Open brief aan alle orthodoxen in de Nederlandse Hervormde Kerk
Kerk
We staan als gereformeerde belijders in de Hervormde Kerk op een cruciaal punt in de geschiedenis van onze kerk. Waar doen wij, die de gereformeerde belijdenis van onze kerk liefhebben goed aan? Wat zal onze houding zijn? Maar meer nog moet de vraag zijn: wat is onze roeping? De roeping van Schrift- en belijdenisgetrouwen is toch om de kerk te bewaren bij haar fundament? Anders gezegd: om de waarheid te verbreiden en te verdedigen in onze kerk? De Gereformeerde Bond tot verbreiding en verdediging van de Waarheid in de Nederlandse Hervormde kerk heeft die roeping altijd verstaan, evenals de Confessionele Vereniging en andere belijdenisgetrouwen. Maar onze kerk heeft in de loop van de tijd veranderingen ondergaan. Nu door het SoW-proces twee andere kerken op ons pad zijn gekomen, een proces dat velen binnen de orthodoxie niet hebben begeerd, hebben wij ons wel opnieuw te bezinnen op onze roeping. Is het niet onze roeping om ook binnen de SoW-kerken de waarheid te verdedigen en te verbreiden? De confessionelen met Hoedemaker en ook de Gereformeerde Bond zijn toch juist altijd in de kerk gebleven om het geweten van de kerk te zijn inzake haar belijdenis? Uitgangspunt voor een confessionele kerkleer is antwoord 54 van de Heidelbergse Catechismus: 'Gods Zoon vergadert, beschermt en onderhoudt de kerk'. De kerk ontstaat niet op basis van vrijwillige aansluiting bij, of oprichting van een bepaald kerkverband. De kerk is geen vereniging die men kan stichten en weer kan ontbinden. Christus onderhoudt de kerk, dat is geen vraag. De vraag is of wij onze roeping in die kerk verstaan.
Roeping
Het is deze bovengenoemde ecclesiologie die ons onze roeping juist doet verstaan. Indien wij onze roeping ook in dit tijdsgewricht juist willen verstaan, dan moeten we ons afvragen welke kansen er nu liggen. En moeten we dan ook niet zeggen, dat het SoW-proces ons al veel kansen heeft gegeven om het inhoudelijke gesprek weer aan te gaan? Er wordt in de Nederlandse Hervormde Kerk sinds het fusiebesluit, toen er druk op de ketel kwam, weer intensief met elkaar gesproken over de modaliteitsgrenzen heen. Dat was in jaren niet gebeurd. Er wordt weer gesproken met elkaar, ook over kernzaken, zoals belijdenis, kerk-zijn en evangelie verkondiging in deze geseculariseerde tijd. Dit was jaren niet het geval. Iedereen zat in eigen (sub)modaliteit, kerk te zijn. Het modaliteitengesprek kwam niet opgang. Nu staat onder druk van het SoW-proces het kerk-zijn weer op de agenda van nagenoeg alle kerkenraden. Als er geen enkele druk op het proces zat, zou bij veel hervormd gereformeerde kerkenraden het gesprek over wat het inhoudt om samen als hervórmden kerk te zijn, niet op de agenda staan. Door de bespreking van kerkorde- en ordinantieartikelen, zijn alle belangrijke dingen waar we als kerk een standpunt over moeten bepalen weer aan de orde gekomen. Ook de vraag hoe levend de belijdenis wel is. Verder worden we gedwongen na te denken over andere belijdenissen, waarbij we ook weleens op andere gedachten komen: 'Sinds de artikelen over de Augustana (Augbergse Confessie) van prof. dr. A. de Reuver in de Waarheidsvriend, kan niemand daar meer iets tegen hebben', zo zei een vooraanstaand lid van de GB op de hervormde synodevergadering van 19 maart jl. Wij vragen ons af: wanneer werd na 1951 zo intensief en zo langdurend gesproken over de grondslag van de kerk? De kerkorde van 1951 wordt door vele orthodoxen nu haast als onopgeefbaar gezien, terwijl veel orthodoxen er toen op tegen waren. Kortom: het SoW-proces heeft ons als rechtzinnigen achterstallig huiswerk gegeven, en we zijn het met veel tegenzin gaan maken. Maar als wij als gereformeerde belijders nu ons huiswerk zouden laten nakijken en het blijkt dat we als antwoorden alleen hebben kunnen geven: 'We zijn tegen' of 'Stop SoW' of 'Las adempauze in', dan moet ons huiswerk een dikke onvoldoende krijgen.
Elkaar nodig
Als we zeggen: 'Geef hervormd gereformeerde (wijk)gemeenten de mogelijkheid plaatselijke regelingen te maken waarin ze kunnen uitspreken dat ze hervormd willen blijven overeenkomstig het gereformeerde belijden', en ook als we pleiten voor afzonderlijke hervormde classes dan is dat een verlaten van onze doelstelling en staat dat op gespannen voet met onze roeping. Tegen dit separatisme heeft de Bond zich juist altijd verzet. Dat was haar geestelijk leven: verbreiding en verdediging in de hele Hervormde Kerk. Als we het gesprek nu opschorten, verloochenen we deze doelstelling. Juist de nadruk die wij leggen op de verbondsverwachting én op de trouw aan de belijdenis, zou ons moeten motiveren om met allen in de SoW-kerken het gesprek te blijven aangaan. Juist vanwege het geding om de Waarheid. Nu zijn daar kansen. Als we als orthodoxie het er nu bij laten zitten, komt het er voorlopig helemaal niet meer van. Dan zal ook het gesprek tussen rechtzinnigen onderling niet meer gevoerd worden. Daarom doen we een beroep op al onze orthodoxe broeders en zusters om mee te blijven doen. We hebben elkaar juist zo heel hard nodig.
