De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Het waagstuk van de prediking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het waagstuk van de prediking

11 minuten leestijd

'Je zoekt net als een piloot een landingsbaan voor je preek. Een eenzaam avontuur. Maar wel spannend en enerverend, gelijk een avontuur eigen is. Ik heb er voor het gevoel van sommigen misschien veel te menselijk over geschreven. Ik kan het ook niet helpen. Ik heb gewoon geprobeerd te zeggen hoe ik het vind. Onder ons wordt soms veel te verheven en te idyllisch gedaan over het werk van een predikant, vooral over diens preken. Daar kun je soms, bewust of onbewust, een waas van geheimzinnigheid mee opbouwen dat absoluut niet reëel is. We moeten maar gewoon nuchter, ons werk doen. Met de gaven die we hebben vooral woekeren. Het is de moeite waard. God is in Christus over de kloof heen gekomen. Wat een Boodschap!'

Met deze woorden sluit ds. J. Maasland een artikel af, getiteld 'Tegen de klippen op' in het blad Kontekstueel. Zou een ander het artikel hebben geschreven, dan zou ds. Maasland het ongetwijfeld in zijn rubriek 'Uit de Pers' hebben overgenomen. Daarom ga ik er hier nu zelf op in. Vooral om de lezers te informeren over wat ten aanzien van de prediking onder ons gaande is. Dit ook temeer, omdat het artikel een vervolg kreeg in een interview met ds. Maasland in het Nederlands Dagblad onder de titel 'De sprong over de diepe, brede sloot' en vervolgens anderen op één en ander ingingen, waaronder prof. dr. C. Graafland in twee artikelen in het Nederlands Dagblad.

De kloof
Het zal duidelijk zijn, dat Maasland de overdracht van de prediking aan de orde stelt en daarbij ingaat op 'de kloof' tussen de prediking en de hoorder, die vandaag allerwegen wordt besproken.
In het begin van zijn artikel herinnert Maasland eraan, dat hij in zijn studententijd het boek van K. H. Miskotte 'Om het levende woord' las en bij het laatste onderdeel 'Het waagstuk der prediking' dacht: 'wat raar. Is dat wel zo? Want als je je geroepen weet tot predikant, dan is preken toch geen waagstuk?' Maar in de loop der jaren is voor hem prediking wel steeds meer 'een waagstuk' geworden. Letterlijk zegt hij: 'Ik wil gerust bekennen me sinds een aantal jaren bijna wekelijks door gevoelens van onmacht bevangen te weten. Hoe zal ik het zeggen? Maar vooral: wat zal ik zeggen?' Hij ondervindt dat de kloof, zeker in 'een volkskerk-situatie', steeds groter wordt. Hij heeft het dan niet over de kloof van Genesis 3. Die is er, zegt hij, ook in zijn eigen leven. Maar er is een verstaanskloof: 'een kloof die wordt opgeroepen door de moderne cultuur waarin onze gemeenten volop participeren.' In toenemende mate zeggen mensen: 'de preek zegt ons weinig meer'. Meerderen haken af. Want God is in het dagelijks bestaan van de mensen 'compleet afwezig'. Staan op de kansel ervaart ds. Maasland soms 'als het staan voor een brede sloot.' 'Maar je moet eroverheen, want je wilt elkaar toch bereiken c.q God wil die morgen Zijn gemeentebereiken.'


Het zit niet alleen op woorden vast, ondervindt Maasland. Het gaat vooral ook om de invalshoek van de prediking. De heilsordelijke prediking landt veel minder dan vroeger, omdat die prediking veel meer 'heilbegerige' mensen veronderstelt dan momenteel metterdaad onder het gehoor zitten. Mensen stellen in ieder geval de Luthervraag 'Hoe krijg ik een genadig God?' vandaag anders. Ze vragen: 'Hoe kom ik de God, Die Abraham riep, tegen in mijn eigen leven?'
'Bij ons komt God niet meer langs – zei een catechisante – zoals wel bij Abraham. Bij ons staat er nooit een engel op de stoep met een boodschap regelrecht van God.'

