En als het niet goed gaat… (3 - slot)
Waar waren we gebleven?
Deze serie van drie-artikelen staat in het kader van het feit dat de Hervormd-Gereformeerde Jeugdbond tijdens toerustingsavonden over geloofsopvoeding ouders tegenkomt die de verzuchting slaken: 'Onze kinderen dreigen te verdwalen, ze gaan niet meer in het spoor van de Heere en denken nauwelijks meer aan wat wij ze in de opvoeding hebben meegegeven'. Voor deze ouders willen we enkele pastorale opmerkingen maken, daarbij heel goed beseffend dat we geen pijn kunnen wegnemen en geen situaties zomaar kunnen veranderen!
In de twee voorgaande artikelen heb ik enkele dingen aangestipt. Om er weer wat in te komen, noem ik ze nog even:
– we moeten onderscheid maken tussen hoofdzaken en bijzaken;
– houdt contact met uw kinderen!;
– ouders en kinderen moeten samen leven van de vergevende liefde van Christus;
– onderschat de tijd waarin onze jongeren leven niet; er komt heel veel op hen af!;
– als u zich schuldig voelt tegenover uw kinderen, spreek dat uit tegen hen;
– ook voor ons falen in de opvoeding is vergeving bij God;
– het Verbond van God staat vast!
In dit laatste artikel wil ik nog enkele aspecten toevoegen.
We zijn zelf ook jong geweest
Als eerste aspect wil ik noemen het feit dat we als ouders zelf ook jong geweest zijn. Dat vergeten we vaak! We denken en spreken dikwijls alsof we de levenswijsheid die we nu hebben (is dat zo?), altijd al hadden en zien dan vanuit de hoogte neer op jongeren die zoekend en tastend hun weg gaan en daarbij wel eens verdwalen.
Dat moeten we niet doen. Er is geen enkele reden om hoog van onszelf op te geven. We zijn zelf ook jong geweest en wie eerlijk is voor God en zichzelf, moet zeggen: ik was vaak ook dwars, maar… we leefden in een andere tijd en we durfden niet zo vrij onze mening te uiten en eigen keuzes maken als jongeren van nu.
Kijk, wie dit ontdekt en daar voor uit komt, wordt een stuk milder ten opzichte van zijn of haar eigen kinderen.
Dan staan we niet boven elkaar maar naast elkaar. Samen zijn we dan zondaar voor God en samen moeten we van dezelfde genade leven.
Voorbeeld
Dat brengt me bij het tweede. Het belang van een goed voorbeeld.
Kortgeleden sprak ik iemand die van geloof en kerk vrij ver is losgeraakt.
Ze vertelde me:
'Bij ons op het dorp was een boer. Echt zo'n aristocratische man. Zat overal op en in. In de gemeenteraad, in de kerkenraad, in het polderbestuur, in van alles en nog meer…
Ik dacht altijd: "het lijkt me niks om kind te zijn van zo'n strenge vader". Want zo kwam hij over, streng, onverzettelijk, principieel… Het verbaasde me ook altijd dat z'n kinderen niet ontspoorden. Nee, die liepen netjes in het gareel, keurig naar de kerk en zo… Ik heb nog wel eens contact met z'n dochter, die spreekt altijd met groot respect over hem. Een goudeerlijk, rechtvaardig mens; als hij iets beloofde, dan deed hij het ook, ook al kwam het hem slecht uit. Echt een voorbeeld voor de kinderen en ook voor anderen. Je kon op hem aan! Waren alle christenen maar zo!'
Dit verhaal spreekt voor zichzelf. Het luistert nauw hoe wij ons gedragen. En dan bedoel ik nog niet eens de zaken rond geloof, gemeente en kerk. Nee, ook en niet minder de zaken van het gewone leven van alle dag. Ik heb in een lezing wel eens gezegd: 'Als ik m'n zoon iets beloof, al is het nog zo'n kleinigheid, dan moet ik het wel doen!'
In de pedagogiek spreken we over 'identificatiefiguren', mensen waar jongeren houvast aan hebben, waaraan ze zich kunnen optrekken.
