De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Indrukken uit Albanië

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Indrukken uit Albanië

5 minuten leestijd

Joost en Wilma van den Hee uit Voorthuizen zijn door de plaatselijke overheid in Pogradec, Albanië, gevraagd de opvang van vluchtelingen in de stad te coördineren. Zij zijn voor landbouwprojecten in dienst van de Stichting Agrinas en uitgezonden als buitengewoon zendingsarbeiders van de GZB vanuit de hervormde gemeente van Voorthuizen. In de maand april is hun werk wel heel drastisch veranderd. Samen met het (Albanees) Agrinasteam zijn ze haast dag en nacht in touw geweest voor de eerste opvang van de Albanezen uit Kosovo.Hier volgt een aantal impressies uit de berichten die ze de afgelopen weken verstuurden. Ze geven ook een andere kant van de oorlogsellende weer: in hun werk wordt iets zichtbaar van Gods ontferming over de schapen die berooid en verstrooid over de bergen van de Balkan hebben gelopen.ds. N. M. Trampersecretaris Europa en Midden-Oostenvan de GZB

'Ons gebouw'
Lege ogen, die blijven zoeken naar verloren of kwijtgeraakte familieleden. Vermoeide tranen, die men vrij laat gaan, mannen en vrouwen. Helpende handen, vijf minuten na binnenkomst. Leren jasjes en Nikes, maar ook lompen en rubber slofjes.
Mobiele telefoons, maar ook mensen die nog nooit een telefoon gezien hebben. Baby's die aan de borst van hun moeder binnenkomen en oude mannen met baarden van dertig cm die nauwelijks de trap op kunnen. Dit alles en nog veel meer is te vinden te midden van de driehonderd Kosovaren die nu hier verblijven in 'ons gebouw'.

Verschillende mensen
Ons gebouw is een oude textielfabriek waar zich nu driehonderd Kosovaren bevinden. Wilma en ik hebben daar de verantwoordelijkheid. We hebben een vast team van ons bekende Albanezen. Thoma en Vasilika maken er deel van uit en doen fantastisch werk. In sommige teamleden ontluiken de laatste dagen allerlei nieuwe talenten en dat is bijvoorbeeld één van de mooie dingen van dit werk.
Vannacht is het rustig geweest. 'Rustig' betekent dat we geen nieuwe stroom van vluchtelingen hebben gekregen, of ze zijn aan ons voorbij gegaan. Ook op de zalen bleef het relatief rustig.
Wel zijn gisteravond laat verschillende kinderen en volwassenen naar het ziekenhuis gebracht voor controle. Meestal hebben de kinderen koorts en geven zij veel over. Ouderen zijn vaak geestelijk zo aangeslagen dat het een direct effect heeft op hun lichamelijke toestand. Daarbij komt dat er erg veel mensen op een beperkte ruimte liggen. We moeten de ramen open zetten voor het luchten. Mensen beleven dit alles op hun eigen wijze. We hebben namelijk bewoners uit de stad die een goed leven gewend waren en zeer ontwikkeld zijn en naast hen kan een familie liggen uit een achteraf-dorp in Kosovo. Ik kan je vertellen dat de verschillen behoorlijk zijn.

Een jaar getrouwd
Ik zit in het kantoortje en naast me zitten ruim honderd Kosovaren aan de beeldbuis gekluisterd. Zojuist las de Albanese nieuwslezer de naam voor van een UCK-soldaat, die gedood was door de Serviërs en waarvan de moeder en dochter in de zaal zaten. De moeder hoorde het tragische bericht en kreeg direct ademhalingsproblemen. Naar het ziekenhuis en na een behandeling gaat het wel weer. In de hal beneden praat Petraq met twee mannen die nog steeds op zoek zijn naar hun vrouwen en kinderen. Alleen God kan helpen, zeggen ze. Zoals God het geschreven heeft, zal het gebeuren, is hun overtuiging. Niet de waarom-vraag wordt door hen gesteld, maar ze zeggen: God weet alle dingen en weet ook deze dingen. We bidden samen dat God hun vrouwen zal terugbrengen.
Petraq, een nog jonge man, krijgt tranen in z'n ogen en zegt dat het morgen een jaar geleden is dat ze getrouwd zijn. Wat zou het mooi zijn, als ze dan terug zou komen. Misschien brengt God haar wel hier, zegt hij, starend in de verte. Zijn ogen glimmen en hij maakt het gebaar alsof hij zijn vier weken oude baby in zijn armen wiegt. Misschien zal God een wonder doen, fluistert hij voor zich heen.

'Absurde scènes'
Vandaag nam de geruchtenstroom weer toe dat er vluchtelingen in aankomst zijn. De één heeft het over tweehonderd mensen, de ander over dertig bussen. Als het laatste waar is, waar moeten ze dan heen? Dan moeten de scholen maar leeggeruimd worden. We horen de berichten over de radio en beginnen ons steeds meer af te vragen hoe dit alles zal aflopen. Het begint zulke overweldigende vormen aan te nemen. De verhalen over de gruwelen die gepleegd worden, worden steeds groter en schijnen alleen door een cynische regisseur in absurde scènes gezet te kunnen zijn. Sommigen vertellen de dingen met een onbewogenheid die ook niet menselijk lijkt. Het lijkt niet echt tot je bewustzijn door te kunnen dringen dat deze dingen werkelijk gebeuren, dat mensen werkelijk tot deze dingen in staat zijn.

Een nieuw team
Eergisteren ben ik een nieuw team gaan helpen om een kamp over te nemen van driehonderd mensen. Tot dusver was het onder beheer van de stadsoverheid, maar die waren niet bij machte er iets van de grond te krijgen. De locatie is mooi, vlakbij het meer en er is veel gras rondom de gebouwen. Voor het overige is er weinig moois en daar moet dus wat aan gebeuren. De grote meerderheid van de mensen komt uit de dorpen en die hebben hygiënische standaarden die niet echt goed voor de gezondheid zijn. Zeker niet als driehonderd mensen dicht op elkaar leven. Dat vraagt dus tijd en we nemen één van onze 'ervaren' Kosovaren mee om de zaak er wat in het gareel te gaan brengen. Ik hoop dat het team dit kamp over een week een beetje op de rails zal hebben. Inmiddels hebben we als coördinatieteam een tweede opslag gehuurd. Het telt vier verdiepingen en inmiddels zijn er al zes vrachtwagens uit Duitsland in gelost. Anderen zijn onderweg of bieden zich aan. Hoeveel vluchtelingen moeten we laten komen, hoe lang zullen ze blijven? Nu is men bereid te geven, over een tijdje zal het weer op de achtergrond raken en dan…

Albanië, april 1999
Joost van den Hee

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 mei 1999

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Indrukken uit Albanië

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 mei 1999

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's