Exegese (4)
Psalm 138 : 7
'Als ik wandel in het midden der benauwdheid, maakt Gij mij levend; Uw hand strekt Gij uit tegen de toorn van mijn vijanden, en Uw rechterhand behoudt mij.'
De Gereformeerd-Vrijgemaakte ds. M. R. van den Berg (1928) was, na eerst als gereformeerd-vrijgemaakt predikant de kerk te Maastricht te hebben gediend (1959-1961), in de jaren 1961-1968 vanwege de kerk te Kampen in Missionaire dienst in Zuid-Afrika werkzaam.
In 1966 verscheen bij Buijten & Schipperheijn te Amsterdam van zijn hand Syncretisme als uitdaging.
In deze bijdrage wordt de aandacht gevraagd voor de paragraaf 'Levenskracht bij de Bantoe en in het Oude Testament.' Blz. 42-46.
Ds. Van den Berg begint met de stellige uitspraak, dat de Bantoe-denkstructuur op tal van punten grote overeenkomst vertoont met de oud-oosterse denkstructuur. R Tempels maakt in zijn Bantu-Philosophie, Heidelberg 1956, S. 144, de opmerking, dat hij door zijn indringen in de Bantoe-denkwereld de Bijbel pas echt is gaan begrijpen. Dergelijke opmerkingen zijn ook door anderen gemaakt. De oudtestamentische Bijbelfiguren staan veel dichter bij de Bantoe dan bij ons. Dat wijst erop, dat de westerse mens voor bepaalde facetten van de Schrift van huis uit geen oog en oor heeft en dat hij daar pas door intensief contact met de Bantoe-wereld weer iets van gaat ontdekken.
Een fundamenteel begrip van het Bantoedenken is de levenskracht. Ds. Van den Berg wijst erop, dat dit levenskracht-principe ons in aanraking brengt met een idioom (= taaleigen) dat belangrijke trekken van overeenkomst, vertoont met de oudoosterse en Bijbelse denkwijze, zoals we die met name in het Oude Testament vinden.
In een voetnoot verwijst hij naar de Rooms-Katholieke Th.M. Jansen OFM, 'De ontmoeting tussen Bantoe-religieuziteit en christelijk geloof, in Tijdschrift voor Theologie, 5e jrg. 1965. Jansen zegt op blz. 424: 'Het is interessant om te zien hoe heel het gebed van de Afrikaan draait om de thema's leven en dood.'
Ds. Van den Berg schrijft dan:
'Ter illustratie wijs ik op Ps. 138 : 7. De Statenvertaling luidt: 'Als ik wandel in het midden der benauwdheid, maakt Gij mij levend.' De vertaling van het Nederlands Bijbelgenootschap heeft: '… behoudt Gij mij in het leven.'
Köhler-Baumgartner geeft s.v. 'hayah' (getranscribeerd, KAG) beide betekenissen: 'zum Leben bringen, bring to life' en 'am Leben erhalten, preserve alive'.
Beide vertalingen zijn technisch gezien dus mogelijk. Wie de genoemde vindplaatsen 'am Leben erhalten' controleert, zal kunnen constateren, dat in deze plaatsen meestal een tamelijk negatief iets bedoeld is. We zouden het kunnen weergeven met: niet doden, niet dood laten gaan.
Deze negatieve betekenis past echter heel slecht in Ps. 138 : 7. David spreekt over zijn ellende. Hij verkeert in een miserabele toestand. Dat betekent voor hem: zijn leven is aan het verdwijnen, aan het wegebben. Hij is aan het sterven. 1) Zijn bestaan-in-benauwdheid kan geen leven meer genoemd worden. Maar nu komt God dat ellende-bestaan van David binnen en maakt hem weer levend, dat is God verlost hem uit al zijn benauwdheid. (Volgens het parallellismus membrorum is levend maken = verlossen).
De vertaling van het N.B.G. is een typisch voorbeeld van westers-intellectualistische interpretatie. Het westerse denken noemt ook een bestaan-in-benauwdheid nog 'leven'. Leven is hier een metafysisch begrip geworden. Mensen die zo denken, kunnen David niet meer verstaan als hij zegt: in mijn ellende-bestaan maakt Gij mij levend. Voor westerse begrippen zijn deze woorden schromelijk overdreven: David leeft immers nog! Hoogstens kan men dergelijke taal nog als beeldspraak opvatten. Maar liever valt men David in de rede en zegt men: Je moet je wat nauwkeuriger uitdrukken, David. Je moet zeggen: Gij behoudt mij in het leven. Al ben ik er dan ook beroerd aan toe. God zorgt er tenminste toch nog voor dat ik niet dood ga.
