Getuige in de kaalslag
J. Wesdorp (76) en de hervormde gemeenten van Amsterdam en Sint-Annaland
Vann tijd tot tijd willen we in ons blad een vraaggesprek publiceren met iemand die gedurende een langere periode van betekenis mocht zijn voor een hervormd-gereformeerde gemeente. Het motief hierbij is niet een mens centraal te stellen, maar het werk van God, zoals dat gestalte krijgt in het dagelijkse leven van de gemeente, te belichten. Vandaag deel 9: na Aartje Boon uit Molenaarsgraaf, D. Dekker uit Nunspeet, B. Marijs uit Arnemuiden, C. H. Sukkel uit Kesteren, H. Leonard uit Dordrecht, L. Vlietstra uit Hollandscheveld, J. P. Teeuw uit Lekkerkerk, mevr. Wiesenekker-Moll uit Huizen, nu de heer J. Wesdorp uit Sint-Annaland.
Zeventig jaar was de Zeeuw J. Wesdorp Amsterdammer. Hij was niet alleen getuige van de kaalslag die de ontkerkelijking betekende, maar ook getuige van de doorwerking van het Evangelie in mensenharten. 'In Amsterdam heb je de scherpste tegenstellingen,' zei ds. J. F. H. Remme: 'zowel de tederste godsvrucht als de bruutste goddeloosheid.' Ruim vijf jaar geleden ging hij terug naar het eiland Tholen, zijn geboortegrond. 'Ik voelde me haast een deserteur, maar het is ons duidelijk geworden dat we in de weg des Heeren zijn. In Sint Annaland kan ik ook wat voor de gemeente betekenen.'
Zijn wieg stond in Stavenisse maar de jonge Wesdorp heeft er in Zeeland maar negen weken in gelegen. 'In 1922 verhuisden we naar Amsterdam, waar vader politiebeambte was. Vader was hervormd, moeder kwam uit de oud-gereformeerde gemeente, was tot die tijd nooit buiten het eiland Tholen geweest. We kwamen in de Lange Leidse Dwarsstraat terecht, in het centrum, bij het Leidseplein. De woningnood was enorm, dus we waren blij dat er een woninkje voor ons was, al viel het niet mee. Buren vochten dag in, dag uit, zodat moeder met mij in het Vondelpark ging zitten. Mijn moeder woog 160 pond toen we verhuisden, viel vanwege de ellende in enkele maanden dertig pond af. Later gingen we naar Amsterdam-Oost, de Bataviastraat, waar ik tot mijn huwelijk in 1952 woonde. Moeders overgang naar de Hervormde Kerk verliep zonder problemen. M'n ouders deden tegelijk belijdenis bij ds. J. F. H. Remme. Ze vormden een traditioneel hervormd gezin, voegden zich bij de hervormd-gereformeerden in Amsterdam, die geen specifieke eigen wijk hadden.
Ds. Remme, de eerste predikant van de gereformeerde stroming in de hoofdstad, stond in de Oranjekerk, maar rouleerde door heel de stad. Wij volgden hem. Soms was het wel anderhalf uur lopen, want wij woonden aan de rand van Oost en ds. Remme ging een enkele keer voor in West. Naar de Oranjekerk was het drie kwartier lopen. Met ds. Remme hadden mijn ouders een band. Amsterdam zelf was voor de oorlog in meerderheid confessioneel; je had de Kohlbruggianen ds. Hoek en ds. Wolfensberger, naast de vrijzinnige ds. Den Hertog. Ik kerkte ook wel in de Elthetokerk bij ds. Tonnon, onze wijkkerk. Mijn vader ging als regel nooit naar de confessionele predikanten; wel eens naar dr. W. Volger, die in Amsterdam-Noord stond, een predikant die het synodale besluit om de ambten voor de vrouw open te stellen uiterst scherp heeft gekritiseerd; overigens vanwege de prediking alleen naar ds. Remme. Tevens bezochten mijn ouders de bijbellezingen van een godsdienstonderwijzer, de heer K. Prinsen, ook een man uit de gereformeerde stroming.'
