Paasklokken in de woestijn
De woestijn: plek van bezinning en beproeving. Dat stond op het front van een themanummer van 'Kerk en Israël', orgaan voor 'verbondenheid van de christelijke gemeente en het joodse volk', dat geheel aan 'de woestijn' was gewijd. Zowel bij Israël als bij de kerk, zo wordt gezegd, speelt de woenstijn een grote rol.
Israël trok veertig jaar door de woestijn voordat het in het beloofde land kwam, terwijl de afstand van de Sinaï tot Kanaän niet meer dan elf dagreizen was (Deut. 1 : 2). Maar juist daar ontving het volk de Tien Woorden van de Sinaï.
Elia vluchtte de woestijn in en Johannes de Doper predikte er. Maar vooral: Jezus werd er veertig dagen en nachten beproefd.
Rabbijn dr. Tzi Marx merkt hier op, dat niet voor niets Israël elk jaar zeven dagen lang, tijdens het Loofhuttenfeest, gedenken moest, dat God hen in hutten deed wonen, toen Hij hen uit Egypte had geleid (Lev. 23 : 43). Verder zegt hij, dat de woestijn het beeld is van uiterste afhankelijkheid, met het dagelijkse manna als het meest sprekende voorbeeld daarvan.
Beeld
In het boek 'De Hugenoten' van Ingrid en Klaus Brandenburg, staat in het vijfde gedeelte, getiteld 'Het voortleven van het Franse protestantisme' een passage over 'Kerk in de woestenij'. Het gaat hier over de Hugenoten in de zeventiende eeuw.
Ze moesten hun geloof bekopen met vervolging. Predikanten vonden de dood aan de galg, ondergingen gevangenisstraf of werden verbannen naar de galijen. Daarom kwamen de Hugenoten samen in afgelegen oorden: 'kerk in de woestenij'.
Nu is woestenij niet precies identiek aan woestijn, maar het beeld is duidelijk, symbolisch voor de kerk van alle tijden en plaatsen. In Hebreeën 11 wordt gesproken over gelovigen in de verdrukking: bespot, gegeseld, gevangen genomen, in stukken gezaagd, gedood, verdrukt, kwalijk behandeld. De schrijver van de brief zegt dan: '(Ze) hebben in woestijnen gedoold en op bergen, en in spelonken en in holen der aarde' (vs. 38). Zo is het met de kerk soms in de loop der eeuwen gegaan. Ze was meer kerk onder het kruis dan kerk in glorie.
Men kan zulke woorden, kerk in de woestenij en kerk in de woestijn, in onze situatie slechts met grote aarzeling neerschrijven. Wat weten wij ervan om zo kerk te zijn? Wat mag te onzent woestijnleven heten? De helft is òns niet aangezegd.
Maar als Israël in het Oude Testament ook beeld van de kerk mag zijn, dan vinden we daar toch ook meer algemene duidingen van het leven van de gelovigen in wat geestelijk gezien woestijn heet. Daarbij kunnen we denken aan andere beelden als jammerdal en tranendal. Het leven kent ook ingrijpend lijden. Het leven is vaak kruisdragen. Voor ieder breekt dat grote lijden een keer aan wanneer de dood in de directe omgeving toeslaat of ernstige ziekte.
Lijden kan ook geestelijk lijden zijn vanwege innerlijke aanvechtingen of vanwege de situatie rondom ons. Er is ook de gang in geestelijke zin door dorre plaatsen, waar geen water te vinden is en geen lafenis te verkrijgen valt. De diepingrijpende secularisatie kan het christenleven op bizondere wijze aanvechten, verdorren en afmatten.
Woestijnleven
Maar daar, in de woestijn, is ook méér. Jesaja spreekt ervan, dat wateren zullen uitbarsten in de woestijn en beken in de wildernis (Jes. 35 : 6); of dat er een gebaande weg zal zijn in de woestijn en dat er rivieren in de wildernis zullen zijn (43 : 19). De woestijn zal zelfs bloeien als een roos. De profeet zegt op een andere plaats, in diep geestelijke zin: 'Want de Heere zal Sion troosten.,Hij zal troosten al haar woeste plaatsen, en Hij zal haar woestijn maken als Eden, en haar wildernis als de hof des Heeren; vreugde en blijdschap zal daarin gevonden worden, dankzegging en een stem van gezang' (51 : 3).
