Hoe helpen we elkaar om te blijven studeren?
Nadere stappen ter stimulering van de voortgezette theologische studie
Dezer dagen zond het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond onderstaande brief aan hervormd gereformeerde kerkenraden en kerkenraadscommissies. Zeer geachte broeders,Hierbij vragen wij graag uw aandacht voor het volgende. Naar aanleiding van enkele recente benoemingen van hoogleraren en docenten aan de diverse theologische faculteiten in ons land, is binnen ons hoofdbestuur de laatste tijd regelmatig intensief gesproken over het belang van voortgezette theologische studie door predikanten in onze kring. Al vele jaren wordt ons voorgehouden, dat relatief slechts weinig van onze predikanten zich theologisch verder bekwamen door zich te specialiseren op één van de theologische vakgebieden. Dat zou zich dan weer wreken wanneer het aankomt op benoemingen op vaak strategische posten aan de theologische opleidingen.Onafhankelijk van de vraag of deze inschatting terecht is, is het zonder meer van groot belang wanneer predikanten, die daarvoor de aanleg en gaven gekregen hebben, zich door middel van gerichte studie ontwikkelen tot theologen, die met gezag kunnen spreken over bijvoorbeeld de uitleg van het Oude of Nieuwe Testament, de kerkgeschiedenis, de christelijke leer (dogmatiek) en het christelijke leven (ethiek) etc. etc. In het bijzonder denken wij daarbij (zeker voor de jongere generatie predikanten) aan studie, die tot doel heeft uit te monden in een zogeheten academische promotie. Hiervoor dient men een wetenschappelijke studie te schrijven, waarna men dan de titel van doctor verkrijgt. Indertijd zag Calvijn reeds het doctorenambt als het vierde ambt in de kerk, naast dat van ouderling, diaken en predikant. Van meet af aan is er in onze reformatorische traditie dus zicht geweest op het belang van deze dingen.Onze vraag aan u is nu, of u in kerkenraadsverband eens met uw predikant over één en ander van gedachten wilt wisselen. In hoeverre ligt het op de weg van uw predikant om zich door systematisch studeren verder te bekwamen in de theologie (al of niet in het kader van een promotie-onderzoek, want het kan natuurlijk ook anders)? Is het wellicht zo, dat uw predikant daar van God misschien wel de gaven voor gekregen heeft, en dat hij er ook wel voor voelt, maar dat het vele gemeentewerk hem elke gelegenheid ertoe eenvoudig ontneemt? Nogal wat predikanten, die wij onlangs enquêteerden, gaven aan, dat dit bij hen inderdaad het geval is. Wanneer dit ook voor uw predikant geldt, zijn er dan mogelijkheden om deze situatie te verbeteren? Hoe verhoudt zich één en ander tot het reguliere studieverlof waar uw predikant recht op heeft? Misschien is het voor uw predikant alleen al belangrijk te weten, dat u als kerkenraad hem in elk geval steunt wanneer hij bijvoorbeeld één dag per week niet in de gemeente komt, maar zich gericht bezig houdt met de theologische studie. Kortom, ons verzoek is of u het punt 'studie predikant' eens wilt agenderen voor een kerkenraadsvergadering zodra daar ruimte voor is (of wanneer er in uw gemeente een predikantsvacature is, zodra deze vacature weer wordt ingevuld). Laten we er eens wat tijd voor uittrekken om deze dingen eerlijk en open met elkaar door te spreken, vanuit het besef, dat het de gemeenten en de kerk uiteindelijk alleen maar ten goede komt, wanneer onze predikanten voldoende tijd vinden voor gerichte studie.Bij voorbaat danken wij u hartelijk voor uw bereidwilligheid en voor uw meedenken in dezen.Met broederlijke groet,voor het hoofdbestuur van deGereformeerde Bonddr. ir. J. van der Graafalgemeen secretaris
Zoals eerder in deze kolommen vermeld is het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond enige tijd geleden begonnen met het opzetten van een gericht 'studiestimuleringsbeleid' voor predikanten en andere afgestudeerde theologen. In het kader van dit beleid werd onlangs de bijgaand afgedrukte brief verzonden aan hervormd-gereformeerde kerkenraden en kerkenraadscommissies. De bedoeling is in kerkenraadsverband een gesprek op gang te brengen over de mogelijkheden voor de predikant(en) om zich verder te bekwamen in de theologie. Zijn er voor hen wellicht zaken die regelmatige studie in de weg staan, en waar in goed onderling overleg iets aan gedaan zou kunnen worden? De brief spreekt verder voor zichzelf.
