De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Overpeinzingen na Pasen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Overpeinzingen na Pasen

9 minuten leestijd

Tot een goede voorbereiding op het horen van het Woord Gods behoort, 'het wegnemen of liever verdwijnen van alle aandacht voor iets anders, en van alle beslommeringen en bezigheden, zodat wij ons tot het heiligdom begeven met een hart dat als een onbeschreven blad is waarop de woorden van God geschreven kunnen worden en als helder water waarin een beeld weerspiegeld kan worden.'

Deze fraaie volzin, genomen uit 'De praktijk der godzaligheid' van Gisbertus Voetius, trof ik in één van de gemeenteberichten in het kerkblad Voetius uit het land van Altena en Heusden. Het werd geschreven in de stille week, voorafgaand aan Pasen. Mij dunkt, dat dit woord van Voetius niet alleen van toepassing is op het horen van het Woord Gods in het algemeen, maar met name ook voor de beleving van Goede Vrijdag en Pasen. Welke 'beslommeringen en bezigheden' moeten niet eerst aan de kant wil er plaats komen voor de boodschap van het lijden en sterven van Christus, gevolgd door het Hoge Feit van de Opstanding van Christus uit de dood? Hoe ver is het er in onze gestresste tijd vaak vandaan, dat het hart 'een onbeschreven blad is'? Waar is nog de tijd van echte voorbereiding op het horen van het Woord?


Als zodanig is een echt stille week, waarin het werk stilvalt of naar de Goede Vrijdag toe méér en méér stilvalt, wezenlijker dan de vacanties, waartoe we ons van de ene naar de andere laten opjagen. We kunnen niet 'even' Goede Vrijdag gedenken of van het ene moment op het andere Pasen vieren. De agenda moet leeg. Ook de kerkelijke vergader- en activiteitenagenda mag leeg. Er zijn jaren geweest, dat uitgerekend in de stille week de kerkelijke spanningen werden opgevoerd vanwege publieke manifestaties. Valt dan nog verantwoord Pasen te vieren?

Stil
Dit jaar was het kerkelijk stil in de stille week. Maar wiens hart bleef een onbeschreven blad? De gigantische vluchtelingenstroom uit Kosovo staat op ons netvlies gebrand. Bij al het leed, waarvan we hoorden, komen ook de beelden, die we zien: van stervende kinderen, ouden van dagen, gebrekkigen, maar in ieder geval ontheemden. Heeft de NAVO-aanval de dreiging met de ondergang voor de Kosovaren versterkt en aangejaagd of stond het volk, ook los van de aanvallen, al onder de dreiging te worden uitgemoord? In het licht van het grote drama, dat zich daar voltrekt, is de vraag naar de eerste oorzaak ervan allang verbleekt. Wat er ook eerst was, het ei of de kip, enkele honderden kilometers van onze grenzen voltrekt zich een aangrijpende tragedie, waarvan men de beelden niet met droge ogen kan aanzien. Wiens hart blijft bij het zien daarvan 'een onbeschreven blad' of 'helder water waarin een beeld weerspiegeld kan worden?'
We vierden Pasen met een humanitaire ramp op de achtergrond, vlakbij in onze 'beschaafde' wereld. Er zal dan ook wel geen Paasdienst zijn geweest, waarin de gruwelen van Kosovo niet een plaats hebben gehad, zowel in de voorbede als in de prediking. Er was, gezien het grote leed, alle reden om in een Paasdienst ook psalm 42 te zingen, al was het maar plaatsvervangend voor de honderdduizenden zwaar getroffenen: 'k heb mijn tranen, onder 't klagen, tot mijn spijze dag en nacht; daar mijn spotters durven vragen: waar is God dien gij verwacht?'