Grootste gemeente
Als het begin van de secularisatie in Amsterdam aan de orde komt, noemt Wesdorp als eerste de invloed van Karl Barth. 'Ds. J. J. Buskes en ds. H. A. Visser gingen met de Doorbraak mee. Na de oorlog is de kaalslag in Amsterdam begonnen. Er werden steeds minder predikanten uit de confessionele stroming beroepen. Toen mijn vrouw en ik in 1952 trouwden, was onder andere ds. Langman er nog en stond ds. Nelk in de Westerkerk, maar zij waren op leeftijd. Toen dr. H. Jonker in Amsterdam kennis kwam maken, was dr. R. B. Evenhuis, de man van de boekenreeks "Ook dat was Amsterdam", voorzitter. Hij zei: "Nu word je predikant van de grootste gemeente van de wereld." In Amsterdam stonden 37 hervormde predikanten, met randgemeenten als West en Watergraafsmeer erbij 48. Dat was wat! De Oranjekerk zat vol, de Koepelkerk zat vol, de Maranathakerk zat vol, de Westerkerk zat vol!
Ds. Remme is kort na de oorlog plotsehng in een bus overleden. Toen is ds. H. Jonker uit Bodegraven gekomen, de latere hoogleraar. Jonker heeft in een van zijn boeken geschreven dat ds. Remme hem middellijkerwijs naar Amsterdam trok, toen hij tegen Jonker zei: "In Amsterdam heb je de scherpste tegenstellingen: rijkdom en armoede, de tederste godsvrucht en de bruutste goddeloosheid." In 1951 behoorden wij bij de eerste groep belijdeniscatechisanten van ds. Jonker, die uit tientallen mensen bestond. "Welkom in de strijd", riepen ze me toe. Ds. Jonker bleef acht jaar onze predikant, van 1950 tot 1958. Zijn prediking sprak me aan. Hij was een figuur die een eigen stijl had. De laatste jaren is hij op een hoger theologisch niveau gaan preken, voor de gemeente te moeilijk. Nadat hij eens een bijbellezing voor de radio hield, kreeg hij een brief van koningin Wilhelmina, die schreef dat ze met genoegen naar hem geluisterd had, maar ze raadde hem aan ernaar te streven de eenvoudigen aan te spreken. Hij was toen bezig met het proefschrift "Karl Jaspers" metamorfose van de bijbelse religie". Jonker hield zich in die tijd sterk met de existentiefilosofie bezig. Dit werkte in de prediking door, waardoor deze op een te hoog, intellectueel niveau kwam. Dat was een zwak van Jonker.
Vele jaren later kreeg prof. Jonker een hersenbloeding en belandde hij in Leersum tussen mensen in rolstoelen. Daar zakte hij door zijn theologische vloer. In de rolstoel met zijn allen naar het Openluchtmuseum in Arnhem. Hij voelde zich tussen de gehandicapten eerst helemaal niet thuis, want hij praatte liever met studenten en professoren. Tijdens de tocht ging een innerlijke stem tot hem spreken: "Mijnheer de theoloog, met wie ging de Heere Jezus om? Toch met lammen en kreupelen en blinden en doven, niet? En met wie had de Heere Jezus de grootste ruzie? Met hooggeleerde Schriftgeleerden en hoogeerwaarde Farizeeën, niet?" Ontroerend hoe prof. Jonker dit zelf later schreef.'
Kerkelijk besef
'Ds. Jonker is nooit bij ons thuis geweest. We praten tegenwoordig wel eens over pastoraat en de noodzaak van bezoekwerk, maar toen ik begin 1975 tot ouderling benoemd ben, kwam ds. C. Vos langs: hij was de eerste dominee die ons sinds ons huwelijk in 1952 bezocht. Oké, wij konden de predikanten nalopen, en ds. Jonker had op papier een wijk van 11.000 mensen, van wie vijf of zes procent meeleefde. Na ds. Jonker kwamen ds. H. van der Linden uit Scherpenzeel en later dr. C. Graafland. Ik ben in de tijd van ds. Graafland bezoekbroeder geworden, voor Amsterdam-Oost en Diemen, en bezocht daar de mensen dic: tot de gereformeerde stroming behoorden. Je zat als bezoekbroeder niet in de kerkenraad. Ik weet niet precies hoe de dispensatie geregeld was. Ds. Jonker wilde geen mentale gemeente, maar er was wel een vorm van perforatie naar de parochie rondom de wijkkerk toe.'
