Het draagvlak van Samen op Weg
Reactie dr. B. Plaisier op artikel d.d. 4 maart
Zelfs binnen onze kerkelijke kring blijft het moeilijk om elkaar te verstaan. Zo heb ik althans het artikel van dr. ir. Van der Graaf in dit blad (4 maart ll.) over het draagvlak van Samen op Weg ervaren. Hij reageert daarin op een artikel van mijn hand in Kerkinformatie van februari.
Het gaat om de volgende zin: 'Kerken en groepen die zelf nog geen stap hebben gezet op de weg van vereniging moeten naar mijn gevoelen tot het moment van hun bekering hun mond houden' Ik besef dat een dergelijke zin nogal prikkelend gesteld is. Het ging mij er dan ook om, een zaak die me al enige tijd hoog zit voor het voetlicht te halen. In het brede spectrum van de tientallen gereformeerde kerken en evangelische groepen in Nederland wordt nogal eens met de mond beleden dat verdeeldheid zonde is tegenover God, én dat het noodzakelijk is dat er meer eenheid komt. Als er echter op dit gebied enig initiatief genomen wordt, staat de wagen stil en klinken er veel ach-en-wees en wemelt het van bezwaren om zelfs maar enige stappen samen met andere kerken of groepen te gaan. Toch horen we vanuit die hoek bij tijd en wijle veel kritiek op het verenigingsproces van de Samen op Weg kerken en wordt er hoofdschuddend gekeken naar alles wat er op dit verenigingstraject gebeurt. Ik acht dit beneden de maat van de kerkelijke ernst. Het is van tweeën een: of we belijden dat scheuring en versnippering van het kerkelijk leven zondig is en trekken daaruit de consequentie om – met Calvijn – stad en land af te reizen om die vereniging tot stand te brengen, of we houden onze mond over de zonde van de verdeeldheid en het (inderdaad moeizame) verenigingsproces van de SoW-kerken. In het laatste geval vind ik wel dat er bekering nodig is, want ondanks de ernstige bede van de Christus, wordt Zijn roep tot eenheid niet ernstig genomen.
Van der Graaf reageert nogal geschokt op de hierboven geciteerde zin. Niet zozeer wat de kerken betreft – daar kan hij zich wel het een en ander bij voorstellen. Waarschijnlijk heeft hij in zijn gesprekken met mensen uit de kleinere kerken soms hetzelfde gevoel gehad als ik. Hij valt echter over het woord 'groepen'. Hij schaart namelijk zichzelf, de Gereformeerde Bond en de Gereformeerde Bondsgemeente onder 'groepen'. Dan is hij echter verder dan ik, want sinds wanneer spreken we in onze kerk over gemeentes als 'groepen' en is de Gereformeerde Bond een 'groep'? Ik gebruik 'groepen' voor evangelische gemeentes en pinkstergroepen, die immers vaak in de volksmond zo heten. Dat komt omdat zij zelf geen kerken genoemd willen worden. Hun diensten heten dan ook geen kerkdiensten, maar bijeenkomsten. Hen had ik op het oog en daarmee zou er een einde aan de discussie gekomen kunnen zijn.
Dat is echter te snel, want nu Van der Graaf een schoen past, die ik niet voor hem bestemd had en daaruit conclusies trekt die ikzelf nooit ook maar in mijn achterhoofd had, zegt hij wel enige dingen die bij mij weer vraagtekens oproepen.
1. Waar kornt toch deze suggestie vandaan dat wij er in de synode aan zouden denken om de Gereformeerde Bondsgemeenten monddood te maken? Is daarvoor enige reden? Vorig jaar heeft de hervormde synode ruimte gegeven om binnen een aanvaard kader met nieuwe voorstellen te komen. Met de ingediende bezwaren wordt zorgvuldig omgegaan. Daarnaast zijn er vanuit het moderamen gesprekken met gemeentes en classes en is nog nooit gesteld dat een kerkenraad zijn mond zou moeten houden. Alleen het idee al! Het lijkt me genoegzaam bekend dat er bij de hervormde synode een luisterend oor is voor wat er leeft bij gemeentes die moeite hebben met het verenigingsproces.