'Waar is God?' Die vraag wordt zo vaak gesteld inzake lijden in de wereld. De vraag werd dezer dagen intussen gesteld of Pasen nog wel gevierd kon worden. In het dagblad Trouw schreef een pastor uit Groningen (Gerhard ter Beek): 'Oorlog in Kosovo maakt Pasen onmogelijk'. Letterlijk schreef hij: 'Hoe kan ik straks de Opstanding preken wanneer op paasmorgen 500.000 mensen in Europa ontheemd ronddwalen?' Als lid van de Nederlandse samenleving voelt hij (pacifist) zich mede verantwoordelijk voor het geweld, dat wordt uitgeoefend.
Het is niet voor het eerst, dat het al of niet kunnen vieren van Pasen direct wordt gekoppeld aan het oorlogsleed of andere vormen van lijden in deze wereld. Jaren geleden vroeg wijlen prof. dr. F. O. van Gennep hoe het nog te rijmen viel, dat één joodse mens uit de dood is terug gekomen, terwijl zes miljoen joden niet uit de dood zijn teruggekomen. Na Auschwitz was paasgeloof, in de zin van geloof in de lichamelijke verrijzenis van Christus, onmogelijk geworden.


Moeten en mogen we Pasen zó benaderen? Dan wordt het een binnenwereldlijk gebeuren, afhankelijk van wat wij mensen er in deze wereld van terecht brengen. Dan wordt God verantwoordelijk gesteld voor de gruwelen van verwoesting, die mensen aanrichten. De vraag is echter of we door de weeën van de geschiedenis heen de Openbaring nog zullen geloven en vandaaruit de Opstanding geloven. De vraag, die de Groninger pastor stelt, kan ook worden gesteld bij elk persoonlijk leed, dat een mens treft. Valt Pasen te belijden bij een open graf? Wat heeft echter een pastor zònder Pasen te vertellen bij een open graf? Is het niet juist zo, dat de eeuwen door over talloze graven heen het licht van Pasen heeft geschenen? Het graf, de dood en de oorlog zijn (nochtans!) een leugen, het leven overwint! Daaraan hebben miljoenen de tijden door zich mogen vastklampen. Mensen hebben door hun tranen heen beleden, dat ze hun doden niet konden terugverlangen, omdat ze wisten van het Paasleven, dat de hunnen beschoren was.

Vijanden
Valt vandaag geen Pasen te vieren omdat volkeren op de Balkan elkaar afslachten? Is niet juist in een tijd, waarin de gruwel der verwoesting genadeloos toeslaat, stille inkeer nodig?
Waarom toch Pasen? Omdat alleen Pasen de Hoop levend houdt. In de Psalmen en door de profeten wordt al Messiaans beleden hoe het onder de volkeren zou toegaan. 'De koningen der aarde stellen zich op, en de vorsten der aarde beraadslagen tezamen tegen de Heere en tegen Zijn Gezalfde' (Psalm. 2 : 2). Maar: 'Die in de hemel woont zal lachen'. Nochtans namelijk heeft God Hem tot Koning gezalfd over Sion.
Christus is niet gekomen in een wereld van lieverdjes maar van raddraaiers, niet van vredelievenden maar van oproerkraaiers. Hij zou zelfs, zegt Psalm 110, heersen temidden van Zijn vijanden. Die vijandschap treedt onder de volkeren aan het licht, waar machten huis houden en vrede wordt vertrapt. Daarvoor is God niet verantwoordelijk te stellen. Veeleer is het een wonder te noemen, dat Christus ging staan in de kraters van de dood, die de mens op zijn geweten heeft.


Zolang de wereld bestaat is het voorgekomen, dat volkeren oorlog tegen elkaar hebben gevoerd en elkaar naar het leven hebben gestaan. Het ene volk acht zich superieur boven het andere. Het nationalisme heeft de eeuwen door miljoenen slachtoffers geëist onder de volkeren. In Joegoslavië blijkt ook vandaag weer tot welk een gruwelijke genocide dit kan leiden. De tijd ligt nog niet zo ver achter ons, dat een volk in het 'beschaafde' Europa zich Herrenvolk waande en dat haar grote verleider zich beriep op verkiezing. Het Duitse volk was het 'door de Voorzienigheid verkorene' om de macht te hebben over Europa. Verkiezing als grond voor nationalisme? De Schrift kent slecht één verkoren volk, een volk van alle tijden en plaatsen, verkoren in de Opgestane (Ef. 1 : 4). Israël is van dat volk de eerst geroepene geweest. Niet zodra echter ook dat volk zich op verkiezing ging beroemen, om zo een bevoorrechte plaats boven andere naties in te nemen, ging het onder Gods roede door.


