De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

16 minuten leestijd

Christelijke literatuur?
De boekenminnaar wordt in de dagen van de landelijke Boekenweek danig in verleiding gebracht. Dat is uiteraard ook één der doelstellingen van de CPNB wat staat voor de Stichting Collectieve Propoganda van het Nederlandse Boek. Een absurde hoeveelheid boeken wordt op de markt gebracht. Van het maken van boeken is nog steeds het einde niet in zicht. De eeuwenoude waarschuwing van de Prediker is nog altijd tot dovemansoren gericht gebleven. In de NBV (Werk in uitvoering) staat: er komt geen einde aan het aantal boeken dat geschreven wordt en veel lezen mat het lichaam af. Prediker wil zijn zoon kennelijk behoeden voor gevaren waar hij zelf in terecht was gekomen. En hij zet de punt op de 'i': het komt in het leven hierop neer dat je God eerbiedigt en zijn geboden naleeft. Bijbelse waarschuwingsborden heeft elke zondaar dagelijks nodig. Of je nu wel of niet je hart verpand hebt aan het lezen. Wie de taal mint om haar schoonheid en mogelijkheden om gevoelens en gedachten onder woorden te brengen, die kan als christen in zijn eigen kamp zeer matig terecht. Grote christelijke auteurs zijn zeldzaam geworden, vooral als je de literaire lat hoog legt. Eén van de verrassingen van de laatste jaren is de opgebloeide belangstelling in christelijke kring voor literatuur. Eerst was er het tijdschrift Woordwerk en later kwam er Bloknoot bij. Nog weer later verscheen in de kring van jongeren Icarus. Woordwerk en Bloknoot zijn opgegaan in Liter. Icarus en Liter verschijnen beide bij uitg. Boekencentrum. Er is het Christelijk Literair Overleg (CLO) en het Christelijk Lektuur Contact (CLK), bekend onder andere door de jaarlijkse landelijke CLK-Boekenbeurs (dit jaar 11 september).
Welnu, in het kader van de Boekenweek 1999 is er opnieuw een CLK-actieboek verschenen onder de titel Een steenworp afstand met verhalen van o.a. Hans Bavinck, Hans Werkman, Herman Ligtenberg, Jajan van Daag (pseud. Jan Spoelstra) en Ronald Westerbeek. Met enkele schrijvers werden gesprekken gevoerd in Koers en Liter.
In Koers van 12 maart 1999 spreekt Bastiaan van der Wal met Herman Ligtenberg, Jajan van Daag, Ronald Westerbeek en Dirk Zwart. De eerste vraag die aan de orde komt betreft het existentieel karakter van literatuur. In niet-christelijke literatuur blijven de vragen veelal onbeantwoord in tegenstelling tot veel christelijke literatuur. Daar horen kennelijk de vragen wel beantwoord te worden. Heeft dat te maken met een omlijnde, christelijke levensvisie, aldus de vraag. Ik citeer het antwoord dat Ronald Westerbeek daarop geeft:

'Volgens Milan Kundera begint de geschiedenis van de moderne, literaire roman bij Cervantes. Onder invloed van filosofen als Descartes wordt het goddelijke wereldbestuur in twijfel getrokken. Op dat moment stapt Don Quijote zijn huis uit. Hij herkent de wereld om hem heen niet langer en begint te zwerven. Existentiële vragen zijn volgens Kundera dus een absolute voorwaarde voor moderne literatuur. En dat ben ik met hem eens.
Literatuur behoort wezenlijke levensvragen aan de orde te stellen. Sluiten een christelijk wereldbeeld en literatuur elkaar dan inderdaad uit? Als je kijkt naar de toestand waarin de moderne christelijke literatuur zich bevindt, zou je het haast denken. Maar het is natuurlijk grote onzin. Niet een geloofsovertuiging maakt literatuur onmogelijk, maar een gebrek aan zelfinzicht en eerlijkheid. Zolang christenen pretenderen dat ze een sluitend wereldbeeld hebben waarin alles "kloppend" valt te maken, zolang we verontrustende vragen in de kiem smoren en ons voor de buitenwacht aanpassen aan de heersende conventies, zal er geen goede christelijke literatuur zijn.
Wat veel erger is: zolang die eerlijkheid ontbreekt, zal er ook geen levende geloofsgemeenschap zijn. Ook christenen worstelen natuurlijk met wezenlijke vragen: Wij mogen God wel kennen, maar begrijpen kunnen we Hem maar zeer ten dele. En dus lopen we in het leven voortdurend tegen zeer existentiële vragen op.
Neem de theodicee. Calvijn worstelde daar al mee en ook na hem kwamen theologen er niet uit. Waarom geven christenen elkaar dan zo weinig ruimte om daar in alle openheid en eerlijkheid over te spreken en te schrijven? Kijk eens naar de Bijbel, hoeveel ruimte God daar geeft voor dergelijke beklemmende vragen en twijfels. Toen in 1995 de novelle De rand van het heelal van Mance ter Andere werd geweigerd als CLK-actieboek, sneerde Hans Werkman in een column dat het Hooglied of Job waarschijnlijk ook geweigerd zouden zijn. Denk ook aan de recente artikelen in Koers over homofilie onder belijdende christenen. Zo zijn er talloze moeilijke situaties.
Natuurlijk: een christen doolt niet "als door een oneindig niets", hem ademt niet "de ledige ruimte in het gezicht", om met Nietzsche te spreken. Maar laten we wel zijn: over "niets" ben je snel uitgeschreven. Een christen gelooft in een God die hij per definitie zeer beperkt kan begrijpen, omdat de mens mens is en God God. Misschien is geloven daarom wel moeilijker dan niet-geloven en biedt het zelfs méér stof voor existentiële literatuur. Mits we onszelf en elkaar dat zelfinzicht en die eerlijkheid niet misgunnen, kan er krachtige christelijke literatuur bestaan. Ook literatuur waarin vragen onopgelost blijven, inderdaad. Het is de taak van literatuur om wezenlijke vragen onder ogen zien en mensen erop wijzen. Die eerlijkheid kan je geloof doorleefd maken. Literatuur kan ook een richting wijzen – naar Christus – maar we moeten af van die torenhoge eis dat literatuur ook "de antwoorden" moet geven, voor zover die er al zijn in dit leven.'

In één der vragen komt vervolgens aan de orde wat wel en niet kan in het kader van wat doorgaat voor christelijke literatuur. Er blijken een aantal verhalen geweigerd te zijn voor opname in het boekenweekgeschenk. Ik neem opnieuw de reactie van Ronald Westerbeek over:

'Eigenlijk heb ik deze vraag al ruimschoots beantwoord. Laat ik er dit nog aan toevoegen: Ik denk dat we tegenwoordig een veel te soft beeld van Jezus hebben. We leggen eenzijdig veel nadruk op Zijn "zachtmoedige" kant en menen dat ook wij onderling altijd "zachtmoedig" moeten zijn, dat we geen "aanstoot" mogen geven en dat de "sterken" zich moeten aanpassen aan de "zwakken". Dus valt er nooit een hard woord en dragen reformatorische meisjes die liefst een spijkerbroek zouden dragen een rok, om maar geen "aanstoot" te geven. Ik heb niets tegen rokken of hoedjes – of hoofddoekjes – voor wie die overtuiging heeft, maar het gaat me om het principe.
Jezus ontruimte in Z'n eentje het tempelplein. Daar was meer voor nodig dan een opgeheven vinger en een "foei"! Jezus moet daar vreselijk tekeer zijn gegaan, tafels omver getrapt hebben en woedende handelaren van zich af hebben geduwd. Ambtsdragers maakte Hij uit voor "adderengebroed". Hoe zouden wij reageren op een dominee die ons onvertogen woorden als "tuig van de richel" en "schorem" naar het hoofd slingert? Ik pleit niet voor onderlinge scheldpartijen, maar die enorme omzichtigheid binnen de kerken is óók niet per definitie naar Gods wil.
Christelijke schrijvers zijn vaak huiverig om de dingen bij hun naam te noemen, maar ook voor christelijke lezers is eerlijke literatuur kennelijk eng. Een literaire roman die vragen stelt die voor een christen óók wezenlijk zijn – over homofilie, geloofstwijfels, scheefgegroeide erotische gevoelens, noem maar op – bedreigt het kaartenhuis van onze dichtgetimmerde wereldbeschouwing waarin we alles zo fijn kloppend hebben en precies weten hoe het zit. En we willen helemaal niet wakker geschud worden, we willen helemaal niet nadenken over al die lastige dingen. Dan lezen we liever iets dat onze opvattingen bevestigt – lekker veilig (maar ook funest voor een doorleefd geloof).
En wat is het dan makkelijk om te struikelen over een onvertogen woord, over onverbloemde erotiek, over "ontoelaatbare" twijfel. Want dan kunnen we het boek en zijn strekking tenminste naast ons neer leggen. De hecht aan moraal, maar moraal kan een makkelijk mechanisme zijn om maar niet te hoeven nadenken. En dan is zelfs een goede moraal een belemmering die wij op­ werpen tussen God en onszelf.
Dat de – vaak hypocriete – morele verontwaardiging ten koste gaat van christelijke literatuur is niet eens zo erg, want literatuur is als doel op zich niet zo belangrijk. Maar dat het vaak ten koste gaat van doorleefd geloven, van eerlijkheid en van een christelijke gemeenschap die oog en oor heeft voor wat er leeft, dat staat haaks op wat God van ons vraagt.'