2. Maakt Van der Graaf zich niet te gemakkelijk af van de – nu door hem zelf opgeworpen vraag – of apathie ten aanzien van vereniging wel naar de maat van het evangelie is? Als wij ons afscheiden van de kerk, noemen wij dit met de Nederlandse Geloofsbelijdenis zonde. Als we echter niet bereid zijn om op een of andere manier de vereniging van de kerken te zoeken, voldoen we dan aan de vraag van het evangelie? Is in de gereformeerde gezindte de eenheid vaak niet opgeofferd aan de waarheid en is het niet een grote zwakte dat beide vaak niet bij elkaar gehouden worden? Hoe komt het toch dat er niet een zelfde passie voor de eenheid is, die er wel voor de waarheid blijkt te zijn?
3. Over het draagvlak van SoW valt nog wel iets meer te zeggen dan dat dit smaller zou worden. Het verenigingsproces duurt zo lang, omdat de hervormde synode, maar ook de triosynode ernst maakt met het verwerven van een breder draagvlak. Er wordt rekening gehouden met de ongelijktijdigheid en de moeiten en bezwaren van uit verschillende delen van onze kerk. En dit op een moment dat honderden SoW-gemeentes in ons land reikhalzend uitzien naar het moment van vereniging! De oprechte zorg van de synode voor het geheel van de Hervormde Kerk, waardoor er ruim tijd genomen wordt, kan echter niet uitgelegd worden als een teken dat er steeds minder draagvlak voor SoW zou zijn.
In Kerkinformatie heb ik erop gewezen, dat Samen op Weg in grote delen van onze kerk en in zeer veel gemeentes en classes niet alleen een levende werkelijkheid, maar ook bijna vanzelfsprekend geworden is. Wat tot nu toe bereikt is, komt niet door het 'koste-wat-kost-beleid' van de synode, maar is van onderaf gegroeid. Omdat gemeentes en classes de toon zetten en het proces op gang brachten en voortstuwden, zijn we nu in de afrondende fase van het verenigingsproces. Om dit te bestempelen als 'van bovenaf opgedrongen', doet niet voldoende recht aan het presbyteriaal-synodale bestuur van onze kerk. Daarbij is het ook genoegzaam bekend dat ook in de huidige kerkorde van de toekomstig verenigde kerk geen gemeente gedwongen zal worden om zich te verenigen. Een gemeente die hervormd wil blijven, mag en zal hervormd blijven: geen synode zal haar ooit dwingen dit te doen!
4. Er wordt door het moderamen hard gewerkt aan de verwerking van de ingekomen voorstellen die meer ruimte kunnen geven aan z.g. bezwaarde gemeentes. Het hervormd moderamen zal met alle inzet en creativiteit proberen om binnen het geheel van de kerkorde zoveel als mogelijk is tegemoet te komen aan wat gemeentes bezorgd maakt over de ontwikkelingen in onze kerken. Het is het moderamen ernst met wat de preses van de synode ds. B. J. van Vreeswijk pas geleden opmerkte: 'kiezen voor Samen op Weg betekent niet dat we zullen kiezen tegen delen van onszelf'.
5. Ik hoop op een gesprek waarin we elkaar recht doen. In de artikelen in Kerkinformatie poogde ik het gesprek in het geheel van de kerk over de bezwaren van de Gereformeerde Bond te openen. Dat daaraan in de Waarheidsvriend zo gemakkelijk voorbijgegaan wordt is teleurstellend. Voor mij blijft de belangrijkste vraag – ook na lezing van het artikel van Van der Graaf – of de Gereformeerde Bond het werkelijk dienstig voor de kerk in Nederland vindt als het SoW-proces zou mislukken? Zou in dat geval de kerk in het oog van de wereld niet volstrekt ongeloofwaardig worden? Aan die apostolaire vraag kan zich ook de Gereformeerde Bond niet onttrekken. Zou het afbreken van SoW werkelijk de zaak van Christus in Nederland dienen? In dit tijdsgewricht gaat het voor het forum van het Nederlandse volk ook om die laatste vraag. Durft de secretaris van de Gereformeerde Bond die vraag werkelijk met ja te beantwoorden? Het gesprek hierover is voor iedereen van groot belang. Hopelijk kan deze bijdrage behulpzaam zijn om daartoe te komen.