Misschien hebt u het gevoel dat u tekortgeschoten bent. Blijf daar niet bij stilstaan, verander uw houding, uw gedrag.
Dat is juist de boodschap van de Bijbel, dat we te allen tijde tot inkeer, tot verandering, tot bekering kunnen komen!
Als jongeren veranderen…
Als ondertitel boven deze serie artikelen staat: – voor ouders die hun kind(eren) zien verdwalen. En helaas moeten we constateren dat er inderdaad kinderen van het Verbond zijn, die de weg kwijtraken, die verdwalen, soms helaas steeds verder van huis…
Maar, er is ook een andere kant. We horen ook van jongeren die veranderen, die tot terugkeer, tot bekering komen.
Ik noem één voorbeeld, dat mij zelf nogal aansprak. Het gaat over een jongen, Tim, en was te zien in het EO-programma 'Man/vrouw' van enkele weken geleden. We lezen er ook over in 'Visie'. Ik citeer Tim letterlijk als hij vertelt over zijn 'afdwalen':
'Als kind had ik een veel hechtere band met God. Ik kon heel blij worden als ik aan God dacht. Maar die blijdschap is geleidelijk aan verdwenen. Er kwamen andere dingen voor in de plaats. Uitgaan. Jezelf laten vollopen in de kroeg. De disco. Opgevoerde brommers, enzovoort. De wereld was mijn plaats. Ik draaide vaak housemuziek in kroegen, maar ook 'gewone' muziek met de goorste teksten. Ik ben een tijdlang zelfs deejay geweest. En toch voelde ik me niet gelukkig. Ik had een schuldgevoel naar God toe. M'n ouders lieten me vrij. Wel hebben ze me gewezen op bepaalde dingen. Ik vond dat nooit leuk, maar het begon wel aan me te knagen.'
Op een gegeven moment kwam Tim tot de ontdekking dat dit ruige leven ook niet alles was. Stukje bij beetje ging hij zich opnieuw interesseren voor het geloof. Hij ging steeds vaker bidden en hij ging nadenken over de afgelopen periode. Dan komt er een grote ommekeer. Daarover vertelt hij:
'M'n broer nodigde me uit om mee te gaan naar een jeugdavond van de kerk. Daar heb ik mijn leven in Gods handen gelegd en gezegd: Van nu af ga ik leven naar Uw wil.'
Ook dit verhaal spreekt voor zichzelf. Het mag ons bemoedigen! Dat is het derde dat ik u wil meegeven.
Laten we er voor oppassen om meteen te oordelen dat dit wel erg gemakkelijk gaat, dat een mens zelf zijn leven niet in Gods Hand kan leggen, e.d. Persoonlijk zie ik in dit verhaal (dat gelukkig aan te vullen is met andere!) de onweerstaanbare werking van de Heilige Geest die mensen er toe brengt om – zoals de 'verloren' zoon uit de gelijkenis – op te staan en terug te gaan tot hun Vader.
Het gebed
Tenslotte – als vierde - nog iets over het gebed. Niet als een passend slot maar als een concrete werkelijkheid.
Te allen tijde en in alle, ook verdrietige, omstandigheden mogen we tot God gaan. Om Jezus wil en in Zijn Naam. Voor onze kinderen.
Hij blijft getrouw!
Daar mogen we ons toch aan optrekken?
Ook als het gesprek met onze kinderen stokt.
Ook als we met pijn in ons hart denken aan onze zoon of dochter die dreigt steeds verder te verdwalen. We mogen er mee tot Jezus gaan. Hij is immers de Heiland (= Heler).
In dit verband denk aan wat de oefenaar Wulfert Floor (oudere lezers zullen wellicht zijn naam en geschriften kennen) eens zei:
'Als ik niet meer met mijn kinderen over God kan spreken, dan kan ik altijd nog met God over mijn kinderen spreken…'
A. J. Terlouw, Zeist
Staffunctionaris HGJB
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 maart 1999
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 maart 1999
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's