Mogelijkheden
Er zijn in deze tijd binnen de kerk nieuwe mogelijkheden voor het modaliteitsgesprek, maar ook zijn er nieuwe mogelijkheden voor zending en evangelisatie in ons land. Ook voor die opdracht van Christus hebben we elkaar nodig. Sommigen zullen zeggen, dat het SoW-gesprek een gesprek onder dwang is. Maar zou God daar ook nog iets mee voor kunnen hebben? Zou het toch niet ook als een zegen gezien kunnen worden, dat we in de breedte van de Nederlandse Hervormde Kerk (nog afgezien van het gesprek met de GKN en de ELK), weer met elkaar in gesprek zijn over dingen die we als orthodoxen graag aan de orde gesteld zien? Wie weet wat gesprekken tussen mensen vanuit verschillende geledingen in de kerk uit kan werken? Geven we de Geest daarin ook nog een plaats? Zou het niet ook zo kunnen zijn, dat we samen een nieuw leerproces in moeten gaan om weer opnieuw tot een zegen te kunnen zijn voor ons volk?
Appèl
Het is de hoge roeping van ons, die de traditie van de kerk hoog willen houden, om in heel de kerk, en het liefst nog daarbuiten, de waarheid te verbreiden en te verdedigen. Dat is de taak, de roeping van rechtzinnigen, van hervormd gereformeerde belijders. Daarom doen wij in liefde een dringend appèl en roepen wij alle orthodoxen op, deze taak die wij van Godswege hebben opgelegd gekregen, niet te verzaken. Het gesprek nu op zijn beloop laten, is een verzaken van onze roeping.
Omwille van het behoud van de kerk
We staan op een cruciaal punt. De huidige situatie in de kerk vervult ons met zorg. Het gaat er om spannen in de orthodoxie. Nu zal moeten blijken hoeveel ze waard is voor de kerk zelf en voor de roeping van de kerk in deze wereld. Als we er alleen op uit zijn om het SoW-proces te frustreren door alleen maar te roepen dat het niet door moet gaan, in plaats van onze roeping te volgen, dan is onzes inziens het einde van de geloofwaardigheid van de doelstelling van de orthodoxie in de Hervormde Kerk (nl. om het geweten van die kerk te zijn) nabij. Dan neemt ze alleen genoegen met een gedoogfunctie in een modaliteit en dan stagneert het gesprek. Dan is haar doel verder weg dan ooit. Nu is het de tijd om te blijven zeggen waar de orthodoxie voor staat. Nu is het de tijd, om als leden van de kerk die de Schrift en de belijdenis trouw willen blijven, in de Hervormde Kerk de intense discussie om het wezen van de kerk aan de hand van de ontwerp-kerkorde en de ontwerp-ordinanties voort te zetten. En laten we als orthodoxen toch niet vergeten hoe velen juist ook door de gesprekken over de belijdenis van de kerk aan het denken zijn gezet. Er is wel degelijk een bewustwording, een bezinning aan de gang over de hele breedte van de Samen op Weg-kerken. Als we het proces nu opschorten worden we als hervormd gereformeerden ontrouw aan onze roeping om in de kerk het geding om de waarheid juist aan te gaan elke keer wanneer zich daar kansen voordoen. En juist nu zijn er kansen. Wij mogen als orthodoxen niet heimelijk blij zijn als het SoW-proces mislukt. Als we denken dat we dan gewonnen hebben, hebben we het mis. We hebben dan juist veel verloren.
Als het ons werkelijk om de kerk van Christus gaat, dan blijven we veel verwachten van de vernieuwende kracht van Gods Geest, en vanuit die verwachting blijven we constructief het gesprek voeren om wille van het behoud van de kerk.
Opsteller van de brief: ds. A. H. van Veluw, Pesse
Medeondertekenaars:
ds. G. H. Abma, Gouda
dr. W. J. van Asselt, Ede
dr. J. H. van de Bank, Ede
ds. P. Barmentlo, Alblasserdam
ds. W. Dekker, Oosterwolde
ds. L. C. P. Deventer, Kapelle
dr. T. H. van der Hoeven, Woerden
prof. dr. F. G. Immink, Driebergen
ds. P. L. de Jong, Rotterdam-Delfshaven
ds. H. de Leede, Amersfoort
ds. H. C. Marchand, Groningen
dr. A. Noordegraaf, Ede
ds. G. W. Piksen, Geesteren
ds. H. J. Reinders, Zaamslag
ds. E. K. Teygeler, Oud Loosdrecht
ds. J. de Visser, Maassluis
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 mei 1999
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 mei 1999
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's