Het ontgaat onze westerse critici blijkbaar, dat dit wel een tamelijk mager resultaat van Gods hulp is. Het is bovendien ook iets totaal anders dan David bedoelt te zeggen. Want een dergelijk blijven voortbestaan in ellende kan David geen leven meer noemen. Waarachtig leven is iets anders. Leven is vrij zijn van benauwdheid. Daarom geeft David zijn bedoeling in vs. 7b met andere woorden weer: Gij verlost mij. Dat is iets anders dan een armzalig laten voortbestaan. Dat is levend maken uit de dood (= benauwdheid). In vs. 3 van dezelfde psalm wordt dit alles nog eens onderstreept. In zijn ellende riep David en God hoorde hem. God gaf hem kracht in zijn ziel. God vermeerderde (!) zijn levenskracht. 2)
Dit is slechts een willekeurig gekozen voorbeeld. Maar het maakt wel duidelijk, dat we ons hier in hetzelfde denkklimaat bevinden als bij de Bantoe: leven is rijk aan levenskracht. Ziekte en benauwdheid betekenen vermindering van levenskracht. Wie ziek is, is in mindere mate mens dan wie gezond en sterk is. Verlossing uit benauwdheid is vermeerdering van levenskracht. Daardoor wordt iemand weer mens. Dat wij met ons metafysisch levensbegrip (leven = existeren) niet alleen kortsluiting krijgen bij de Bantoe maar ook bij de Bijbel 3), behoeft geen verbazing te wekken. Het zou voor de doorwerking van het evangelie in het Bantoe-leven van het grootste belang zijn als de Schrift eens grondig werd onderzocht met het oog op het vragencomplex waarmee we ons hier bezighouden en wanneer eens uitvoerig werd nagegaan welke functie de idee van levenskracht in de Schrift heeft en in hoeverre dat schriftuurlijk spraakgebruik overeenstemt met en verschilt van het Bantoe-denken. 4) Dat er ook verschil is, is zonder meer als uitgangspunt te aanvaarden. Geen enkele gemeenschap is buiten Gods openbaring om zuiver gebleven in haar idioom. Dit verschil zal nauwkeurig moeten worden gedefinieerd 5) om het gevaar van syncretisme tegen te gaan. Anderzijds zal het aanwezig zijn van eenzelfde idioom ten volle benut moeten worden om het euvel van de class-room religion te kunnen overwinnen.'
Voor een boekbespreking van dit geschrift zie: H. van 't Veld (Eldoret), Theologia Reformata, jrg. X – no. 4 – september 1967 –, blz. 209-210.
1) Vergelijk de onder de Bantoe gebruikelijke zegswijzen als 'wij sterven' e.d. wanneer ze vermoeid zijn of honger hebben of hoofdpijn. Dat betekent immers vermindering van levenskracht. Zie P. Tempels, a.w., S. 23-24. J. A. van Rooy, Sinkretisme in Vendaland, Skripsie ter gedeeltelike voldoening aan die vereistes vir die toekenning van die graad van Magister Theologie aan die Potchefstroomse Universiteit vir C.H.O., 1964, p. 12.
2) Zie de conjectuur 'charebah' (getranscribeerd, KAG). Cf. H. H. J. Kraus, Psalmen, Neukirchen 1960, S. 909.
3) Vgl. hier ook wat de Schrift zegt over de tweede dood. Volgens westerse begrippen zou een voortbestaan onder Gods vloek eigenlijk ook als leven gekarakteriseerd moeten worden. Volgens schriftuurlijk spraakgebruik is leven onder Gods vloek echter een contradictio in terminis (= tegenstrijdigheid in de gebruikte woorden, KAG).
4) De Psalmen kunnen hier een schat aan materiaal verschaffen. Ik noem hier bij wijze van voorbeeld slechts: Ps. 22 : 16 en 20; 27 : 1 en 14; 28 : 7-8; 29 : 11; 31 : 5, 11 en 25; 37 : 39; 38 : 11 en 20 (!); 41 : 3 (een soortgeval als Ps. 138 : 7); 43 : 2; 46 : 2; 59 : 10 en 17-18; 62 : 8 en 12. Deze reeks kan nog aanmerkelijk worden uitgebreid.
5) J.A. van Rooy, a.w., p. .51, schrijft: 'I.v.m. die kragbegrip moet verkondig word dat aan Jesus Christus alle mag in die hemel en op aarde gegee is, en die verskil tussen sy mag en die dinamistiese kragbegrip moet gedurig voor oë gehou word.'
Het komt me voor dat door deze aanpak toch de kern niet geraakt wordt. Om het Bantoe-krachtbegrip werkelijk op zijn waarde te kunnen schatten, zullen we het niet primair moeten confronteren met Christus' macht, zijn 'excousia', maar met de kracht, de 'dunamis' Gods, die Christus zelf is (1 Cor. 1 : 24). Zie ook 1 Cor. 1 : 18; Rom. 1 : 16.
K. A. Kort, Putten
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 maart 1999
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 maart 1999
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's