Wesdorp heeft de ontkerkelijking in de hoofdstad van nabij meegemaakt. 'Ook in onze Oranjekerk. Op een eerste paasdag moesten mijn vrouw en ik staan tijdens de dienst. Waardoor is de leegloop begonnen? Mensen trokken vanwege de woningnood uit de binnenstad weg, terwijl het verval daarnaast van binnenuit kwam, zoals ik nu ook in Sint-Annaland de secularisatie waarneem. Je ziet afnemend kerkbezoek. In de tijd van ds. Jonker zag de Ceintuurbaan na de dienst zwart, zowel van de roomsen als van onze gemeenteleden. Hoe kalft de meelevendheid af? Het godsdienstig bewustzijn, het kerkelijk besef zakte weg, en alle medicijnen die dat moesten voorkomen, zoals jeugddiensten, konden dat niet tegenhouden. De les die we daaruit moeten trekken, is – en dat heb ik ook tegen onze nieuwe predikant, kand. P. C. Hoek, gezegd –: Als de prediking van het Woord het niet meer doet, kun je wel ophouden, want dan wijkt de Geest van de gemeente.'
In 1974 ging ds. C. Vos van Amersfoort naar Amsterdam. 'De Noorderkerk was voor de keuze gesteld: óf een predikant uit de gereformeerde stroming beroepen óf de kerk dicht. We hadden eerder wel avonddiensten in de Nieuwezijdskapel, vlakbij de Munt. Dat was nog het werk van ds. Jonker.
Kort nadat ds. Blenk in 1983 onze predikant werd, werden we bijeengeroepen voor een vergadering over de reorganisatie van hervormd Amsterdam. Ook de Noorderkerk moest verdwijnen. Toen is er een jarenlange procedure in gang gezet, die uiteindelijk leidde tot de restauratie. Mr. Haasjes uit Gouda heeft ons in die moeilijke periode met raad en daad bijgestaan.'
Sint-Annaland
'In Sint-Annaland zie ik dezelfde vormen van secularisatie terug. Ik ben sinds vijf jaar ouderling, loop er nogal eens tegenaan: gezinnen, vaak autochtone Sint-Annalanders, die totaal onkerkelijk zijn geworden. Hoe komt dat nu? Dat weten ze zelf ook niet. Het gaat geleidelijk aan, in feite omdat het Woord hen niets meer zegt. Dan vraag je: "Hoe kun je nu nergens meer aan doen, je hebt toch belijdenis gedaan, je hebt trouw beloofd?"
"Tja, aldus een echtpaar, hoe ging dat, Wesdorp, er was een sterfgeval en ds. Geuze kwam over de vloer, een heel pastorale predikant. We beloofden mee te leven, maar toen ging hij weg en bleek het bij ons niet echt te leven." Ik loop meer dan eens tegen dit soort verhalen aan. Er is dan geen innerlijke, wezenlijke band met het Woord van God meer.
Het eiland Tholen was een gesloten gemeenschap, met een sterke traditie. Ik heb overigens geen bezwaar tegen traditie, als we maar niet geleefd worden door wat anderen van bijvoorbeeld je kleding vinden. In Amsterdam is de traditie helemaal weg, hier speelt ze, althans zo ervaar ik het, een niet onbelangrijke rol. Ik probeer niet drammerig te zijn, want voel heel goed aan dat je dan brokken maakt en brokken maken over bijzaken is erg. Als er eenheid is in het noodzakelijke, vrijheid in het niet-noodzakelijke en bij dit alles de liefde: dan is dat tot opbouw van het gemeentelijke leven. 'Sint-Annaland ligt op het eiland Tholen, dat vanouds ten dele confessioneel was. Denk aan dorpen als Stavenisse en Scherpenisse. In Tholen was een van de twee predikantsplaatsen voor de oorlog confessioneel. Hoe komt die verandering, soms heel radicaal zoals in Scherpenisse? Omdat dat confessionele deel langzaam is afgehaakt? Ik zou het niet weten. Daarvoor zijn we misschien te lang weggeweest. In onze gemeente ervaar ik nuanceringen. Deze mogen er zijn, mits binnen de grenzen van Schrift en belijdenis. De taak van de kerkenraad is om dat bijelkaar te houden, aan de gemeente leiding te geven. Kijk ik naar de afgelopen vakante periode, die begon met het afscheid in juni van ds. Meeuse, dan ben ik dankbaar voor de volkomen eenstemmigheid in het beroepingswerk. Hartverwarmend is in Sint-Annaland ook de inzet van vrijwilligers bij verbouwingen en renovatie, zoals het verenigingsgebouw en de pastorie.'
