De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Behandeling voorstellen ‘bezwaarden’ uitgesteld

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Behandeling voorstellen ‘bezwaarden’ uitgesteld

6 minuten leestijd

Het volgende 'voorstel aan de generale synode van de Nederlandse Hervormde Kerk betreffende het traject van behandeling van de voorstellen van de zgn. bezwaarden in het kader van de behandeling van de consideraties op de ordinanties', werd door de hervormde synode met algemene stemmen aangenomen.

Op 21 maart 1998 werd door de hervormde synode de motie De Visser/Van Heijst aangenomen. Daarin werd uitgesproken:
'De vertegenwoordigers van de bezwaarden wordt de gelegenheid geboden om binnen het kalenderjaar 1998 met concrete voorstellen te komen, die kunnen leiden tot een situatie waarin deze (wijk)gemeenten hun identiteit en kerkordelijke status gewaarborgd kunnen achten binnen de toekomstige verenigde kerk.'
Besluit 2 en 3 luidden:
'Het moderamen draagt er zorg voor dat over de ingediende voorstellen uiterlijk medio 1999 aan de synode wordt gerapporteerd.'
'De conclusies die de synode zal trekken uit de ingediende voorstellen en uit de rapportage van het moderamen zullen worden ingebracht bij de Werkgroep Kerkorde ter voorbereiding van de definitieve besluitvorming terzake van kerkorde, ordinanties en overgangsbepalingen.'

De gelegenheid om met voorstellen te komen is door een aantal personen en gremia benut. Het moderamen ontving eigenstandige voorstellen maar ook voorstellen, die gekoppeld waren aan de consideraties met betrekking tot de ordinanties van de toekomstig verenigde kerk. Het moderamen stelit bij dezen het navolgende traject van bespreking voor:

1. De voorstellen die ingediend zijn, hebben alle te maken met de kerkorde en de ordinanties. Er bestaan dus verbanden met bepaalde kerkordeartikelen, maar vooral met de ordinantieartikelen. Hierdoor hebben we te maken met een complexe situatie. Eigenlijk alleen theoretisch is er de mogelijkheid om deze voorstellen los van de consideraties te bespreken. Praktisch ligt het in het licht van het hiervoor gestelde voor de hand om hierbij ook de consideraties van de classicale vergaderingen in ogenschouw te nemen.
Op dit moment worden de consideraties gerubriceerd. Door het grote aantal is tot op heden nog slechts een deel daarvan bezien en in overzichten verwerkt. Het is onmogelijk om vóór de junivergadering van de hervormde synode het totaaloverzicht van de consideraties te verschaffen.
2. Omdat de voorstellen in (grote) meerderheid verbonden zijn met de consideraties op de ordinanties, is het niet goed mogelijk om voorafgaande aan de rubricering van de consideraties reeds besluiten over de ordinanties te nemen. Het moderamen is derhalve niet in staat om vóór het midden van dit jaar met een rapportage en voorstellen te komen.
3. In de Nederlandse Hervormde Kerk is er in voorzien dat voorstellen die de kerkorde betreffen, van advies voorzien worden van de commissie kerkordelijke aangelegenheden. Pas hierna kan de rapportage naar de synode plaatsvinden.
4. Vanwege het feit dat het hierbij gaat om een verenigde kerk is het van belang om op een of andere manier ook te werken aan het verkrijgen van draagvlak in de andere SoW-kerken. Hiervoor is ook tijd nodig.
5. Vanwege het voorafgaande stelt het moderamen voor om de rapportage van de voorstellen te doen plaatsvinden op de eerstvolgende vergadering van de synode na juni 1999.


Ter synode verzekerde ds. B. J. van Vreeswijk, dat de behandeling van de voorstellen van 'bezwaarden' vooraf zal gaan aan de behandeling van de consideraties aangaande de ordinanties, die niet eerder dan mei 2000 zal plaatsvinden.

