Paasgeloof en het nieuwe Jeruzalem; het Lam is de Kaars
De beelden buitelen in Openb. 21 over elkaar heen. Ze sluiten elkaar niet uit, maar vullen elkaar aan. De ene keer lezen van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde. Dezelfde werkelijkheid heet ook paradijs, stad of tempel. In ieder geval is het veelzeggend dat we lezen over een stad. In de stad is niet alleen volstrekte veiligheid, maar ook gemeenschap. Ons veelal verpauperde stadsleven geeft wat dat betreft een totaal verkeerde indruk van de toekomst in Christus.
Bovendien betekent de stad zoiets als ontwikkelde natuur. De herschepping zal geen terugkeer zijn naar de ongereptheid van de schepping. De laatste Adam is heerlijker dan de eerste. Was Einstein een lilliputter vergeleken bij Adam, Adam zal een lilliputter zijn vergeleken met de minste in het koninkrijk van God. Immers, het natuurlijk lichaam wordt gezaaid, een geestelijk wordt opgewekt dat in glans en kracht 30-, 60-, of zelfs 100-voudig is.
In ieder geval loopt er een rechtstreekse lijn van de opstanding naar de wederkomst. Het verheerlijkte lichaam van Christus is niet alleen de garantie, maar ook de realiteit van de nieuwe orde die straks zal doorbreken.
Een grote stad
Adembenemend schoon schittert het nieuwe Jeruzalem. Toen de eerste schepping was voltooid, kon de Heere zeggen: 'Het is zeer goed'. In vergelijking met de heerlijkheid van de herschepping verbleekt echter haar glans. De afmetingen van de stad zijn ongekend. De stad is even hoog als breed en lang. Wellicht moeten we ons bij de hoogte voorstellen dat de stad is opgebouwd uit verschillende plateaus die samen een piramide vormen. Of moeten we hierin een verwijzing zien naar de Drievuldigheid van God?
Elke ribbe van de stad is twaalf duizend stadiën. Twaalf is het grootste kerngetal in de Schrift. Het is tekenend voor de volkomenheid van de Heere. Een stadie is de lengte van de stadion Olympus, zo'n 2400 m. Dit is ons wel duidelijk dat New York en Tokyo in het niet vallen bij de grote God-stad.
Er is plaats in deze stad voor volkeren (meervoud). Dit is een nieuwtestamentische opmerking (Ez. 37 : 27). Het betekent niet dat alle volken geheel zalig worden. Er loopt een schrijnende scheiding door de volkeren heen. Uit alle volkeren zal een nieuw volk worden geboren. We krijgen zelfs de indruk dat dit relatief een klein deel van de mensheid zal zijn (Matth. 7 : 13-14). Nochtans komt in Christus de belofte aan Abraham tot vervulling; in Hem zullen alle geslachten van de aardbodem worden gezegend (Gen. 12 : 3). Volksgewijze zal het evangelie wereldwijd worden verkondigd (Matth. 24 : 14 en 28 : 19). In Gods koninkrijk bestaan geen massa-producten, maar de verscheidenheid der volkeren zal de eenheid onderstrepen.
Een heerlijke stad
De heerlijkheid van de stad komt uit in de edelstenen waaruit zij is gebouwd. Het kostbaarste van het kostbaarste is niet kostbaar genoeg om deze stad te bouwen. Onvoorstelbaar dat de twaalf poorten elk bestaan uit een parel. Een parel ter grootte van een duivenei is reeds buitengewoon, laat staan poorten van parels. Al deze edelstenen zorgen voor veelkleurige stralenbundels die de heerlijkheid van de Koning en de bevolking uitstralen. Alle kleuren van de regenboog zijn vertegenwoordigd.
