Globaal bekeken
Bij de 'Historische Uitgeverij' te Groningen verscheen in eigentijdse vertaling de 'Ethica' van de wijsgeer uit de oudheid (ca. 350 v. Chr.) Aristoteles. Vele zaken zouden vandaag zo beschreven kunnen zijn. Hier volgen twee voorbeelden:
• Geestigheid
'In het leven zijn er ook momenten van rust, en die kan men onder andere besteden aan ontspanning en vermaak. Naar men algemeen aanneemt bestaat er ook op dit gebied een manier van omgaan die de juiste toon weet te treffen: men kan het juiste-soort aardigheden op de juiste manier zeggen, en het juiste soort geestigheden ook op de juiste manier aanhoren. Het is ook van belang dat de mensen tot wie men zich richt of naar wie men luistert hetzelfde soort omgangsvormen hebben. En het is duidelijk dat er ook op dit gebied een teveel en een tekort mogelijk zijn ten aanzien van het midden. Mensen die met hun grappen te ver gaan, worden algemeen als platte grappenmakers beschouwd en ordinair gevonden. Zij willen tot elke prijs grappig uit de hoek komen, en zijn er meer op uit anderen aan het lachen te brengen dan fatsoenlijke taal te spreken en te vermijden dat het onderwerp van hun spotternijen zich gekwetst voelt. Mensen daarentegen die zelf nooit iets grappigs vertellen en zich ergeren aan wie dat wel doen, vindt men algemeen lomp en stug. Wie in zijn grappen de juiste toon weet te treffen noemt men geestig, beweeglijk van geest om zo te zeggen. Naar men aanneemt is dat soort beweeglijkheid namelijk een uiting van iemands karakter; en net zoals men iemands lichaam beoordeelt op grond van zijn bewegingen, zo doet men dat ook met zijn karakter Maar omdat er altijd wel iets is waarom je kunt lachen, en de meeste mensen meer plezier hebben om grappen en spotternijen dan behoorlijk is, noemt men platte grappenmakers ook wel geestig, als waren het voorname lieden. Dat er tussen die twee in werkelijkheid verschil bestaat, en zelfs een aanzienlijk verschil, blijkt duidelijk uit wat voorafgaat.
De karakterhouding die het midden vormt wordt ook gekenmerkt door tact. Het is typisch voor een tactvol mens dat soort geestigheden te zeggen en te willen aanhoren dat bij een rechtschapen en beschaafd mens past. Er is immers een aantal dingen dat zo iemand bij wijze van scherts mag zeggen en zich kan laten zeggen; en een beschaafd mens vermaakt zich op een andere manier dan een ordinair persoon, net zoals een ontwikkeld mens zich op een andere manier amuseert dan iemand zonder ontwikkeling.'
• Quasi-bescheidenheid
'Mensen die quasi-bescheiden zijn spreken altijd met geringschatting over zichzelf en maken daardoor een voornamere indruk. Men neemt namelijk aan dat ze niet zo spreken om daar winst uit te slaan, maar omdat ze niet gewichtig willen doen. Net als opscheppers gaat het ook hen vooral om kwaliteiten die in aanzien staan, maar zij loochenen die juist, zoals Socrates deed. Wie dat nu doet met kwaliteiten die niet veel betekenen of die voor iedereen manifest zijn, noemt men aanstellerig en zo iemand wordt al gauw veracht. Soms is zelfs dat blijkbaar een vorm van opschepperij, zoals bijvoorbeeld de kleding van de Spartanen. Zowel overdaad als een al te ver gevoerd tekort heeft namelijk iets van opschepperij. Wie die quasi-bescheidenheid met mate hanteert, maar wel ten aanzien van kwaliteiten die niet al te vanzelfsprekend of manifest zijn, maakt niettemin een voorname indruk.'
v. d. G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 mei 1999
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 mei 1999
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's