Maar, zo wordt vervolgens in het hier geciteerde gesprek gereageerd, moet je soms niet met opzet conventies doorbreken om bepaalde christelijke thema's extra scherp op papier te krijgen?

Herman Ligtenberg:
'Oorspronkelijkheid doorbreekt altijd conventies, anders is het niet oorspronkelijk. Maar nu sedert dertig jaar het verbreken van conventies, als doel op zichzelf, uit en te na is beoefend, ja zelfs een must op middelbare scholen is geworden, zijn wij in volle vaart naar no-no land afgedreven. Hier regeert koning Onbenul en president Weetniet. Het volstaat allang niet meer om in een volle zaal poep en pies, of heil Hitler te roepen, om daarmee werkelijk de aandacht van de mensen te trekken. Mij dunkt, het moet gaan om het thema. En wie dan, machtig voorgestuwd en krachtig gedreven, een conventie vertreedt, kan later altijd nog op zijn schreden terugkeren, om de conventie van het plaveisel op te rapen, haar zachtjes achter de oren te strelen, en met een aanmoedigend gebaar aan de bosrand weer los te laten.'

Dirk Zwart:
'Zeker: het is een kenmerk van literatuur (of: van kunst in het algemeen) om het conventionele te doorbreken en christen-kunstenaars of kunst-gevoeligen stuiten in dit opzicht ook vaak op de burgerlijkheid en gezapigheid binnen de kerk. (En hoevelen zijn er niet vertrokken?) Maar die burgerlijkheid en gezapigheid zijn er ook buiten de kerk; kunst blijft toch altijd iets voor een relatief geringe groep mensen, helaas.

Daarom is het ook zinvol dat er podia zijn zoals het christelijk literair tijdschrift Liter, waar auteurs en lezers elkaar kunnen ontmoeten. Zodra je een boekje over "het grote publiek" wilt maken, zoals dit CLK-actieboekje, kom je terecht in dit spanningsveld tussen artisticiteit en burgerlijkheid.'

Met welke verwachting zet je je aan het lezen van boeken. Wil je daarin aantreffen wat je zelf ook vindt. Moeten daarin standpunten worden verwoord die je zelf ook inneemt. Of ben je bereid eigen leefwereld en opvattingen aan kritische opmerkingen van andersdenkenden bloot te stellen. Ben je in staat fundamentele kritiek op eigen vertrouwde denkbeelden te lezen en te verwerken, kun je dat aan? Wéten wij het dan allemaal zo zeker dat zelfs geen kritische vraag gesteld mag worden?

Als christen verhalen schrijven
Dat staat boven het vierde onderdeel van het gesprek dat Hans Werkman voor het christelijk literair tijdschrift Liter (nummer 6 jaargang 2) had met Herman Ligtenberg, Jan Spoelstra en Ronald Westenbeek. Daarin wordt dus expliciet de vraag aan de orde gesteld hoe dat zit en gaat met een christen die verhalen schrijft en dat graag op literair verantwoord niveau wil doen.

