'eigen' methode op de voet volgt, moet denken aan iemand die een tuin met de hand aan het omspitten is. Zwaar werk. Maar het resultaat is geweldig. De auteur gaat ervan uit – een steeds met klem bepleit uitgangspunt –, dat Paulus' Griekse woordgebruik alleen recht te verstaan is tegen de achtergrond van zijn Hebreeuwse leef- en denkwereld. 'Paulus concipieerde zijn brieven in het Hebreeuws en herconstrueerde die vervolgens in het Grieks.'
Met al zijn kennis van de culturele en religieuze context van de Grieks-Romeinse wereld, bleef de apostel in zijn denken geworteld in de 'tale Kanaans'. Paulus bleef in zijn 'moedertaal' denken (Aramees/Misjna-Hebreeuws) om vervolgens voortdurend de vertaalslag naar het Grieks van zijn dagen te maken.
Dr. W. S. van Leeuwen heeft ooit de Septuagint, de Griekse vertaling het het O.T. genoemd: een Grieks schip met een Hebreeuwse last waarin zich vooral ook het jodendom van de vertalers verraadde. Baaij zou hetzelfde kunnen zeggen van Paulus' in het Grieks geschreven brieven. Maar de Hebreeuwse onderlaag van die brieven is in de ogen van Baaij niet direct die van de farizeeër uit de school van Gamaliël, maar van een in Tenach (O.T.) door Gods Geest onderwezen volgeling van Christus Jezus.
Verkenning van deze Hebreeuwse taalwereld achter de Grieks schrijvende Paulus is derhalve ook voor het rechte verstaan van de brief aan de Romeinen een eerste vereiste. Baaij probeert steeds de 'echte' Paulus daarin op het spoor te komen, zoekend naar de Hebreeuwse woorden achter de Griekse tekst. Een werkelijk fascinerend gebeuren waarip de zgn. moeilijke Paulus opeens glashelder wordt.
Voor zover ik kan oordelen, is de winst van deze methode, dat Paulus' boodschap zo dicht mogelijk bij huis (O.T./Israël) wordt gehouden. Paulus grondt zijn boodschap op de Schriften (Tenach) die hij door bekering op weg naar Damascus en door een hartelijke geloofsverbondenheid aan Jezus Christus in hun diepe betekenis heeft leren verstaan. Wanneer men Paulus van dit 'thuisfront' vervreemdt, ontstaat er een Griekse Paulus met alle misvattingen vandien (bijv. Marcion).
En wat is dan nu het resultaat van het diepzinnig en minutieus speurwerk van Baaij? Kort gezegd: hij geeft ons een schets van Paulus en van de Paulinische boodschap, zoals we die in grote lijnen uit de reformatorische traditie kennen. Geen Paulus als in de liberale theologie (een Paulus die de 'echte' Jezus heeft vertekend). Ook geen joodse Paulus die verworteld bleef in zijn farizees geloof (het Paulusbeeld van Baaij is bepaald antirabbijns; geen gerechtigheid door enig werk). Ook geen 'evangelische' Paulus die het Evangelie in plaats van de wet laat komen.
Het thema van de brief aan de Romeinen (1 : 16v) is dat van 'de openbaring van Gods gerechtigheid in het Evangelie uit geloof tot geloof' (Rom. 1 : 17). Als ik Baaij goed begrijp, is het dit thema dat door heel de brief aan de Romeinen heenloopt. Terecht stelt hij, dat het hier niet gaat om een Grieks begrip van gerechtigheid ('justitia'), maar om 'de gerechtigheid die van God komt/gerechtigheid van God uit (een 'genitivus objectivus'), die haar grond vindt in de Herschepper-God en die door het geloof het deel mag zijn van Gods kinderen. Zij worden niet slechts in het eindgericht, maar steeds weer in het leven gerechtvaardigd (zijn hebben dat nooit op zak). Maar zo hebben zij intussen in Christus wel wat God op de Sinaï van de mens eiste.
Met deze interpretatie komt Baaij overigens één en andermaal op gespannen voet te staan met de 'gebruikelijke' uitleg. Hij constateert dat zelf ook nog al eens. Dat was ook al het geval in zijn dissertatie waarin hij – tegen alle ook naar mijn inzicht onhoudbare verklaringen in – in de 'ik' van Rom. 7 niemand anders kon ontdekken dan Paulus zelf (20 jaar na zijn bekering).