Het nationalisme wordt in de Schriften bij de wortel afgesneden. Christus is Kurios, Heere der wereld. Hij is dat ook over de puinhopen, die de volkeren onder elkaar aanrichten. En daarorn is het misleidend wanneer de Groninger pastor zegt, dat Pasen vieren door de oorlog in Kosovo onmogelijk is gemaakt. In de tekst van zijn artikel voegt hij 'vrijwel' toe: vrijwel onmogelijk. Nee, zeg ik daarop: nochtans mógelijk. We overschreeuwen onszelf niet en zeker het leed in de wereld niet wanneer we Pasen belijden in de kraters van onze dood.
Er is een volk in deze wereld, dat weet van bevrijding, die de Groninger pastor niet meer zegt te kunnen preken. Welke bevrijding? Het is een bevrijding, die door de dood heen en over dood, graf, leed en (oorlogs)dreiging heen, aan het licht treedt.
Mensen wensen elkaar soms een vrolijk Pasen. Daarachter zit niet meer dan paashaasgeloof. Maar is Pasen vieren juist niet lachen door de tranen heen? Vanwege Gods lachen om de dwaasheid van mensen en volkeren!

Kruis
Dit brengt me op een laatste punt van nabetrachting op het Paasfeest, dat we vierden, terwijl de verwoesting had toegeslagen in Kosovo. Hoe houdt de kerk des Heeren de Hoop levend?


Midden in de stille week beluisterde ik een NCRV-radiouitzending, waarin mensen uit het land vragen stelden of opmerkingen maakten over Pasen. Een luisteraar, die zich aankondigde als humanist, vond het een 'onzedelijk verhaal', dat iemand aan een kruis zijn bloed had gegeven voor de schuld van anderen. Een rooms katholiek hoogleraar (prof. Van lersel), die bij de microfoon zat om op de vragen of opmerkingen in te gaan, wilde wel beamen dat het een 'onzedelijk verhaal' was en wenste er dan ook mee af te rekenen. Paasboodschap zonder verzoening.
Een luisteraar liet weten grote moeite te hebben met wat de NCRV zo onder het volk bracht. De C in de naam betekent 'christelijk' en dat houdt de roeping tot navolging van Christus in. 'Nou ja, navolging?' reageerde de programmaleider. Liever 'bespreekbaar maken'. Vanwege de oppositie van luisteraars leek hij zelf even van zijn woorden te schrikken. Maar intussen. Het ongeloof bespreekbaar maken! Zo beleefde ik dat.

Ik ben zo weer terug bij het citaat van Voetius, over het hart als 'een onbeschreven blad' en 'als helder water, waarin een beeld weerspiegeld kan worden'. Hoe kan het beeld van Christus nog weerspiegeld worden wanneer de spiegel beslagen is of wanneer deze doorkerfd is met groeven, die mensen erin krassen door publiek geuite ongeloofstheorieën?


Er zijn in deze wereld de volkeren, die zich verheffen tegen Gods Gezalfde.
In het rumoer der volkeren, met volkerenmoord die daarmee samenhangt, komt ten diepste de vijandschap tot uitdrukking, die de zich superieur wanende mens koestert tegen de Vorst van de Vrede. Hun daden vloeken met Pasen.
Er is echter ook een andere, diepere vijandschap. Velen zijn geen navolgers van Christus, ze wandelen 'anders' zegt Paulus. 'Wenende' zegt hij van hen, dat ze 'vijanden van het kruis van Christus' zijn (Fil. 3 : 18). Die vijandschap zit er bij de mens diep in. Ze komt van tijd ook publiekelijk, zelfs vanuit de kerk, naar buiten. Dan is het wonder te groter, dat Christus niet voor vrienden maar voor vijanden de dood is ingegaan. Zo gloort over Zijn graf het Paaslicht. Maar Paasvrede staat niet los van gelóóf en navolging.

v. d. G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 april 1999

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Overpeinzingen na Pasen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 april 1999

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's