Preekprobleem
Er is een hoorprobleem, wil Maasland zeggen. Er is echter, gegeven dit alles, ook 'een reëel preekprobleem onder voorgangers'. Zij voelen zelf ook zeer wel aan of de preek overkomt en harten raakt, tenzij men in een zekere lijdelijkheid aanneemt dat het hoort zoals het gaat. Exegese dat wil wel. Dat is een kwestie van 'vlijt en tijd'. Letterlijk: een gebrek aan woorden is er bij de meesten van ons ook niet, zeker niet na verloop van jaren. Het probleem zit 'm in 'het transparant maken van de bijbelse boodschap voor concrete mensen hier en nu aanwezig'. Wat Paulus zei en David bedoelde komt nog wel uit de verf. Maar als Paulus vandaag op de kansel gestaan zou hebben, hoe zou hij dan hetzelfde gezegd hebben?
Als aangelegen zaken noemt ds. Maasland de wijze, waarop de verzoening in de prediking aan de orde wordt gesteld en de kwestie van 'de dubbele predestinatie.' Juist hier ligt het uitermate moeilijk in de overdracht. Wat het laatste betreft (kort samengevat): hoe moet de genade van de verkiezing bijbels worden vertolkt zonder dat het een leer is?


Moeten ook niet andere accenten worden gelegd? Letterlijk zegt Maasland over de prediking te onzent: 'De doorlichting van ons bestaan blijft teveel achterwege. De profetische kritiek van het Woord op het moderne godloze bestaan, wat we allemaal heel diep in ons hebben, komt niet echt aan de orde.'
Het gaat – zo zegt hij verder in positieve zin – in de prediking om 'proclamatie van het heil van God. Van wat God deed en doet in Jezus Christus. Prediking dient dan ook bemoedigend en niet betuttelend te zijn. Mondige mensen knappen af op regelgeving vanaf de kansel.'
We moeten echter ook niet 'overdreven somber' doen over onze cultuur, zegt Maasland tenslotte. Letterlijk: 'Laten we er zo positief mogelijk op inhaken. Heeft ook Paulus dat niet gedaan in zijn dagen? De joden een jood en de Grieken een Griek. Ik vind het een boeiende tijd om met de gemeente des Heeren op te trekken richting Gods heerlijke toekomst.'


In het interview in het Nederlands Dagblad maakt ds. Maasland, om misverstanden uit te sluiten, duidelijk, dat pogingen 'om bij de cultuur te blijven', zoals in de Gereformeerde Kerken zo sterk het geval was en is, voor hem niet hoeven, zeker niet als hij ziet wat er van allerlei 'experimenten' geworden is. Maar hij vraagt zich wel af of in eigen kring wel voldoende wordt beseft hoe ook hervormd gereformeerden in de moderne cultuur zijn opgenomen. Ervaart ook elke prediker hier wel het probleem van de overdracht?
Aan het slot van dat interview zegt hij: 'Ik ben wel eens jaloers op dominees die altijd zo zeker zijn. Maar laten we ook eerlijk zijn: het is toch ook een ongelooflijke boodschap, die wij proberen te verbreiden. Als het altijd al een worsteling is geweest, dan zeker in deze tijd. Het gaat toch tegen alles in? Tegen je ratio, je natuurlijk hart en noem maar op. Het is toch niet logisch om écht gereformeerd te zijn? Of wel dan?'

Eerlijk
Maasland is, zegt prof. dr. C. Graafland in een tweetal artikelen in het ND, 'aangrijpend eerlijk'. Dat waardeert hij zeer. Maar het heeft hem wel geschokt. Hij is er zelfs 'ontdaan' van. Temeer daar hij juist Maasland een krachtige prediker acht. Maar hij acht die eerlijkheid wel een teken van hoop. 'Het is een teken ervan dat de Bijbel, Gods eigen Woord, zijn gezag herkrijgt over de gewetens van Zijn boodschappers. Daardoor kunnen zij niet langer meedoen met de mystificatie van een prediking die voor gereformeerd doorgaat, maar die niet het realisme van Gods eigen Woord ademt.'


