Heel ons heil in uw hand
Vrede met God
In een van de liederen van Ad den Besten komen de volgende regels voor:
O Heer, ik wist niet wat ik deed,
wist niet dat alles wat Gij leed
om onzentwille is geweest, –
ik weet het niet dan door Gods Geest.
Deze versregels hebben een toonzetting die typerend is voor het christelijk dichterschap van Den Besten: het geloof is geen automatisme, het geloof is primair een zaak van het hart, de verbondenheid met God. Het gaat hem om een persoonlijk geloof en dat is iets anders dan een aantal dogma's of waarheden aanvaarden.
Zelf heeft hij meerdere malen erkend steeds meer 'iets van de piëtistische vrome' in zich te hebben ontdekt. Niet de beste theologie, niet de beste preek zal ons redden van geloofsverlies en secularisatie. We zullen moeten zoeken naar de 'verborgen omgang met God', aldus Den Besten tijdens een lezing, 'waar de dichter van Psalm 25 van spreekt'.
En dit verklaart de toonzetting van de hierboven geciteerde regels: 'ik weet het niet dan door Gods Geest'. Het verklaart ook hoe deze dichter in zijn tijd wil staan: maatschappelijk betrokken, verantwoordelijkheid voor de naaste, maar beslist geen activisme dat zich in horizontalisme verliest. Den Besten is zeker geen Gereformeerde Bonder, hij zou zich in onze kringen niet goed thuis voelen, maar hij herkent en waardeert het accent op wat hij eens noemde de 'persoonlijke relatie tot ons "Gegenüber", tot Hem die Jezus ons leerde noemen: "Onze Vader".'
In zijn recente bundel Poëzie om te zingen treffen we het lied aan waaruit ik hierboven citeerde en dat eindigt met de notie die voor hem de kern, is van het christelijk geloof: vrede met God.
SINDS GIJ DE DOOD ZIJT INGEGAAN
Een lied voor de Stille Zaterdag
bij Romeinen 5 : 1-11
Sinds Gij de dood zijt ingegaan,
zie ik uw kruis, o Christus, staan
in 't hart der aarde; 's mensen haat
weerstaat Gods liefde metterdaad.
O Heer, ik wist niet wat ik deed,
wist niet dat alles wat Gij leed
om onzentwille is geweest, –
ik weet het niet dan door Gods Geest.
Die heeft geroepen om uw bloed,
een vijand Gods, – hij vond voorgoed
zich in uw dood herboren tot
een mens die vrede heeft met God.
Een breed oeuvre
Ad den Besten (geboren in 1923) is in kerkelijke kring natuurlijk vooral bekend geworden als dichter van het Liedboek. Maar hij heeft voor de literatuur, en de poëzie in het bijzonder, veel meer gedaan.
Hij debuteerde nog voor de oorlog als zestienjarige in het prot. chr. literaire tijdschrift Opwaartsche Wegen. Aanvankelijk kwam hij terecht in de wereld van de uitgeverij. Het gaf hem de gelegenheid moderne poëzie te promoten. Dit leidde onder meer tot de belangrijke reeks 'De Windroos', waarin hij bundels van de nieuwe dichtersgeneratie uitgaf.
Na een aantal jaren theologie gestudeerd te hebben – tijdens de oorlog afgebroken – ging hij vervolgens Duits studeren. Een aantal jaren was hij leraar bij het voortgezet onderwijs. In 1967 werd hij aan de Universiteit van Amsterdam benoemd als wetenschappelijk medewerker. Hij promoveerde op het Wilhelmus – hij wilde aantonen dat Marnix de dichter is, in feite een onmogelijke opgave omdat daarvoor te weinig exacte gegevens voorhanden zijn – en schreef verder vele kritieken, essays en ge dichten of liederen. Ook zijn vertaalwerk moet genoemd en geroemd worden: hij leverde een grootse vertaling van het dichtwerk van de dichter Hölderlin.
Een groot deel van zijn vertalingen ligt op het terrein van het geestelijk lied.
Uiteraard, gezien zijn wetenschappelijke achtergrond, vooral liederen van Duitse oorsprong. Typerend voor Den Besten is dat hij vele liederen heeft vertaald en herdicht van Duitse piëtistische dichters, zoals Paul Gerhardt (1607-1676) en Gerhard Tersteegen (1697-1769). Daarin treft hem de innigheid, de band met God, de warmte van het hart.