Dit alles kan de profeet alleen zeggen in Messiaans perspectief, met het oog op Hem, die we als de Lijdende Knecht des Heeren en als de Opgestane vorst van Pasen belijden.
Jesaja zelf heeft van groot lijden geweten. Van zijn dood zegt de Schrift niets. Daarvan wordt in een rabbijnse overlevering echter gezegd, dat koning Manasse hem in een ceder met een houten zaag door midden liet zagen. Nochtans is hij door alles heen profeet, die troost als geen ander.
Paasklokken
Er is leven, ook in de woestijn. Wie ooit woestijnen bereisd heeft, weet, dat er leven uitspruit daar, waar een minimum aan water is. Ranke gazellen leven op dorre plaatsen.
Ook als het leven de trekken van een woestijntocht vertoont – in welke vorm dan ook: in heel concreet lijden, in geestelijke droogte, in levenspijn en verdriet, in aanvechtingen – leert ons het Woord, dat God ook dan en daar met de Zijnen mee gaat. Dat mag met name met Pasen worden uitgezegd. Er is leven, vanwege Pasen. Daarom kunnen psalmen worden gezongen in de nacht van het lijden. Christus Zelf heeft ze in de nacht van Zijn lijden voorgezongen.
In Hebreeën 13 wordt ook gesproken over vrouwen, die gemarteld worden en 'de aangeboden verlossing' niet aannemen, 'opdat zij een betere opstanding verkrijgen zouden'. Hier valt het woord opstanding. En is er opstanding der doden zonder Pasen? In de verlokkende verleiding van een verbetering in hun lot blijven de genoemde vrouwen standvastig, omdat de opstanding der rechtvaardigen hen meer lokt.
Ook hier spreek ik met terughoudendheid. Zulk een martelaarschap is niet aller, het is vandaag zeker niet onzer. Maar mag dit woord ook niet van toepassing zijn op volharding in aanvechting of lijden in het algemeen? Calvijn zegt in dit verband, dat 'standvastigheid der heiligen', in welke tijd dan ook, 'een zaak van geloof is'. 'Met een oprecht geloof zal er lijdzaamheid zijn om te lijden.' De heiligen, zegt hij, zijn alle pijn en lijden door het geloof te boven gekomen. Wie vandaag in lijden is mag zich 'metgezel' weten van vele heiligen vóór hem.
Lijden en licht
Het leven is aan de ijdelheid onderworpen. Op heel uiteenlopende wijzen kan er dan van woestijnervaring sprake zijn. De woestijn: 'plek van bezinning en beproeving'. Maar zoals de Paasklokken voor het volk Gods van alle tijden en plaatsen luiden over de akkers, waar ze uiteindelijk allen gezaaid worden en waar ze zullen verrijzen uit de dood, zo mag de Paasklok ook luiden over leed en lijden.
In 'Kracht naar kruis', orgaan van de 'Stichting Evangeliserend Lectuurfonds voor Chronisch Zieken en Bejaarden', schrijft drs. W. Kats over het thema 'Door het lijden naar het licht'. Hij citeert Jesaja 53 : 11a: 'Om de arbeid van Zijn ziel zal Hij het zien en verzadigd worden'. Het gaat hier om de zware arbeid, het smartelijk lijden van de Knecht des Heeren. In de Septuagint, de Griekse vertaling van het Oude Testament, staat in plaats van 'zal Hij het zien', zal Hij licht zien. Zo staat het ook, aldus ds. Kats, in de oorspronkelijke tekst op de Qumranrollen, die bij de Dode zee zijn gevonden. In de diepe duisternis van het lijden van de Knecht des Heeren gloort reeds het licht van de Opstanding.