In september vorig jaar werd in De Waarheidsvriend eveneens een brief afgedrukt in het kader van het studiestimuleringsbeleid. Deze brief is toen vrij breed verzonden aan hervormd-gereformeerde predikanten, en ook aan enkele theologen die geen predikant zijn maar bijv. werkzaam in het onderwijs (over deze laatste categorie hebben wij helaas geen compleet overzicht; mochten er onder hen anderen zijn, die bij deze dingen betrokken zouden willen worden, dan vernemen wij dat graag). In deze brief verzochten wij de geadresseerden ons iets te wilen melden over hoe zij persoonlijk met voortgezette studie bezig zijn, of er plannen zijn voor een promotiestudie, welke voetangels en klemmen zij hierbij ervaren etc.
Bemoedigd
Inmiddels ontvingen wij op dit schrijven van september jl. ruim 75 reacties. Ruim de helft hiervan kwam van mensen die ons berichtten voor de toekomst inderdaad (meer of minder concrete) plannen te hebben voor het schrijven van een dissertatie. De overigen gaven aan, waarom zij niet of niet meer in deze richting denken. Velen gaven aan, dat het gemeentewerk teveel tijd en energie vraagt om promotiestudie verantwoord te doen zijn. Anderen bleken naast het gemeentewerk al andere kerkelijke verantwoordelijkheden te dragen, waardoor ook voor hen geen tijd meer resteert voor gerichte studie. Weer anderen noemden hun leeftijd, gezinssituatie, of hun praktische (niet-wetenschappelijke) instelling. Ook degenen die om al deze begrijpelijke redenen niet aan promotie-studie dachten, gaven echter vrijwel zonder uitzondering aan het een goede zaak te vinden wanneer anderen aangespoord en gestimuleerd worden deze weg wél te gaan. Wij voelden ons door de vele reacties dan ook zeer bemoedigd om verder te gaan op dit ook voor ons als hoofdbestuur nieuwe terrein, waarop we met elkaar zoeken naar begaanbare wegen.
Promotieberaad
Eén van die begaanbare wegen om elkaar te helpen bij een gedisciplineerde voortgezette studie, is hopelijk het opzetten van een zogeheten promovendiberaad. Ook daarover schreven wij al eerder. Uit de door ons ontvangen reacties is gebleken, dat voor een dergelijke kring van doctorandi met promotieplannen inderdaad voldoende animo bestaat. Ruim twintig mensen gaven aan, aan dit halfjaarlijks te houden beraad deel te willen nemen. Onder hen waren er ook enkelen uit andere delen van de gereformeerde gezindte (m.n. enkele vrijgemaakt-gereformeerde theologen); ook zij zijn van harte welkom. De bedoeling is concreet, dat per bijeenkomst van dit beraad twee mensen (één 's morgens en één 's middags) de gelegenheid ontvangen een tekst te presenteren die zij in het kader van hun studie geschreven hebben (bijv. een concept-hoofdstuk van hun proefschrift). Daarover kan dan een gesprek ontstaan, waarvan niet alleen de betrokkene maar ook alle anderen weer de vrachten kunnen plukken. Ook in andere verbanden worden dit soort dagen wel gehouden, en zij blijken dikwijls zeer stimulerend te werken. We zijn blij dat de beide docenten die een leeropdracht hebben namens de Gereformeerde Bond, prof.dr. A. de Reuver en dr. W. Verboom, bereid zijn aan dit beraad leiding te geven.
Inmiddels is een datum gepland voor een eerste verkennende bijeenkomst van het beraad, te weten donderdag 3 juni a.s. Voor deze eerste ontmoeting, waarbij we de bedoelingen van het beraad nader willen toelichten, doorspreken over de te volgen werkwijze etc, kunnen we volstaan met een morgenbijeenkomst. Deze vindt D.V. plaats in .... Zij die hun belangstelling getoond hebben voor het promovendiberaad ontvangen hi.ervoor ook een persoonlijke uitnodiging. Mochten er andere doctorandi in de theologie zijn die deze morgen zouden willen bijwonen, dan vernemen wij dat graag.