Johannes Hus
In zijn hierboven genoemde bundel treffen we ook enkele liederen aan vertaald uit het Tsjechisch. Een daarvan is van de Boheemse martelaar Johannes Hus (1369-1415), voorloper van de Reformatie. Zoals bekend kwam Hus in conflict met de Roomse Kerk. Hij mocht zijn visie verdedigen op het Concilie van Konstanz, waarvoor hem een vrij geleide verleend werd door koning Sigismund. Deze schond echter zijn belofte. Hus werd gevangen genomen en na een martelend verhoor van vele maanden werd hij ter dood veroordeeld en verbrand.
Ik wist niet dat Hus ook liederen heeft gedicht. In ieder geval hebben we nu een lied van hem in het Nederlands, dankzij de vertalende herdichting van Ad den Besten. Het gaat in dit gedicht – een lied is altijd een gedicht! – om de drieslag Vader, Zoon en Heilige Geest. Opnieuw komen we de gedachte tegen dat de Geest ons hart opent voor Gods heil: 'de Geest, die ons Hem kennen doet'.
BEZOEK ONS. CHRISTUS! GROTE HEER
Navstiv nás, Kriste zádoucí
Bezoek ons, Christus! Grote Heer
der wereld, buig U tot ons neer;
kom tot ons hart, dat dag en nacht
U tussen hoop en vrees verwacht.
Omdat Gij zijt van eeuwigheid,
is eeuwigheid daar waar Gij zijt,
een leven, vrij van alle druk, –
o Christus, schenk ons dit geluk!
Geloofd zij God die eeuwig leeft
om wat Hij aan de wereld geeft,
de Zoon, in wie Hij ons ontmoet,
de Geest, die ons Hem kennen doet.
Zoals het is in de eeuwigheid,
zo zij het in de wereldtijd:
Gods liefde wonend in ons hart,
niet langer door de dood benard.
Luther
De lutherse liturgie heeft altijd verschild van de gereformeerde. Calvijn en Luther zaten hier niet op één lijn. Calvijn koos voor de psalmen, met daarnaast enkele gezangen. Luther gaf gezangen een veel ruimere plaats. Zelf heeft hij een groot aantal liederen gemaakt. 'Een vaste burcht is onze God' kennen we allemaal. De verbondenheid met de traditie, die Den Besten lief is, deed hem ook steeds weer bij Luther uitkomen.
Zoals bekend was de centrale vraag voor Luther: Hoe word ik verzoend met God? Op deze kernvraag komt hij steeds terug. Het lied 'Jesus Christus, unser Heiland' geeft hierop een helder antwoord. Den Besten gaf van dit paaslied de volgende vertaling.
JEZUS CHRISTUS, ONZE HEILAND
Jesus Christus, unser Heiland
Jezus Christus, onze Heiland,
heeft de dood overmand.
Hij is verrezen,
wij mogen vrolijk wezen.
Kyrie eleison.
Jezus Christus die geen schuld had
ging het donkere pad,
kwam ons hergeven
't in schuld verloren leven.
Kyrie eleison.
Nu is zonde en dood, o Heiland,
heel ons heil in uw hand.
Gij zult ons redden,
als wij er U om bidden.
Kyrie eleison.
Het leven hergeven
De onopgeefbare kern is: alleen Christus hergeeft het 'leven' dat wij 'in schuld verloren' hebben. Het heil komt, in de woorden van Den Besten, van de Overzijde, van 'Gegenüber'. Het is in Zijn hand. Dat geloof alleen geeft kracht om staande te blijven in een cultuur die steeds meer seculariseert en vervreemdt van het christelijk erfgoed.
Den Besten, die christen-vrienden in Oost-Europa heeft ontdekt en zich ermee verwant voelt, heeft zich verwonderd over het feit dat zij staande konden blijven tijdens de 'boze dag', de periode van verdrukking. Wat is hun geheime kracht geweest? Zijn antwoord op die vraag is helder: 'Geen theologie van Barth, Bultmann, Bonhoeffer of wie dan ook, [...] maar een heel elementair geloof dat leeft uit de woorden van de Schrift en uit de persoonlijke omgang met God'.
We mogen dankbaar zijn voor dit geluid van iemand die midden in de cultuur staat. En ook voor de richting die hij wijst aan ons, christenen in West-Europa, als ook hier de 'boze dag' aanbreekt en 'de cultuur gelijk Atlantis zinkt' (Marsman), als de vloed de Kerk dreigt te verzwelgen: 'een heel elementair geloof dat leeft uit de woorden van de Schrift'.
J. de Gier, Ede
Tekst afbeelding:
De Zuidfranse Languedoc.
Uit: Graham Hancock, Roel Oostra, Mythen en mysteriën, uitg. Kok, Kampen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 april 1999
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 april 1999
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's