Maar Jesaja spreekt niet alleen over de Knecht des Heeren zelf. Als Zijn ziel Zich tot een schuldoffer gesteld zal hebben, zal Hij zaad zien (vs. 10). De Zijnen worden wedergeboren tot een levende hoop. Ook voor de Zijnen, voor Zijn zaad, gloort in de nacht van lijden en aanvechting nochtans het licht. In Zijn licht zien wij het licht. De Paasklok luidt in de woestijn. Daarom konden de Hugenoten in hun 'kerk in de woestenij' de lucht vervullen met hun psalmen.
Leed
Het kan voor mensen vandaag heel goedkoop in de oren klinken wanneer met Pasen om zo te zeggen in de kerk de klokken worden geluid. De werkelijkheid in het (wereld)leven vloekt immers met Pasen? Hoeveel misère is er niet in de wereld! Toelevend naar Pasen daalden in Joegoslavië de kruisraketten neer. Op de avond dat ik dit schrijf is de aanval begonnen. Hoeveel duizenden doden zullen daar niet vallen? Hoeveel doden zijn daar al niet gevallen? Welk een woestijn heeft het communisme niet nagelaten? En hoeveel doden vallen er niet elke dag in oorlogsgeweld en bij rampen? En dan: Paasklokken? Hoe beleven de christenen dat dan, in dat geteisterde gebied.
Toch zouden we geen ander houvast weten dan wat ons door God Zelf is geopenbaard, namelijk dat voor de Knecht des Heeren de bittere nacht van het lijden voorbode was van het Licht, dat op de Paasmorgen is opgegaan. In de kraters van de dood, die overal geslagen worden in deze wereld, is Christus zegevierend opgestaan.
Alleen in Hem is er Hoop voor het persoonlijke leven. Hier ligt echter nochtans ook een verwachting, die bóven het persoonlijke uitstijgt. Want de woestijn zelf zal als een roos bloeien. En rivieren zullen haar vruchtbaar maken. De Messiaanse vrede zal er zijn. Dan zal gerechtigheid de bodem der zee bedekken. De zwaarden zullen toch een keer tot spaden worden omgesmeed en spiesen tot sikkels: 'en het ene volk zal tegen het andere volk geen zwaard opheffen, en zij zullen geen oorlog meer leren' (Jes. 2 : 4). Dat te bereiken ligt niet in onze menselijke mogelijkheden. Integendeel, de mens blijkt telkens spaden tot zwaarden om te smeden. Oorlogen en geruchten van oorlogen volgen elkaar op. Maar de Messiaanse vrede zal komen. Dat is 'nochtans' de hoge toon van de Paasklok, die over deze wereld mag worden geluid. Dat niet meer geloven betekent, dat we beklagenswaardige mensen zijn.
Centrum
In het centrum van de geschiedenis stond een Kruis. Daar lag ook een open Graf. Daarom luiden paasklokken in de baaierd van de woestijn en van de wildernis.
Daarom kan de tafel des Heeren ook in de woestijn staan aangericht.
Toen Israël uit de slavernij van Egypte zou uittrekken naar de woestijn, stond de uittocht al onder de belofte van de ontmoeting met God. Daar vond de ontmoeting met God plaats. Daar was de leiding onder de wolkkolom en de vuurkolom. Daar kreeg het volk de Tien Woorden met evenzovele beloften. Daar werd het volk gedragen door de Heere, 'zoals een man zijn zoon draagt' (Deut. 1 : 31).
En de vrouw, die vluchtte voor de draak, kreeg een plaats in de woestijn, 'haar door God bereid' (Openb. 12 : 6).
Zo trekt ook de kerk des Heeren voort door de woestijn van het leven, onder het kruis maar gesterkt door de klanken van de Paasklokken, die over het leven klinken.
v. d. G.
Tekst afbeelding:
Binnenkomst van 'de kerk in de woestijn'. Slechts op 'woeste' plaatsen konden de protestanten heimelijk bijeenkomen. Gravure van Bellotti, 1775. (Société dev l'Histoire du Protestantisme Français, Parijs.)
Uit: Ingrid en Klaus Brandenburg, De Hugenoten, uitg. De Bataafsche Leeuw, Amsterdam.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 april 1999
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 april 1999
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's