Het oude Jeruzalem is vaak geplunderd. Er werden vaak vreemde beelden binnengedragen. In de toekomst zal de heerlijkheid en de eer van de volkeren daarbinnen gaan. Wat betekent dat? Komen we daar de producten van Jabal en Jubal tegen? Zullen kennis, macht en wetenschap daarin een plaats hebben? A. Kuyper was zeer optimistisch over de evolutie van de cultuur. Vooral de westerse cultuur, gestempeld door het christelijk geloof, zou bijdragen aan de nieuwe hemel en de nieuwe aarde. Hij bedacht niet dat dezelfde cultuur van wetenschap en techniek zou bijdragen aan de ontwrichting van de band tussen Schepper en schepsel. Bovendien; als er van ontwikkeling sprake is, dan zeker ook van de zonde. Overigens dienen we Kuyper wel recht te doen. Hij dacht bij de blijvende waarde van de cultuur niet in de eerste plaats aan de kunst en de wetenschap, maar aan liefde, burgerlijke deugdzaamheid en recht. In ieder geval is het de heerlijkheid van God Die men zal binnendragen in het nieuwe Jeruzalem. Gods grootste heerlijkheid is Zijn herscheppende werk. Wat het zwaarste is, zal ook het zwaarste wegen. Dat is geen ontkenning van de eerste schepping, maar de Geest zal alle natuurlijke gaven door gloeien.
De straten zijn van goud. Tegelijk is het doorzichtig glas. Zeker in de dagen dat Johannes deze woorden schreef, was zuiver glas een unicum. Het gaf aan hoe volstrekt anders het in het hemelse Jeruzalem zal toegaan. Alle onzuiverheid is uitgebannen. Onzuivere motieven zijn met de wortel uitgerukt. De gebrokenheid van het aardse, kerkelijke en geestelijke leven die in deze bedeling zoveel tranen uit ons geprangde gemoed perst, zal definitief zijn verdwenen.
Laat ons bedenken dat Johannes deze dingen schreef aan een vervolgde gemeente, een schamel groepje christenen. En laat ons daarbij bedenken dat het voor alle gelovigen geldt dat zij die toekomst niet te goed hebben, maar door het geloof er nu reeds in delen (2 Kor. 5 : 17). De hemelse vreugde is nu reeds in het hart (vr. 58 HC). De christen wordt niet verheerlijkt, maar is al verheerlijkt (Rom. 15 : 7, Ef. 2 : 6, 1 Petr. 4 : 14). Dat doet ons roemen in verdrukking. Dat perspectief maakt zware lasten licht. Geloof verlost van alle bekrompenheid van het hier en nu. Het zichtbare is immers geen laatste werkelijkheid, maar het onzichtbare (2 Kor. 4 : 17-18).
Een heilige stad
In dit nieuwe Jeruzalem is geen tempel. Dan zou er ook een voorhangsel zijn en een priesterklasse dienst doen. Dat is niet het geval. Het priesterschap van alle gelovigen komt daar tot volle bestemming. De hele stad is een en al tempel. Overal is de tegenwoordigheid van God tastbaar. Zelfs op de bellen van de paarden staat geschreven: 'De heiligheid van de HEERE' (Zach. 14 : 20).
Overweldigd door deze heerlijkheid roepen we uit: 'Als gouden de portalen zijn, wat moeten dan de zalen zijn?' We weten uit het Oude Testament hoe Gods kinderen heimwee hebben naar het huis. van God. Psalm 84 laat ons weten dat David bezwijkt van sterk verlangen. In psalm 63 horen we dat zijn ziel zo hunkert naar de tegenwoordigheid van de Heere als een uitgedroogde woestijn. De oudtestamentische tempel is niet in de eerste plaats een type van de kerk, maar van de heerlijkheid van God geopenbaard in Christus Jezus.
Het is opvallend dat Gods Woord voor de beschrijving van de nieuwe toekomst schrijft in beelden of opmerkt dat geen oog het heeft gezien, geen oor het heeft gehoord en in geen mensenhart is opgeklommen (1 Kor. 2 : 9). Van de hel weten we iets omdat we het beginsel van de smarten meemaken. Gods toekomst is echter aan de andere zijde.