'Schulte Nordholt heeft gezegd dat de kunstenaar de verscheurdheid in zijn wezen meedraagt. Jullie ook dus? ­
Jan:
De heb de neiging om dat zo te benoemen, want dat is zo.

Herman: De kunstenaar brengt onder woorden wat velen ervaren. Bij de lezer brengt het her­ kenning teweeg.
Ronald: Ik ben huiverig voor een al te romantische houding. Die verscheurdheid en die ervaring daarvan en dat lijden eraan, dat kan zo'n zwelgen worden. En de kunstenaar als hypergevoelige ziel die alles ziet wat de gewone man niet ziet, en dat mag hij de gewone man dan gaan vertellen, dat is te veel te hoogdravend. Dé kunstenaar, – dan voel ik me sowieso niet aangesproken.

In onze reformatorische achterban zwaait men nog wel graag met de opdracht om als schrijver op die wonden en scheuren ook pleisters te plakken, christelijke pleisters.
Ronald: (Zucht diep.)
Jan: Nou vooruit, Ronald, kom eens op met je EHBO-doos.
Ronald: Niet dus.
Herman: Eerder het omgekeerde. Een duw geven tegen al die wolligheden, dat zou me meer bevredigen.

Maar Dirk Zwart schreef in Bloknoot 4: "Kunst die voorbijgaat aan de humaniteit in relatie tot God, doet geen recht aan de werkelijkheid". Hoe komt het dan in je werk tot uiting dat de Heer is opgestaan? Je bent toch christen?
Herman:
Ik begin niet met een tegenstelling christen/niet-christen. Ik begin met wat in de bevindelijke taal heet "dat wij allen van dezelfde lap gescheurd zijn" en dat God onderscheid maakt waar geen onderscheid is. Dat hele gedoen van "achterban" enzo, als je daar nog last van hebt, dan moet je je daarvan vrijmaken, wil je ooit iets oorspronkelijks maken.

Jan: In zekere zin klopt dat. Men moet binnen reformatorische kring kennelijk enorm wennen aan literatuur. Literatuur roept daar altijd weerstanden op, omdat het denken daar nog altijd geënt is op starre structuren. Literatuur gaat daar altijd doorheen fietsen. Literatuur moet veranderend zijn, moet vragen opwerpen. Je hoeft niet met handen en voeten gebonden te zijn aan een bepaald dogma. Aan de andere kant kom je er nooit los van, het is je achtergrond, het is dat wat je bent. Je moet dat gewoon gebruiken als je schrijft, het is je werkelijkheid, je wereld.
Ronald: Je schrijft niet om aan een opdracht te voldoen. Ronald Westenbeek schrijft en Ronald Westenbeek is ook nog een keer christen en dus komen er bepaalde vragen en thema's aan bod, de ene keer duidelijker dan de andere.'

Het 'christelijke' moet niet zo nodig in het verhaal genoemd worden. De visie op het leven en de werkelijkheid krijgt kleur in de opvatting die een schrijver heeft en niet verbergen kan als hij schrijft en vertelt.

'Sybe Bakker heeft in Bloknoot 5 geschreven dat de orthodoxie de mensen traint om zich te uiten in geijkte, normatieve termen, maar dat kunst nu eenmaal bestaat bij de gratie van eenzijdigheid, echtheid, eerlijkheid, durf. Remt je christelijke achterban af?
Jan:
Nu niet meer. Ik heb er wel heel veel moeite mee gehad. De denkwereld die ik meegekregen heb, heeft enorm remmend op mij gewerkt, en doet dat nog wel een beetje. Je identiteit is toch mee verweven met die groep. Niet dat ik daarmee nu de groep afkeur. Maar wel de drang van de groep om je aan te passen. Anderzijds kun je dat ook weer "gebruiken" om over te schrijven.