Zeeuws dialect
Na vijf jaar Zeeland kan Wesdorp met enige distantie naar de Amsterdamse periode kijken. 'Het heeft ons er geestelijk aan niets ontbroken. We hadden de gezondheid en de kracht om de bijbelse prediking te zoeken. In de tijd dat ds. Jonker maar 40 beurten per jaar had, gingen we vaak naar de hervormd-gereformeerde evangelisatie in Amstelveen, een enkele maal naar Muiden waar ds. C. van der Wal stond. En in de week kerkten we ook wel bij de gereformeerde gemeente. Soms bezochten we de christelijke gereformeerde kerk op de Plantage Muidergracht. Prof. Wisse was daar predikant.
De overgang is zonder problemen gegaan. Met hart en ziel heb ik met de Noorderkerk-gemeente meegeleefd en meegewerkt, maar we woonden op acht kilometer afstand, dus fietsten we 32 kilometer per zondag. Toen ik zeventig jaar werd, heb ik voor de kerkenraad bedankt. Ds. Blenk, die onze motieven volledig accepteerde, vroeg eerst: 'Moet nu heel de Noorderkerk naar de Veluwe verhuizen?" Je voelde je haast een deserteur, maar ik was zeventien jaar ouderling en kreeg problemen met het vervoer: Is het dan tegen de wil des Heeren als je rustiger gaat wonen? We hebben gebeden of we misschien ook iets voor de gemeente van Sint-Annaland mochten betekenen, niet wetend dat ik na een paar maanden al tot ouderling benoemd zou worden. Ik beheers het Zeeuwse dialect, wat een geweldig pre in het pastoraat is. We leven volledig mee.
De geloofsbeleving op het eiland Tholen is anders dan in Amsterdam. Het oudere deel van de gemeente staat dikwijls nog voor de toeëigening van het heil. Mensen zeggen: "Ik ben gebleven wie ik was, want er moet nog wel wat gebeuren." Daar kan ik inkomen. Moeten we in dit leven niet kunnen zeggen met Paulus: "Het heeft God behaagd Zijn Zoon in mij te openbaren"? Toch proef ik dat men gevangen kan zitten in een systeem. Ik vraag aan gemeenteleden die de vrede met God nog zeggen te missen: "Is het zo dat u de Heere, misschien onbewust, voorwaarden stelt? Moet er eerst iets gebéuren voor u gaat geloven?" Men heeft bekeringsboeken gelezen, zich een idee gevormd van de weg des Heeren die afgelegd moet worden. In zulk een situatie zeg ik wel eens: "Wat zou uw antwoord zijn indien de Heere Jezus persoonlijk aan u zou vragen: Hebt gij Mij lief?"
Dan ontstaat er een probleem: "Ja zeggen is moeilijk, nee zeggen durf ik ook niet."
In Amsterdam heb ik problemen rond de toeëigening van het heil minder sterk ervaren dan in Sint-Annaland. Dit blijkt ook uit de deelneming van de gemeente aan de viering van het Heilig Avondmaal. Relatief zijn er in de Noorderkerk-gemeente veel meer avondmaalgangers dan in Sint-Annaland. Wellicht speelt het gemeentezijn in de stad daarbij een rol.
Als positief punt in Sint-Annaland beleef ik dat mensen tegen me zeiden: U hebt ons dingen gezegd waar we over nadenken." Het gaat erom in het pastoraat tot zégen voor anderen te zijn. In Amsterdam heb ik drie keer persoonlijk ervaren dat er zegen was. Een vrouw uit de Indische buurt schreef me een brief dat ze de nacht na ons gesprek tot ruimte gekomen was. Een vrouw uit Diemen, die ik vaak bezocht, riep het me een paar dagen voor haar overlijden uit de slaapkamer toe: "Wesdorp, ik ben tot volle ruimte gekomen." En toen ik met een terminaal echtpaar een heel moeilijk gesprek had, zei de vrouw, die weer enigszins mocht herstellen, later: "U bent het middel in Gods hand geweest om me van zelfmoord te weerhouden." Later heeft ze me overigens wel de deur uitgevloekt, zodat ik tegen ds. Blenk zei: "Moet ik daar nu nog heen gaan?" Wat kun je dankbaar zijn met hoogtepunten in je ambtelijke werk.'
P. J. Vergunst, Apeldoorn
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 mei 1999
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 mei 1999
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's