De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Studiedag ‘late roepingen’

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studiedag ‘late roepingen’

19 februari 1999

8 minuten leestijd

Stelt u zich eens een gewoon gezin voor. Laten we voor het gemak zeggen een ouderpaar met eventueel kinderen. Veelal werkt de man buiten de deur en zorgt de vrouw voor de kinderen. Kerkelijk leven ze mee met de plaatselijke gemeente. Heel gewoon allemaal. Niets bijzonders. Maar dan gebeurt het. Na een kortere of langere periode van overweging besluit pa theologie te gaan studeren. Meestal in deeltijd, een periode van wel 10 tot 15 jaar. ledere zaterdag op pad naar de universiteit en 's avonds sluit hij zich op in de zolderkamer. Niet alleen pa's leven verandert, ook dat van de rest van het gezin. De aanstaande predikant is plotseling veel minder beschikbaar voor het gezin. De vrije tijd moet uitermate goed gepland worden. De studie kost heel wat en op financieel gebied moet dus ook duidelijk worden ingekrompen.
Op lange termijn verandert er nog veel meer. Moeder wordt domineese, terwijl ze indertijd toch is getrouwd met bijvoorbeeld een chemicus, een politieman of wat dan ook. De kinderen zullen te zijner tijd in een glazen huis komen. Iets wat ze van jongs af aan toch niet gewend waren en waar geen van allen ook om gevraagd heeft. Kortom, de problemen, vragen, moeilijkheden enzovoorts liggen hier voor het oprapen.
Om juist deze specifieke groep studenten en hun eventuele eega's – het gaat niet om slechts enkelen – in hun stituatie eens een mogelijkheid tot bezinning, toerusting en onderling contact te geven, is door het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond op 19 februari jl. in Hydepark in Doorn een studiedag georganiseerd. Hieronder vindt u een impressie van die dag.
De dag begon met onderlinge kennismaking. Dat is nodig, wat er bestaan verschillende universiteiten met een deeltijdopleiding en niet iedereen kent elkaar dan ook. Daarna de opening door ds. G. D. Kamphuis, voorzitter van de Gereformeerde Bond. Hij stond stil bij de roeping van Elisa uit 1 Koningen 19, Elisa mocht nog enkele jaren meelopen met Elia. Een dergelijke leerperiode hebben ook wij nodig, als leerzame periode in de aanloop tot het ambt.
Vervolgens hield dr. A. van Brummelen, op de voor hem kenmerkende wijze, een referaat over de roeping. Hiervoor nam hij zijn uitgangspunt in de Redelijke Godsdienst van W. à Brakel. Een leerzaam betoog, waarin tussen de klippen van labadisme en rationalisme (Descartes) werd doorgegaan. Dr. Van Brummelen ging ook in op het feit dat tussen het aantal kandidaten en vacatures een groot verschil is. In de afgelopen jaren zijn vele gemeenten gegroeid (meestal alleen door bevolkingsaanwas), maar het aantal predikantsplaatsen groeide niet mee. 'Het is nooit zo geweest', luidt helaas de verontschuldiging om nieuwe predikantsplaatsen te stichten. Het is een punt van grote zorg. Lange jaren van studie en dan maar afwachten of er een beroep komt. En als dat uitblijft, komt onvermijdelijk de vraag hoe het nu zat met het roepingsbesef indertijd…
De maaltijd werd samen gebruikt met een aantal Indonesische predikanten. Daarna was er ruim de tijd voor onderlinge ontmoeting. Het was fijn om te praten en ervaringen uit te wisselen met medestudenten. Bovenal was het goed, omdat er onderling geestelijke banden mogen ontstaan in de herkenning door één Geest gedreven te worden. Je bedenkt je: er zijn nog meer mensen die een zelfde weg gaan als ik.
In de middag werd de groep gesplitst in een mannelijke en een vrouwelijke helft. De mannen luisterden naar drs. ir. W. C. Meeuse, in zijn eertijds docent natuurkunde in Ede en tegenwoordig predikant in Wilnis. Dominee Meeuse vertelde van zijn ervaringen tijdens de zaterdagstudie en later in het predikantsschap. Voordat je aan de studie begint, is het alsof je staat aan de oever van een brede rivier en je kunt de overkant nauwelijks zien. Maar net als het volk Israël in Jozua 3 komt het erop aan de rivier in te gaan. Als de Heere roept, zal het water voor de voeten wegvloeien. Ook ging hij in op de situatie thuis, waarin alle gezinsleden achter hem stonden. Duidelijk werd dat het van belang is dat de kinderen al vroeg opgroeien met de gedachte van de mogelijke toekomst. Het is van groot belang dat je er voor je gezin bent. Ook mag er geen verschil zijn tussen je gezinsleven en het kerkelijk leven. Er zijn immers vele voorbeelden van domineeskinderen die de kerk vaarwel hebben gezegd. Het moet niet zo zijn, zoals het later op de dag ook werd verwoord, dat de echtgenote of de kinderen moeten zeggen: 'Hij heeft voor iedereen tijd en een goed woord, maar voor mij is hij er nooit'. Mede in verband met de toegenomen werkdruk, besloot ds. Meeuse zijn referaat door erop te wijzen dat je als predikant niet in dienst bent van de gemeente, maar dat je geroepen bent door Christus en in Zijn dienst staat. Blijf daarom zien op de ark. Daardoor kan de overtocht worden gemaakt en bedenkt dat God Zijn werk niet laat varen, ook niet wanneer de roeping te elfder ure geschiedt.
