De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Naschrift

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Naschrift

5 minuten leestijd

Bij bovenstaande 'Open Brief' plaatsen we puntsgewijs enkele kanttekeningen.

1) We onderkennen het grote probleem, dat 'de orthodoxie' in het Samen op Weg-proces in een achterhoede terecht komt en haar inbreng naar 'Schrift en belijdenis' niet (meer) geeft. Onzerzijds is daarop ook regelmatig gewezen, waarbij is opgemerkt dat we als hervormd gereformeerden zelf ook meegenomen dreigen te worden in het louter organisatorische van het SoW-proces. Het proces is dermate organisatorisch van aard, dat de geestelijke en theologische bezinning binnen de kerk op wat kerkelijk gezien prioriteit moet hebben (de eerste roeping) achterblijft. Ook wij als hervormd gereformeerden lopen het gevaar, zo is telkens gezegd, in een tegenbeweging, die eveneens organisatorisch van aard is, de noodzakelijke inbreng vanuit het gereformeerd belijden aan het geheel van de kerk te gaan missen. Als zodanig willen we het appèl, dat in deze brief doorklinkt, ten volle honoreren.

2) In de brief wordt onderschat, in ieder geval niet genoemd, de grote verscheurdheid van met name de Nederlandse Hervormde Kerk in het verenigingsproces, dat gaande is en dat in brede delen van de kerk niet wordt begeerd.
Het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond heeft in de pastorale brief, die recent aan hervormd gereformeerde kerkenraden is gezonden, juist daarom gepleit voor een adempauze. In de nu voorliggende brief wordt echter gezegd: 'Als we het proces nu opschorten worden we als hervormd gereformeerden ontrouw aan onze roeping om het geding van de waarheid juist aan te gaan elke keer wanneer zich daar kansen voordoen.' Dat nu moeten we tegenspreken. In de brief van het hoofdbestuur aan de kerkenraden is bepaald geen adempauze bedoeld, die niet wordt ingevuld. Maar kan het 'geding om de waarheid' wel ten volle tot z'n recht komen in een kerk, die om het kerkzijn zèlf zo diep verscheurd is? Hoe staat het er ook ècht voor met het modaliteitengesprek?


Over de gereformeerde ecclesiologie valt dunkt ons bovendien meer te zeggen dan de briefschrijvers doen met louter te verwijzen naar antwoord 54 van de Heidelbergse Catechismus, hoezeer we ons door dit antwoord van de Heidelberger ook voor het heden aangespoord en bemoedigd mogen heten. Moeten we, als het om de ecclesiologie gaat, hier toch ook niet noemen de artikelen 27 t/m 29 van de NGB?

3) Het verbaast ons, dat de briefschrijvers bezwaar aantekenen tegen de oproep van het hoofdbestuur om de mogelijkheid te scheppen van plaatselijke regelingen voor gemeenten, 'die hervormd willen blijven overeenkomstig het gereformeerd belijden'. Het voortbestaan van zulke gemeenten is in de conceptkerkorde toch ook al geregeld. Voor (wijk)gemeenten in een minderheidspositie is deze zaak echter urgent. Plaatselijke regelingen, zeg ook beleidsplannen kennen we toch nu ook al? Hoe het strijdig kan zijn met onze roeping wanneer we er kerkelijk op aandringen de mogelijkheid te garanderen, dat hervormde gemeenten in het gereformeerde spoor gaan, ontgaat ons. Dat heeft niets met separatisme te maken. Integendeel!

4) Als in de voortellen van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond ter invulling van de motie Van Heijst/De Visser de mogelijkheid van het hervormd blijven ook wordt opgetild naar het niveau van de classis, dan zit daar achter, dat het niet aangaat classes van de zich verenigende kerken ineen te schuiven, terwijl vele gemeenten in een classicaal ressort niet verenigd zijn of zullen worden.
We erkennen dat de classis ontmoetingsplaats is. Maar van wèlke gemeenten? Voorlopig vormen gemeenten, die samen op weg zijn, slechts een minderheid. De één dezer dagen gepubliceerde enquête van de Provinciale Kerkvergadering in Zuid-Holland bracht aan het licht, dat in deze provincie 165 kerkenraden aangaven, dat Samen op Weg er in hun gemeente 'vooralsnog helemaal niet in zit', terwijl 71 kerkenraden zeiden, dat er nog heel wat tijd nodig is. De kerkenraden van slechts 43 gemeenten spraken over 'binnen afzienbare tijd' en slechts 40 gemeenten zijn reeds gefedereerd. Dat is de situatie in een provincie met 600.000 hervormden. De situatie in Gelderland (de tweede in grootte) zal niet veel anders zijn. Dan getuigt het toch van realiteitszin om het 'hervormd' blijven ook naar de classis door te trekken?


Het zij overigens ook hier nog eens gezegd, dat de Gereformeerde Bond heeft gepleit voor hervormde classes, niet voor 'bondsclasses' of voor het oprichten van zuilen voor 'bondsgemeenten'. Dat verdraagt zich juist niet met de roeping, waarvoor de briefschrijvers pleiten en met wat de Gereformeerde Bond bedoelt met 'op post blijven'. Bovendien pleit de Gereformeerde Bond voor een intra-classicale vergadering als ontmoetingsplaats voor de verschillende typen classes.

5) De geciteerde uitspraak van 'een vooraanstaand lid van de Gereformeerde Bond' over de artikelen van prof. dr. A. de Reuver inzake de Augustana (bedoeld is ds. H. F. Klok, voorzitter van de GZB, die op de laatst gehouden synode een korte aanduiding gaf) is dunkt ons in dit verband vertekenend. Prof. De Reuver heeft de Augustana blootgelegd en uitgelegd, zonder daarmee te suggereren, dat deze confessie gereformeerd is. Maar de lutherse confessie heeft (hoe kan het anders) reformatorisch gedachtegoed, dat – om een woord van wijlen ds. L. Vroegindeweij te gebruiken, dat hij ooit over Luther zelf bezigde – 'ook gereformeerd is, al is het dan luthers'. Het ware te wensen, dat de inhoud van de Augsburgse Confessie op hoofdhjnen vandaag het kerkelijk en geestelijk leven zou bepalen. Dat neemt niet weg, dat de gereformeerde confessie voor ons een duidelijke meerwaarde heeft en op enkele wezenlijke punten anders belijdt.
v. d. G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 mei 1999

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Naschrift

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 mei 1999

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's