Die eerlijkheid is inderdaad te waarderen. Zo kan ook eerlijk door anderen, predikanten en hoorders, worden meegedacht. In een artikel als dit kan ik niet veel meer doen dan aangeven waarom het Maasland te doen is. Uit dit artikel wordt echter duidelijk hoe in de pastorie kan worden geworsteld met betrekking tot de overdracht van de boodschap. De realiseer me, dat het bij Maasland om een uiterst individuele uiting van een uiterst individuele emotie, of ook aanvechting gaat. Toch wordt wat Maasland zegt ook door anderen zo ervaren of herkend, al hangt het mede af van de plek waar een predikant dient. Maar predikanten ervaren zelf aan den lijve, liever aan den ziele, of de prediking landt of niet.

Hoorder
Achter deze worsteling zit naar onze overtuiging vooral ook de hoorder zelf, die zijn of haar, door het moderne levensbesef bepaalde gesteldheid bewust (kritisch) of onbewust meebrengt de kerk in. Zelf heb ik geprobeerd daarover iets te verwoorden in het boekje 'Gebeurt er nog iets?' (over 'prediking en hoorcrisis'), dat enkele jaren geleden verscheen. Wanneer vandaag mensen zeggen – en dat gebeurt schering en inslag – dat de prediking hen niet raakt, dan moet allereerst gevraagd worden hoe (en dus ook met welke vragen) mensen onder het gehoor zitten. De Sitz im Leben speelt een geducht woordje mee. De kritische, op consumptie van hapklare brokken ingestelde hoorder vandaag mag zich afvragen of een groot deel van het probleem niet bij hemzelf ligt. In ieder geval zal de rechte hoorder de rechte prediker in zijn worsteling niet willen overschreeuwen wanneer het om de overdracht van de Boodschap gaat.
Wanneer mensen dan ook verbaasd of misschien zelfs geschokt mochten zijn over de openhartigheid van ds. Maasland, dan kan het goed zijn zichzelf de vraag te stellen of men zelf nog op dezelfde wijze luistert als vroeger.


Graafland vraagt of de prediking, vergeleken met vroeger, veranderd is. 'Is ze slechter geworden, slapper, is ze op haar beurt ook een prediking van goedkope genade geworden?' Wat dit laatste betreft doelt hij op het geschrift van prof. dr. H. Berkhof in de zestiger jaren over 'De crisis der midden-orthodoxie', waarin deze stelde, dat de ondergang van de midden-orthodoxie te maken had met 'de prediking van een goedkope genade, die de mens niet meer schuldig stelt voor God en hem daarom niet meer doet delen in het bevrijdende heil van Christus'. Die suggestie wordt nogal eens gedaan. Graafland meent, dat daarvan met betrekking tot de hervormd gereformeerde prediking geen sprake is. Hij zegt: 'Die prediking is juist precies gelijk gebleven. Geen draad veranderd. Dezelfde leer, dezelfde gedachtegangen, dezelfde toepassingen, dezelfde woorden en termen zelfs.' Maar juist omdat alles hetzelfde gebleven is, gaat het mis, concludeert Graafland: 'De verdwijning nabij'. Graafland betrekt dit overigens op zowel de prediking in hervormd gereformeerde kring als in het geheel van de gereformeerde (reformatorische) gezindte; hier vroeger, daar later.