Financiële ondersteuning
Van diverse zijden werd ons ook gevraagd naar mogelijkheden die er zijn voor financiële ondersteuning van promotie-studies. Nu behoort het noch tot de mogelijkheden noch tot de verantwoordelijkheden van het hoofdbestuur om onderzoekers voor bijvoorbeeld een deel van de werktijd aan te stellen voor het verrichten van het promotie-onderzoek. Wel zijn er altijd al beperkte subsidies gegeven aan theologische promovendi uit onze kring voor bijvoorbeeld de aanschaf van studieboeken en de financiering van de uitgave van een proefschrift. Ook over de richtlijnen die wij hiervoor hanteren, is onlangs een brief verzonden naar hervormd-gereformeerde theologen van wie we weten dat zij promotieplannen hebben.
Gegevensbestand specialisaties
Een laatste onderdeel van het studiestimuleringsbeleid waarvan we hier melding willen maken, betreft het aanleggen van een bescheiden gegevensbestand ('data-base'), waarin vastgelegd is welke theologen op een bepaald deelterrein binnen de theologie gespecialiseerd zijn, of bezig zijn zich daarin te specialiseren. (Uiteraard behoeft dit niet perse te betekenen dat men in het betreffende vakgebied gepromoveerd is; ook op andere wijze kan men zich een zekere deskundigheid en gezag verwerven).
'We hebben inmiddels een begin gemaakt met het opzetten van een dergelijk bestand. Daarbij werd duidelijk, dat er eigenlijk nauwelijks nog volledig 'witte plekken' zijn. Wel bleek, dat tot dusver helaas slechts weinig hervormd-gereformeerde theologen zich specialiseren op terreinen als catechetiek, pastoraat, gemeente-opbouw, ethiek en godsdienstwetenschappen/religieuze stromingen. Ook het aantal oud- en nieuwtestamentici is nog betrekkelijk gering. Op al deze (en andere) terreinen is nog veel werk te doen. We hopen, dat in de toekomst diegenen onder ons, die zich nog op een specialisatiekeuze, oriënteren, zicih mede de vraag zullen stellen op welke terreinen de behoefte aan vakbekwame theologen het grootst is. Daarbij kan genoemd bestand (dat wij overigens niet openbaar kunnen maken) wellicht nuttige diensten bewijzen. Op verzoek kan bijvoorbeeld door het bureau van de Gereformeerde Bond aangegeven worden, van hoeveel theologen bekend is dat zij binnen een bepaald deelgebied van de theologie actief zijn.
Gereformeerd belijden
Als hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond hopen we op deze wijze een bijdrage te kunnen leveren aan de bevordering van de gereformeerde theologie in ons land. We doen dat vanuit de overtuiging dat de Kerk en de gemeenten werkelijk gediend zijn met een brede en diepe theologische doordenking die opkomt uit en gevoed wordt door het klassiek-gereformeerde belijden van de kerk. Wat onszelf betreft zijn we blij ons op deze wijze te kunnen richten op zaken die al te lang te weinig aandacht gekregen hebben, doordat zoveel van onze tijd en energie opgeslokt werd door het Samen op Wegproces. Hoewel dat laatste zonder twijfel ook in de toekomst onze diepgaande bezinning zal blijven vragen, en niemand weet hoe hevig het ons nog zal beroeren, menen wij ons er niet langer door te moeten laten weerhouden om ook andere zaken die we ook op onze weg zien liggen aan de orde te stellen. Daartoe behoren ook de hier ontvouwde plannen in het kader van de stimulering van voortgezette theologische studie. Wij hopen en bidden dat God ons in de uitwerking van deze plannen wil zegenen, en dat dat ook mag gelden voor allen die zich geroepen voelen om zich op welke wijze dan ook gericht verder te bekwamen in de theologie.
Voor het hoofdbestuur van
de Gereformeerde Bond,
dr. ir. J. van der Graaf
dr. G. van den Brink
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 april 1999
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 april 1999
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's