Heilshistorie in het Oude Testament (7)
Naast vele andere dingen waarvoor K. Schilder belangstelling had, besteedde hij ook veel aandacht aan de homiletiek (predikkunde). Daardoor beïnvloedde hij veel studenten de college bij hem liepen. Als zij predikant werden, was het altijd in hun prediking te horen, dat zij op college onder het gehoor van Schilder hadden gezeten. Zijn invloed was en bleef groot, zelfs toen hij er niet meer was. Vele predikanten hielden zich aan de manier van preken waarin hij was voorgegaan en zoals hij die had gedoceerd.
Met het oog op het heden
Het kon wel eens zijn dat K. Schilder ons in deze tijd meer te zeggen heeft dan wij willen aannemen. Onder ons wordt er veel gesproken over de boodschap en de kloof. Dat wil ondermeer zeggen dat de vraag leeft óf de boodschap die gebracht wordt wel altijd landt. Komt zij wel over bij jongeren en ouderen? Is de leefwereld van maandag tot en met zaterdag niet een andere dan die waarmee zij op zondag in de prediking worden geconfronteerd d.i. in aanraking worden gebracht.
Met de vraag van de landing van de prediking zitten niet alleen de predikanten. Het zal ons niet onbekend zijn, hoe deze vraag als aandachtspunt op de agenda van menige kerkenraadsvergadering staat. Dat is een legitiem aandachtspunt!
Kohlbrugge maakte de opmerking: 'Werpt het Woord er maar in…'. Persoonlijk wil ik daar niets vanaf doen. Maar de vraag is wel: hóe werpen wij het Woord erin? En dan denk ik in dit verband niet alleen aan de methode. Het zal duidelijk zijn dat de taal en stijl in 1999 een andere behoort te zijn dan die van vijftig óf honderd jaar geleden. Taal en stijl zijn in de loop der eeuwen geëvolueerd. Dat doen zij nog altijd! Wie als predikant zijn oude preken bewaard heeft en ze nog eens doorleest, zal moeten bekennen dat hij nu anders spreekt en schrijft. Doorgaans zijn de zinnen veel korter en woorden die tóen verondersteld werden gekend te worden, worden nu vertaald c.q. omschreven.
Wie wat de taal en stijl betreft nog altijd spreekt en schrijft zoals dertig jaar geleden, zal zeker als predikant opmerken dat dit de boodschap in de weg staat. De kloof die er al bestaat wordt alleen maar groter.
Taal en stijl zijn belangrijk! Wat ons duidelijk zal zijn: zij mogen geen sta-in-de-weg zijn. De boodschap mag en moet gehoord worden in de stijl en taal van onze tijd. Niet vulgair, doch waardig. En ook eigentijdse taal en stijl kunnen waardig zijn.
Naast stijl en taal moet ons nog méér bezighouden de inhoud van de boodschap. Ik mag graag nog wel eens preken lezen van predikanten die ik in mijn jonge jaren heb gehoord en die tot veel zegen zijn geweest. Nog altijd komen de bewogenheid en de warmte mij tegemoet. Wat een bewogenheid in het aanwijzen en aanprijzen van Jezus Christus. Zij waren echte bruidswervers. Met zeer veel respect denk ik aan ze terug. Als een werktuig in Gods hand zijn ze gebruikt en dat is door geen leed uit mijn geheugen te wissen.
Wat mij wel opvalt bij het lezen van hun preken is dat de leefwereld volstrekt anders was dan die van onze tijd. De wereld was nog o zo klein. Wat er elders op de wereld gebeurde, hoorde men na een paar dagen of soms zelfs wel na een week. Nu hoort óf ziet men binnen een halfuur óf nog korter wat er aan het einde van de wereld gebeurt. Ook komen wij nu met vragen in aanraking die toen niet leefden. Ook in de gemeente werden andere vragen gehoord dan in onze tijd. Ik kan mij vergissen, maar de vraag 'hoe zal ik rechtvaardig verschijnen voor God?' werd meer op huisbezoek aangetroffen dan in 1999. Ik zeg niet dat deze vraag er nu niet meer is, toch hoort men bij ouderen en jongeren veel meer de vraag: Wie is God? Wat heeft Hij in mijn bestaan, in de wereld te zeggen?
Deze vragen hebben te maken met een andere context waarin wij leven. Het gevaar is daarom aanwezig, dat men op de kansel zich bezighoudt met het beantwoorden van vragen die er niet zijn.
Is daarmee dan gezegd, dat de vraag van Luther niet meer legitiem is? Deze vraag is en blijft een wettige vraag! De rechtvaardiging van de goddeloze door het geloof om niet, behoort een plaats te hebben en te houden in de prediking. Voor mij is dat onopgeefbaar! Het is en blijft wel een vraag, hoe wij dat vertalen, zodat dit opnieuw gaat leven. Want naar mijn mening bestaat de kloof niet hierin dat er slecht geëxegetiseerd wordt, maar hoe brengen wij het over naar mensen in deze tijd die meer oog hebben voor wat zij zien dan dat zij oor hebben voor wat zij horen.
Het moet gezegd worden dat preken in geen enkele tijd gemakkelijk is geweest. Maar soms schijnt het in onze tijd een onmogelijke zaak. Als wij dit werkelijk ervaren is dat nog niet eens zo erg. Want naast conferenties waar over deze dingen gesproken wordt, zal er dan veel gebed zijn. Gebed om wijsheid! En de belofte dienaangaande is: 'En indien iemand van u wijsheid ontbreekt, dat hij ze van God begere. Die een iegelijk mildelijk geeft en niet verwijt; en zij zal hem gegeven worden'.
