DOOD CHRISTI
Op Psalm 114
Toen 's levens Vorst 't onschuldig leven liet
En 's harten bloed heel waterig verschiet1
Uit Zijn doorboorde zijde,
Toen werd de dood verpletterd haren kop,
De grendels van den afgrond sprongen op2
Gans boven maten wijde.
De hemel boog en aarzelde vervaard,
De zon zag toe en toog teruggewaart
Zijn guldene klinkanten,3
De aarde kreeg een roering op het lijf,
Der klippen grond voor 't gruwelijk bedrijf
Borst uit aan allen kanten.
Waar was u, zon? wat zag u uit de hoogt'
Dat gij met een zwart lampers4 overtoogt
Uw kroon vol diamanten?
Waar was u, dood, dat gij geheel verbluft
De sloten van uw ademloze kluft5
Braakt uit aan allen kanten?
Voor 's levens Heer die stervende verwint,
Wiens weerga men in aard noch hemel vindt,
De rotsen moesten beven,
Wiens blanke borst deed bruisen een fontein
Waardoor Hij maakt des werelds zonden rein
En schenkt de dode 't Leven.
Jacobus Revius
1 wegstroomde
2 open
3 stralen
4 floers
5 doodskloof
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 april 1999
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 april 1999
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's