De vrouwen naar het graf
De vrouwen wachtten op de dag.
Zij waakten in de lange nachten.
Zij zwegen en een stil geklag
steeg op als zij aan Jezus dachten.
Zij hoorden nog het hoongelach
van vijanden die Hem verachtten.
De vrouwen wachtten op de dag
en waakten in de lange nachten.
Wat boze vijandschap vermag!
De bozen bittre edik brachten,
toen zij vernamen Zijn geklag
en Hij aan 't kruis van dorst versmachtte.
De vrouwen wachtten op de dag.
De duisternis ging langzaam zwichten.
Toen zijn zij naar het graf gegaan.
Wie zal de zware steen oplichten?
Zij zagen dat het was gedaan.
Een engel zag de vrouwen aan
en vroeg: 'Wat moet gij hier verrichten?
Uw Meester, Hij is opgestaan!'
Toen dekten zij haar aangezichten.
Haar Jezus, Hij was opgestaan!
Dat moesten zij alom berichten!
Zij konden 't wonder niet verstaan.
De Zon ging 't duister hart doorlichten.
Hij leefde! Hij was opgestaan!
MARINUS NIJSSE
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 april 1999
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 april 1999
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's