De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De Naam van God in de Nieuwe Vertaling

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Naam van God in de Nieuwe Vertaling

Ingezonden

8 minuten leestijd

In de Waarheidsvriend van 11 maart j.l. publiceerde dr. Verboom met het oog op de Nieuwe Bijbelvertaling een pleidooi voor de vertaling HE(E)RE voor Gods Verbondsnaam. In zijn ogen dient de vertaling van het Hebreeuwse JHWH aan twee belangrijke criteria te voldoen, nl. eerbiedige distantie én vertrouwelijke nabijheid. Het laatste ziet hij niet gewaarborgd in vertalingen als DE EEUWIGE, DE ALMACHTIGE e.d., en zelfs niet in de vorm HEER, zonder E. De naam Heer klinkt voor hem afstandelijk, zakelijk en een beetje kil; die vorm komt bij hem meer contractueel en zakelijk over dan persoonlijk en vertrouwelijk. Bovendien, tot een Heer spreek je als een knecht, niet als een kind. Het is dus duidelijk: de naam Heere of Here, met een e, verdient de voorkeur, omdat beide genoemde aspecten daarin wel aanwezig zijn.
Zelf ben ik opgegroeid met de naam Heere; die zal ik ook altijd in mijn gebed gebruiken, en als zodanig is mij het pleidooi van dr. Verboom dan ook sympathiek. Niettemin vraag ik mij af of de argumenten zuiver zijn en of alles wel goed doordacht is. Ik heb er toch mijn vragen en twijfels bij.

Misverstand
Om te beginnen wil ik wijzen op een misverstand dat vrij algemeen is en waarvan ook dr. V. het slachtoffer is geworden. Dat is het misverstand dat HE(E)RE Gods eigennaam tot uitdrukking zou brengen. Meestal hoor je dit argument van de kant van degenen die HEERE met twee e's vóór de r gespeld willen hebben en die van de vorm met één e een afkeer hebben. Eigennamen verander je immers niet: Hoogeveen en Hoogendoorn blijf je met twee o's spellen, ondanks het feit dat de officiële spelling al lang anders is. Dr. V. wil die kant blijkbaar niet op; het is hem om het even of het HEERE wordt of HERE. Maar wel denkt hij dat de vorm met een e dit unieke in zich heeft dat hij de eigennaam van God tot uitdrukking brengt.
Welnu, dat is niet juist. Hadden vertalers Gods eigennaam tot uitdrukking willen brengen, dan hadden zij JHWH moeten laten staan, of ze hadden er JAHWE, eventueel zelfs JEHOVAH, van moeten maken. Eigennamen hebben namelijk o.a. dit kenmerk dat ze niet vertaald worden. Maar vanaf het begin hebben Nederlandse vertalers als vertaling van de Hebreeuwse eigennaam een soortnaam gekozen. Dat is een woord dat men gebruikt voor een verzameling van mensen of voorwerpen die één of meer eigenschappen gemeenschappelijk hebben. In navolging van de Griekse vertaling van het O.T., de Septuaginta, en van de Latijnse vertaling van de Bijbel, de Vulgata, die resp. Kurios en Dominus hebben, is dat bij ons Heere/Here geworden. De vorm zonder e bestond aanvankelijk niet, die is pas in de loop van de zestiende eeuw, naast de vorm met e, ontstaan. Met andere woorden: here was een gewoon, alledaags woord, met de betekenis die de vorm zonder e nu nog heeft: meester, gebieder, meerdere, baas, superieur. Natuurlijk mag men een pleit voeren voor de naam He(e)re, maar gebruik dan liever niet als argument dat het een eigennaam zou zijn.

Nabijheid
Vervolgens wijs ik erop dat het feit dat Dr. V. in de vorm He(e)re vertrouwelijke nabijheid ervaart, die hij niet in de vorm Heer aanwezig voelt, toch wel erg subjectief genoemd moet worden. Dat is voor hém zo, trouwens ook voor mij, omdat wij nu eenmaal beiden in de rechterflank van de gereformeerde gezindte groot geworden zijn. Inderdaad, bij óns resoneert de naam He(e)re diep, heel erg diep zelfs. Maar voor talloze andere christenen geldt hetzelfde voor de naam Heer. Ik denk aan vele evangelische christenen, die ik, en ik denk dr. V. ook, er niet graag van zou willen beschuldigen dat zij daarmee het element van vertrouwelijke nabijheid in hun aanroeping van God zouden missen. Soms heb ik wel eens het gevoel dat zij daar juist een overvloed van bezitten en dat het element van de eerbiedige distantie bij hen juist wat tekortkomt.
Dat je niet kunt en niet mag stellen dat de vorm Heer zakelijk en contractueel is, blijkt mijns inziens ook, als we eens om ons heen kijken naar de ons omringende talen. Een Engelssprekende heeft het over the Lord. Voor hem of haar is de Here dus een Lord! Wie zou willen beweren dat je met die vertaling God alleen maar als een knecht kunt aanspreken en niet als een kind? De Duitssprekende roept God aan als der Herr, puur mannelijk en als zodanig niet te wijzigen. Hebben wij met onze vorm He(e)re iets op hen voor? Dat kan niemand in ernst beweren, denk ik. En de Fransman spreekt van l'Eternel, hetgeen niets anders dan de Eeuwige betekent. Volgens dr. V. zou dat betekenen dat hij daarmee tekort doet aan de wijze waarop God Zich geopenbaard heeft. Ik denk dat je dat niet vol kunt houden. Kennelijk is de manier waarop je met God omgaat, zowel eerbiedig als vertrouwelijk, onafhankelijk van de wijze waarop je de Godsnaam JHWH weergeeft.