Classis Alblasserdam
Verder verwierp de synode een voorstel van de classis Alblasserdam, inhoudende dat de afgevaardigden naar de hervormde synode voor de definitieve stemming over de fusie van de N.H.K., G.K.N, en E.L.K. voor één keer een bindend mandaat behoeven van hun classis. Behalve de afgevaardigde van de classis Alblasserdam stemde nog één afgevaardigde (classis Bommel) voor dit voorstel. Van verschillende kanten werd het voorstel gekritiseerd zal zagen sonomigen er wel een signaal voor de synode in om naar het 'grondvlak' te luisteren. 'De zaak van de synode is er niet mee gediend' (P. van den Breevaart, classis Dordrecht), 'Een vereiste tweederde meerderheid betekent al genoeg zorgvuldigheid' (ds. J. H. Schrijver, Woerden). 'De generale synode is een voluit ambtelijke vergadering' (ds. M. A. Kuyt, classis Heusden), 'De classis moet erop letten dat de vertegenwoordiger van de classis het vertrouwen van de classis heeft' (ds. J. Harteman, Wezep), 'Afwijking van de gedachte, dat een meerdere vergadering een eigen bevoegdheid heeft kan alleen als er een afwijking van Gods Woord dreigt' (ds. J. W. C. van Driel, Apeldoorn), 'Laat het eens aan de Heilige Geest over – een referendum is een werelds middel' (ds. P. L. de Jong, Rotterdam).

Motie
Ten slotte heeft op de synode de preses ds. B. J. van Vreeswijk ook helderheid geschapen inzake de interpretatie van de motie Van Heijst/De Visser. In het blad Kerkinformatie had het moderamen direct na de maartsynode van 1998 de motie uitgelegd. Het kwam erop neer, dat de voorstellen, die zouden worden ingediend, dienden te blijven binnen de grenzen van wat reeds aangenomen was, d.w.z. binnen het aanvaarde kader op weg naar een verenigde kerk. Van bepaalde zijde (o.a. het Comité tot behoud van de Nederlandse Hervormde Kerk) is, met een beroep op oud. J. van Heijst (Bunnik), één van de indieners van de motie, gesteld, dat het moderamen de motie niet goed had uitgelegd. Het is een reden geweest waarom verschil van mening is ontstaan over invulling van de voorstellen in hervormd gereformeerde kring. Voorstellen voor federatie stroken namelijk in de uitleg van het moderamen niet met de motie Van Heijst-De Visser maar zouden vragen om een nieuw synodebesluit.
Op de uitdrukkelijke vraag van ds. Van Vreeswijk bevestigde oud. Van Heijst, dat het moderamen de motie correct heeft uitgelegd.
v. d. G.

Werkgroep voorgang SoW
Als gevolg van de extra synodevergadering van de drie SoW-kerken in november vorig jaar, werd door de gezamenlijke moderamina een werkgroep ingesteld. Deze werkgroep bespreekt de ontstane situatie, zoekt naar wegen om het SoW-proces nieuwe impulsen te kunnen geven en zal t.z.t. ook met een voorstel komen over de naam van de toekomstige verenigde kerk. Leden van deze commissie zijn uit de Nederlandse Hervormde Kerk: mevr. Sick-Vernhout en de secretaris-generaal, vanuit de Gereformeerde Kerken de predikanten Doff en Wigboldus en vanuit de Evangelisch Lutherse Kerk ds. Van der Horst en mevr. De Jager. Vanuit de Raad van Deputaten SoW nemen de voorzitter, ds. A. Romein en de secretaris, ds. B. Wallet deel.


Te synode lichtte ds. Van Vreeswijk toe, dat er veel schuil gaat achter de naamkwestie. 'Hoe komen we uit de niet-gemakkelijke situatie?'
SG

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 maart 1999

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Behandeling voorstellen ‘bezwaarden’ uitgesteld

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 maart 1999

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's