B. Plaisier
Reactie op dr. B. Plaisier
In een korte reactie op bovenstaand stuk van de hervormde secretaris generaal volg ik zijn artikel op de voet zonder te herhalen wat ik schreef in mijn artikel in de Waarheidsvriend van 7 maart ll.
Het begin van het artikel is verhelderend. Maar die verheldering was wel nodig. Plaisier heeft met groepen, die zich moeten bekeren, geen delen of gemeenten van de Hervormde Kerk bedoeld, die kritisch of afwijzend staan tegenover het Samen op Weg-proces en zelf geen concrete stappen zetten op weg naar eenheid. Toch heb ik niet zonder oorzaak ook delen van de Hervormde Kerk genoemd. Het mag immers bekend zijn, dat 'de orthodoxie' in de Hervormde Kerk, om het zo even samen te vatten, vaak ook geen deel heeft aan de bredere oecumene, waaraan de Hervormde Kerk deel heeft. Nochtans leeft daar vaak verlangen naar meer gemeenschap met kerken of groeperingen van gereformeerde confessie. Het Samen op Wegproces blokkeert deze 'kleine oecumene'.
Ad. 1. Wij weten zeer wel, dat de Hervormde Kerk ruimte heeft willen scheppen voor bezwaarde gemeenten om invulling te geven aan een begaanbare weg naar de vereniging van de kerken. Het strekt niet tot onze (hervormd gereformeerde) eer, dat we die weg samen niet hebben kunnen wijzen. 'Binnen een aanvaard kader', voegt Plaisier niet zonder reden toe. De kwestie is, dat deze ruimte geschapen werd toen alle beslissingen zo ongeveer waren genomen. 'Het aanvaarde kader' gaf en geeft de moeite. Het gebeurde op het allerlaatste moment, voordat de kerkorde aanvaard leek te gaan worden.
Ad. 2. Plaisier raakt hier in feite het eeuwenoude probleem van de spanning tussen waarheid en eenheid. De kerk kent wereldwijd een eeuwenoude geschiedenis van schisma's en repeterende breuken. Wie zou niet willen, dat de eenheid wordt hersteld daar waar ze werd verbroken, ver weg en dichtbij? Dan is wat de kerken in Nederland bezig zijn te doen slechts een kleinigheid op de wereldschaal en op de schaal van de geschiedenis.
Ik beaam ook volledig, dat waarheid en eenheid bij elkaar gehouden dienen te worden en dat hier de zwakte ligt van de Gereformeerde Gezindte, gezien de verpulvering tot een groot aantal kerken met dezelfde belijdenis. Hoezeer ook de waarheid in de Hervormde Kerk geweld werd aangedaan, hervormd gereformeerden hebben nooit een nieuw schisma gewild. Dat willen zij ook nu niet. Maar een kerk, die op weg is naar vereniging, dient er wel voor te waken, dat, met het gaan van die weg, niet zodanige breuklijnen worden opgeroepen, dat het einde erger is dan het begin. En bovendien: ook bij vereniging blijft toch de spanning tussen eenheid èn waarheid (ik keer het nu om) bestaan?! Het is toch volstrekt legitiem om de vraag naar de basis van vereniging te (blijven) stellen?
Ad. 3. Op zijn derde punt wil ik Plaisier krachtdadig tegenspreken, en wel om twee redenen.
