Globaal bekeken
In het recent verschenen boek 'Anderhalve eeuw protestantse periodieke pers', uitgave Meinema, Zoetermeer, troffen we in een bijdrage van dr. A. J. Lever over de 'rasjournalist' Pieter Brouwer (1828-1926) het in lyrische bewoordingen gesteld in memoriam, dat hij schreef bij het heengaan van Abraham Kuyper (8 november 1920):
'In welk opzicht zullen we dr. Kuyper gedenken? God had aan dezen rijk gezegende den vollen overvloed der tien talenten geschonken en elk talend had het volle gewicht! Als prediker hing de schare aan zijn lippen. Nóg ontroert ons zijn woord, dat al haast een halve eeuw verklonk, bij 't nalezen van 'Den troost der eeuwige verkiezing'.
Toch was zijn pen zijn machtigst wapen! Daarmee bereikte hij de tienduizenden. Er was een tijd, dat het Zondagsgesprek na de preek en op 't gezelschap, nooit los was, vaak beheerscht werd door 'wat Kuyper die week schreef in de Heraut'. Met zijn pen heeft hij ons calvinistisch leger georganiseerd; het kader gevormd; het gestaald tot den strijd en het geleerd hoe 't als Willem III de nederlaag te gebruiken had, om de volgende overwinning voor te bereiden. Dat leger was geen 'nachtschool' meer! (…)
Bij dit alles was hij een groote geleerde. Wien thans reeds zelf vergrijsden, van groote kennis en hooge positie, nóg gaarne hun 'meester noemden en er hun eer én roem instellen, dat ze 'bij den ouden Kuyper college geloopen hebben'. De stichter der Vrije Universiteit: Wien destijds mannen als Rutgers en Lohman en Keuchenius krachtig terzijde stonden, maar die toch de groote motor was… (…)
En bij dit alles journalist: Grootmeester der Nederlandsche dagbladpers. In zijn goeden tijd kwam 't persorkest pas weer op dreef, als hij na de zomervacantie weer op 't podium kwam en met forschen armzwaai de maat aangaf; dan pas werd het weer een spannend pers-debat als zijn krachtige vuist tegen drie, vier tegenstanders tegelijk in actie was, dezen een maagstomp, genen een kaakstoot gaf en zelfs de sterkste kampioen werd 'uitgeteld'. – Zonder het oogverrukkend, machtig vuurwerk zijner schitterende 'driestarren' ging de schare, vriend en vijand, van het persveld onvoldaan heen. (…)
Dr. Kuyper werd van ons genoomen. Reeds vele maanden voelden we zijn gemis en de bange vraag rijst soms in 't hart, wat er op den duur nu wel worden zal van onze partij, van onze ganshe actie als calvinistische groep… Maar neen… toch géén vrees; God, die een Kuyper verwekte, bekrachtigde, en zijn werk ongemeen gezegend heeft; die God zal voor zijn eigene zaak zorgen! En de nagedachtenis van deze groote in Israël; zal nog bij onze kindskinderen in zegening zijn.'
Hier volgt een curiosum uit het 'Doop- en lidmatenboek' van de hervormde gemeente van Leersum, daarin als een 'bijzondere woord' opgetekend door de eerste predikant van Leersum, ds. Arnoldus Goedenhagen. Het is opgenomen in het recent verschenen boek van dr. Cathrinus Blankestijn 'God in Leersum' (van Gereformeerde kerk naar Hervormde gemeente, 1699-1999); uitgave Boekencentrum Zoetermeer
'Een bijsonder voorval
in de gemeijnte tot
Leersum
Op den 19 augsutus 1725 sijnde zondags na de middags, even voor de predicatie heeft een vrouw genaamt Caath wonende op den heuvel sijnde de plaatse van de heer Bergheijk, de huisvrouw van Willem Hermensen, beijde Lidmaaten der gemeijnte J. C.: tot Amerongen, aengebelt aen mijn huis, en open gedaen sijnde mijn dienstmaagt gevraagt oft den dominee bij de hand was, en geantwoord van ja, ende gevraagt waar over sij den dominee te spreken hadde, en geantwoord, dat daar een kind ten doop soude gehouden worden, waar op mijn meijd gevraagt heeft, waar het kind thuis hoorde, waarop die vrouw geantwoord heeft, dat daar nu onlangs in de kamer van Glaas gerritsen Luiden waaren komen wonen, hoorende onder Leersum, waarvan dat kind was, waarop mijn meijd mij dat heeft bekend gemaakt en daarop die vrouw hebbende gesproken, deze 't selve tegen mij gesegt heeft, dat sij de vrouw was die woonde op die heuvel en het kind ten doop soude houden, waarop haar hebbende gevraagt waar de vader vant kind was, antwoordde dat die in de herberg was met een waegen, waar op verders hebben gevraagt hoe het kind soude genaamt worden en geantwoord adrianus ende hoe de naam was van den vader en moeder van het kind en gesegt wouter Franken ende de moeder Bolvijle, waarop de predicatie geeijndigt sijnde naar gewoonte 't formulier van den H. Doop was voorgelezen, nadat alvorens deze wouter Franken als vader voor den Predikstoel was verschenen en als vader daar voor gestaan hadde en de gewoone Beloften gedaan hadde is dit voorschreven kind gedoopt, dog daarna bevonden van godloozen leugen te zijn ende dat het was een kind in onegt gebooren van een gesuborneerde vader, en vermits dit niet anders kan aangemerkt worden als een grouwelike ontheiliging van 't formulier van den H. Doop, en niet anders als een bespottinge tot een groote ergernisse der gemijnte strekkende, ende die man Willem Hermensen ende sijne vrouw Lidmaaten sijnde der gemeijnte J. C.: tot amerongen, sijnde dit hoerenkind in haar huis geboren, soo kan deze vrouw van Willem Hermensen, genaamt Caath, schoon Lidmaat der gemeijnte J. C.: tot amerongen niet anders worden aengemerkt als een vodde en godlooze Leugenaarster, ende een profaan Lid der gemeijnte, dat strekt voor een notificatie en soo die voorschreven vrouw dit fijt bedreven heeft met medeweten van haar man Willem Hermensen, gelijk wel waarschijnlijk is, soo kan deselve man niet anders aen gemerkt worden als een verrot Lid de Kerke.'
v. d. G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 mei 1999
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 mei 1999
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's