Globaal bekeken
'Ruim duizend kerkverlaters; waar zijn ze gebleven?', zo luidt de kop van een artikel in de 'Gereformeerde Kerkbode' (vrijg. geref.). Hieruit het volgende:
'Het nieuwe Handboek van onze kerken is verschenen. Meestal trekt het jaaroverzicht van de redacteur, dr W. G. de Vries, de aandacht. Ook de statistische gegevens halen vaak de krant. De groei van de kerken neemt af. "Groei kerk stopt na jaar 2000" kopte het ND. Een van de oorzaken: de kerkverlating neemt toe. Vorig jaar is het aantal mensen dat zich heeft onttrokken de duizend gepasseerd (1051). Dat is het ledental van een grote gemeente! Vergeleken met 1997 (917) is het aantal onttrekkingen met ongeveer vijftien procent toegenomen! (…)
Waar zijn de kerkverlaters gebleven? Waar zitten de verschuivingen vergeleken met voorgaande jaren? Oók daarover geeft het Handboek informatie. Van de 1051 gaat een deel naar een andere kerk. Vooral naar de Nederlands Gereformeerde Kerken (92), de Christelijke Gereformeerde Kerken (86), de (synodaal) Gereformeerde Kerken (91) en de Nederlandse Hervormde Kerk (66). Verder ruim 100 naar "overige kerken".
Totaal ruim 450. Bijna 200 kerkleden vertrokken zonder zich bij een andere kerk aan te sluiten.
Een verschuiving zien we bij degenen die met onbekende bestemming vertrokken zijn: in 1997 waren dat er 186, in 1998 maar liefst 408.'
In De Hervormde Vrouw (Bond van Ned. Herv. Vrouwenverenigingen op G.G.) schrijft dr. A. van Brummelen over Overorganisatie:
'Een zeker Nederlands bedrijf had een roeiwedstrijd tegen een Japans bedrijf georganiseerd. De wedstrijd zou met een achtmans boot op de Maas gehouden worden. Beide roeiploegen trainden hard en lang om goed voor de dag te komen. Toen de dag kwam waren beide teams in topvorm. Toch wonnen de Japanners met een voorsprong van maar liefst een kilometer.
De Nederlandse ploeg was zwaar aangeslagen en de oorzaak van deze nederlaag moest absoluut boven water komen! Het topmanagement liet een projectteam vormen om het probleem te onderzoeken en aanbevelingen te doen. Na langdurig onderzoek bleek dat de Japanners zeven man hadden die roeiden en één man, die stuurde, terwijl in het Nederlandse team één man roeide en zeven man stuurden.
De leiding nam hierna een adviesbureau in de arm voor een studie naar de structuur van het Nederlandse team. Na enkele maanden van aanzienlijke inspanningen kwamen deze adviseurs ook tot de slotsom dat er teveel mensen stuurden en te weinig mensen roeiden! Om de volgende nederlaag te voorkomen, werd de groepsindeling ingrijpend gewijzigd: er kwamen nu vier stuurlui, twee hoofdstuurlui, een stuurmanager en één roeier. Bovendien werd een prestatiewaarderingssysteem ingevoerd om de ene roeier nog meer te stimuleren. Het jaar daarop wonnen de Japanners weer, ditmaal met een voorsprong van maar liefst twee kilometer! Het management ontsloeg daarop de roeier wegens slechte prestaties, verkocht de roeispanen en stopte verdere investeringen in een nieuwe boot. Het adviesbureau werd geprezen, het resterende geld werd onder het management verdeeld…'
In het Reformatorisch Dagblad, stond een vraaggesprek met mevr. J. Dankers-van der Poel te Waddinxveen over haar vader, wijlen ds. Joh. van der Poel, predikant van de Oud Gereformeerde Gemeenten. Uit dit vraaggesprek de volgende 'krenten':
• 'Vader kon vaak heel stil zijn, zegt mevrouw Dankers. "Hij leidde een ernstig leven, leefde echt in het besef van een naderende eeuwigheid. Maar vader kon ook heel vrolijk zijn. Zelf zei hij een lacherige natuur te hebben. Zo collecteerde hij soms op catechisatie zelf, met zo'n lange stok, en maakte dan opmerkingen als: Ik voel het al, dit is een cent, maar o, wacht, dat is een stuiver."'
• 'Kerkisme was ds. Van der Poel ten enenmale vreemd. Hij zei: "Ik heb geen kerk. Wat moet ik met een kerk doen? Ik weet met mijzelf al geen raad. Nee, ik ben blij dat ik geen kerk heb. Maar het grootste, eeuwige wonder zal zijn als ik er een van die kerk mag zijn die door bloed gekocht en betaald is."'
• 'Als vader thuiskwam, dan ging de preekjas uit, en was het eerst even stoeien met de hond. Ook hield hij van paarden. Vader wilde altijd met paarden begraven worden. Dat is ook gebeurd.
Mevrouw Dankers herinnert zich haar vader ook als een echt natuurmens. "Als het eens wekenlang geregend had, en het wilde maar niet droog worden, dan ging hij soms met de rug naar het raam zitten. Dan zei hij zacht: 'Heere, ik kan het niet meer aanzien'. Maar als de regenboog weer aan de wolken stond, dan sprong zijn hart op van vreugde.
Vader hield veel van het koningshuis. In Vianen zag hij ooit de Koningin. Hij was er ontroerd van. Eens zei iemand op gezelschap: 'Dominee, geeft u nou eens een versje op'. Toen zei hij: 'Laten we dan het Wilhelmus maar zingen'."'
v. d. G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 april 1999
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 april 1999
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's