Exemplarisch
Omstreeks 1930 begint K. Schilder scherpe kritiek te leveren op de traditionele manier van preken. Het exemplarisch preken stond hem tegen. Onder exemplarisch preken wordt verstaan dat een bepaalde figuur uit het Oude of Nieuwe Testament als voorbeeld in de prediking aan de gemeente wordt voorgehouden. Ik denk in dit verband aan Jozef, hoewel ik ook een ander voorbeeld kan geven, want er zijn er legio in het Oude Testament. Het zal bekend zijn dat Jozef in zijn leven het een en ander heeft meegemaakt. Het is niet zo moeilijk om wat hij heeft meegemaakt geestelijk te verklaren. Als men dat wil kunnen er in het leven van Jozef allerlei standen van de genade worden opgemerkt. Nu moet men mij niet verkeerd begrijpen: ik geloof stellig in standen van de genade. Het geloof is niet altijd hetzelfde. Het kent zijn hoogte- en dieptepunten en alles wat daartussen ligt. Maar om die standen nu af te gaan lezen in het leven van Jozef gaat mij net iets te ver. Jozef heeft zijn plaats ingenomen in de geschiedenis. En buiten kijf staat het dat hij daarin een voorname plaats heeft ingenomen en van belang is geweest voor Egypte én voor zijn eigen volk: Israël. Maar daarin hebben wij hem dan ook te laten. Allerlei geloofsstadia vallen daaruit voor het heden niet af te lezen. Gebeurt dit wel, dan doet men de tekst en de context geen recht.
Schilder was vuurbang voor het exemplarisch preken. Meer dan eens is hij fel tekeer gegaan als hij weer eens vernam dat mensen die in de geschiedenis een goede óf een kwade rol gespeeld hadden als een voorbeeld aan de gemeente in de prediking werden voorgehouden.
Dat Schilder ongemeen fel kon zijn, lag niet alleen aan zijn karakter. Bij hem sprak óók een grote eerbied voor de Schrift. Evenals bij Luther leefde het bij hem: zij zullen het Woord laten staan! En dan zo laten staan als de Heere het had geopenbaard. In het Woord moest niets gelegd worden wat meer met de rijke fantasie van een mens had te maken dan met de openbaring door de Heilige Geest.
Voor Schilder bestond de Bijbel niet uit allerlei losse verhalen, waarin vrome of zondige mensen een rol speelden. Wie zo met de Schrift omging, deed veeleer aan inlegkunde dan dat er uit zijn uitleg van de Schriften eerbied voor het Woord sprak. Ik moet zeggen het in grote delen met Schilder eens te zijn. Daarbij maak ik wel de opmerking dat zelfs Schilder en zijn volgelingen niet helemaal ontkomen zijn aan het exemplarisch preken. Ook is hij later iets milder daarover gaan denken, ofschoon hij nooit van de heilshistorische benadering van de Schriften die hij voorstond is afgestapt. Maar nogmaals: dat alles had met de eerbied voor het Woord Gods te maken.
Soms wordt K. Schilder wel eens verweten dat hij het niet zo op de bevinding van het geloof had. Bevinding zou gevonden worden bij 'schuurtjesmensen', maar niet bij mensen die de Schriften hoorden uit te leggen zoals zij uitgelegd behoren te worden.
Echter… K. Schilder was niet tégen bevinding. Hij kende de gerefonneerde traditie. Hij kende de bevinding van het geloof. Hij had daarvan gelezen. Hij had deze aangetroffen in de geschriften van de Reformatie en de Nadere Reformatie. Maar dat niet alleen! Hij kende ook de bevinding van het geloof heel persoonlijk. Wat voor hem echter van groot belang was is dat deze bevinding, beproefdheid niet opkwam uit een klein deel van de Schrift of van een enkele persoon die bepreekt werd, maar de bevinding kwam op uit de gehele Schrift. En dan is het goed te verstaan dat Schilder sprak zoals hij sprak. Hij had immers grote eerbied voor het gehele Woord!
Gevaar
Met Schilder zie ik inderdaad een gevaar in het exemplarisch preken, ofschoon ik hierover wel iets genuanceerder denk dan Schilder deed die aanvankelijk ongemeen fel tekeer ging als hij hierover hoorde.
Het gevaar bestaat hierin, dat men bijvoorbeeld iedere persoon die men uit het Oude Testament behandelt een en dezelfde weg laat gaan. Men leest in de weg die de Heere met hem gaat ellende, verlossing en dankbaarheid af. Dat deze persoon een plaats heeft gehad in de heilsgeschiedenis wordt daarmee vergeten. De plaats die een persoon daarin inneemt, moet men laten voor wat zij is! Gaat men zijn historie vergeestelijken en daarin dus veel meer aflezen dan er staat geschreven, dan kan dit zeer ongeestelijk zijn.
Op een ander gevaar dat bestaat, heb ik al eens in een ander verband gewezen. Ik denk aan wat Brienen noemt: de classicifatiemethode. Een gemeentelid kan zich zo gaan vereenzelvigen met een persoon dat hij meent dat hij dezelfde weg en stadia moet doorwandelen als de bijbelse persoon met wie hij zich identificeert. Laten wij voorzichtig zijn. De Heere gaat met eenieder van Zijn kinderen een andere weg. Op kruispunten komen zij elkaar tegen, maar daartussendoor worden soms heel andere dingen beleefd en ondervonden.
Kort samengevat: bij exemplarisch preken bestaat het gevaar dat er dingen in een persoon of in een voorval worden geperst die volstrekt niet terzake doen.
Heilshistorische benadering
Na dit kleine uitstapje kom ik weer terug bij K. Schilder. Hij is zeer geporteerd voor een heilshistorische benadering van de Bijbel. Doch hierover een volgend keer meer.
G. S. A. de Knegt, Bennekom
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 april 1999
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 april 1999
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's