Ronald: De achterban zit ook in jezelf. Maar dat is in mijn geval mede door het reizen opzij gezet. Mijn achterban, de kerk waar ik zondags zit, nee, die remt niet. Ik trek me van de achterban nooit veel aan. Mijn personages zijn altijd buitenstaanders. En ik ben dat zelf ook, denk ik. Dus in die zin is er een spanningsveld. Ik leg mijn geloofsvragen in wat ik schrijf. Natuurlijk kan Uteratuur soms ook getuigen, maar in eerste instantie is het heel belangrijk dat een schrijver gewoon eerlijk is en geen zelfcensuur toepast uit angst voor een achterban. Wij christenen zijn wel eens te bangig. Je aanpassen, wondje, snel een pleister erop. Ik heb van mijn moeder geleerd dat je nooit te snel een pleister ergens op moet plakken. Een wondje moet kunnen ademen, moet dus eerst goed schoon, dat doet pijn, dat is de eerste taak van de schrijver, jodium doet zeer.'

Ten slotte komt in Liter de vraag aan de orde waarom wij geen C. S. Lewis, geen Graham Greene, geen François Mauriac hebben? Grote schrijvers die vanuit het christendom een groot oeuvre opbouwden.

'Ronald: Je kunt bij ons toch geen Lewis en Greene verwachten? Hoeveel Nederlandse christenen zijn er nou helemaal? Daar moet je nuchter in zijn. Je kan niet verwachten dat wij drie, vier topschrijvers leveren. En voor de rest: we conformeren ons te veel. Het is kennelijk eng om eerlijk te zijn. Om niet direct met het antwoord te komen. Je mag nu wel vragen stellen, dat is in de kerk veranderd. Er wordt eerlijk gepreekt over twijfel, veel meer dan tien jaar geleden. Wel direct weer met het antwoord. Dat mag je in een preek natuurlijk verwachten, maar daarbuiten niet.
Herman: Dat is goed om eens te benadrukken, literatuur is wezenlijk iets anders dan een preek. Maar volgens mij gaat het veel meer hierom: die kerken vormen een heel eenzijdig sociaal milieu. In de kerk in Utrecht waar ik kom, zie je geen voetbalfans zitten, en ook geen advocaten, maar nette, brave mensen, doctorandussen. Zo'n groep mensen ontwikkelt een vorm van zelfcensuur. Ik heb wel verkeerd in kringen waar het woord "shit" een vloek was. Daar schrok men van op. Dat is een voorbeeld van onuitgesproken zelfkritiek, want we waren zo netjes met elkaar dat zelfs "shit" al pijn aan de oren deed. Dat is ver door te trekken: wat mag je denken, wat mag je voelen? Dan sta je dus dicht bij de ervaring. En daar moet je verhaal uit voortkomen. Als je dat gelijk gaat toedekken met een deken van moraal, dan wordt het smakeloos.
Ronald: Een schrijver heeft natuurlijk wel een missie, een opdracht. Zeker als christen. Je moet ook niet doen alsof dat geloof alleen maar lastig is en dat je je vooral geen christen-schrijver wilt noemen. Ik ben christen en daar sta ik gewoon voor. Ik ben niet bang om te getuigen van m'n geloof, ook niet in wat ik schrijf. Ik wil getuigen door te vertellen hoe ik in het leven sta. En dus ook wat ik aan het geloof heb. Soms kan dat veel zijn, soms is het heel minimaal.
Herman: In mijn studententijd werd ik wel eens op een half dollende manier aan de tand gevoeld over m'n kerkelijkheid. Dan zei ik: kerkelijkheid, daar praat ik sowieso niet over, als je wat van de bijbel wilt weten, koop er een, lees erin en als je een vraag hebt kom je terug. – Waar een werkelijke vraag is wil ik wel trachten een antwoord te wijzen. Maar ik ga niet in op luxebabbels. Werpt uw paarlen niet voor de zwijnen. Maar wat moet, dat moet.'

Wie het actieboekje nog niet heeft of niet wist dat het te koop was, hieronder meld ik de gegevens. Ik spreek er geen inhoudelijk oordeel over uit. In het RD van 10 maart 1999 stond er een uitvoerige en heldere bespreking van te lezen. Het initiatief van het CLK is toe te juichen en verdient steun. Daarom: als u van lezen houdt, koop deze uitgave.

J. Maasland

P.S. Een steenworp afstand en andere verhalen, red. Hans Werkman en Dirk Zwart; uitg. Mozaïek, Zoetermeer/CLK, Zevenhuizen 1999. Van 10 maart tot en met 10 april ƒ 3,95 en daarna ƒ 12,50.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 maart 1999

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 maart 1999

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's