Hoe wordt dit realiteit? Als we sterven aan deze aarde en niet worden betoverd door haar glans. Zo komt het tot de hartelijke keuze: 'Weg wereld, weg schatten, gij kunt niet bevatten, hoe rijk ik wel ben'. Het leven ligt na het sterven; dat geldt niet alleen heilshistorisch, maar ook heilsordelijk. We sterven niet alleen aan het wereldse, maar ook aan onze ambitie, ons gezin en zelfs aan onszelf: 'Wie sterft voordat hij sterven gaat, sterft niet als de stervensure slaat' (prins Maurits). Wie leeft zonder te sterven, sterft zonder ooit te hebben geleefd. Die sterft weg in de eeuwige dood. Het zicht op het Lam vertroost niet meer, maar pijnigt (Openb. 14 : 10).
Een verlichte stad
Hoe staat het met de lichtvoorziening in de stad van de toekomst? De lichtval kan immers het bouwontwerp maken of breken. Het is door het licht dat de edelstenen oplichten en de onderlinge harmonie openbloeit. En wat meer is; zonder licht is er geen leven en geen loven.
God maakt geen gebruik van lichtdragers. Zon, maan en sterren zijn overbodig geworden. Zijn volmaakte heerlijkheid verdrijft alle duisternis. God is een licht en in Hem is gans geen duisternis (1 Joh. 1 : 5). Duisternis herinnert steeds weer aan de buitenste duisternis van schuldige onwetendheid en dwaze blindheid. Daar zal zijn verlichting van de kennis van de heerlijkheid van God in het aangezicht van Jezus Christus (2 Kor. 4 : 6). De blijdschap van Gods kinderen is daar onbeperkt, wegens het licht dat van Zijn aangezicht straalt (Ps. 68 : 2 ber.).
Opvallend is dat het Lam van God de Kaars is van deze stad. De vertaling 'kaars' is in die zin misleidend dat het de gedachte zou kunnen oproepen dat de kaars verteert. De vertaling 'kaars' gaat op voor zover het ziet op een lamp of een lichtdrager. Wat moeten we ons hierbij voorstellen? Hoe kan een Lam nu een lamp zijn? Gods Woord is in ieder geval niet door een computer heengegaan. Wie probeert alles met de logica van de verlichting te beoordelen, raakt verward en gefrustreerd. Gods heerlijkheid is groter dan ons nietige brein dat bovendien door de nevels van zonde en ongeloof is verduisterd. Hier schiet niet alleen het verstand van de wijzen te kort, maar het gaat te niet (1 Kor. 1 : 25-28). Je moet wel een dwaas zijn om Gods wijsheid te omhelzen.
Een christelijke stad
In ieder geval is echter duidelijk dat het Lam daar zal zijn. Het rijk van God breekt zich niet baan zonder de Heere Jezus Christus. Hoewel we de indruk zouden kunnen krijgen dat in het rijk van Gods heerlijkheid Christus uit het gezicht is verdwenen (1 Kor. 15 : 28), moeten we ons door dit gegeven in de Schrift laten corrigeren (Openb. 21 : 23). Het zal zo zijn dat Christus op een bepaalde wijze terugtreedt. Zijn verzoening is reeds volbracht en Zijn voorbede is tot vervulling gekomen. Het kan echter niet betekenen dat Hij in de voleinding van de eeuwen geen centrale plaats meer zal hebben.