Spiritueel
Er is nog iets anders. Dr. V. vindt de bevinding van het geloof, het spirituele, erg belangrijk, zeker in de geloofsoverdracht. Dat kan men volmondig toestemmen. Maar dat spirituele uit zich, naar ik meen, wel in het bijzonder wanneer wij daaraan uiting geven door middel van het zingen. Ik denk nu natuurlijk vooral aan het zingen van de psalmen. Welnu, in de onder ons gezongen berijming, die van 1773, komt talloze malen de vorm Heer voor; de vorm met e kent zij slechts in de derde naamval. Hetzelfde geldt trouwens voor nog oudere berijmingen, bijvoorbeeld die van Datheen, en die van Marnix van St.-Aldegonde. Dat betekent dus dat wij, als wij psalmen zingen, hetzij voor ons zelf, hetzij in huiselijke kring, hetzij in de eredienst, vele malen over en tot God zingen met de naam Heer. Op de knieën van zijn moeder heeft dr. V. dat al geleerd! Niemand zal toch willen beweren dat we dan het aspect van de vertrouwelijke nabijheid missen. Ik zou zeggen: integendeel. We zijn dus met zijn allen allang gewend aan de naam Heer.
Zo zou er misschien nog meer te noemen zijn. Onlangs las ik bij dr. Abraham Capadose dat hij het in een persoonlijke ontboezeming had over Jezus als zijn persoonlijke Heer en Heiland. Inderdaad, gelovigen uit de vorige eeuw spraken zo en brachten met die vorm hun ervaring van Gods nabijheid onder woorden. Je doet hun en ook vele hedendaagse gelovigen, denk ik, tekort als je vindt dat He(e)re beter is. Dat oordeel is in elk geval persoonlijk en kan, naar ik meen, geen aanspraak maken op objectieve geldigheid.

Terug naar af
Als we over de Naam van God willen denken 'het sjibbolet voorbij', dan moeten we misschien wel terug naar af. De bedoel: in de Middeleeuwen hadden allerlei woorden nog een slot-e: bedde, siele, tonge, hane, komste, here, enz. In de loop van enkele eeuwen is de vorm zonder - e (taalkundigen spreken van apocope = afbreking) de normale vorm geworden. Een tijd lang bestonden beide vormen naast elkaar. Dat was in de zeventiende eeuw, in de tijd dat de Statenvertaling ontstond, ook nog zo, al was de vorm met -e toen zo langzamerhand wel beperkt tot de geschreven taal, dus een boekenvorm geworden. Iedereen voelde er nog gewoon de oorspronkelijke betekenis in: meester, meerdere, zoals de Engelsman dat nog steeds heeft met zijn Lord. Met terug naar af bedoel ik dan ook een vertaling van de Godsnaam door een woord dat ook in de buitenbijbelse taal van alledag nog functioneert, met een betekenis die iedere taalgebruiker kent. Dus: Heer.
Dat dan het mannelijke van/in God te veel benadrukt zou worden, vind ik eigenlijk onzin. Op dit punt kan ik dr. V. niet navoelen. De hele Bijbel stelt God voor als mannelijk, en niet als vrouwelijk of onzijdig. Wat anders te beginnen met de Vadernaam: Abba, Vader, het Onze Vader enz. Bovendien, je kunt er ook niet omheen de naam He(e)re met voornaamwoorden aan te duiden. Dat zal dan toch niet anders kunnen dan met Hij en Zijn. Dr. V. zal daar toch niet consequent Hij/Zij of zelfs Het van willen maken, veronderstel ik. Ik denk dat we de gedachte dat als God mannelijk is, het mannelijke vanzelf God is, op geen enkele wijze moeten accepteren. Evenmin trouwens het omgekeerde.

Samengevat
Samengevat, van mij mag het in de Nieuwe Vertaling He(e)re worden. Zo is het me vertrouwd en lief. Maar aan Heer zou ik ook wel wennen. Ik kan daar in elk geval niets steekhoudends tegen inbrengen. Historisch en taalkundig gezien is het wellicht zelfs verkieslijker. En willen we het pleit voeren voor He(e)re, dan moeten we eerlijk erkennen dat dat subjectief en emotioneel is. Hetgeen uiteraard geen schande is.

A. Maljaars, Waddinxveen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 maart 1999

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

De Naam van God in de Nieuwe Vertaling

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 maart 1999

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's