Volmacht
Dat zijn forse conclusies. Maar wie komt hier helemaal uit? Inderdaad, wanneer de tijd verandert en wij blijven onszelf gelijk veranderen we juist. Maar hoe vertaal je dat door in de prediking? Dat zal voor predikers ook de vraag zijn.
Ook veertig jaar geleden verscheen al een boek met de titel 'Hoe vindt u dat er gepreekt moet worden?' In de kerk geldt echter niet, dat de klant koning is. Het gaat altijd nog om woorden, die van de Andere Zijde komen en waarin de prediker 'slechts' bemiddelt. De kwestie is echter, dat het in die bemiddeling toch ook weer gaat om twee-richting-verkeer.
De vraag is dunkt mij vooral hoe ook vandaag de prediking, het moderne levensbesef en de moderne mondigheid ten spijt, nog met Volmacht zal zijn: Profetisch, Koninklijk en Priesterlijk. Hoe breekt dat door naar de hoorders toe, ook wanneer vandaag hun vraagstelling een andere is dan vroeger, nog niet zo lang geleden? We moeten immers niet uitsluiten, dat, wanneer klant-hoorder koning wordt of de cultuur normerend, genade toch goedkoop gaat worden. Maar wie ervaart niet bij zichzelf de invloed van het levensgevoel van deze tijd, dat hem inderdaad anders doet horen dan voorheen?


Ingrijpend is het dan wel wanneer Maasland zegt, dat het vandaag moeite kost om de boodschap van de verzoening door voldoening over te dragen. Hij zegt dat, terwijl hij tegelijk opmerkt graag te preken in de lijdenstijd. Dan gaat het kennelijk om de mens, die zich niet meer schuldig weet. Hoe zal nochtans de weerstand van de zich ook tegenover God mondig wanende mens vandaag, ook van de (gecamoufleerd) 'mondige' mens in gereformeerde verpakking, die is gericht tegen het Evangelie van de verzoening, worden gebroken? Die weerstand móét toch ook vandaag worden gebroken! Dat hangt nu niet en nooit alleen in de prediking van woordgebruik af (dat óók), het is ook niet een kwestie van actualisering (dat óók) maar het is toch vooral een kwestie van vertolking, waarin het de Heilige Geest behaagt mee te komen.
En zoekt de Geest de mens dan niet altijd daar, waar hij gelegerd is of zich verschanst? God hoorde de stem van Ismaël ter plaatse waar hij was! (Gen. 21 : 17 ). Een bemoedigend woord voor alle tijden. Dat is toch ook vandaag mogelijk, omdat Christus indaalde in ons menselijke vlees? Hij overbrugde de kloof en kwam daar, waar wij mensen ons bevinden. Daarom zal prediking nochtans onthullend en bevrijdend zijn wanneer van God uit wordt gepredikt en zo de schuilhoeken van het menselijke bestaan worden blootgelegd. Dat vraagt doorleefde Volmacht bij de prediker, vanuit Hem, die de Gevolmachtigde bij uitstek is. Maar de herder zal dan toch óók weten waar de schapen gelegerd zijn. Hij moet zijn tijd kennen.

Oplossing
Concluderend zeggen we, dat, wanneer er vandaag sprake is van een crisis in de prediking, deze de hoorder zo goed als de prediker betreft. Veelal komen hoorders niet verder dan het signaleren van het verschijnsel van matheid van de prediking en het uiten van kritiek op de prediker, zonder zichzelf de spiegel voor te houden.
Maar het blootleggen van de crisis kan op zich heilzaam zijn. De vanzelfsprekendheid is de dood in de pot. Hoe zal vandaag, in verschillende situaties, prediking nog gereformeerd zijn? Want in de Sola's van de Reformatie, culminerend in de rechtvaardiging van de goddeloze, ligt toch ook vandaag nog – geloven we – bevrijding van gebondenheid, waaraan het menselijke bestaan onderhevig is?
Want als het erop aan komt hebben mensen van alle tijden en alle plaatsen, hun culturele verschillen ten spijt, maar één ding nodig: verzoening met God, verbonden worden met Christus in een oprecht geloof. Als de verkondiging daarvan sinds Pinksteren in alle tálen moet geschieden, dan toch ook in wisselende tijden, met wisselende cultuurpatronen!

v. d. G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 mei 1999

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Het waagstuk van de prediking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 mei 1999

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's