Al wil hij niet uitvoerig in discussie treden met commentaroren (geen enkele nieuwtestamenticus is hem blijkens de vele in de noten genoemde boekwerken trouwens onbekend), Baaij kiest wel voortdurend fors positie tegen hen. Ik noem als voorbeeld de wijze waarop hij uitleg geeft aan wat Paulus bedoelt, wanneer deze (o.a. in Rom. 6) van de gelovigen zegt, dat zij met Christus mee gestorven zijn en opgewekt. Bekend is, dat H. Ridderbos deze uitdrukkingen vooral in heilshistorische zin verstaat. Als ik Baaij goed begrijp, wil hij dat niet ontkend hebben, maar verstaat hij deze uitdrukkingen toch vooral ook als – aanduidingen van de eenwording van de gelovigen met Christus in de weg van de levendmaking. Ik zou willen zeggen, dat Paulus beide op het oog heeft (in één adem): wie in de gestorven en opgestane Zaligmaker begrepen is, komt vroeg of laat ook in Zijn greep.
Om veel dat ik in dit boek vond, ben ik hartelijk blij. Dit boek is geen leesboek. 'Geen commentaar, maar een woord-exegese met toelichting.' Zo noemt de schrijver zelf zijn boek. Men moet zich heenworstelen door zijn vaak bijna niet te lezen omschrijvingen van de tekst in het Nederlands (letterlijke vertalingen). Maar de lezer zal verder goed geholpen zijn met de samenvattingen in de kleine letters (daarin haalt de auteur de draad telkens weer op).
Ik zou de studie van Baaij bepaald een standaardwerk willen noemen. Een groot aantal voor Paulus en het N.T. typerende woorden met hun oudtestamentische achtergrond worden hier verrassend uitgediept. Voor theologiestuderenden, voorgangers/predikanten, maar ook voor iedere geïnteresseerde iets om dankbaar gebruik van te maken. In het laatste hoofdstuk treft de lezer diepgravende uiteenzettingen aan, waarin de door Paulus in de 'grote perikoop' van de brief aan de Romeinen gebruikte Griekse kernwoorden als gerechtigheid, evangelie, belofte, enz. nog eens extra worden uitgelegd. Verder: achterin het boek indices (van geraadpleegde literatuur, bijbelplaatsen en namen) en in index IV: een lijst van Griekse woorden met hun waarschijnlijke Hebreeuwse equivalenten en de Nederlandse vertaling en in index V: de belangrijkste trefwoorden in het Nederlands met de corresponderende Griekse woorden.
Al lezend in dit knappe en leerzame boek, heb ik ook wel enkele vraagtekens geplaatst, waarover ik graag nog eens met de auteur zou willen doorpraten. Zo deel ik het standpunt van Baaij niet, als hij herhaaldelijk – m.i. op zwakke gronden – betuigt, dat Paulus' volks- en geloofsgenoten in Rome uitsluitend de geadresseerden van de brief zijn. Voor mijn besef is de inhoud van deze brief beter te verstaan, wanneer we aannemen, dat de apostel met zijn boodschap een brug wil slaan tussen joden- en heidenchristenen binnen de (synagogale) gemeente(n) te Rome om daarmee de daar gerezen problemen op te lossen. In elk geval richt Paulus zich in deze brief ook tot gelovigen uit de heidenwereld (vgl. Rom. 11 : 13).
Verder meen ik te kunnen verdedigen, dat de leer van de erfzonde, zoals deze door Augustinus en in de Calvijnse traditie is verwoord, terug te vinden is in Rom. 5 : 12. Daar zegt Paulus van de 'historische' (!) Adam als type en representant van de mensheid, dat allen (= alle Adamskinderen) in hem gezondigd hebben. Baaij ontkent – zonder de erfzondeleer op zich af te willen wijzen –, dat Paulus hier van de erfzonde spreekt. M.i. is er echter – mede gelet op de context (het contrast met de tweede 'historische' (!) Adam Christus Jezus en de door Hem vertegenwoordigde nieuwe mensheid – alles voor om deze tekst wel in die zin te vertalen en te verklaren.
Ten slotte. Wat ons in de publicatie van Baaij geboden wordt, is van eminent belang voor de geloofsleer en de prediking vandaag. Het zou best goed zijn, als de schrijver ons dit nog eens wilde laten zien in een voor ieder gemiddeld gemeentelid toegankelijk geschrift. Verder zie ik belangstellend uit naar de studie over Rom. 9-11 die Baaij thans bezig; is voor te bereiden. De wens hem daarbij van harte wijsheid toe.
C. den Boer, Bennekom

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 maart 1999

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 maart 1999

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's