De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

5 minuten leestijd

In het Tijdschrift voor Nederlandse Kerkgeschiedenis schreef John Exalto een artikel over 'De ambtelijke lijdensweg van Cornelis Vermaat (1874-1960)', aanvankelijk dominee in de Gereformeerde Kerken, later (na 'Assen' 1926) binnen de Gereformeerde Kerken In Hersteld Verband (H.V.), waar hij zich vanwege de ontwikkelingen in die dagen binnen de Gereformeerde Kerken keerde tegen 'het confessinalisme'. Hier volgt wat in deze bijdrage staat onder het opschrift 'duisternis':

'Op 14 januari 1934 legde ds. Vermaat zijn ambt als dienaar des Woords neer. "Zeer noode" berustte zijn H.V.-classis in dit besluit. "Hoezeer wij de hooge en ernstige motieven, die hem tot dezen stap geleid hebben, ook eerbiedigen, dit neemt niet weg dat wij het gemis voelen wegens de groote plaats, die ds. Vermaat om zijn persoon en werk in ons kerkelijk leven Innam." Wat die hoge en ernstige motieven waren, daarover hebben we geen schriftelijk verslag van Vermaat zelf. Het leek vooral dit te zijn, dat Vermaat bij zichzelf ontdekte geen ernst te maken met de norm van het Koninkrijk van God (Mt. 6 : 33). Die norm had hij de Gereformeerde Kerken voorgehouden in zijn artikelenserie over het "confesslonalisme", die norm had hij zijn mede H.V.-ers In zijn referaat uit 1930 voorgehouden; zijn pleidooi op de Gereformeerde Predikantenvergadering hield Iets dergelijks in en hij weigerde zich aan de beslissingen van de Asser synode te conformeren omdat zij niet eerst Christus zocht, maar zichzelf. De vraag of hijzelf wel aan de norm van het "Zoek eerst het Koninkrijk Gods" beantwoordde, moest hij in radicale eerlijkheid ontkennend beantwoorden: hij ontdekte In zichzelf de goddeloze hoogmoed van het eigen ik. Vermaat meende niet langer het ambt waardig te zijn, het werd hem een ondraaglijke last "Hij had lang en hardnekkig, willens en wetens, tegen God gezondigd. Daarom was hij losgeslagen en verscheurd. Hij moest opnieuw beginnen en tastend zijn weg zoeken." Jaren van aanvechting en geestelijke duisternis volgden.
Toen Buskes hem eens bezocht, vroeg Vermaat – hij "richtte zich ineens rechtop, een en al angst" – of hij van God of van de duivel kwam. Buskes zei dat hij van God kwam. Vermaat sprak toen tegenover hem een aangrijpende biecht uit en vroeg hem de handen op te leggen en In Christus' naam zijn zonden te vergeven. "Het Is de enige keer in mijn leven geweest, dat Ik dit gedaan heb", schreef Buskes later. "Geestelijk was Ik volslagen leeggelopen. Maar de angst week bij Vermaat en het hart van deze gekwelde vond rust In God."
Buskes' handoplegging had veel weg van gebedsgenezing. Bij monde van H. H. Kuyper had gereformeerd Nederland reeds in 1898 tegen gebedsgenezing gewaarschuwd. Aan de wieg van de protestantse vorm hiervan stond de Duitse predikant Johann Christoph Blumhardt, die dit In zijn gemeente Möttlingen begon te praktiseren. Blumhardt zag een verband tussen zonde en ziekte en riep derhalve degenen die hem om hulp verzochten op hun verborgen zonden voor God te belijden. Vermaats zuster, de schrijfster Wilma, bezocht in haar leven een aantal keren Möttlingen en was nogal geporteerd voor deze beweging. Het zal mede op haar instigatie geweest zijn dat Vermaat in december 1934 samen met haar de reis naar Möttlingen ondernam, teneinde enige verlichtliig te vinden voor zijn geestelijke nood. Blumhardt was reeds overleden, maar zijn werk werd door het "Christliches Erholungshelm Rettungsarche Möttlingen" voortgezet.' De gebedsgenezing werd gecontinueerd onder meer door Jacob Walz, voormalig houthakker in het Schwarzwald. Met deze Walz onderhield Wilma een briefwisseling. Broer Kees was daar soms het onderwerp van gesprek.
Het bezoek mocht echter niet baten. Vermaats geestelijke nood werd door de Möttlingers niet verstaan, hoewel hij wel enige verilchting ontving. Hij keerde onverrichter zake terug naar Baarn. Gered van een naderende waanzin, volgens Wilma. In leder geval was de geestelijke duisternis niet altijd even zwart en uitzichtloos, want zo nu en dan trad Vermaat nog In het openbaar op. Zo hield hij In 1936 op een Woudschoter conferentie een voordracht over het Evangelie van Paulus. Op de conferentie van de Nederiandse Möttlinger broeders sprak Vermaat in 1935 over zijn geloof en aanvechtingen. Hij Het zich ook bewegen zo nu en dan een "stichtelijk woord" te spreken in één van de H.V.-gemeenten, maar weigerde de kansel, "het voetstuk". Zo bleef Vermaat ook na zijn ambtsneerlegging actief. Maar de meeste tijd leek hij gewijd te hebben aan denken en schrijven, wat in direct verband stond met zijn geestelijke ontreddering, die hij door de jaren heen met vele ups en downs te boven leek te komen. Uitgevers zagen geen brood in zijn manuscripten; die zijn daarom na zijn dood met het hele archief door de papierversnipperaar gegaan. Uit de briefwisseling met zijn zus Coba in Pretoria krijgt men de Indruk dat Kees en Coba beiden een zeker gevoel van ressentiment koesterden jegens de orthodoxie van hun jeugd. Vooral de calvinistische opvatting van de predestinatie moest het ontgelden."

v. d. G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 april 1999

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 april 1999

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's