Voor de vrouwen hield mw. Van Dijk van Ridderkerk een afzonderlijk referaat. Volgens mw. Van Dijk is een predikantsvrouw tot op zekere hoogte een gewoon gemeentelid. Anderzijds horen we meer vanuit de gemeente. We hebben hierin niet een ambtsgeheim, maar we moeten wel oppassen, dat we onze mond niet voorbij praten. Een echte vriendin hebben, is volgens haar dan ook een zegen. Hoe ga je om met het verwachtingspatroon wat men heeft van een predikantsvrouw. In de eerste plaats jezelf blijven. Je bent namelijk allereerst vrouw en zo God het geeft moeder. Er mag ook weleens verwondering zijn dat je zo een taak mag vervullen in Gods Koninkrijk. Dat versterkt de begeerte om zo wederzijds te helpen. Het leven in een pastorie is afwisselend. Elk moment kunnen er mensen aankomen met hun vreugde of verdriet. Dit moeten de kinderen ook weten, ze vangen soms meer op dan wij beseffen. Is dit dan de consequentie dat we in een glazen huisje wonen? Nee, dat hoeft niet, omdat je zelf bewust een gelijkheid met de gemeente moet ervaren. Wel is het moeilijk als mensen een andere prediking wensen of kwaad over je man spreken om dan toch vriendelijk en hartelijk te blijven, dit kost zelfverloochening. Mw. Van Dijk heeft de overgang van de ene gemeente naar de andere gemeente ingrijpender ervaren dan de overgang van een maatschappelijke positie naar het pastorieleven. Maar nochtans in dit alles is het een vreugde om zo mee te werken in Zijn Koninkrijk. Hij mag aangeprezen en verheerlijkt worden.
Na de thee bespraken we samen de vragen en opmerkingen naar aanleiding van de beide lezingen.
's Avonds restte ons nog een lezing en wel van dr. W. Verboom met als titel: De predikant en zijn agenda. Dr. W. Verboom besprak het thema naar aanleiding van de volgende zeven punten:
1. hoe je kwalitatief met je agenda omgaat, want niet alles is even belangrijk; 2. selectief, want je hoeft niet alles alleen te doen; 3. effectief, door namelijk goed te structureren en te plannen; 4. creatief in het zoeken van momenten om bij het gezin te zijn; 5. communicatief, want je bent niet alleen en je kunt best taken delegeren; 6. assertief door jezelf te zijn en je niet als martelaar op het blok van de tijd op te offeren. Het zevende punt was positief. Positief omgaan met de tijd door niet altijd te klagen over de werkdruk. Het is immers een heerlijk voorrecht om in het ambt te mogen staan en om Gods dienaar te zijn. Zelf mag je als eerste de vrachten genieten die de Heere door Zijn Woord geeft en daarna mag je ze uitdelen. Dr. Verboom eindigde met het gedicht 'Het wondere ambt van dominee', waarna er gelegenheid was tot het stellen van vragen.
De dag werd in de kapel afgesloten met een slotwoord en meditatie door ds. A. Baars van IJsselmuiden. Hij verwoordde dat als eindindruk van deze dag dat het goed was om bij elkaar te zijn en elkaar rondom het Woord te ontmoeten. Wat hem betreft was deze dag voor herhaling vatbaar.
Inderdaad overheerste aan het eind van deze drukbezochte dag een gevoel van eensgezindheid en dankbaarheid. Eensgezindheid met andere studenten hun eega's, die ook een lange studieweg gaan, die ook momenten van moedeloosheid kennen, die ook veelal in eenzaamheid studeren, die ook… Maar die ook allen hetzelfde doel voor ogen hebben, namelijk om te gaan om de weg waartoe de Heere heeft geroepen. Dankbaarheid ook, doordat de Heere door middel van contacten met anderen ons wil sterken en bovenal dat Hij ons door Zijn Woord wilde bemoedigen; dat de Heere die roept ook getrouw is. Het is onze wens en bede dat dan uiteindelijk ook deze dag tot Zijn eer zal blijken te zijn!
Heel treffend werd de dag afgesloten met het zingen van Psalm 108 : 1:
Mijn hart, o Hemelmajesteit,
Is tot Uw dienst en lof bereid;
'k Zal zingen voor den Opperheer,
'k Zal psalmen zingen tot Zijn eer.
Gij, zachte harp, gij snelle luit.
Waakt op; dat niets uw klanken stuit'
'k Zal in den dagenraad ontwaken
En met gezang mijn God genaken.

F. M. de Wit-Bont, Maadam
M. Diepeveen, Lunteren

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 mei 1999

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Studiedag ‘late roepingen’

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 mei 1999

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's