a. Plaisier erkent de moeite van de 'ongelijktijdigheid' van delen van de kerk binnen SoW, maar suggereert tegelijkertijd, ook nu weer, dat het met het draagvlak allemaal wel goed komt. Honderden gemeenten zien 'reikhalzend' uit naar het moment van vereniging. Welke gemeenten? Gemeenten van welk type? Om welke redenen? En hoeveel gemeenten zullen dat er uiteindelijk zijn? Maar zijn er niet ook honderden hervormde gemeenten, waar het plaatselijk niet zal gelukken of zelfs niet in beeld is, het laatste gezien de ontwikkelingen binnen de Gereformeerde Kerken? Voorlopig komt het aantal verenigde gemeenten niet boven de helft van de hervormde gemeenten uit, omdat juist in de gemeente de spanning tussen waarheid en eenheid het scherpst aan de dag treedt. Maar bovendien – en op dat eerder door mij genoemde moment gaat Plaisier niet in – komen in allerlei gemeenten, waar nog voldoende eigen draagkracht aanwezig is voor het gemeentezijn, de cultuurverschillen tussen hervormden en gereformeerden steeds sterker aan het licht? En waar is eigenlijk sprake van gemeentelijk samengaan van hervormden (en/of gereformeerden) met lutheranen? Het draagvlak is breed-kerkelijk zwak.
b. Gemeenten en classes hebben het proces gestuwd zegt Plaisier. Dat is zeer de vraag. Het proces is door een minderheid van gemeenten in de Hervormde Kerk gestuwd en door de top gestuurd. Ik herhaal hier niet wat ik eerder heb gezegd over het negeren van de stem van de classes. Maar over één zaak, die in mijn artikel een uitvoerige plaats kreeg, zwijgt Plaisier. Waarschijnlijk niet zonder reden. Wie heeft de ene arbeidsorganisatie gewild en gestuwd? Dat is toch bepaald niet vanuit de gemeenten en de classes gebeurd? Hier is volstrekt top-down gewerkt. En nu doet zich het grote probleem voor, dat er straks (december) één arbeidsorganisatie zal zijn op één locatie , zonder dat er één ambtelijke structuur is. Dat moet toch op zich dwangmatig gaan werken op de vereniging? Tenzij men de arbeidsorganisatie – weliswaar ingekrompen maar nochtans met een groot aantal vrijgestelden – de alleenheerschappij wil geven. De kerk heeft zichzelf hier op een onomkeerbare weg naar een dwangpositie begeven.
Ad. 4. Het is het moderamen ernst, zegt Plaisier, wanneer de hervormde preses zegt, dat 'kiezen voor Samen op Weg niet betekent kiezen tegen delen van onszelf'. Welnu, daarover heb ik geen twijfel. Bovendien is ook een (telkens wisselend) moderamen slechts een kleine schakel in het proces, dat voortgaat. Alleen de secretaris generaal heeft daarin een meer blijvende functie. Omdat hij echter zo euforisch schreef over het draagvlak van Samen op Weg, heb ik op zijn artikel gereageerd.
Ik heb er zeker ook goede nota van genomen dat hij, in een volgend nummer van Kerkinformatie, de worsteling aangaf, waarin hervormd gereformeerden zich bevinden, toen hij de voorzitter en ondergetekende citeerde uit hun toespraken op de buitengewone ledenvergadering van de Gereformeerde Bond en hij de kerk voorhield dit serieus te nemen.
Ad. 5. In zijn laatste punt zet Plaisier mij zo ongeveer het mes op de keel door te vragen of de kerk 'in het oog van de wereld' niet ongeloofwaardig zou worden als het SoW-proces zou mislukken? Alsof de wereld zich (nog) drukmaakt om dit proces? De vraag is of het proces nu dan wel bezig is te gelukken, gegeven de grote verdeeldheid binnen de kerk(en) zelve.
'Gelukken' in organisatorische zin is niet doorslaggevend. Hoe lukt een proces van vereniging zó, dat het (inderdaad) de zaak van Christus dient en de wereld ervan op zal horen? Als Plaisier mij zo (im)pertinent vraagt of ik 'ja' wil zeggen op de vraag of afbreken van het proces de zaak van Christus dient, werp ik hem de vraag tegen of hij 'ja' kan zeggen op de vraag of het proces, zoals het zich nu voltrekt, de zaak van Christus dient. Gelet dan op 'waarheid en eenheid' in hun onderlinge samenhang, gelet ook op het feit, dat kerkvereniging vooral een zaak van eenheid van de gemeente is.
v. d. G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 maart 1999
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 maart 1999
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's