Het Lam verspreidt Gods licht. Gods licht is hier niets anders dan Gods heerlijkheid. Het Lam openbaart Wie God is. De heerlijkheid van God schittert door het Lam als de drager daarvan (Joh. 1 : 14). Het herinnert ons aan de kerstnacht waarin de engelen geen koor vormden, maar als hemelse legers de saluut aan Christus hebben toegebracht: 'Ere zij God' (Luk. 2 : 13). In de oorspronkelijke tekst staat voor 'eer' het woord dat in deze tekst is weergegeven met 'heerlijkheid'. Het betekent dat de engelen niet slechts God in de hemel de eer geven van de geboorte van dit kind op aarde. De tienduizenden maal tienduizenden engelen verkondigen niets minder dan dat al Gods heerlijkheid schittert in dit kind in de kribbe. De menswording is de openbaring van Gods diepste glorie. In Christus heeft God Zich in Zijn hart laten kijken. Wie wil weten hoe God is, neme een kijkje in de beestenstal. De mens Jezus is niemand minder dan de Heere der heerlijkheid. Christus zal Zijn mensheid niet afleggen. Hij heeft ons vlees voor eens en voor altijd aangenomen, opdat wij zouden delen in Zijn verheerlijkt lichaam. God openbaart Zich nu en straks in Christus. De trinitarische God is zo op een christocentrische wijze alles in allen.
Dit is wel zeker; het zien van deze heerlijkheid verandert al de inwoners. Als het gelaat van Mozes blinkt na de gemeenschap met God, wordt er een klein tipje van de sluier opgelicht. We kunnen Gods heerlijkheid niet op een neutrale wijze aanschouwen, maar we gaan in Zijn heerlijkheid delen. Of nog sterker; het is Gods heerlijkheid als zondaren in Zijn gemeenschap delen.
Een nieuwe stad
Het Lam straalt niet alleen de heerlijkheid van God uit, maar is Zijn glorie. Hiermee is ook de continuïteit gegeven tussen hemel en aarde en de nieuwe hemel en de nieuwe aarde. De hele kerkgeschiedenis heeft men geworsteld over de vraag of de continuïteit nu groter of kleiner zal zijn dan de discontinuïteit. Dat probleem lossen we niet zomaar op. We zullen echter aan beide recht moeten doen.
Er is sprake van discontinuïteit. Niet voor niets spreken wij van het nieuwe Jeruzalem en van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde, zoals we ook spreken van de nieuwe geboorte. Het nieuwe Jeruzalem ligt niet in het verlengde van de geschiedenis; van aardse politiek of kerkelijke bedrijvigheid. Het daalt neer uit de hemel. Zoals de opstanding van Christus een mysterie is, zo krijgen wij de vingers niet achter Zijn wederkomst. De volheid van Zijn rijk komt niet op de manier van de krant. We kunnen niet aftellen op ons horloge om geleidelijk het rijk te zien doorbreken. Het komt door de catastrofe van het oordeel heen. Door de breuk van het laatste gericht heen komen al Gods beloften tot vervulling.
Opvallend genoeg gaat het ook om een nieuwe hemel. Is de hemel dan niet goed genoeg? Moet deze worden verbeterd? De hemel is wel de plaats waar de engelen konden vallen. De hemel als geschapen werkelijkheid wordt uitgetild boven haar begin om tot haar heerlijke bestemming te komen.
Tegelijk is er sprake van continuïteit. Zoals de eerste wereld verging door water, zal deze wereld vergaan door vuur. Op de synode van Dordrecht (1618-'19) heeft men echter geoordeeld dat de beste tekst voor art. 37 niet is dat deze aarde 'vernietigd' zal worden, maar 'gelouterd'. De nieuwe aarde is dezelfde, maar niet hetzelfde. Christus had na Zijn opstanding dezelfde identiteit, maar Hij oversteeg aardse beperkingen en was moeilijk herkenbaar. Tastend naar de ware betekenis vragen we ons af wat het wil zeggen dat er sprake is van een nieuw Jeruzalem. Het valt niet te vergeestelijken al komt het op geestelijke wijze. We kunnen het niet los denken van het huidige Jeruzalem. Dit is zeker; het Jeruzalem dat Jezus heeft uitgeworpen, zal dan met Hem zijn vervuld. Dat maakt haar schoonheid uit.
W. van Vlastuin v.d.m.
Tekst afbeelding:
Deze traptreden liggen op de plaats waar zich mogelijk het huis van de hogepriester Kajafas bevond.
Uit: John Rogerson, Atlas van de Bijbel, uitg. Elsevier, Amsterdam/Brussel.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 april 1999
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 april 1999
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's